Griffels 2014

Ga direct naar

Details:

De Griffeljury 2014 bestaat uit:

Aad Meinderts, voorzitter
Elly Bart
Menno Daamen
Patricia van Keulen
Marjon Kok



Uitreikingsrapport:

Juryrapport Griffeljury 2014:

In een recente column van Aaf Brandt Corstius in de Volkskrant lanceert zij de Grote Drie van de kinder- en jeugdliteratuur te land, ter zee en in de lucht: Roald Dahl, Astrid Lindgren en Annie M.G. Schmidt. De Griffeljury 2014 waagt het niet Brandt Corstius tegen te spreken en waardeert zelfs haar plagerige en uitdagende column, maar merkt op dat een Top-3 weinig zinvol is en geen recht doet aan de kwaliteit van de schrijvers die niet in die Top-3 voorkomen. Waarom zijn het overigens altijd maar drie namen? Dat is misschien wel de schuld van de Olympische Spelen, waar na de strijd op het erepodium slechts plaats is voor goud, zilver en brons. Maar literatuur is toch geen wedstrijd? Of moeten we de schuld geven aan de heilige drie-eenheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest? Maar literatuur is toch geen geloofskwestie? In de grote mensen literatuur viel – om maar iemand te noemen – Hella S. Haasse altijd buiten de boot als de Grote Drie ter sprake kwam. Ten onrechte natuurlijk en een typisch gevalletje van blikvernauwing.

In ABC’s Top-3 ontbreekt Guus Kuijer, om weer maar iemand te noemen. Laten we het niet meer over lijstjes hebben (nog even niet dan) en ons richten op de oogst aan kinderboeken in het jaar 2013. De jury las en besprak in totaal 128 boeken, zich soms verbazend over inzendingen waarvan de uitgever toch ook wel kan weten dat die kansloos zijn. Wat zou het een verademing zijn als de uitgevers met meer zelfkritiek de weg naar Goud, Zilver of Vlag en Wimpel zouden inslaan. In tegenstelling tot de categorie tot 6 jaar was in de categorie vanaf 9 jaar het aanbod overweldigend, ook in kwalitatief opzicht, met opvallend veel ‘verhalenvertellers’. Dat gegeven heeft er voor gezorgd dat een aantal prachtige boeken buiten de boot viel. Grootouders en kleinkinderen heeft de jury in nogal wat boeken van het afgelopen jaar zien rondlopen. Opvallend waren verder de sterke debuten.

De jury zou bijna gaan pleiten voor een aparte debuutprijs, of in ieder geval voor de mogelijkheid de aandacht op ‘eerste boeken’ te vestigen. Als een dergelijke prijs er komt, is er vast een betere naam te vinden dan ‘De Prijs voor het Halve Werk’, of ‘De Prijs voor de Eerste Keer’. Jammer dat er weinig poëzie uitgegeven wordt, een trend die al zolang aan de gang is dat je eerder van een ‘traditie’ dan van een trend kunt spreken. Ook een omvangrijk aanbod aan non- fictie boeken ontbreekt. Gideon Samson stelde in de vijftiende Annie M.G. Schmidtlezing, gehouden in het Kinderboekenmuseum, dat een kinderboek alleen goed is als het ook door volwassenen gewaardeerd wordt. De jury heeft met instemming kennis genomen van deze stelling en heeft de kinderen, net als vorig jaar, tijdens de beraadslagingen de gang opgestuurd. Een kinderboek is een kinderboek omdat er kinderboek op staat. Of dat boek door 100, 1.000, 10.000 of 100.000 kinderen met plezier is gelezen heeft voor de jury geen enkele rol gespeeld. Ondanks dat literatuur geen wedstrijd is, doet de jury uiteindelijk vrolijk mee aan het verstrekken van gouden, zilveren en bronzen plakken. En in religieuze vraagstukken mengt de jury zich in zoverre dat zij de door haar bekroonde boeken presenteert als het enige ware geloof, in het volle besef dat ketterij een zegen is en in het belang van een levendige kinderboekencultuur.



Gouden Griffel

  • Jan Paul Schutten - Het raadsel van alles wat leeft en de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel


    Rapport uitreiking Gouden Griffel:

    Eén van de mooiste illustraties uit het kinderboeken- aanbod van 2013 is – jawel – een verbeelding van de voedselketen. En die illustratie is te vinden in – jawel – een non-fictieboek voor kinderen over oerknalnatuurkunde en evolutiebiologie. Het raadsel van alles wat leeft is dan ook een buitengewoon non-fictieboek: allesbehalve een schoolse opsomming van feiten met functionele illustraties, maar een sprankelend boek. Die sprankeling is niet in het minst te danken aan Floor Rieder, de debuterende illustrator die hiermee op grootse wijze de wereld van de kinderboeken betreedt.

    De voedselketen zoals die uit de pen van Rieder vloeit is een volgepropt vak vol roofvogels, konijnen en paddenstoelen – werkelijk iedere vierkante centimeter werd benut, gevuld met takjes en blaadjes. Monnikenwerk, en niet alleen omdat je er urenlang compositorisch priegelwerk aan afziet, maar ook omdat Rieders tekeningen wel iets weghebben van de miniaturen uit middeleeuwse ‘verluchte’ folianten. Ook daarin werden illustraties gebruikt om een boek te versieren, te verluchtigen en te verrijken; maar ook om een wezenlijke aanvulling op de tekst te zijn.

    Rieder keert in feite dus terug naar de bakermat van de boekillustratie, maar doet dat wel in haar volstrekt eigen, eigentijdse stijl. Die kenmerkt zich door trefzekere zwarte pennenlijnen, een haast maniakaal oog voor detail en een totale benutting van het tweedimensionale vlak. Ze heeft een fijnzinnig talent voor realisme, een voorliefde voor stippeltjes en arceringen en andere patroontjes, het lef om tekst en tekening met elkaar te laten versmelten en een steeds weer verkwikkend gevoel voor humor. Tot in de kleinste details zijn er grapjes van Rieder te ontdekken.

    De lol spat ervan af – of ze zich nu de vrijheid en de ruimte geeft zwierige kwallen te tekenen, of juist, omdat de tekst erom vraagt, met beheersing een functionele illustratie maakt. In beide gevallen excelleert ze. Zelden was een tijdlijn vanaf de oerknal tot het heden zo geestig en toch verhelderend. Zelden werden de ontwikkeling van een embryo, de landkaart van de Galápagos-eilanden, het overzicht van de bodemlagen en de doorsnede van het menselijk lichaam met zoveel artistieke eigenheid, humor en ook nog informatiewaarde in beeld gebracht. Dankzij Rieders werk wordt de tekst nóg leuker, snap je de evolutietheorie nóg beter en voelt het eerder speels dan schools.

    De uitgave van Het raadsel van alles wat leeft is een schoolvoorbeeld van een kloppende samenwerking tussen schrijver, illustrator, uitgever, vormgever, drukker en binder – de som der delen is enorm veel groter dan de afzonderlijke elementen. Alleen al daarom nam de jury het boek als vanzelfsprekend mee bij iedere nieuwe selectieronde.

    Maar los van al het andere hebben Rieders illustraties een verbluffende combinatie van kwaliteiten. Ze zijn zwierig, grappig, vernieuwend én informatief – en dat alles tezamen tref je maar zeer zelden aan bij kinderboekenillustraties. Het raadsel van alles wat leeft is de meesterproef van Floor Rieder, een kunstwerk van een boek.

    De Gouden Griffel 2014 gaat naar een briljant boek, dat - ondanks het inhoudelijk zware thema - licht en lucht kent en dat tot nadenken en lachen verleidt. Niet snel zal opnieuw een boek verschijnen met zo’n grootse ambitie en meesterlijke uitwerking. De Griffeljury kent unaniem en met het grootste genoegen de Gouden Griffel 2014 toe aan Jan Paul Schutten voor Het raadsel van alles wat leeft en de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel



    Nominatierapport Jan Paul Schutten:

    De volledige titel geeft al aan dat het onderwerp van het boek, de evolutieleer van Charles Darwin, op een volstrekt unieke wijze wordt behandeld, met licht en lucht tussen de regels: Het raadsel van alles wat leeft en de stinksokken van Jos Grootjes uit Driel. Onder de indruk is de jury van de tekst van Jan Paul Schutten en eenzelfde enthousiasme brengt zij op voor de illustraties door Floor Rieder en de vormgeving door Tobias David. Illustrator en vormgever leverden een niet te onderschatten bijdrage aan de helderheid en toegankelijkheid van het boek. Een briljant boek in alle opzichten. Schutten heeft een zeldzaam kunststukje geleverd: niet snel zal opnieuw een non-fictie boek met deze grootse ambitie en bewonderenswaardige uitwerking verschijnen. De vele vragen die Schutten stelt, trekt de lezer het boek in. De inhoudsopgave alleen al is puur leesplezier dankzij die vragen, waarvan de jury er enkele noemt:

    • Wat is zieliger dan doodgaan? • Weet je nu alles? • Heb jij dezelfde voorouders als een oorwurm? • Waarom worden vrouwen mooier en mannen niet? • Wat gebeurt er als je een spons in een gehaktmolen stopt? • Stammen we af van de slijmbal? • Waarom heeft een haai nooit de hik en jij wel? • Kun je aan iemands hersenen zien of hij gelovig is?

    De theorie van de evolutieleer brengt Schutten helder en persoonlijk onder woorden, vaak vertrekkend vanuit een vraag. Voor kinderen moeilijke, abstracte begrippen als ‘tijd’ en ‘afstand’ maakt hij concreet. Het raadsel van alles wat leeft is wetenschappelijk verantwoord en biedt over het thema de meest actuele stand van zaken. Het is een prestatie van formaat dat Schutten op zo’n manier schrijft dat kinderen in de ban kunnen komen van het onderwerp. Daarbij helpt het dat Schutten zijn verhaal in op zichzelf staande stukken vertelt, wat gefragmenteerd lezen goed mogelijk maakt. Het register achterin het boek is daarbij een welkome gids. Het is niet overdreven te stellen dat ook in het onderwerp geïnteresseerde volwassenen het boek met plezier zullen lezen en er veel van zullen opsteken. Ruimte voor een ander geluid - dat van het creationisme – biedt Schutten ook. Hij stelt zich niet op als iemand die de wijsheid in pacht heeft: ‘Het is duidelijk dat ik niet geloof dat de aarde in zes dagen gemaakt is en dat het heelal maar een paar duizend jaar oud is. Toch vind ik het een gekke gedachte dat alles wat er om ons heen is, zomaar uit het niets is ontstaan. Is er dan toch een god? Ik weet het niet. Er zijn wetenschappers die veel intelligenter zijn dan ik en die in God geloven. Je kunt best in de evolutie en in God tegelijk geloven. Er zijn ook wetenschappers die veel intelligenter zijn dan ik en die niet in God geloven. Eén ding is zeker: ik ben te dom om een antwoord te geven op de vraag of er wel of niet een god bestaat. En eigenlijk denk ik dat dit voor iedereen geldt.’

    Vele raadsels worden door Jan Paul Schutten opgelost. Met ten minste één prangende vraag blijf je als lezer van het boek echter zitten: Wat is toch het geheim van deze schrijver die een ingewikkelde theorie een gelukkig huwelijk laat aangaan met een lichtvoetig, transparant verhaal? Het antwoord zal wel in Schuttens genen te vinden zijn.



    Details:
    Categorie informatief.


Zilveren Griffel

  • Jef Aerts - Groter dan een droom

    Rapport Jef Aerts:

    Als je dood bent, ben je niet weg.
    Je bent er geweest en hebt ertoe gedaan.
    Zus is dood en het naamloze jongetje in Groter dan een droom heeft haar nooit gekend.
    Toch is ze er.
    Haar foto hangt aan de muur en het verdriet is overal.
    ‘Het hing als behangpapier in alle kamers van ons huis.’
    Zus praat bovendien.
    Het jongetje kan haar horen.
    ‘Niemand roept zo stil als zus.
    Haar luidste gil is maar een zuchtje.
    De hardste kreet niet meer dan de ademhaling van een poes.’
    Zus wil ook iets.
    Ze wil fietsen met haar broertje, lol maken en marsepein proeven.
    'Vannacht neem ik je mee!'
    En hoewel ze nooit heeft leren fietsen kan ze het.
    Want als je dood bent heb je geen zijwieltjes nodig.

    Als je dood bent, ben je niet weg. Je bent er geweest en hebt ertoe gedaan. Zus is dood en het naamloze jongetje in Groter dan een droom heeft haar nooit gekend. Toch is ze er. Haar foto hangt aan de muur en het verdriet is overal. ‘Het hing als behangpapier in alle kamers van ons huis.’ Zus praat bovendien. Het jongetje kan haar horen. ‘Niemand roept zo stil als zus. Haar luidste gil is maar een zuchtje. De hardste kreet niet meer dan de ademhaling van een poes’. Zus wil ook iets. Ze wil fietsen met haar broertje, lol maken en marsepein proeven. ‘Vannacht neem ik je mee!’ En hoewel ze nooit heeft leren fietsen kan ze het. Want als je dood bent heb je geen zijwieltjes nodig.

    In Groter dan een droom vertelt Jef Aerts een buitengewoon gevoelig verhaal over vergankelijkheid.

    De dood, zegt moeder, is als dromen, maar dan groter. In de nachtelijke fietstocht leert het jongetje zus kennen. Een doodgewone fietstocht door zijn dromen, waarin hij een allesbehalve gewone ontmoeting met de dood heeft. Hier schept Jef Aerts een wereld waarin alles mogelijk is en waarin vragen die niet zijn gesteld, beantwoord worden.

    In de illustraties van Marit Törnqvist weerklinkt het sensitieve verhaal. Zij laat zien wat Aerts in zinnen als gedichten laat voelen. Hier is iets veranderd, hier heeft het verdriet een plek gekregen. Een prachtige plek aan een overvolle ontbijttafel, die op de eerste bladzijde nog leeg en treurig is. Er is zelfs een stoel bijgeschoven. Wat een ongelooflijk gelukkige samenwerking. Wat een troostrijk verhaal voor iedereen met èn zonder verdriet.



    Details:
    Categorie vanaf zes jaar.


  • Jef Aerts - Vissen smelten niet

    Rapport Jef Aerts:
    Het is -23. De koudste nacht van het jaar. Het meer is bevroren en daarmee is de ijsweg begaanbaar; de weg over het bevroren water van het dorp waar Matti woont naar de grote stad. In deze barre omstandigheden speelt Vissen smelten niet van Jef Aerts. Een wintervertelling die aandoet als een sprookje, waarin tijd en plaats er niet toe doen. Er is een dorpsfeest, maar Matti heeft andere zorgen. Zijn vader is depressief en al een jaar lang is er geen geld meer verdiend. Neef Jarno, die langzaam de plek van vader heeft ingenomen, stelt voor vaders Siamese kempvissen op het feest tegen elkaar te laten vechten. De weddenschappen brengen geld in de la. Matti wil vaders lievelingsvis redden en besluit Sirius naar de stad te brengen. Naar het aquarium van de universiteit waar hij vaak met zijn vader kwam en waar de liefde voor vissen is overgeslagen. Op zijn ijzige tocht komt Marius een meisje tegen. Drika wordt bijna blind en wil nog één keer een plek in het dorp zien, waar ze gelukkig was. Langzaam groeit een vriendschap.

    Een avontuur, een razend spannende race tegen de klok. Ware het niet dat hier meer aan de hand is. Want van meet af aan is bijna tastbaar dat wanneer Matti de kempvis Sirius weet te redden, hij misschien ook weer warmte brengt in het bevroren hart van zijn zieke vader. Aerts weet dat prachtig te vangen in de vergelijking: ‘Papa is een poolvis.’ (...) ‘Een poolvis die in het ijs is vastgevroren.’ (...) ‘Heeft een poolvis genoeg antivries in zijn bloed; zwemt hij bij dooi gewoon weer verder.’ Het zijn gedachten als deze, die zingen in het boek. In taal die even raak als origineel is, schept Jef Aerts een bijzondere sfeer. Nostalgisch, surrealistisch en tijdloos. De ijsvlakte onderstreept hoe eenzaam de jonge hoofdpersoon zich aanvankelijk voelt, en contrasteert fraai met de warme vriendschap die tussen het bijna blinde meisje en Matti groeit. Ze helpen elkaar en daarmee ook zichzelf. Het is de kracht van vriendschap, die maakt dat de twee jonge mensen ook de kracht van hun band met hun eigen familie weer kunnen voelen. Beiden komen sterker uit het verhaal. Vissen smelten niet is een jeugdroman die alle ambities waarmaakt. Het is nog maar zijn derde, maar met Jef Aerts heeft de jeugdliteratuur er een grote naam bij.



    Details:
    Categorie vanaf negen jaar.


  • Hans Hagen - Ik zoek een woord

    Rapport Hans Hagen:
    Er wordt gebabbeld, gebrabbeld, gepreveld, ge- ahoedojat, verzonnen, verbeterd, gevraagd, gevloekt, gestruikeld, ge-adacadabra’t, getoverd, gehakkeld, gehanepikkelulliet, gewist, gerijmd, getjilpt etc. Er zijn woorden van gewicht, magere gedichten, lieve woorden, nieuwe woorden, woorden om je achter te verschuilen, er is wartaal, klanktaal, beeldtaal. In Ik zoek een woord viert de taal feest en zijn de woorden te gast. Gedichten komen tot leven en verscheuren de dichter om hem haastig weg te gooien, woorden worden muren, taal een dak en een gedicht een huis waarin je dromen kunt. In de bundel die Hans en Monique Hagen samenstelden, is de taal aan het woord en wordt duidelijk: ‘Een dichter is een vreemd persoon. Maar verder is hij heel gewoon.’ Vier jaar lang spitte het schrijver-dichtersduo 1400 boeken door om 167 gedichten van 109 dichters te vinden. Soms gebruiken zij het woord om de liefde te verklaren, soms als een daad van verzet. Maar zonder uitzondering wordt er in ieder gedicht een spel met taal gespeeld. Heerlijk dat Hans en Monique Hagen de moeite namen, alleen dat is al prijzenswaardig. Zij kozen met talent, smaak, enthousiasme en doldwaze inspanning gedichten van allerlei pluimage. Het thema is niet zo nauw genomen dat verrassingen uitbleven. Het cirkelt ruim rond taal waardoor de lezer soms ziet: oh ja, ook dit is taal.

    En prachtig, dat de bundel weliswaar bedoeld is voor iedereen die kind en ouder is, maar dat zij niet door de knieën zijn gegaan. Van Maria Vasalis tot Tjitske Jansen via Hans Warren naar Erik van Os en Martinus Nijhoff weer terug naar Edward van de Vendel en Sjoerd Kuyper. Het is een interessante, bonte, gedegen verzameling geworden van letters van betekenis. Hier en daar wordt gerelativeerd. Hoe moeilijk is dichten nu helemaal? Men neme een wit vel papier en hup: ‘Nog geen minuut / is voorbij / En kijk het is nu al af’. En moet een gedicht rijmen? Herman Finkers vindt dat wel mooi: ‘Ik hou van jou / ik blijf je trouw / origineel is het niet / maar het rijmt als een tiet’. Gelukkig is hij geen dichter geworden. Het belang van taal wordt ook onderstreept. Soms letterlijk, soms alleen voor de dichter zelf: ‘in taal ben ik het meest mijzelf / het instrument waardoor ik ademhaal’. En af en toe wordt het gevaarlijk: ‘Ik heb hem vermoord / met mijn lievelingspen / in drie woorden was hij dood’. Teveel om op te noemen, een bundel om in te blijven bladeren. Hoera dat Hans en Monique Hagen hun verzameling met ons wilden delen. Geweldig dat dit boek voorhanden is. Dit kan een leven lang mee. (Een aanbeveling voor de herdruk die er zeker komt: een register op titels en dichters wordt node gemist).



    Details:
    Secundaire auteur: Monique Hagen.

    Categorie poëzie.


  • Stian Hole - Garmanns straat

    Rapport Stian Hole:
    De straat waarin Garmann woont, is een gewone straat. Met een jongen, Roy uit groep 6, de buurtbully, en de tweelingzusjes, die idolaat zijn van Roy: ‘Iedere keer als Roy zonder handen langs fietst, beginnen de tweelingzusjes te blozen en vallen ze van het hek.’ Roy dwingt Garmann min of meer het droge gras in de voortuin van een oude, wat zonderlinge man (de Postzegelman, een voormalige postbode) in brand te steken. Het vuur wordt geblust en de Postzegelman heeft gezien hoe het vuur ontstond, maar hij verraadt Garmann niet.

    Er ontstaat een vriendschap tussen de Postzegelman en Garmann. Beiden zijn geobsedeerd door getallen. En de Postzegelman bezorgt Garmann bloemen die nog ontbreken in zijn herbarium. ‘”Een groepje onderzoekers heeft uitgevonden dat je in de loop van 30.000 dagen die je mag hopen te leven, ongeveer 200.000 mensen zult ontmoeten,” vertelt de Postzegelman op een dag als ze aan de keukentafel zitten.’ Heel subtiel kondigt Stian Hole hiermee de dood van de oude Postzegelman aan, zonder dat diens overlijden overigens genoemd wordt. Dit gegeven draagt bij aan de melancholische sfeer die de ietwat eenzame Garmann omringt.

    Het verhaal waarin geen sprake is van een plot, kenmerkt zich door een poëtische stijl en is geschreven met grote aandacht voor het detail, zoals in de passage over het herbarium: ‘Hij droogt de bloemen in het laatste deel van de encyclopedie, tussen zevendelig, zodanig en zwaargewicht.’ Realistische illustraties waarin gebruik gemaakt wordt van fotografie, versterken het verhaal. Grappig detail is dat de bladblazer die de bladeren op een grote hoop blaast het gezicht van Elvis Presley heeft, hoewel je niet kunt beweren dat Garmann ‘in the getto’ woont, ondanks bully Roy. Ook al ontbreekt een plot in de klassieke betekenis van het woord: Garmanns straat is aan het eind van het boek een totaal andere dan aan het begin. ‘Roy uit groep 6 duikt in elkaar en fietst snel langs het huis van de Postzegelman. Roy houdt zijn stuur weer vast en de tweelingzusjes vallen niet meer van het hek als hij voorbij komt.’



    Details:
    Categorie vanaf zes jaar.


  • Jean Reidy - Wij samen op stap

    Rapport Jean Reidy:

    Een dag in de stad. Wat valt er te zien en wat kom je tegen?
    'Fijn ontbijten/ lekkerbek / krantenjongen / ei met spek/
    'Haast je langzaam / zomerzon / wat een drukte / bij het station'
    Of: 'De stoep is nat / de kraan is stuk / de straat is vol / met ongeluk'

    Het zijn niet zomaar woorden bij zeker niet zomaar plaatjes. Wij samen op stap is een geheel en meer dan dat. Een verhaal, een avontuur dat blinkt van eenvoud, waarin de woorden uitnodigen tot onderzoek en de beelden de rest vertellen. Hoe Jean Reidy en Leo Timmers van zoiets eenvoudigs zoiets moois kunnen maken. En hoe Bart Moeyaert niet vertaalt, maar hertaalt. Alles hangt hier met alles samen. Een poëtisch gedicht waaruit gevoel spreekt, zonder dat het wordt opgedrongen.

    Prachtige beelden die hier en daar naar de schilderijen van Edward Hopper zouden kunnen verwijzen. Zowel binnen de weinige woorden als in de rijke beelden wordt veel verteld. Tot de laatste bladzijde aan toe. Want dan rijst de vraag of hier de werkelijkheid of de verbeelding heeft gesproken. Genoeg om maar meteen weer opnieuw te beginnen. Een verhaal als een perpetuum mobile.

    Details:
    Categorie tot zes jaar.


  • Gil Van der Heyden - Kleine stemmen

    Rapport Gil Van der Heyden:
    Deze bundel met 33 gedichten ontleent zijn titel Kleine stemmen aan het gelijknamige gedicht. Elk gedicht is op zichzelf een kleine stem, die een eigen sfeer oproept. Tezamen vormen de gedichten een meerstemmig, melancholisch lied. Soms een liefdeslied, dan een lied van eenzaamheid en angst. Kleine stemmen is de zevende bundel van Gil vander Heyden, die dit jaar 76 is geworden, maar wier poëzie nog altijd fris is als een lentemorgen. De bundel bestaat uit vier afdelingen. In de tweede afdeling, Een lapje lucht, zijn gedichten over liefde bijeengebracht. In één daarvan, een recept voor een liefdesgedicht, wordt aanbevolen een lapje lucht te knippen, waarin de jury overigens een toevallige parallel ziet met het gat in de wolk van zorg en treur in het boek van Harm de Jonge.

    Bak een liefdesgedicht
    Dief van je lief een vleugje adem.
    Rol het in een lied van een merel.
    Knip een lapje lucht.
    Kruid het met je mooiste woorden.
    Bak alles onder een warme zon.

    Een poes is in deze bundel 'een streelzacht donsje vol geheimen' en als vader in alle vroegte van huis vertrekt, zwaaien zijn kinderen hem 'restjes warmte na'. Het wordt avond. 'De dag gaat door de knieën' staat er dan. Opa laat met zijn handschrift letters dansen en als oma trillend thee inschenkt 'doen de kopjes/de theekopjesdans.' Fijnzinnige regels in intimistische gedichten. Dreigend is de poëzie van Vander Heyden soms ook; niet zelden wordt angst gekoppeld aan een leeg huis, of nachtelijke duisternis:

    'Over de buik van het bos draaft op vier poten een dier. We zien het niet.'

    'Kleine stemmen, grootse gedichten' zo laat het oordeel over deze bundel zich nog het best samenvatten.

    Details:
    Categorie poëzie.


  • Bette Westera - Held op sokken

    Rapport Bette Westera:
    In gepaard rijmende, vrolijk huppelende versregels vertelt Bette Westera het verhaal van Roderick van Hulst tot Aerdenhout. Een geestig heldendicht met zorgeloze anachronismen. De geitenwollen sokken dragende Roderick is aanvankelijk het Lulletje Rozenwater, dat zijn tijd besteedt aan bloed van dode draken opdweilen, harnassen poetsen, paarden beslaan en aardappels schillen. Roderick is de ridder zonder baard, die schril afsteekt tegen de koene en snoevende ridders om hem heen – de één nog dapperder dan de ander – die allen mannen met baarden zijn. Stuk voor stuk drakenjagers, elk bestemd voor een imposant standbeeld en een ereplaats in de Kronieken. Toch is het juist de baardloze Roderick die met de eer gaat strijken. Ridder Roderick is namelijk ook een keukenprins, die van drakenvlees de heerlijkste gehaktballen draait:

    ‘De jonkvrouw nam een slokje wijn en zei:
    “Toch is het gek. Jij hebt de draak ontdekt, nietwaar, en uit zijn hol gedreven.
    En jij hebt hem gevangen, met gevaar voor eigen leven.
    Jij hebt hem hiernaartoe gesleept en jij hebt hem bewaakt, maar wie heeft er nu eigenlijk gehakt van hem gemaakt?” ’

    De schone jonkvrouw kiest Roderick als haar bruidegom: ‘Dat was het eind van het diner en van de middeleeuwen: De baarden raakten uit. Ze waren zelfs een tijd verboden. Maar geitenwollen sokken bleven eeuwen in de mode.’

    Held op sokken is een humoristisch verhaal over de zegevierende anti-held, waarin de taal zingt dankzij rijm en ritme. Het boek is even geestig als schitterend geïllustreerd door meester-illustrator Thé Tjong-Khing. En wat is het een feest om dit boek voor te lezen! Je neemt als voorlezer vanzelf de dubbelrol aan van minstreel en hofnar.



    Details:
    Categorie tot zes jaar.


  • Emiel de Wild - Broergeheim

    Rapport Emiel de Wild:
    Van de ene op de andere dag is Stefan verdwenen, zonder dat de ouders een verklaring geven. Hij wordt doodgezwegen. Tot onbegrip, woede en verdriet van zijn jongere broer Joeri, die de moeilijk handelbare Stefan vaak op het juiste spoor hield. Hij is zoveel wijzer dan zijn oudere broer, die hij niettemin bewondert. Het verhaal van Broergeheim ontrolt zich in de brieven die Joeri aan zijn verdwenen broer Stefan schrijft. Die brieven bereiken laatstgenoemde niet. Zijn ouders houden die achter, omdat zij Stefan uit hun leven en vooral uit dat van Joeri willen bannen. Maar ook als Joeri weet dat zijn brieven niet verstuurd kunnen worden, blijft hij zijn broer schrijven. De brieven nemen dan het karakter aan van een dagboek. Stefan heeft een steen van een viaduct gegooid met de dood van het anderhalfjarig jongetje Jelle tot gevolg. Als Joeri daar achterkomt, neemt hij een besluit: ‘Ik kan je broer niet meer zijn, Stefan. Ik… Nee ik wil het niet meer. Ik kan niet meer. Ik kan je broer niet meer zijn.’ Het gezin wordt met psychologisch inlevingsvermogen neergezet, mede door de goedgekozen dialogen. De manisch-depressieve moeder, de onmachtige, vluchtgedrag vertonende vader, de onaangepaste Stefan en de radeloze Joeri. De samenzweerderige gesprekken tussen vader en Joeri, die soms in ruzie eindigen, behoren tot de schrijnendste en sterkste van het boek.

    Het wat vreemde en mysterieuze meisje Lonneke dat in Joeri’s leven komt, blijkt een broer te hebben die gestorven is – ook haar gezin is ontwricht. De levens van Joeri en Lonneke, die om elkaar heen draaien, spiegelen zich in elkaar, wat het gemis van de afwezige maar daardoor alom aanwezige broer extra reliëf geeft. Ook een ander spiegelmotief maakt indruk en geeft de subtiliteit aan waarmee De Wild zijn boek geschreven heeft. De steen die vanaf het viaduct gegooid werd scheidt de broers, terwijl het groene steentje dat Joeri uiteindelijk aan een kettinkje om zijn hals draagt de uitdrukking is van hun verbondenheid. De ontmoeting met Lonneke maakt het verhaal rijk aan allerlei nevenintriges die het boek extra betekenisvol maken. Joeri bezorgt uiteindelijk zijn nooit verstuurde brieven aan zijn broer, zodat Stefan kennis kan nemen van Joeri’s kijk op de fatale geschiedenis en zijn broer een blik gunt in zijn woelige gemoed. Broergeheim is ook in stilistisch opzicht geslaagd. De ‘andere stemmen’ dragen daaraan bij: De geciteerde brief van moeder en de brief van Stefan. Het boek kent fraaie formuleringen. Als Lonneke een broertje krijgt die een andere vader heeft dan zijzelf, zegt ze: ‘Ze noemen hem een halfbroertje, dus nu hou ik gewoon twee keer zoveel van hem.’ Broergeheim is een spannend, aangrijpend en goed gecomponeerd en stilistisch sterk boek, dat des te meer bewondering afdwingt omdat Emiel de Wild hiermee zijn eerste stap zet in de wereld van het kinderboek.



    Details:
    Categorie vanaf negen jaar.


Vlag & Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen