Letterenfonds Vertaalprijs 2005

Ga direct naar

Details:

Op het feest van het veertigjarig jubileum van het Fonds voor de Letteren op 10 december 2005 in het Muziekgebouw aan ‘t IJ heeft het Fonds vertaalprijzen uitgereikt aan vertalers Peter Verstegen, Richard van Leeuwen en Djûke Poppinga vanwege hun bijzondere verdiensten voor de kwaliteit en diversiteit van de literatuur in Nederlandse vertaling. De jury bestond uit de vertaaldeskundigen Niek Miedema, Fedde van Santen en Kees Mercks (voorzitter).


Winnaar

  • Richard van Leeuwen

    Details:
    Het Fonds voor de Letteren heeft zijn eerste Vertaalprijs 2005 voor een vertaler die zich bijzonder heeft onderscheiden door niet alleen uitstekende vertaalkundigheid, maar ook door de ontsluiting van een literatuur c.q. het oeuvre van een bepaalde auteur, alsmede door de begeleidende activiteiten om tot die ontsluiting te komen, toegekend aan het vertalersduo Richard van Leeuwen en Djûke Poppinga, en wel voor het taalgebied van het Arabisch.

    Richard van Leeuwen en Djûke Poppinga hebben veel werk gezamenlijk verricht, maar hebben ook regelmatig met anderen samengewerkt, zoals bij de samenstelling en vertaling van Stemmen uit de schaduw (1986) en Kinderen van Gabalawi (De Geus 1999) van Nagieb Mahfoez of Het struisvogelei (De Geus 2001) van Raàoef Moessaàd Basta. Daarnaast hebben zij ook elk voor zich een uitstekende staat van dienst als solovertaler en hebben zij als zodanig ook elk voor zich een indrukwekkend en breed vertaaloeuvre opgebouwd op het gebied van de arabistiek.

    Een chef-d’oeuvre binnen het vertaalwerk van Richard van Leeuwen mag zeker de vertaling worden genoemd van Duizend-en-één nacht, een majestueuze uitgave in 14 delen, uitgebracht bij Bulaaq (1993-1999). Voor het eerst werd dit klassieke werk van de Arabische literatuur integraal en direct uit het Arabisch vertaald. Daaraan voegde Richard van Leeuwen nog toe De wereld van Sjahrazaad (1999), een ware encyclopedie van deze Arabische sprookjeswereld en tegelijkertijd een boeiend verslag van de vertaalgeschiedenis van deze uitgebreide verzameling verhalen.

    Een tweede pijler onder zijn vertaaloeuvre mag heten de vertaling van een groot aantal werken van de Nobelprijswinnaar voor literatuur 1988, Nagieb Mahfoez (*1911, Caïro), uitgegeven bij met name De Geus, waaronder de trilogie Tussen twee paleizen, Paleis van verlangen en De suikersteeg (1995). Ook bij het vertalen van Mahfoez is sprake geweest van samenwerking met Djûke Poppinga, die bovendien een serie gesprekken van Gamaal alGhitani met de schrijver vertaalde en bewerkte (1989). Zelf vertaalde zij van deze door fundamentalistische tegenstanders geattaqueerde schrijver Nieuw Caïro (1998) en Begin en eind (2002).

    Djûke Poppinga heeft zich verder onderscheiden door het vertalen van romans die de benarde positie van de vrouw in de Arabische wereld onder de aandacht brengen. Een opvallende plaats wordt daarbij ingenomen door het werk van de Libanese schrijfster Hanaan as-Sjaikh (*1945, Beiroet), die niet alleen getuige was van de burgeroorlog in haar land, maar sinds haar emigratie naar Londen ook de integratieproblemen van Arabieren in den vreemde serieus, maar ook met een flinke dosis humor beschrijft. Alleen in Londen (De Geus 2004) werd door Marcel Möring als een hoogtepunt gekarakteriseerd. Ook van het werk van de feministe Nawal El Saadawi (*1931 Caïro) heeft Djûke Poppinga een aantal vertalingen gemaakt.

    Door het uitlichten van bovenstaande aandachtsvelden wordt duidelijk hoezeer Richard van Leeuwen en Djûke Poppinga oog hebben voor de schoonheid van niet alleen de klassieke, maar ook de moderne Arabische literatuur. Ook wordt zichtbaar dat zij, individueel en gezamenlijk, auteurs vertalen die de maatschappelijke discussie over actuele sociale, politieke en religieuze vraagstukken allerminst schuwen. Als gevolg hiervan zijn beide vertalers ook in Nederland nauw betrokken bij het maatschappelijke debat over actuele kwesties die ons vanuit de Arabische cultuur bereiken en die inmiddels deel geworden zijn van onze dagelijkse realiteit. Verder mag hier niet onvermeld blijven dat Richard van Leeuwen enkele jaren als lid van de Adviesraad van het Fonds voor de Letteren actief heeft bijgedragen tot het vertaaldebat.

    De jury, bestaande uit Niek Miedema, Fedde van Santen en Kees Mercks (vz.), honoreerde het baanbrekende werk van beide vertalers, waarin oog voor schoonheid en misstanden, lof en kritiek, hand in hand gaan, met een unaniem besluit tot toekenning. De jury spreekt de hoop uit dat beide vertalers nog lang door zullen gaan met hun streven naar het op genuanceerde wijze overdragen van de Arabische cultuur.
  • Peter Verstegen

    Details:
    De jury bekroont met de Fonds voor de Letteren Vertaalprijs 2005 het vertalerschap van Peter Verstegen, die zonder overdrijving als één van de nestors van het literaire vertalen in Nederland mag worden aangemerkt.

    De verdiensten van Peter Verstegen voor het vak van vertaler zijn minstens drieledig. In de eerste plaats publiceerde hij vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw een reeks van belangwekkende vertalingen uit het Engels, maar ook uit het Frans, Duits en Italiaans. Zijn bijzondere belangstelling ligt daarbij al heel lang bij poëzie, en bovendien bij poëzie van de allerhoogste orde, zoals die van Heinrich Heine (Denk ik aan Duitsland in de nacht, 1988, i.s.m. Marko Fondse), William Shakespeare (De sonnetten, 1993), Charles Baudelaire (De bloemen van het kwaad, 1995), Rainer Maria Rilke (Nieuwe gedichten, 1997), Dante (De goddelijke komedie, 2000, i.s.m. Ike Cialona), Paul Verlaine (Een droom vreemd en indringend, 2002), John Milton (Het paradijs verloren, 2003), en zeer recentelijk Emily Dickinson (Gedichten I, 2005).
    Het betreft hier telkens vertalingen met een hoge moeilijkheidsgraad, die met kunde, creativiteit en aandacht zijn gemaakt. De wijze waarop het resultaat wordt gepresenteerd mag elke vertaler en uitgever van vertaalde poëzie tot voorbeeld strekken. De oorspronkelijke teksten zijn veelal naast de vertalingen afgedrukt en Verstegen heeft zijn werk daarnaast steevast voorzien van verhelderend en deskundig commentaar. Er wordt vaak gezegd dat poëzie vertalen in wezen onmogelijk is, maar als men het dan toch doet, dan liefst zo.

    In de tweede plaats heeft Peter Verstegen zich voor zijn vak onderscheiden door zijn werk als docent aan het voormalige Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft vele van de nu actieve vertalers van Engelse en Amerikaanse literatuur opgeleid. Verstegen kenmerkte zich doordat hij zijn leerlingen iets wilde bijbrengen wat in de wandelgangen een ‘vertaalgeweten’ is gaan heten. Voor wie niet inzag dat vertalen staat of valt met toewijding en nauwgezetheid, heeft Verstegen nooit veel geduld gehad. Wie als docent anderen op eigen benen de vertaalwereld in wil helpen, kan er slechter aan doen dan hen een vertaalgeweten mee te geven.
    Daarnaast heeft Verstegen zich door de jaren heen op buiten-curriculaire wijze ingespannen voor het vertalersvak. Zo was hij een belangrijke drijvende kracht achter de vertalersacties in 1980 (“Geef ons heden ….”) die uiteindelijk hebben geleid tot het beschikbaar komen van meer subsidiegelden – via het Fonds voor de Letteren – voor literair vertalers.

    Ten slotte mag niet onvermeld blijven dat Verstegen in 1980 in samenwerking met Marko Fondse De Tweede Ronde oprichtte, het tijdschrift voor vertaalde literatuur waarbij hij vijfentwintig jaar lang betrokken is gebleven. In De Tweede Ronde is altijd veel plaats geweest voor poëzie, waarbij in het bijzonder opvalt dat er van meet af aan ruimte is gemaakt voor light verse, een genre dat in andere literaire tijdschriften indertijd zelden of nooit aan bod kwam.

    Kees Mercks
    Niek Miedema
    Fedde van Santen

Naar de overzichtspagina

Delen