Griffels 2019

Ga direct naar

Details:

Op woensdag 19 juni zijn de Zilveren Griffels en Vlag en wimpels 2019 uitgereikt. De winnaar van de Gouden Griffel werd op 1 oktober, aan de vooravond van de Kinderboekenweek, tijdens het Kinderboekenbal bekendgemaakt.

De Griffeljury 2019 bestond uit: Daniel Albering, Jörgen Apperloo, André Kuijpers, Marjolein Meijvis, Eline Rottier, Cathy Spierenburg (voorzitter) en Anouk van der Zee.

Rapport:

Alsof ze onze gedachten kon lezen, sprak Marjolijn Hof tijdens de Annie M.G. Schmidtlezing 2019 ‘Een noodzakelijk kwaad?’ haar zorgen uit over de hokjes waar jeugdliteratuur in wordt geplaatst: ‘Zodra je iets categoriseert, zeg je niet alleen wat het wel is, maar onbedoeld ook wat het niet is.’ Over de Griffeljury vroeg zij zich onder meer af of zij tot andere bekroningen zou komen als ze de Zilveren Griffels ongecategoriseerd zou mogen verdelen.

Het is een terechte zorg en een interessante vraag.

Het is een privilege om zo’n heel jaar aan boeken te mogen lezen, om te verdwalen in al die originele en bijzondere verhalen en om daar je voorkeur over uit te mogen spreken. Toch slaat de euforie van zo’n bevoorrechte positie uiteindelijk altijd om in bedenkingen en zorgen als de deadline nadert en je je realiseert hoe lastig het is om een hiërarchie aan te brengen in datzelfde aanbod.

De beperking die de categorisering met zich meebrengt, was tijdens het juryberaad regelmatig onderwerp van discussie. Sommige boeken zijn niet in één leeftijdscategorie te vangen, laat staan in een genre. Er zijn verhalen die al vroeg voorgelezen kunnen worden en die tot op de middelbare school of ver daarna verrijkend zijn. Er zijn ook boeken waarbij het genre alleen eigenlijk niet volstaat, omdat zij juist doordat ze voor kinderen van een bepaalde leeftijd zijn geschreven zo waardevol zijn.

Soms bleek de puzzel binnen de voorgeschreven hokjes niet te leggen, want wat doe je als een boek unieke perspectieven biedt op het gebied van vormgeving, verhaal, techniek en ook nog eens - op het ‘tot 6 jaar’-hokje na - voor alle leeftijden geschikt is? Dan vervagen de grenzen en ontvangt een boek de Boekensleutel. De bekroonde titel wordt 1 oktober bekendgemaakt.

Een andere actualiteit die aan de tafel van de Griffeljury niet onbesproken bleef, is de behoefte aan meer aandacht voor leesplezier. Hoewel het plezier dat de juryleden zelf ervoeren bij het lezen van de boeken natuurlijk een rol speelde bij de beoordeling bleek leesplezier an sich zelden hanteerbaar als criterium. Welke boeken aan wie leesplezier zullen geven is persoonlijk en op voorhand simpelweg niet te voorspellen.

De boeken die de Griffeljury bekroonde, bevatten verhalen waarin verdieping, inleving, inventiviteit en eigenzinnigheid zegevieren. Zo’n boek kan vele gedaantes aannemen. De lijst van bekroningen biedt een variatie aan verhaalvormen, schrijfstijlen, personages, situaties en thematieken. Het zijn boeken die lezers kunnen ontroeren, informeren en verrassen. Die hun voor altijd bij kunnen blijven.

Dit jaar werd de leeslijst verruimd met boeken voor kinderen van 12 tot 15 jaar. Het is een leeftijdscategorie die regelmatig wordt gekoppeld aan het fenomeen van ontlezing. Prachtige verhalen lieten zien dat er aan literaire kwaliteit en nieuwe aanwas voor kinderen in deze levensperiode geen gebrek is. Dat de jury schrijvers mocht bekronen die niet alleen een literaire, maar ook een - wellicht ongewilde - maatschappelijke taak hebben tegen de ontlezing, gaf het beoordelen en de discussie over de boeken een extra stimulans.

Dan rest tot slot de vraag uit de lezing van Marjolijn Hof.

Misschien had deze lijst boeken er anders uitgezien als de boeken niet in categorieën verdeeld hoefden te worden. Hoe? Dat is niet te zeggen. Voor de Griffeljury is het doel van de discussie steeds geweest om mooie boeken te bekronen. Een boek is geen categorie. Die plakt een lezer erop. Deze lijst met Zilveren Griffels en Vlag en Wimpels moet dan ook niet gezien worden als een lijst die boeken begrenst, niet als een lijst die muren optrekt en zeker niet als een lijst die vertelt wat een boek niet kan zijn. Dit zijn gewoonweg de mooiste kinderboeken van het afgelopen jaar die wij iedere lezer van harte aanbevelen.

De Griffeljury 2019


Gouden Griffel

  • Gideon Samson - Zeb.

    ‘We hebben een nieuwe bij ons in de klas. Een zebra. Ze heet Ariane en ze is er nu een week.’ Het is natuurlijk absurd dat de nieuwe een zebra is, maar voor Gideon Samson begint het avontuur en het spel met de werkelijkheid dan pas goed. Het kan nog veel gekker.
    In elk verhaal komt een andere leerling uit de klas van juf Cato aan het woord. Het huilen wordt afgeschaft, twee plus twee is vijf en de juf besluit te trouwen op 30 februari. Steeds is de afwijking van de realiteit voer voor een hyperorigineel, oergeestig verhaal. ‘Er is altijd wat met papa. Alleen maar omdat híj misschien wel allergisch is, mag ík geen leeuw voor m’n verjaardag. Dat vind ik dus Niet Eerlijk.’
    De elf strak geschreven hoofdstukken lopen moeiteloos in elkaar over en vallen in een machtig raamwerk wonderwel ineen. Hoe bizar het ook wordt, Samson slaagt erin om zonder verklaring, oordeel, of nodeloze uitleg te vertellen. Hij beschrijft slechts de gekte, en die werkt verslavend.
    De jury kent aan Zeb. dan ook zonder enige twijfel en met veel genoegen de Gouden Griffel 2019 toe.

Zilveren Griffel

  • Jef Aerts - De blauwe vleugels

    Rapport Jef Aerts:
    De blauwe vleugels vertelt het liefdevolle verhaal van twee broers. Jadran is de oudste. Hij gelooft niet in morgen, voor hem is alles nú. Hij heeft geen rem. De adembrug die de broers iedere avond maken is een prachtig gevonden metafoor voor hun band. Josh geeft het tempo aan, Jadran doet hem na. ‘In en uit. Borst en buik.’ Zonder de brug kan Jadran niet slapen.
    Als de broers de kraanvogel die ze verzorgen leren vliegen, moet Josh het voordoen. ‘Als je iets echt graag wil, dan kan je alles’, roept Jadran en dan duwt hij zijn broertje in een opwelling van tien meter naar beneden. Daarna mag Jadran niet meer thuis blijven wonen. ‘Jij bent Jadrans beschermengel’, heeft hun moeder eens tegen Josh gezegd. Dus als Jadran hem vraagt om te vluchten, gaat hij met hem mee. De kraanvogels achterna.
    In hun reis naar het zuiden legt Jef Aerts met een ontwapenende literaire kracht bloot hoezeer de broers elkaar nodig hebben. De intense, beschermende broederliefde - ‘Wij zullen altijd, hè kleintje!’ - vormt de kracht van deze ontroerende roadtrip die Aerts lardeert met krachtige dialogen en sfeervolle beschrijvingen.

  • Mac Barnett - De wolf, de eend & de muis

    Rapport Mac Barnett:
    De wolf, de eend en de muis opent ongewoon ontregelend:
    ‘Op een dag, het was nog vroeg, kwam een muis een wolf tegen, en die vrat hem vrolijk op.’ Op deze ijzersterke toon gaat Mac Barnett verder als de klaagzang van de muis om wat hem is overkomen met een ferme ‘kop dicht!’ wordt gesmoord. De kreet is afkomstig van een eend die eerder door de wolf werd verorberd en prima woont in diens buik: ‘Ik mag dan misschien opgeslokt zijn, maar dat betekent nog niet dat ik me laat opeten.’ Barnett laat zien hoe absurdistisch, gelaagd en reflectief een prentenboek kan zijn. Want, hoe erg is het eigenlijk als datgene gebeurt wat je het meest vreest? Was de angst vooraf niet veel beklemmender? De eend en de muis leven gelukkiger nu ze niet meer bang hoeven te zijn dat ze door een wolf kunnen worden opgeslokt. Op die vrijheid moet gedanst worden en die zullen ze met alles wat zij hebben verdedigen.
    In het bizarre universum dat Barnett samen met illustrator Jon Klassen creëerde, is het bijzonder goed toeven.

  • Arend van Dam - De reis van Syntax Bosselman

    Rapport Arend van Dam:
    In het historische jeugdboek De reis van Syntax Bosselman verkent Arend van Dam ons slavernijverleden. De opzet is ambitieus met drie door elkaar lopende verhaallijnen die los van elkaar te lezen zijn, maar elkaar bovenal indrukwekkend aanvullen.
    Allereerst is er het persoonlijke verhaal van Syntax Bosselman, die in 1883 samen met zevenentwintig landgenoten vanuit Suriname naar Nederland werd verscheept voor de Wereldtentoonstelling. Zijn ervaring legt de lelijkheid en absurditeit van de slavernij pijnlijk bloot. Zijn observaties worden afgewisseld met momenten uit de geschiedenis die context bieden én met het intelligente verslag van het schrijfproces zelf.
    Dit boek maakt duidelijk dat geschiedenis nooit een eenvoudig verhaal is van eenlingen. Het beeld van vroeger hangt af van interpretaties en verandert met de tijd. Van Dam geeft daar letterlijk gestalte aan door elke nieuwe druk met verkregen inzichten te versterken. Hij scheef een geschiedenisboek dat tevens een boek over geschiedenisboeken is. Dit deel van ons koloniale verleden had op geen betere manier verpakt kunnen worden.

  • Maria van Donkelaar - Zo kreeg Midas ezelsoren

    Rapport Maria van Donkelaar:
    Drieëntwintig mythen uit de Metamorfosen van de Romeinse dichter Ovidius op rijm brengen voor kinderen... Maria van Donkelaar durfde het aan en het resultaat is verbluffend. Met ogenschijnlijk simpel rijm en een beperkt aantal woorden weet Van Donkelaar als een moderne Ovidius eeuwenoude vertellingen in een nieuw, perfect passend jasje te stoppen. Haar virtuoze vertellingen laten zich prachtig voordragen. Zij koesteren de klassieke verhalen, maar maken in mooie én vlotte taal verbinding met het heden: ‘Of door twijfel, / of uit liefde, / draait de zanger / zich tóch nog om. / Hades’ raad / is hij vergeten / en dat was / een beetje dom.’
    Deze passage uit Orpheus en Eurydice is slechts een voorbeeld van hoe het eraan toegaat in Zo kreeg Midas ezelsoren. In de korte verzen krijgen Romeinse goden, helden en nimfen hun plek. Dit boek zal vuurtjes voor de klassieke oudheid in de harten van kinderen ontsteken.

  • Bibi Dumon Tak - Laat een boodschap achter in het zand

    Rapport Bibi Dumon Tak:
    Dat er iets bijzonders kan gebeuren als je dierenportretten verdicht in een originele, poëtische tekst bewijst Bibi Dumon Tak met Laat een boodschap achter in het zand.
    In tweeëntwintig nonfictiegedichten vertelt zij over evenhoevigen; dieren met twee of vier tenen. Steeds belicht zij een eigenschap die zó uitzonderlijk is dat we die vaak juist nog niet kenden. Neem de giraf. Niet de lange nek of de prachtige ogen of de bijzondere vlekken, maar haar machtige hart wordt krachtig en in ritmische zinnen uitgelicht.
    Even verrassend is het rijke scala aan vormen waarin ze de gedichten giet. Een contactadvertentie van de bijna uitgestorven wilde kameel, een in memoriam voor de uitgestorven Pyreneese steenbok Celia. Een live sportuitzending van Serengeti-tv. Een klacht van de okapi. Er komt zelfs stiekem toch een onevenhoevige - de tapir - aan het woord, maar alleen omdat die een spreekbeurt houdt over evenhoevigen. Wat meteen laat zien dat deze bundel ook nog eens ongelooflijk grappig is.

  • Oliver Jeffers - Die eland is van mij

    Rapport Oliver Jeffers:
    Wilfred heeft een eland. Of beter: Wilfred gedraagt zich alsóf hij een eland heeft. Hij noemt hem Marcel en legt hem uit aan welke regels hij zich moet houden om een goed huisdier te zijn. Op sommige momenten slaagt Marcel daar voorbeeldig in, maar vaak lijkt het alsof hij helemaal niet luistert. Zo trekt de eland zich nooit iets aan van ‘regel 7: die kant oplopen waar Wilfred naartoe wil.’ en is hij ook niet goed in ‘regel 7, paragraaf b: niet te ver van huis gaan.’
    Innemend stoïcijns plooit Wilfred de afspraken zo dat hij kan volhouden dat Marcel van hem is. Dat wordt echter een probleem als er een oud dametje verschijnt dat verkondigt dat de eland van haar is. Die eland is van mij verkent subtiel en vol humor de complexiteit van eigendom, regels en vriendschap. Ondersteund door een machtige illustratie wil Wilfred tegen het einde van het verhaal wel toegeven dat Marcel eigenlijk nooit echt van hem is geweest. Dat zou een mooie, maar ook een tikkeltje zoetsappige conclusie zijn geweest. Jeffers laat het verhaal daar dan ook niet eindigen. De hartveroverende eigenzinnigheid van Marcel dwingt Wilfred om de ultieme regel te bedenken en die luidt dat de eland zich aan alle regels zal houden… als hij daar zin in heeft.

  • Bart Moeyaert - Tegenwoordig heet iedereen Sorry

    Rapport Bart Moeyaert:
    Tegenwoordig heet iedereen Sorry gaat over Bianca. Het hart van haar broertje Allan is maar half. Daardoor is het hart van hun moeder twee keer zo groot. Maar Bianca heeft geen idee of er daarin nog plaats is voor haar. De vloer kraakt onder haar voeten. Regelmatig zakt ze er liever doorheen. Knipt ze zichzelf weg. Verpakt in één dag maakt Bart Moeyaert voelbaar wat het omslag zo beeldschoon laat zien: Bianca is woedend, maar ook zo kwetsbaar. ‘Soms is de prop in mijn keel klein. Soms is hij er niet. Heel soms is hij reusachtig. Nu is hij reusachtig.’
    Op die ene dag komt Billie King, een actrice uit Bianca’s lievelingsserie, langs.
    Kunstig ontrafelt haar entree het toneelspel dat in het gezin van Bianca gespeeld wordt. Haar aanwezigheid is ook hoopvol. Bianca durft door te vragen als Billie opmerkt dat ze een merkwaardig meisje is. Het blijkt een compliment: ‘merkwaardig betekent: de moeite waard. De moeite waard betekent: belangrijk.’
    Achter de personages en verfijnde zinnen van Moeyaert schuilen weidse werelden. Zij maken Tegenwoordig heet iedereen Sorry zeldzaam intrigerend.

  • Susin Nielsen - Het ongemakkelijke dagboek van Henry K. Larsen

    Rapport Susin Nielsen:
    Aan het zorgeloze leven van Henry komt abrupt een einde. Zijn broer werd afschuwelijk gepest en heeft zijn grootste belager op school doodgeschoten. Daarna heeft hij zichzelf van het leven beroofd. Op aanraden van zijn therapeut begint Henry een dagboek waarin hij met ontwapenende eerlijkheid vertelt hoe hij en zijn gezin met dit drama leren leven: ‘hoeveel of hoe weinig DNA Jesse en ik ook deelden, als mensen erachter komen dat je familie bent van iemand die een moord/zelfmoord heeft gepleegd, behandelen ze je nooit meer hetzelfde als daarvoor.’
    Susin Nielsen portretteert Henry als de klassieke underdog. Zijn tikkeltje nerderige houding, breekbaarheid, intelligentie en humor maken hem hartveroverend sympathiek.
    De dagboekvorm werkt meeslepend. De teksten zijn zo intiem dat de lezer meebeleeft hoe verdriet, afschuw, schaamte, liefde én begrip een plek krijgen.
    Ondanks het zware thema wordt het nooit té somber. Door de lichte verteltoon, de warme, excentrieke personages die Henry omringen en de triviale weetjes waar hij zo dol op is, is het boek ook grappig en hoopvol.

  • Jan Paul Schutten - Het mysterie van niks en oneindig veel snot

    Rapport Jan Paul Schutten:
    Jan Paul Schutten legt in zijn ‘even vooraf’ uit waarom dit boek juist bij uitstek geschikt is om niet in de fik te steken en laat daarmee meteen zien waarom hij nooit mag ophouden met het vertellen van verhalen. Hoe groots en ingewikkeld de raadsels ook worden, zijn creatieve associaties en ludieke gedachtesprongen houdt hij het hele boek vast.
    Dit laatste deel van de trilogie van Schutten en Floor Rieder gaat over de oorsprong van het heelal. Schutten dompelde zichzelf onder in de wereld van natuur- en sterrenkunde en neemt de lezer mee op zijn gedachtetijdreizen. Absurde experimenten, bizarre ontdekkingen, geniale gekken, filosofen en gelovigen worden ontleed, uiteengezet en voorzien van luchtig commentaar. Het resultaat is ongeëvenaard.
    Schutten leert de lezer zo te kijken dat die zelf de juiste vragen gaat stellen én durft te blijven twijfelen. Hij noemt één van de experimenten in het boek compleetbizarmesjokkegeschift. Dat is dit werk ook: compleetbizarmesjokkegeschift knap!

  • Edward van de Vendel - Vosje

    Rapport Edward van de Vendel:
    Als je over Vosje vertelt kun je niet om de wonderschone illustraties van Marije Tolman heen. Al op het omslag trekt een gelukkig vosje in fluorescerend oranje de aandacht. Op de eerste vijf tekstloze spreads vormt het duinlandschap in rustgevend groenblauw de achtergrond waartegen Tolman dat vosje en de dieren die hij ontdekt laat leven. Dan pas komen de woorden van Edward van de Vendel:
    ‘Vosje holt achter twee vlinders aan, want ze zijn paars.’
    Zo simpel en beeldschoon zijn soms de observaties in dit boek. Lyrisch en nauwkeurig weeft Van de Vendel zijn zinnen de tekeningen in. Met de komst van de tekst krijgt het verhaal een draai.
    ‘Opeens is er geen grond meer onder Vosjes pootjes,
    maar:
    lucht!’
    Vosje valt. Als hij neerkomt is er een KLAP. En dan begint een droom.
    Door de poëtische wijze van schrijven, daal je met Vosje mee, zink je met hem de droom in. Zoals het een droom is die het vosje niet eerder had, zo is dit een boek dat je niet eerder las. Het aloude gegeven ‘het was maar een droom’ wordt hier nieuw leven ingeblazen. Het is om te zuchten zo mooi.

  • Dolf Verroen - Droomopa

    Rapport Dolf Verroen:
    Als Thomas bij zijn opa en oma logeert overlijdt opa.
    Dolf Verroen is een schrijver die geen knieval maakt voor kinderen. Ook niet als het om moeilijke onderwerpen gaat. En daarmee bewijst hij hun een enorme dienst. Want als je zo’n fijne opa hebt als Thomas dan is het afschuwelijk verdrietig als hij overlijdt. Waarom zou je dat verzachten?
    In Droomopa wisselt Verroen het heden af met herinneringen die Thomas heeft aan zijn gesprekken met opa waarin hij zijn kleinzoon vertelt over zijn wonderlijke dromen. Hij schenkt Thomas onopgemerkt - want verpakt in kleine humoristische verhaaltjes - alles wat hij hem wil meegeven in het leven. De wisseling van perspectief wordt door het verschil in kleurgebruik en stijl krachtig ondersteund door illustraties van Charlotte Dematons.
    Verroen maakt de dood een werkelijke, nabije, zichtbare ervaring. Hij laat zien wat kinderen willen weten. De warmte bewaart hij voor de diepere lagen.
    Droomopa erkent verdriet, troost oprecht en heeft een beeldschoon, hoopvol einde.

Vlag & Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen