Letterenfonds Vertaalprijs 2008

Ga direct naar

Details:

De Fonds voor de Letteren-vertaalprijzen zijn op vrijdag 12 december 2008 toegekend aan Margreet Dorleijn en Hanneke van der Heijden (vertalers Turks) en aan Rien Verhoef (vertaler Engels) vanwege hun bijzondere verdiensten voor de kwaliteit en diversiteit van de literatuur in Nederlandse vertaling. Aan de prijzen is een geldbedrag van 5.000 euro verbonden. De jury bestond dit jaar uit Barbara de Lange, Arthur Langeveld (voorzitter) en Hilde Pach.


Winnaar

  • Margreet Dorleijn

    Details:
    De Turkse literatuur staat de laatste tijd in de belangstelling. Orhan Pamuk won in 2006 de Nobelprijs voor Literatuur en was daarvoor al in het nieuws toen hij door de Turkse regering werd aangeklaagd wegens zijn uitspraken over de moord op Armeniërs en Koerden. Maar ook vóór deze gebeurtenissen had de Nederlandse lezer al kunnen kennismaken met Pamuk. En dat is voor een groot deel te danken aan de inspanningen van Hanneke van der Heijden en Margreet Dorleijn. Vanaf 1995 gelden zij als zijn vaste vertaalsters, vaak samen, soms ook alleen.
    Pamuk is geen eenvoudige schrijver om te vertalen. Zijn werk is gelaagd en meerduidig, en de korte zinnen van zijn eerste boeken werden in later werk steeds langer en gecompliceerder. Verder vereist het vertalen van zijn werk een grote kennis van de Turkse geschiedenis, politiek en literatuur, én het vermogen om die kennis begrijpelijk te maken voor een Nederlands publiek. Volgens de adviseurs van het Fonds voor de Letteren zijn de vertalingen van Dorleijn en Van der Heijden getrouw, vinden zij creatieve oplossingen voor complexe constructies, en geven zij er blijk van op de hoogte te zijn van de politieke situatie in Turkije en van de achtergrond van sociale groeperingen en hun onderlinge verhoudingen. Dat dit alles keer op keer weer een uitstekende vertaling oplevert, is ook vast te stellen door wie het Turks niet beheerst.
    Maar het zou verkeerd zijn om Van der Heijden en Dorleijn uitsluitend te associëren met Pamuk. Zo hebben zij ook Het luizenpaleis van Elif Shafak vertaald, een boek dat ‘uit zijn voegen [barst] van vertelplezier, van ideeënrijkdom, sprookjesachtige verbeelding, creativiteit’, aldus recensente Stine Jensen in NRC Handelsblad. Al moet je je daarvoor, schrijft Jensen, ‘soms door ellenlange, gekunstelde en geconstrueerde stapelzinnen worstelen’. Dorleijn en Van der Heijden hebben zich met succes een weg weten te banen door deze stapelzinnen, en zo de Nederlandse lezer voor het eerst laten kennismaken met een belangwekkende schrijfster die korte metten maakt met het nogal eendimensionale beeld van Turkije dat velen hier koesteren.
    Een andere, veel oudere schrijver die een verrassend licht werpt op het Turkse leven én op de Turkse literatuur is Halid Ziya Uşaklıgil. Zijn roman Verboden liefde werd gepubliceerd in 1900, en verscheen onlangs voor het eerst in Nederlandse vertaling, van Hanneke van der Heijden en Margreet Dorleijn. Behalve voor een mooie vertaling hebben Dorleijn en van der Heijden ook gezorgd voor een verhelderend nawoord. Hierin laten ze zien hoe het kan dat een roman die verscheen in de nadagen van het Osmaanse Rijk zo’n moderne, westerse indruk maakt. Kernachtig schetsen ze zowel de politieke ontwikkelingen in Turkije (hervormingen gevolgd door repressie) als de stand van zaken in de literatuur (schrijvers kiezen voor individualisme omdat ze vanwege de repressie geen politieke kwesties meer aan de orde kunnen stellen, en staan daarbij bovendien onder invloed van de Franse literatuur uit die tijd). Vervolgens tonen ze aan hoe Uşaklıgil met kop en schouders uitstak boven collega’s die net als hij probeerden een nieuw genre te introduceren, dat van de realistische, naturalistische roman.
    Wat Van der Heijden en Dorleijn in het nawoord bij Verboden liefde aan de hand van één roman en één schrijver hebben gedaan, deden ze op grotere schaal in de indrukwekkende bundel Moderne Turkse verhalen. Hiervoor maakten zij een keuze uit korte verhalen van ruwweg de laatste honderd jaar, die ze ook weer voorzagen van een uitvoerig nawoord. ‘In dit nawoord’, schrijven ze, ‘laten we zien hoe de Turkse (verhalen)literatuur zich vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw heeft ontwikkeld. Omdat maatschappelijke ontwikkelingen daarbij een grote rol hebben gespeeld, zullen we ook die aan bod laten komen. Waar mogelijk plaatsen we de auteurs van wie we een verhaal hebben opgenomen in de context van deze ontwikkelingen.’ En dat is precies wat ze doen. De 59 korte verhalen in hun vertaling zijn een genot om te lezen en geven op zichzelf al een rijkgeschakeerd beeld van de Turkse literatuur en van de maatschappij waarin die tot stand kwam. Maar het nawoord geeft er verbreding en verdieping aan. Dorleijn en Van der Heijden voeren de lezer mee naar een land waar we veel over horen, maar meestal bijzonder weinig van weten. Ze maken je nieuwsgierig naar wat de Turkse cultuur nog meer te bieden heeft. Je zou wensen dat er veel meer van die bloemlezingen waren, over de literatuur van andere landen. Van der Heijden en Dorleijn spannen zich ook op andere manieren in om de Turkse literatuur in Nederland te verbreiden. Om enkele activiteiten te noemen: ze verzorgden in september 2006 samen met Stine Jensen een themanummer van het tijdschrift Armada over Turkse literatuur. Ze waren in 2006 docent bij de cursus voor vertalers uit het Turks, Arabisch en Hebreeuws van het – toen nog – Steunpunt Literair Vertalen. Hanneke van der Heijden is medeorganisator van onder meer de Schrijverspodia van de Stichting Umut en adviseert het Fonds voor de Letteren over het intercultureel beleid. Margreet Dorleijn ging na wat Turken in Nederland het liefste lezen en onderzocht waarom Turkse tieners met een Marokkaans accent praten. (Toegegeven, dit laatste heeft niet direct met literatuur te maken, maar het verschijnsel vormt op zijn minst stof voor een kort verhaal.)
    Op dit moment zijn Dorleijn en Van der Heijden bezig met het vertalen van Tutunamayanlar van Oğuz Atay. Atay was jaren geleden de eerste schrijver die Hanneke van der Heijden deed beseffen dat Turkse literatuur ook grappig kan zijn, zoals ze in maart 2008 in Armada schreef. Inmiddels weet ze beter: er zijn veel meer grappige en anderszins bijzondere Turkse auteurs. Dat ook Nederlandse lezers inmiddels beter weten, is te danken aan Hanneke van der Heijden en Margreet Dorleijn. Het is dan ook met het grootste genoegen dat de jury besloten heeft hen te bekronen met de Vertaalprijs 2008 van het Fonds voor de Letteren.
  • Rien Verhoef

    Details:
    Rien Verhoef, wie kent hem niet? Al vele jaren is hij actief als lid van vele aan de letteren gerelateerde besturen waarin hij steevast de rol van penningmeester vervulde of nog steeds vervult. Geld en Rien Verhoef horen bij elkaar als Snip en Snap. Geld dat, overbodig te zeggen, volstrekt integer en onbaatzuchtig door hem wordt beheerd ten behoeve van de vertalers.
    Dat is nog niet alles. Een van de juryleden heeft een klein boekje van de hand van Jaap Veerkamp en… Rien Verhoef in zijn bezit, getiteld Bridgebargoens. Hoe vertel ik het mijn partner. Een heel geestige introductie in het jargon van de bridgewereld. Want ook hier is Rien Verhoef geen onbekende. De jury heeft het niet nagezocht maar het zou haar niet verbazen als Verhoef ook in de Nederlandse bridgebond ooit de functie van penningmeester heeft vervuld.
    Bij al die activiteiten zou men licht uit het oog verliezen dat Rien Verhoef ook nog een van Nederlands beste vertalers uit het Engels is.
    Al vroeg in zijn carrière, in 1982, werd hij samen met Sjaak Commandeur bekroond met de Martinus Nijhoffprijs voor hun vertaling van 1985 van Anthony Burgess. Sinds zijn studie aan het Instituut voor Vertaalkunde van de Universiteit van Amsterdam heeft Rien Verhoef een indrukwekkend en gevarieerd oeuvre opgebouwd: van zijn eerste vertalingen, waaronder 1985 en het hoorspel Het transgalactisch liftershandboek in samenwerking met Sjaak Commandeur, en De avonturen van Augie March van Saul Bellow in samenwerking met Sjaak Commandeur en Anneke van Huisseling, tot werken uit de wereldliteratuur als Lolita van Nabokov, verschillende titels van Faulkner en de laatste jaren de romans van Ian McEwan, wiens vaste vertaler hij is. Naast zijn literaire vertalingen heeft hij ook nog tijd gevonden voor de bridgeavonturen van de monniken van St. Titus, volgens de omschrijving van de internet-bridgewinkel ‘zoals altijd met veel vaart en humor [zijn] vertaald door Rien Verhoef.’
    Van al die vertalingen zijn er heel wat besproken in kranten en tijdschriften, maar zelden werd ingegaan op de vertaling als vertaling. Vertalingen worden nu eenmaal vaak besproken alsof het om het origineel gaat en er niemand tussen de auteur en de lezer staat. Dit gaat zo ver dat op de website literatuurplein.nl naast de naam van Rien Verhoef een foto van een door hem vertaalde auteur staat. Misschien komt het wel doordat de vertalingen van Rien Verhoef zich onderscheiden door een bijzonder soepel, natuurlijk en idiomatisch Nederlands dat al snel wordt vergeten dat het om een vertaling gaat. Met zijn inventiviteit en talent heeft Rien Verhoef ervoor gezorgd dat de Nederlandse lezers, ook al zijn zij zich dat misschien niet bewust, net zo konden en kunnen genieten van de vertaling als de Engelse lezers van de oorspronkelijke versie. Of zoals Caroline Meyer in een lovende kritiek in Filter schrijft over ‘Zaterdag’ van Ian McEwan: ‘Verhoef past precies genoeg transformaties toe om een heel natuurlijk Nederlands te krijgen… Juist door de taal zo naar zijn hand te zetten slaagt Verhoef erin heel trouw te blijven aan het origineel.’
    Rien Verhoef heeft zich in de loop van zijn lange carrière niet alleen met het vertalen zelf beziggehouden. Hij heeft zich zoals gezegd ook op vele manieren sterk gemaakt voor het vak van de vertaler. Als lid van het bestuur van de Werkgroep Vertalers van de Vereniging van Letterkundigen heeft hij zich begin jaren negentig ingezet voor de beroepsgroep. In 1996 werd hij bestuurslid van de stichting LIRA en het LIRA-fonds, en in die hoedanigheid vertegenwoordigt hij LIRA in de besturen van het P.C. Boutensfonds en de Stichting Rechtshulp Auteurs. Daarnaast is hij namens het LIRA-bestuur voorzitter van de Adviescommissie LIRA-fonds. Sinds 2000 vertegenwoordigt hij de Vereniging van Schrijvers en Vertalers als penningmeester in het bestuur van het Nederlands Productie en Vertalingen Fonds. Zijn inzet blijft echter niet beperkt tot deze officiële functies: collega’s hebben nooit tevergeefs een beroep op hem gedaan als ze financiële of juridische vragen hebben over contracten en onderhandelingen met uitgevers.
    Daarnaast heeft hij ook nog tijd gevonden voor de bevordering van de kwaliteit van het literaire vertalen. Hij is mede initiator en organisator van deze Vertaaldagen en zal hier morgen ook een workshop Engels geven. Hij heeft meegewerkt aan diverse door het Expertisecentrum georganiseerde workshops en masterclasses en geeft ook workshops voor de vorig jaar opgerichte Vertalersvakschool. In zijn werk voor de Vertalersvakschool komen de drie aspecten van zijn werk als vertaler samen: in de workshops geeft hij niet alleen les, maar vertaalt ook ‘live’ samen met de aspirantvertalers, die hij bovendien wegwijs maakt in de financiële wereld van het vertalen.
    Het is de jury dan ook een groot genoegen Rien Verhoef te kunnen bekronen met de vertaalprijs van het Fonds voor de Letteren.

Naar de overzichtspagina

Delen