Griffels 1998

Ga direct naar

Details:

De Griffeljury 1998, bestond uit:
Herman Kakebeeke (voorzitter)
Rita Baptiste
Martijn de Bont
Judith Eiselin
Thea de Leeuwen
Margriet Obers
Jan Verbart


Rapport:

De Griffeljury 1998 heeft de volgende boeken uitgekozen voor bekroning met een Gouden of Zilveren Griffel. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek heeft deze voordracht overgenomen:

GOUDEN GRIFFEL
Wim Hofman - Zwart als inkt is het verhaal van Sneeuwwitje en de zeven dwergen
Em. Querido’s Uitgeverij bv

ZILVEREN GRIFFELS
Categorie tot 6 jaar
Mevrouw Meijer, de merel - Wolf Erlbruch - Em. Querido’s Uitgeverij bv

Dit is het huis bij de kromme boom - Imme Dros - Em. Querido’s Uitgeverij bv

Categorie 6 jaar en ouder
De kat en de adelaar - Hans Hagen - Uitgeverij Van Goor

Categorie 9 jaar en ouder
De zwarte rugzak - Abbing & Van Cleeff - Uitgeverij Leopold

Mariken - Peter van Gestel - Uitgeverij Fontein

Categorie informatieve boeken
De vrolijke keuken - Philip Mechanicus - Uitgeverij Leopold

Mario ♥ Olimpia - Babette van Ogtrop & Liesbet Ruben - Uitgeverij Koninklijk Instituut voor de Tropen

ALGEMENE INLEIDING
1997 was voor de Griffeljury een harmonieus jaar. Eensgezind schudden de juryleden soms het hoofd of sprongen juist juichend op tafel. Vrijwel steeds kozen wij unaniem voor onze winnaars. Over de schitterende boeken waarnaar vandaag de prijzen gaan, uiteraard niets dan lof. Voor het overige valt er helaas wel wat te zeuren over het afgelopen jaar. Hoe comfortabel en gezellig de harmonie in een jury ook mag zijn, uitdagend of spannend is het niet echt geweest. Gekijf en geschreeuw, uitbundige haat- en liefdesverklaringen traden nauwelijks op. Daarvoor was het aanbod jammer genoeg te schraal. Vandaar ook dat in de categorie 6 jaar en ouder slechts één Zilveren Griffel werd toegekend.

Er verschenen in het afgelopen jaar verschillende boeken voor kinderen door kinderen; een ontwikkeling die niet steeds even gelukkig uitpakte. Commerciële motieven spelen de uitgeverijen hierbij klaarblijkelijk soms parten. Een knullig verhaaltje lijkt al gauw reuze schattig, een onhandig getekend plaatje bijzonder. Juist die boeken die zo’n zorgvuldige begeleiding vergen, stijgen dan nauwelijks uit boven het niveau van een gemiddeld opstel.

Op poëziegebied viel er wat deze ontwikkeling betreft meer toe te juichen. Een jeugdig dichteres als Laura Ranger laat zien waar kinderen toe in staat kunnen zijn. Sommige uitzonderlijke kinderen althans. Maar ook verzamelbundels met gedichten van allerlei meer willekeurige kinderen nemen in kwaliteit toe. Dit dankzij jarenlange niet aflatende investering van onder meer leerkrachten, bibliothecarissen en begeleiders, die steeds opnieuw monter vertellen dat een gedicht meer is of kan zijn dan een stom, in stukken geknipt zinnetje.

De jury zag gelukkig reden genoeg om ondanks het tegenvallende aanbod een zevental auteurs via een Vlag en Wimpel aan te moedigen vooral op de ingeslagen weg voort te gaan. Hun boeken houden een belofte voor de toekomst in.

Een veelbelovende ontwikkeling die de jury signaleert, is het gestaag groeiende aanbod aan bijzondere prentenboeken, niet voor peuters en kleuters, maar voor oudere kinderen tot aan volwassenen toe. Ook wie al lang zelf kan lezen is in staat volledig op te gaan in de illustraties van deze boeken.

Samen met en naast de woorden vertellen de beelden een eigen verhaal en voegen nuances toe. De beeldcultuur, de sterke voorkeur voor het visuele waarmee veel hedendaagse kinderen leven, vindt zo zijn weerslag in een betrekkelijk nieuw genre kinderboeken. De wissenwaswinkel van Clement, De woordeneter van Dedieu en De schepping van de vlinders van Belli zijn maar enkele voorbeelden, die de jury niet ongenoemd wil laten.

Tenslotte deed het de jury genoegen te zien dat steeds meer schrijvers teruggrijpen naar oude verhalen. Niet alleen het boek dat dit jaar de Gouden Griffel krijgt, ook verschillende andere auteurs laten zich inspireren door wat zij zelf als kind, of later in hun leven, hoorden aan verhalen, aan sprookjes, aan legenden en mythes. Puttend uit eigen of andermans bron leeft de literatuur zo voort. Als een oneindige goocheldoos waaruit met ogenschijnlijk steeds dezelfde trucs toch weer iets geheel nieuws tevoorschijn wordt getoverd.




Gouden Griffel

  • Wim Hofman - Zwart als inkt is het verhaal van Sneeuwwitje en de zeven dwergen

    Het lot van Sneeuwwitje en haar moeder is in Zwart als inkt onafwendbaar. Bekroning van deze kinderroman met goud was even onvermijdelijk. Waarom de jury niet anders kon, en dat ook helemaal niet wilde:

    Omdat het een sprookje is met een hart. Omdat Hofman de moeder, de jager en de prins eindelijk ook een gezicht geeft. Niet langer zijn zij typen, maar mensen van vlees en bloed en met karakter. Omdat Sneeuwwitjes spiegel nog nooit zoveel humor en mensenkennis had en toch zozeer spiegel bleef.

    Omdat het is als een lied. Hofman laat de taal zingen en fluisteren, stil zijn en schreeuwen. Omdat het over zoeken gaat en nergens over vinden. Of toch? De dwergen vinden niet wat ze zoeken, maar krijgen toch liefde en toewijding. De prins weet niet wat hij zoekt en vindt wat hij niet verwacht.

    Omdat we nu weten: Sneeuwwitje was een dichteres. Omdat Hofman zijn verhaal tegelijk nadrukkelijk en onnadrukkelijk verhaal laat zijn.

    Zwart als inkt zijn de verwijzingen naar onder meer de Bijbel, de Odyssee en andere sprookjes dan Sneeuwwitje. Zelfs de dwergen kennen het verhaal van de Wolf en de zeven geitjes. Maar nergens zijn die verwijzingen opzichtig of is het verwijzen een ingewikkeld spel. Oude verhalen zijn voor Hofman geen dankbaar afval, maar natuurlijke gesprekspartners. Omdat de dwergen zo aandoenlijk zijn in al hun grimmigheid.

    Omdat mens, natuur en ding gelijkaardig en gelijkwaardig zijn. De wereld van Hofman is een wereld van personificaties. Sneeuwwitje wordt omringd door struiken en bomen die kijken naar de lucht, door keukenservies dat luistert. Ondertussen is de mens soms een beest, maar net als de hemellichamen aan het einde van het verhaal kan hij ook mooi voor de dag komen.

    Omdat de slang die steeds weer opduikt, zowel herkenning als raadsels oproept. Is hij een zinnebeeldige voorstelling van het boek zelf? Zwart als inkt is rond en gaaf, maar ook beweeglijk en giftig.

    Omdat het een verhaal is over kinderlijke, nee: fundamenteel menselijke gevoelens – een verhaal ‘over alleen zijn en over nadenken’. Omdat zwart nog nooit zo helder en troostvol is geweest. Omdat de schitterende kronkelende en hoekige illustraties en de verzorgde vormgeving de kracht van tekst en verhaal vergroten. Van geen van zijn hoofdpersonen heeft Hofman tekeningen opgenomen. Zo geeft hij zijn lezer de mogelijkheid eigen beelden te vormen van allen die door de gebeurtenissen (door het leven) getekend raken.

    Omdat niemand zo mooi kan opsommen als Wim Hofman.

Zilveren Griffel

  • Imme Dros - Dit is het huis bij de kromme boom

    Rapport Imme Dros:
    Categorie tot 6 jaar

    Weg van de vlekken op het behang, weg van de schuilplaats onder de trap en weg van het bad op pootjes waar je zo graag in zat... In een kinderleven kan een verhuizing een waar drama zijn. De stapel kinderboeken over dit onderwerp reikt dan ook bijna tot in de wolken.

    Een ander mogelijk probleem in het leven van een kind is de komst van een nieuwe baby in huis. Een wurm dat je van de troon stoot, een schreeuwlelijk die de aandacht van je papa en mama opslokt. Klein als het is, lijkt het nieuwe kindje de nieuwe machthebber, voor wie alles wijken moet. Net als over verhuizen zijn over de komst van een babybroer of -zusje kinderboeken vol geschreven. Uitgekauwder onderwerpen zijn haast niet te vinden.

    En toch durfde Imme Dros het aan om beide thema’s aan te pakken. In haar virtuoze prentenboekenstapelverhaal Dit is het huis bij de kromme boom wordt de tragiek als nooit tevoren voelbaar. Dros’ humor heeft een wrange ondertoon als zij onnadrukkelijk de komst van Rosemarijn aan de kaak stelt, die leidt tot de komst van de ‘man met de grote knuist’: de verhuizer.

    Het lot van het pas verhuisde jongetje dat langzaam zijn nieuwe omgeving verkent roept herkenning, medeleven en vertedering op. Afscheid nemen doet pijn, al begint het nieuwe gaandeweg te bekoren. Dros beschrijft de verhuizing prachtig vanuit zijn perspectief, met behoud van zijn logica:

    het gele eendje dat liggen bleef
    en dat ik missen zal zo lang ik leef.
    ‘t Lag in het bad waar ik vaak in zat,
    dat mocht niet mee (want het was nat)
    in de wagen zo groot als een zaal
    met onze spullen en ons allemaal


    Wie eenmaal aan het citeren slaat uit de zo doordachte en toch soepel geschreven tekst, schrijft voor hij het weet het hele boek over. Het hoe, het waarom en het waarnaartoe van de verhuizing, alles wordt dankzij de twee-eenheid die de tekst vormt met de platen van Harrie Geelen, uiteindelijk duidelijk. Zo langzamerhand heeft Imme Dros zelf een ‘man met een grote knuist’ en een ‘wagen zo groot als een zaal’ nodig om haar Zilveren Griffels te vervoeren!



  • Wolf Erlbruch - Mevrouw Meijer, de merel

    Rapport Wolf Erlbruch:
    Categorie tot 6 jaar

    Mevrouw Meijer is een huisvrouw, een gewone huisvrouw die poetst en bakt, haar moestuin begiet en knopen zet aan winterjassen. De merel is een gewone merel, met een oranje snaveltje en diepzwarte veren. Bij Wolf Erlbruch leidt de combinatie van deze twee zo gewone wezens tot een ongewoon verhaal, met een haast poëtisch slot. De dikke huisvrouw verkent samen met haar vogeltje het luchtruim; niet eerder was plompheid zo sierlijk.

    Wolf Erlbruch schreef met Mevrouw Meijer, de merel een prachtig verhaal over bang zijn en boven jezelf uitstijgen. In heldere taal schetst hij de diepe, moordende angst, die toch ook alledaags is en mevrouw Meijer belet haar vleugels uit te slaan. Er zou een vliegtuig neer kunnen storten op haar radijsjesbed, er zou een bus vol dagjesmensen kunnen slippen voor haar tuinhek. En heeft ze dan wel genoeg cake en pleisters in huis voor de slachtoffers?

    Wolf Erlbruchs keuze voor een gewone huisvrouw en haar luchtige man als hoofdpersonen van dit prentenboek is gedurfd. Volwassen hoofdpersonen in boeken voor jonge kinderen zijn een zeldzaamheid. Maar Erlbruch maakt daar verder geen woorden aan vuil en toont in woord en beeld hoe ook grote mensen het beest onder hun bed vrezen.

    Gelukkig is Mevrouw Meijer, de merel vooral een optimistisch boek. De zorg van mevrouw Meijer voor haar mereljong maakt van haar een ander mens, heft haar op uit haar routine-getob, uiteindelijk zelfs letterlijk.

  • Peter van Gestel - Mariken

    Rapport Peter van Gestel:
    Categorie 9 jaar en ouder

    ‘Lang geleden, toen de mensen zich niet vaak wasten’, schrijft Peter van Gestel, huppelde er een meisje door de wereld in een broekje van hazenbont. Een argeloos klein meisje dat Mariken heette. Helemaal alleen is zij op weg naar de jaarmarkt in de stad, om er een geit aan te schaffen. Zij komt een kwade oude vrouw tegen, vlucht en staat vervolgens oog in oog met de duivel. Op een geraffineerde manier vervlecht Van Gestel gegevens uit de laatmiddeleeuwse rederijkerstekst Mariken van Nieumeghen met een volkomen nieuw, uitbundig fantasieverhaal.

    Zeven dagen gaat Mariken op stap met de duivel. In die zeven dagen ontrollen zich de krankzinnigste avonturen, vol zijlijnen die uiteindelijk wonderbaar genoeg toch nog samenhang blijken te vertonen. Van Gestel zingt een lied van schijn en wezen, waarin de grenzen tussen realiteit en spel, tussen echt en onecht vervagen en verrassen. De ingenieuze compositie van deze kinderroman maakte op de jury veel indruk.

    De wereld van Mariken heeft veel weg van de middeleeuwen. De mensen leven in angst voor de zwarte dood, die je blauwe etterbuilen bezorgt, zijn godsvruchtig en bijgelovig, eten brij uit een nap. Tegelijkertijd doet de tijd waarin Mariken ronddartelt, denken aan de onbestemd verleden tijd van sprookjes. Kinderen communiceren met ratten. Een ‘zwarte weeuw’ roert dag in, dag uit met een lange stok in een kokende teil vol zwart water. Een gravin woont in een ondoordringbaar slot met dikke muren.

    De jury is blij verrast met de nieuwe weg die Peter van Gestel met Mariken binnen zijn oeuvre is ingeslagen. Hij breekt met zijn gewoonte zijn verhalen dichtbij huis te houden en beschrijft een zelfbedacht verleden. Hij houdt zich aan wat de duivel in zijn boek opmerkt:

    Verhalen, vader (...), moeten niet vertellen hoe het in je eigen huis en je eigen dorp toegaat. Verhalen moeten anders zijn. Een koning gaapt, slikt een boze geest in en doodt zijn eigen kinderen. Het lam vreet de wolf op.

    Ook als je de verwijzingen naar Mariken van Nieumeghen niet thuis kunt brengen, biedt Van Gestel je een meeslepende, spannende wereld. Mariken is een fijn voorleesboek voor ouders en kinderen die van toverachtige, ontroerende èn geestige verhalen houden. Marikens tocht leidt naar volwassenheid, naar verzoening met en kennis van wie zij is. Behalve naar een nieuwe geit zocht zij misschien wel naar een moeder, naar haar wortels, naar haar herkomst.

    Peter van Gestel maakt in Mariken de wereld zoals hij zou willen dat-ie was, met als enige boodschap: ‘De mensheid is een klucht’.

  • Hans Hagen - De kat en de adelaar

    Rapport Hans Hagen:
    Categorie 6 jaar en ouder

    Wanneer Farid, de hoofdpersoon van De kat en de adelaar, voor het eerst voor het graf staat van een heilige, vertelt zijn moeder hem over de magische krachten van deze adelaar-mens. Farid reageert met ongeloof: de wonderen die Kalandar verrichtte, die kunnen toch helemaal niet!

    Mama antwoordt: ‘Waarom zou je het niet geloven?
    Een goudstaaf kun je smelten.
    En als vloeibaar goud afkoelt, krijg je…?’
    ‘Dan krijg je weer een staaf goud,’ zei Farid.


    Misschien is het geen toeval dat de kaft van De kat en de adelaar goudgeel is, want in dit verhaal brengt Hans Hagen de betoverende rijkdom van een wereld vol verhalen tot leven. Doordat zijn moeder sinds een ongeluk haar kromme benen slechts met moeite vooruit krijgt, is Farid al op jonge leeftijd bijrijder in de bus van zijn vader. Maar Farid is niet de enige vaste passagier. Al een paar keer heeft hij ook een zwarte kat betrapt. Nu spookt het in Farids hoofd: is mama’s wens aan Kalandar uitgekomen? Is ze veranderd in een kat?

    Hagen kan goed uit de voeten met de beperkingen die een boek voor beginnende lezers met zich meebrengt. In heldere woorden en eenvoudige zinnen schetst hij een overtuigend beeld van de atmosfeer in een oosters land, zonder dat die aan raadselachtigheid inboet.

    Zijn beelden zijn direct en in hun sterke zintuiglijkheid effectief: je proeft de stof van de stad en ruikt de zweetlucht in een volle bus. Sterk ook is zijn keuze voor een Pakistaanse jongen van acht als hoofdpersoon. Farids blik combineert die van zijn ouders: een toegewijde moeder die bewust kiest voor onvoorwaardelijk geloof en een vader die slim gebruik maakt van de mogelijkheden van het ogenblik. Tegelijk is Farid net als elke achtjarige: wanneer hij zijn laatste halve roepie offert aan de heilige, is hij blij als het muntje terugrolt van de geldberg op zijn voeten. Net als de mensgod Kalandar staat Farid nu eens stevig op aarde, om daarna te vluchten in zijn verbeelding.

  • Philip Mechanicus (fotograaf) - De vrolijke keuken

    Rapport Philip Mechanicus (fotograaf):
    Categorie Informatieve boeken

    Kinderen hebben een andere smaak dan volwassenen. Dat weet de Griffeljury best. Toch werd ze er nog eens fijntjes op gewezen door de kinderkookboeken van Philip Mechanicus. Zijn recepten brachten de juryleden niet vanzelf het water in de mond. Integendeel, bij lezing van De vrolijke keuken en het vervolg Het kleine fornuis moesten gevoelens van weerzin regelmatig worden onderdrukt. Aardbeien met cashewnoten, soep met oliebollen en kippenvleugels in cola: het zijn maar enkele voorbeelden van de grillige combinaties die Mechanicus ons voorschotelt. Gerechten die in de meeste huishoudens niet zonder slag of stoot op tafel zullen belanden.

    Maar wie de oorspronkelijk in NRC-Handelsblad verschenen stukjes leest, zal niet lang kunnen volharden in zijn afschuw. Mechanicus hanteert een directe toon en smakelijke humor en die werken ontwapenend:
    Het is misschien een beetje droevig maar worst wordt van dieren gemaakt. Gelukkig niet van vrolijke eekhoorntjes of griezelige wormen maar meestal van het varken en soms van de koe. Het is een aanstekelijke anarchist, deze kok èn schrijver. Niet alleen zijn culinaire experimenten intrigeren, dat doen ook de titels van zijn stukjes. Sinterklaaskaasspeculaastaart en ezelinnen-macaroni zijn lekkere smaakmakers van taal. De stukjes die volgen zijn in de eerste plaats culinaire cursiefjes rondom een eetidee. De vragen en uitspraken waar ze mee beginnen, zijn leuk en prikkelen in hun directheid de nieuwsgierigheid. Net als de algemene opmerkingen over koken en eten die Mechanicus op een terloopse manier, vaak in een bijzin, maakt. Ergens zegt hij ‘niets is zo eenvoudig als het allerlekkerste’. Die uitspraak kan natuurlijk ook andersom gelezen worden: niets is zo lekker als het allereenvoudigste. Het is deze bedrieglijke eenvoud, waardoor Mechanicus’ recepten zulk aantrekkelijk leesvoer zijn.

    Pas als je de smaak te pakken hebt, volgt de gang naar de keuken. Een goede voorbereiding is dan onontbeerlijk. Mechanicus ‘verstopt’ zijn recepten nogal eens in zijn stukjes, zodat het kan voorkomen dat er halverwege een ‘recept’ ineens staat: ‘Zorg dat je ook 100 gram bacon hebt gekocht’. Een goed kookboek is ook een goed leesboek. Met die stelling is Mechanicus het ongetwijfeld eens. Want, lijkt hij in De vrolijke keuken te zeggen: proeven doe je in je hoofd.

  • Babette van Ogtrop - Mario Olimpia

    Rapport Babette van Ogtrop:
    Categorie Informatieve boeken

    Een van de meest wonderlijke boeken die de Griffeljury dit jaar in handen kreeg, is zonder meer Mario ¢¾ Olimpia van Babette van Ogtrop en Liesbet Ruben. Een boek als het leven zelf; zelden ging dat zo op als in dit geval. Mario ¢¾ Olimpia is een boek als een documentaire.

    De liefde van Mario voor Olimpia vormt de leidraad voor de reis door Bolivia die de lezer maakt. In woord en beeld, via felgekleurde pagina¡¯s en foto¡¯s vol doorkijkjes en verrassende deurtjes, maak je een tocht door de bergen. Bij Van Ogtrop en Ruben levert de wens de lezer kennis te laten nemen van een andere cultuur, nu eens geen tekstbrij met een overdaad aan details op. Het beginpunt is het carnaval. Het beeldje van de Heilige Maagd wordt in een dichte optocht de kerk uitgedragen. Mario hoort voor het eerst de stem waarop hij verliefd raakt boven de kerkmuur uitklinken. Hij reist de stem achterna, de stad uit, de bergen door. Op zoek naar de bezitster van de stem, waar zijn hart vol van is.

    Hoe romantisch de geschiedenis ook mag zijn, de weinige woorden in dit bijzondere boekje blijven sober, toegankelijk en haast zakelijk. Het werkelijkheidsgehalte blijft onveranderlijk hoog. Babette van Ogtrop en Liesbet Ruben wisten de vele valkuilen van het informatieve kinderboek te omzeilen. Zij waakten voor een te vol verhaal. De geschiedenis van Mario en Olimpia wordt niet opgeofferd aan de drang teveel te willen voorlichten. Toch komen allerlei facetten van het dagelijks leven in Bolivia aan de orde. Zowel voor feesten als landschappen, voor religie als cultuurpatronen en ook voor verliefdheid zoals die overal ter wereld voorkomt, is ruimte gevonden.

    Het is dit bijzonder vormgegeven boek als geheel dat de jury zo buitengewoon bekoorde. De vele foto¡¯s maken het verhaal compleet en zijn niet louter illustrerend. Met de vrijblijvende plaatjes uit veel informatieve kinderboeken heeft dit niets te maken.

    Mario ¢¾ Olimpia is een gedurfde uitgave van het Koninklijk Instituut voor de Tropen, die knap aansluit bij de sterke beeldcultuur van jongeren. Al eerder werd de Griffeljury bekoord door een soortgelijk project. Hopelijk ziet het Tropeninstituut in de toekomst kans dit soort boeken te blijven uitgeven, boeken als kortstondige uitstapjes naar een andere wereld.

    Details:
    Co-auteur: Liesbet Ruben.
  • Marja Roscam Abbing - De zwarte rugzak

    Rapport Marja Roscam Abbing:
    Categorie 9 jaar en ouder

    Hoe heet de lievelingspoes van Dante? - Malacoda, naar een van de duivels in zijn Goddelijke komedie. Het lijkt een flauwe detailvraag op een tentamen Oude Italiaanse Letterkunde, maar de lezers van de tweede jeugdroman van Abbing & Van Cleeff weten wel beter. In De zwarte rugzak staan geen onbetekenende details. Een blinkend bloemenkarretje op bladzijde 48, een gastheer die knoflookbrood aanbiedt, platgetrapte hagedissen op straat en giftig marmer: alles draagt op zinderende wijze bij aan de sfeer en spanning in deze uitstekende jeugdthriller.

    Het boek vraagt dan ook om een aandachtige, literaire lezing. De jonge hoofdpersonen gaan de lezer daarin voor. Afkeer van een georganiseerd vakantiekamp brengt ze tot elkaar op een klein station in Frankrijk. In de trein is de rugzak van een van hen verwisseld geraakt. Zo komt het jeugdige vijftal bij toeval in het bezit van een landkaart met een aantal kruisjes. Een alternatieve vakantiebestemming is dan gauw gevonden. In een idyllisch landschap volgen de kinderen een spoor van vernietiging en verminking. Uiteindelijk belanden ze in de villa van een aardige Frans-Nederlandse beeldhouwer die zich laat aanspreken met de naam van de dichter die hem heeft geïnspireerd: Dante. Daar vinden ze de sleutel tot de raadselachtige reeks beeldvernielingen, de moord op Malacoda en de identiteit van de dader in het werk van de oude en deze nieuwe Dante.

    Dat lijkt misschien een onnodige kunstgreep, deze structurele zinspeling op een aan kinderen onbekend gedicht uit de wereldliteratuur. Niets is echter minder waar, want het is juist deze allusie die eenheid aanbrengt in het verhaal en er een psychologische diepgang aan geeft die zeldzaam is in het genre. Door de (toegankelijke) Dante-verwijzingen worden de kinderen en de lezer niet alleen ingewijd in de kunst en literatuur maar vooral ook in de diepten van de menselijke ziel.

    De volwassen mens laat zich in De zwarte rugzak – de titel zegt het al – van zijn donkerste kant zien. Abbing & Van Cleeff schetsen een geloofwaardig beeld van een man wiens leven geheel beheerst wordt door een van de zeven hoofdzonden. Het portret dat ze tekenen van hun jonge hoofdpersonen is niet minder overtuigend.

    Een vergelijking met het bekende vijftal van Enid Blyton pakt goed uit: de verschillende personages spelen weliswaar rollen (de leider, de bakvis, de benjamin) maar ze blijven onafhankelijke individuen en worden nergens typen, zoals bij Blyton. Wel zijn ze net zo ondernemend als De vijf en kunnen ze de spanning en misdaad betrekkelijk gemakkelijk van zich af laten glijden. Het gruwelijke einde van de dader lijkt nauwelijks tot ze door te dringen. Maar wat wil je ook, het is vakantie!

    Vanwege de subtiele psychologische en literaire verwijzingen en de knappe compositie is De zwarte rugzak een verhaal waarvan de spanning bij herlezing eerder toe- dan afneemt. Een herlezer kan bijvoorbeeld opmerken dat de kinderen op hun manier niet minder ‘zondig’ zijn dan de volwassenen: het conflict tussen de twee meisjes in de groep blijkt een voorbode van de ontknoping. Op soortgelijke wijze zullen de hoofdpersonen, eenmaal terug in Nederland, hun avonturen ongetwijfeld ook opnieuw beleven en steeds nieuwe ontdekkingen doen.

    Details:
    Co-auteur: van Cleeff

Vlag & Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen