Kiekeboekprijs 2003

Winnaar

  • Jonathan Emmett - Ik wil de maan

    Op 10 september 2003 wordt voor de tiende keer de Kiekeboekprijs uitgereikt. Deze prijs wordt jaarlijks toegekend aan het beste peuterboek van het voorafgaande jaar. De prijs wordt uitgereikt namens alle openbare bibliotheken in Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Noord- en Zuid Holland. De keuze voor de Kiekeboekprijs 2003 is gevallen op het prentenboek Ik wil de maan, uitgegeven door Van Goor. De tekst is van Jonathan Emmett, de tekeningen zijn van Vanessa Cabban. Het verhaal is uit het Engels vertaald door Annelies Jorna. De oorspronkelijke titel luidt: Bringing down the Moon. De prijs bestaat uit een bronzen beeldje van Marjan Wulfse en een bedrag van € 2002,00.

    Korte inhoud:
    Het is nacht. De maan staat hoog aan de hemel. Plotseling komen uit een klein hoopje zand twee pootjes en een glimmend snuitje tevoorschijn. Het is Mol. Vol verbazing en bewondering aanschouwt hij de maan. Zo’n prachtige glinsterende bal heeft Mol nog nooit gezien! Mol stelt alles in het werk om de maan uit de lucht te plukken. Hij springt zo hoog als hij kan, hij zwiept met een lange stok, hij gooit met eikels en klimt zelfs in een hele hoge boom. Mol moet en zal de maan hebben. Hij geeft niet op. Maar zo makkelijk is het niet om de maan te pakken te krijgen. Ook Konijn, Egel en Eekhoorn – de drie dieren die Mol met zijn nachtelijke avonturen wakker maakt – hebben al gewaarschuwd: “De maan lijkt dichtbij, maar ze is heel ver weg”. Maar dat moet Mol toch eerst zélf ondervinden….

    Het onderwerp:
    Ik wil de maan sluit qua onderwerp uitstekend aan bij de belevingswereld van peuters. Veel peuters zijn uitermate geïnteresseerd in de maan. 'Dat grote glimding' heeft voor jonge kinderen iets mysterieus, ongrijpbaars en sprookjesachtigs. Veel peuters willen dan ook voor het slapen gaan graag nog even naar de maan kijken.

    De eigenzinnigheid en het doorzettingsvermogen van Mol zullen veel ouders en beroepskrachten in hun eigen peuter(s) herkennen. Het bij peuters passende 'ik wil het zelf doen' en het niet willen luisteren naar goedbedoelde adviezen is in Ik wil de maan zeer duidelijk aanwezig. Mol luistert niet naar Konijn, Egel en Eekhoorn. Hij leert uit eigen ervaring dat wat hij wil inderdaad niet mogelijk is.

    Daarnaast is Ik wil de maan eindelijk weer eens een mooi prentenboek met een mol in de hoofdrol. De klassieker Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft van Werner Holzwarth en Wolf Erlbruch heeft een waardige metgezel gekregen.

    De verhaalopbouw:
    Het verhaal van Ik wil de maan begint meteen als je het boek openslaat. Op de allereerste pagina is een landschap met molshopen, bomen en de maan te zien. Op de pagina met titelgegevens komen twee pootjes en het snuitje van Mol uit de molshoop, en op de eerste pagina's waarop het verhaal in tekst begint, is Mol bijna helemaal uit zijn molshoop gekropen.

    Na deze uitgebreide introductie van Mol volgen de gebeurtenissen elkaar in chronologische volgorde op. Mol springt op en neer in een poging de maan te pakken te krijgen. Hierdoor wordt Konijn wakker. Konijn en Mol raken in gesprek waarbij de laatste woorden van Konijn luiden: “De maan lijkt heel dichtbij, maar ze is heel ver weg”. Vervolgens onderneemt Mol een nieuwe poging de maan uit de lucht te plukken. Egel wordt wakker en herhaalt in zijn gesprek met Mol (letterlijk!) de wijze woorden van Konijn. Eenzelfde situatie doet zich daarna voor met Eekhoorn.

    Het gedeelte waarin Mol aanvankelijk niet in de gaten heeft dat de maan zich weerspiegelt in het water en deels verdwijnt achter de wolken, is voor peuters moeilijk te begrijpen. Veel peuters zullen hierbij wat extra tekst en uitleg nodig hebben. De tekst wordt afgesloten met de les die Mol heeft geleerd; de maan is prachtig, maar wel héél ver weg…

    Het boek is dan echter nog niet uit: een tekstloze pagina geeft het verhaal een écht goede afloop. Op deze pagina is Mol te zien, die - zittend in het gras - innig tevreden kijkt naar die prachtige glinsterende bol hoog aan de hemel.

    Het taalgebruik:
    Jonathan Emmett heeft voor het vertellen van zijn verhaal in Ik wil de maan gekozen voor korte zinnen, veel spreektaal en hier en daar een humoristische noot. De uitroep van Mol 'Grote-grondgravers-nog-aan-toe!' (op het moment dat hij de maan voor het eerst ziet) vraagt erom onthouden te worden en te pas en te onpas gebruikt te worden.

    De herhaling in de waarschuwende woorden van Egel, Konijn en Eekhoorn ('Dat lukt je nooit […]. De maan lijkt dichtbij, maar ze is heel ver weg.') nodigt bovendien uit tot meezeggen.

    De illustraties en uiterlijke verzorging:
    De illustraties in Ik wil de maan zijn prachtig. Vanessa Caban is er in geslaagd een aantal bijzonder sfeervolle prenten te maken. Het is alsof het schijnsel van de maan de personages en hun omgeving een warme gloed geeft. Bovendien is het haar gelukt de mimiek van de verhaalfiguren zeer goed te treffen. De slaperige uitdrukking op het gezicht van de ruw uit z’n slaap gehaalde Egel en de schrik en boosheid van Eekhoorn die uit de boom valt, getuigen van een groot tekentalent.

    Het prentenboek is door uitgeverij Van Goor zeer verzorgd uitgegeven, in royaal formaat en op extra stevig papier.

    Samenhang tekst en illustraties:
    Tekeningen en verhaal vormen in Ik wil de maan een harmonieuze eenheid. De peuter kan – al luisterend naar de tekst – het verhaal vrijwel van a tot z uit de platen volgen. Hij of zij heeft zelfs – door het tekstloze begin en eind van het boek – een voorsprong op de voorlezer die in veel gevallen geneigd zal zijn zich uitsluitend te richten op de tekst.

    Op sommige pagina’s heeft de illustratrice de tekeningen in stroken neergezet. Op deze manier speelt zich als het ware op één dubbele pagina een korte tekenfilm af. Het gevaar dreigt dat hierdoor bij de peuters verwarring ontstaat: spelen er nu opeens vier mollen een rol in het verhaal? Met het afschermen van delen van de pagina en/of het duidelijk met de vinger aanwijzen van de stroken moet de voorlezer dit probleem kunnen ondervangen.

    Bruikbaarheid:
    Het verhaal sluit goed aan bij de belevingswereld van peuters. Zij zullen zich goed kunnen identificeren met de hoofdfiguur Mol en genieten van de prachtige illustraties. Ook voor ouders is Ik wil de maan zeer herkenbaar.

    Het boek is heel geschikt om in een groep te worden voorgelezen, maar ook om individueel of in een kleine groep te gebruiken. Peuters, maar ook ouders en beroepskrachten zullen Ik wil de maan met veel plezier lezen.

    Eindconclusie/samenvatting:
    De jury is van mening dat Ik wil de maan een prachtig, sfeervol prentenboek is voor kinderen vanaf 3 jaar. Met name het intrigerende onderwerp, het humoristische taalgebruik, de warme illustraties en de bevredigende afloop vormen de kracht van het boek. Ik wil de maan, dat hier en daar enige toelichting van de voorlezer zal vragen, verdient het de Kiekeboekprijs 2003 te winnen.

    De Kiekeboekjury 2003 bestond uit:
    Jeanette Doodeman, namens de openbare bibliotheken in Noord- en Zuid Holland
    Mandy Lutterop-Klok, namens de openbare bibliotheken in Groningen
    Hilma van Meekeren, technisch voorzitter
    Mineke Meinen, namens de openbare bibliotheken in Drenthe
    Kirsten Moorman, namens de openbare bibliotheken in Overijssel
    Siets Ypenga, namens de openbare bibliotheken in Friesland


Naar de overzichtspagina

Delen