Gouden Uil Literatuurprijs 2010

Ga direct naar

Details:

Aantal inzendingen: 407 titels
Prijzengeld: 31.000 euro
Winnaar: 25.000 euro
Andere genomineerden: ieder 1.500 euro
Plaats en datum uitreiking: Antwerpen, Zaal Stuurboord, 25 april 2010. In Cobra, het cultuurprogramma van Frieda van Wijck op Canvas, zijn daarvan 's avonds opnemen uitgezonden.
Prijs van de Lezer: Spoorloos van Tom Lanoye.


Rapport:

Bar koud, de winter, en alweer imposant, de op de jury afgestuurde boekenberg. Maar op ons dekentje voor de open haard was het vaak knorren van plezier: de jury presenteert een longlist waar ze érg trots op is, en een shortlist vol literaire grandeur.

Vorig jaar konden we op deze plaats een stevig op de deur bonzen van jong geweld signaleren. Die prille stemmen zijn er nog steeds, maar minder prominent aanwezig. Daar zijn immers de ouwe goden weer: de gevestigde waarden schrapen luidruchtig de keel, en planten hun voeten nog wat resoluter op hun hoogsteigen Olympustop. Want telt u even mee: Cees Nooteboom (vijf), Mensje Van Keulen (vier), Tom Lanoye (drie), Thomas Rosenboom (drie) en Arnon Grunberg (twee) zijn samen goed voor zeventien decennia van beklijvend schrijverschap – door elk van de vijf in de verf gezet met een fijnzinnig literair meesterstukje.

Signaleren we ook de triomfantelijke rentree van het kortverhaal – wie gelooft dat het hier een loensend bastaardkind van de literatuur betreft, een oefenterrein voor scribenten die te kortademig zijn voor een grote roman, krijgen een welgemeende think again in het gezicht geslingerd door Nooteboom en Van Keulen. En verder? Zijn schrijvers sowieso al de goed geplaatste chroniqueurs van de ongein, het lijden en de misverstanden die zich afspelen tussen geboortelicht en doodsreutel, dan dopen we 2009 graag tot het jaar van de waanzin – in die boekenberg veel schrijvers die tot in het allerdonkerste van een mensenziel durven afdalen.

Een fijn literair jaar, kortom, met een shortlist die er alsnog een wárme winter van maakte.

De jury
Guy Mortier (voorzitter)
Sam De Graeve
Jeroen Maris
Kathy Mathys
Jeroen Vullings


Uitreikingsrapport:

In naam van de jury: heil.

Dames en Heren,
De Gouden Uil is geland.
De literaire oogst was rijk, de schittering van het gebodene meer dan eens verblindend. Het was een zeer goed jaar, met op de felbevochten shortlist alleen maar nette mensen.

Maar het was niet alleen maar hosanna. De Gouden Uil-juryleden zijn eigenlijk parelduikers, ik neem de gelegenheid graag te baat om hun lof te zingen. Meer dan zes maanden lang hebben ze, avond aan avond (overdag verdienen ze met eerlijke arbeid hun brood), in vaak erg troebel water, zeg maar smurrie, wie roept daar : riolen, moeten duiken, respectievelijk waden, occasioneel zich met de koevoet loswrikken, voor ze de parels, diè er waren, vonden.

Stel u een toren van nieuwe boeken voor - 407 in totaal. Die wordt thuis op de stoep gedeponeerd bij onze juryleden die, als ze ook maar een schijn van een kans willen hebben om alles tijdig gelezen te krijgen, al gauw aan een rantsoen zitten van één roman, en meer, per dag.

Een jurylid van een literaire prijs, ik heb het als voorzitter kunnen gadeslaan, ik kan u daar een goede sigaar bij aanbevelen, is dan ook per definitie een gestoord mens, grauw van slapeloosheid, verlegen, lichtschuw, asociaal. Niet toevallig werken ze vaak voor een medium dat hetzelfde uitstraalt. Opgejaagde dieren zijn het, die tegen de klok boek na boek verorberen en zich nauwelijks nog afvragen waarom het niet meer smaakt.

Tot ze op taal stoten die het driftig lezen een halt toeroept, die dwingt tot herlezen, fijnproeven, genieten. Het jury-dier snuffelt, zijn aandacht is gewekt, hier woont literatuur. Dit is een goed verhaal. Hier ben ik… sprakeloos. In deze Beschränkung zeigt sich der Nooteboom.

Dames en heren, in de allerlaatste rechte lijn hebben wij tenslotte twee meesterwerken tegen elkaar afgewogen waarin leven en dood centraal staan, waarin bezonken weemoed afwisselt met uitbundige vitaliteit en mijmeringen over de weg van alle vlees - of het nu door de bliksem gebraden eindigt, of vermalen tot américain.

Welnu. De Gouden Uil 2010 gaat naar een boek vol verstilde verhalen op het raakvlak van leven en dood; een superbe verkenning van de mensenziel, en van de weemoed die daar woedt. Melancholie is the name of the game, en àls begrijpen al enig inzicht biedt, dan nog geen troost.

Dames en Heren, Kris Peeters zou, ook voor zijn ongeval, zeggen: er heeft weer een Kees gewonnen, maar

De Gouden Uil 2010 gaat naar ’s Nachts komen de vossen van Cees Nooteboom.

De jury
Guy Mortier (voorzitter)
Sam De Graeve
Jeroen Maris
Kathy Mathys
Jeroen Vullings


Winnaar

  • Cees Nooteboom - 's Nachts komen de vossen

    Vuistdik kan je ’s Nachts komen de vossen bezwaarlijk noemen, maar een beetje lezer blijft er wel dagen in wonen. Cees Nooteboom heeft een elegante verhalenbundel geschreven die blijft hángen – miniaturen die nog lang na de laatste bladzij in je achterhoofd zingen.

    Nooteboom zet een veelheid aan wapens in, maar schuwt de gulle graai. Het weidse verhaal is hem te pompeus: liever schuifelt hij rond in een leven, een herinnering, een foto. Werken op de millimeter.

    Je zou die ouwe Nooteboom van een grote kennis willen verdenken, van een diepgaand inzicht in drijfveren, karakter en idiotieën van een mens. Maar zelf presenteert hij zich liever als de zoekende schrijver, die met een zaklamp het oppervlak afspeurt: hij is bescheiden, kritisch en let op zijn woorden. Letterlijk, dat laatste: elk fragment, elke zinsnede, elke brok taal draagt – hoe schijnbaar achteloos een en ander ook opgeschreven lijkt - een loden urgentie in zich. Met dwingende vertelstem leidt Nooteboom je rond. De dood komt op elke pagina grijnzen, en melancholie is het sentiment du jour.

    Dat alles maakt van ’s Nachts komen de vossen een cadeau aan de literatuur: een werkstuk van weemoed dat gaat reizen in je bloedbanen.

Genomineerd

  • Arnon Grunberg - Kamermeisjes en soldaten

    Rapport Arnon Grunberg:
    ‘Arnon Grunberg onder de mensen’, zo luidt de ondertitel van zijn bundel literaire reportages. Het is ook de enige noemer die van toepassing is op het bonte geheel dat Kamermeisjes en soldaten is. Want of hij nu als embedded journalist met de Nederlandse militairen in Afghanistan optrekt, gaat couchsurfen dwars door Europa, op theevisite komt bij het bestuur van de pedopartij, of als kamermeisje haar verwijdert uit doucheputjes in een Beiers hotel – hij begeeft zich onder zijn medemensen.

    Dat moet een bijna tegennatuurlijke aanvechting zijn in Grunbergs op schrijven gerichte bestaan, want verhaal na verhaal verantwoordt hij zich voor dat mengen in de wereld, soms in een alinea, dan weer in een zinnetje.

    Wat deze reportages écht bijzonder maakt: Grunbergs schrijversblik, de inzet van de onverwisselbare persoonlijkheid die we uit zijn fictie kennen – zijn stijl, kortom. De romanschrijver Grunberg, altijd uit op een verhaal, slaapt nooit. En altijd is er die tintelende spanning tussen verbeelding en werkelijkheid. Fictie wakkert zijn verbeelding aan, terwijl hij de ervaren werkelijkheid direct relateert aan de wereld van de verbeelding: ‘Wat ik net heb meegemaakt is beter dan de meeste oorlogsfilms die ik heb gezien.’ Cru gezegd: voor de literaire extremist Arnon Grunberg is oorlog, vrij naar Von Clausewitz, voortzetting van fictie met andere middelen.

  • Mensje van Keulen - Een goed verhaal

    Rapport Mensje van Keulen:
    In zes verhalen laat Mensje Van Keulen zien dat ze uitblinkt in millimeterwerk. Haar taal – schijnbaar zo eenvoudig - is precies, haar beelden zijn nietsontziend en laten je niet los. Van Keulens broze helden verlangen tegen beter weten in. Ze vertellen leugens, nu eens met verwoestende, dan weer met heilzame gevolgen. Ze voelen zich onbegrepen, jaloers, bedreigd of ongeliefd: niets menselijks is hen vreemd.

    Een echtpaar in crisis, een verwaande schrijver, een vereenzaamde lerares en een ondertitelaar van pornofilms: Van Keulen neemt hun levens onder de loep zonder te oordelen. Ze omcirkelt haar personages, beloert ze en laat vaak niet meer zien dan een vonk. In de traditie van de allerbeste kortverhalenschrijvers laat Van Keulen het mysterie heel, wat haar verhalen een aparte vorm van suspense meegeeft.

    In het titelverhaal laat Van Keulen zien dat gruwel en humor zich perfect in elkaars buurt kunnen ophouden. Met Een goed verhaal bevestigt Van Keulen haar reputatie van begenadigde kortverhalenschrijfster.

  • Tom Lanoye - Sprakeloos

    Rapport Tom Lanoye:
    ‘Schrijven is verdrijven’, stelt Tom Lanoye in Sprakeloos. Met vastleggen wat dreigt te verdampen heeft het volgens hem niets te maken. En inderdaad, Sprakeloos is geen lieflijke nostalgietrip. Lanoyes moederboek is een rauwe schreeuw, een ferme mokerslag.

    Aan het einde van haar leven verloor Lanoyes moeder, een amateuractrice, een vrouw die nooit verlegen zat om de juiste repliek, haar vermogen om te praten. Lanoye laat haar stem weerklinken in dit hartverscheurende biografische boek. Kijven, reclameren, commanderen: Joséeke Lanoye had beslist divatrekjes. Toch zijn er ook verstilde beelden, van de aspergewitte vingers van moeder Lanoye, van haar pijnlijke grimas tussen de witte ziekenhuislakens.

    Opgetrokken in een vurige, grommende taal is Sprakeloos niet enkel het verhaal van een moeder. Lanoye brengt een volledige generatie tot leven in wat zonder enige twijfel het aangrijpendste boek is dat hij ooit schreef. Net zoals zijn moeder, die graag uitweidde, maakt Lanoye sierlijke cirkelbewegingen om uit te komen bij de verbijsterende essentie.

  • Thomas Rosenboom - Zoete mond

    Rapport Thomas Rosenboom:
    Zoete Mond van Thomas Rosenboom lezen is een pijnlijk genot. Een genot, omdat je zelden zo’n mooi getoonzet Nederlands leest. Vrolijke Mozart lijkt het: de taal stuwt het verhaal vooruit, bekorend speels, licht en zoet. Pijnlijk, omdat je de hele rit geconfronteerd wordt met de onmacht van de hoofdfiguren om greep te krijgen op de werkelijkheid. Tevergeefs. De gebeurtenissen spelen zich af bij de Rijn, die net zoals de tijd alsmaar verder stroomt.

    Zoete Mond is een historische roman, maar toch ook weer niet helemaal. Het boek heeft niet in de eerste plaats de bedoeling een periode, in dit geval de jaren zestig, tot leven te wekken. De auteur vertelt vooral een universeel verhaal over de onmacht van niet helemaal verzonnen mensen, wier namen aan duidelijkheid niks te wensen overlaten. De wat verdrietige figuur Rebert Van Buyten is een dierenarts die niet alleen van buiten het dorp aan de Rijn komt, maar, hoezeer hij ook probeert, altijd wat buiten het leven in dat dorp staat, waar hij nochtans wel heel wat dierenliefde teweeg brengt. Hij wil contact, onder meer met de mooie Laura met haar zoete mond, maar echt lukken wil dat niet.

    Hoe meer hij contact met haar zoekt, hoe meer zij hem in de richting van de andere hoofdfiguur, Jan De Loper (pseudoniem voor Jan Florian Van Zuylen Rothaar) duwt, een loper, jawel, één met wereldreizen en voettochten om u tegen te zeggen op zijn curriculum. Een vrolijke rentenier, altijd in voor een stunt of een practical joke, helaas in de fleur van zijn leven voor de televisie uitgevonden was. De twee hoofdfiguren trekken mekaar aan, stoten mekaar af en groeien naar mekaar toe, zodat deze meesterlijke roman bijna een happy end krijgt. Maar toch niet helemaal.

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen