J.C. Bloem-poëzieprijs 2009

Winnaar

  • Maria Barnas - Er staat een stad op

    De J.C.Bloemprijs wil die bundel bekronen die bewezen heeft dat de dichter in kwestie meer in zijn of haar mars heeft dan beginnersgeluk. Die meer te melden heeft dan er in één bundel past. Die groeit, die risico’s durft te nemen en verder springt, van de tweede bundel een oeuvre in.

    Uit 14 bundels koos de jury, die bestond uit eerdere winaars Hagar Peeters en Hanz Mirck en voorzitter Gerdi Verbeet vijf genomineerden:
    Maria Barnas met Er staat een stad op (Arbeiderspers)
    Bart Moeyaert met Gedichten voor gelukkige mensen (Querdio)
    Alexis de Roode met Stad en land (Podium)
    Erik Solvanger met Slijp het sternum ((Bezige bij)
    Willem Thies met Na de vlakte (Podium)

    Eenvoudig was de keuze niet: Moeyaert schrijft warme, romantische gedichten die tegen het proza aan schurken. De Roode bouwt op zijn eigen manier aan een wonder voort. Solvanger toont ons hoe Ethiopische gruwelen metaforen kunnen worden. En Thies zegt ons hoe bitter de werkelijkheid kan zijn. Barnas maakte wat ons betreft de meeste groei door, nam de grootste risico’s. De bundel die wat ons betreft het meest getuigde van rijpheid, van eigenheid en durf, is Er staat een stad op van Maria Barnas. In elegante, heel precieze taal met zo nu en dan schijnbaar onopzettelijk rijm, boetseert Barnas haar secure observaties en schudt ze losse beelden uit haar mouw, die ze tot een gedachtenweefsel bouwt dat verbaasd doet staan om de navolgbaarheid en de vervreemding die het bij de lezer weet op te wekken.

    Vanaf de hoogste verdieping de stad in.
    Beneden razen de straten van Buenos Aires.
    De stad waar alles goed komt.


    Barnas’ poëzie is te vergelijken met een bouwwerk, dat ze woord voor bijzonder woord, steen na zelf ontworpen steen, opricht uit haar taal. Het is monumentale kunst die ze met haar woorden bouwt, zoals alleen zij kan.

    Ze nemen je mee in hoeken
    van negentig graden. Maar het waait hier
    schaduwen en het wentelt kiezelstenen
    gebouwen. Er is er één
    met een hart van geschaafde rode steen.
    En om niet te zien hoe een hart zich uitstort
    ga je naar beneden. Hou je schaduw bij je.


    Soms is het een detail, soms een hele stad, die ze eruit optrekt (zoals de titel van haar bundel aangeeft). Deze bundel is een bewijs van haar grote observatievermogen en talent voor sterke formuleringen. Haar poëzie is heel beeldend, en tegelijkertijd de uitwerking van een originele gedachte. De gedachte volgt altijd uit het zien, dat begint als visueel schouwspel maar allengs overgaat in een algemener ‘beschouwen’, alsof de lijn van het beeld zich voortzet in je eigen hoofd. En door Barnas’ ‘zien’ te volgen, wanneer je haar gedichten leest, word je er als lezer toe aangezet om met eenzelfde ontvankelijke blik naar de je omringende wereld te kijken en met haar mee te voelen. Haar van taal gebouwde wereld wordt onze gevoelde wereld.

    De klep van een piano slaat een huis stevig dicht.
    Mept een gebouw tegen de muur.
    In de lift struikel je over de drempel uit een zeker huis
    Een plafond van sterren stijgt.
    Zo storten twintig verdiepingen. Languit.
    Er staat een stad op.


    Niet veel dichters lukt zoiets – ze blijven hangen in losse beelden, of in het sentiment dat ze hopen op te roepen – maar bij Barnas volgt het gevoel vanzelf vanuit de beschrijving van het beeld. Dat is een grote verdienste, de J.C. Bloem-prijs waardig.

    De jury bestond uit:
    Hagar Peeters
    Gerdi Verbeet
    Hanz Mirck


Genomineerd

  • Alexis de Roode - Stad en land

    Rapport Alexis de Roode:

    Citaat uit het juryrapport:
    >De Roode bouwt op zijn eigen manier aan een wonder voort.

  • Erik Solvanger - Slijp het sternum

    Rapport Erik Solvanger:

    Citaat uit het juryrapport:
    Solvanger toont ons hoe Ethiopische gruwelen metaforen kunnen worden.

  • Willem Thies - Na de vlakte

    Rapport Willem Thies:

    Citaat uit het juryrapport:
    Thies zegt ons hoe bitter de werkelijkheid kan zijn.

Naar de overzichtspagina

Delen