Letterenfonds Vertaalprijs 2009

Ga direct naar

Details:

De Fonds voor de Letteren Vertaalprijzen 2009 gaan naar Nelleke van Maaren en Karol Lesman. De prijzen - van ieder 5.000 euro - zijn op vrijdag 11 december 2009 in Utrecht uitgereikt. Beide literair vertalers worden bekroond voor hun excellentie, durf en inzet. De jury bestond dit jaar uit Gerard Cruys, Mark Leenhouts (voorzitter) en Barber van de Pol.


Winnaar

  • Karol Lesman

    Details:
    Vanwege zijn inzet, zijn initiatief en zijn durf als vertaler, krijgt KAROL LESMAN de Vertaalprijs 2009 van het Fonds voor de Letteren.

    De Fonds voor de Letteren Vertaalprijzen zijn in 2005 ingesteld door het bestuur van het Fonds voor de Letteren. Met de instelling van deze twee jaarlijkse prijzen wil het Fonds de belangrijke maar vaak onderbelichte bijdrage die vertalers leveren aan de ontsluiting van de wereldliteratuur meer voor het voetlicht brengen. De prijs wordt uitgereikt aan vertalers met bijzondere verdiensten voor de kwaliteit en diversiteit van de literatuur in Nederlandse vertaling, en die zich binnen hun taalgebied hebben onderscheiden door initiatief en creativiteit. Eén van de prijzen is bestemd voor een vertaler uit het Engels, Duits, Frans, Spaans of Italiaans; de andere prijs is voor een vertaler uit een van de ‘kleinere’ taalgebieden inclusief de klassieke talen. Aan beide bekroningen is een geldbedrag van 5.000 euro verbonden.

    Toen Karol Lesman tijdens zijn studie Pools voor het eerst de negentiendeeeuwse klassieker Lalka (De pop) van Boleslaw Prus las, wist hij het zeker: hij zou later vertaler worden. Omdat hij toen ook al begreep dat er met vertalen geen droog brood te verdienen zou zijn, zag hij zijn aanstaande leven als vertaler als volgt: ‘Ik zou postbode worden, overdag brieven bestellen, om vijf uur naar huis, even snel boodschappen doen, daarna eten koken, eten en ’s avonds Lalka van Boleslaw Prus vertalen. Ja, dat leek me wel wat.’

    Onbedoeld is dit waarschijnlijk een uitstekende typering van Lesman als vertaler: bescheiden en onzichtbaar als een brievenbesteller, maar ondertussen, onder de dekmantel van de nacht, gedreven en vastberaden. En is hij daarmee niet eigenlijk ook het prototype van een vertaler? Als je naar zijn historie kijkt, zou je inderdaad denken dat het vertalen hem in het bloed zit. Lesman is de zoon van een Nederlandse moeder en een Poolse vader; een vader die als soldaat Zuid-Nederland had helpen bevrijden en in Breda aan een vrouw was blijven hangen. Een vader, echter, die thuis geen woord Pools tegen zijn zoon sprak, alleen Nederlands, met als gevolg dat Lesman pas op zijn negende ontdekte waar zijn vader vandaan kwam! Dat mysterie moet iets in gang hebben gezet bij de kleine Karol. Toen hij twee jaar later, op elfjarige leeftijd, voor het eerst in Polen op familiebezoek was en, zo vertelde hij in een interview, verliefd werd op zijn Poolse nichtje, was het hek van de dam: Lesman moest en zou Pools leren. Dat deed hij, eerst thuis, maar uiteindelijk ook aan de Universiteit van Amsterdam, aan de toen net opgerichte opleiding Pools, waar hij de eerste en lange tijd ook enige student was. Maar net als onzichtbaarheid, deert ook eenzaamheid een vertaler niet. Integendeel, juist het feit dat er maar een paar vertalers Pools in Nederland waren – naast hem natuurlijk de veelgeprezen Gerard Rasch (†2004) – deed Lesman beseffen dat het misschien wel op hém aankwam om iets te doen aan de tergende onbekendheid van de Poolse literatuur, ingeklemd als zij lag tussen de grote Russische en de oude Duitse literatuur. Direct vanaf het begin van zijn nu dertigjarige carrière ging vertalen voor Lesman samen met het introduceren van schrijvers en oeuvres, of nee, dat klinkt veel te zakelijk: met domweg het bevlogen vertellen over de boeken waarvan hij zelf ondersteboven raakte. Een van de eerste schrijvers bij wie die drang zich van hem meester maakte was bijvoorbeeld Stanisław Ignacy Witkiewicz, wiens werk en leven hem zo aangrepen, heeft hij eens gezegd, dat het hem een tijdlang bijna zijn gezondheid, zijn geld en mogelijk zijn relatie kostte.

    Dat het aan de man brengen van Poolse literatuur niet altijd van een leien dakje loopt, gaat iemand als Lesman dan ook niet in de koude kleren zitten. Het is uit oprechte teleurstelling dat hij af en toe zijn misnoegdheid uit over een uitgever die te commercieel dacht en niet viel voor zijn vlammende betoog. Zo ging het onder andere bij Wiesław My´sliwski, sinds jaar en dag een van Polens belangrijkste schrijvers, die nota bene pas afgelopen maand in het Nederlands debuteerde – dankzij Lesmans aanhouden. En zo kan Lesman inmiddels met trots terugkijken op een imponerende lijst van al bijna vijftig titels waarbij het ondanks alles wél lukte. Naast het bekende werk van Witkiewicz en Hlasko, vallen daarin vooral jongere auteurs op, zoals Tomek Tryzna, wiens succesroman Meisje niemand Lesman voor de wereld ontdekte. ‘Eindelijk eens een on-Pools boek’, merkte hij daar opgetogen over op. En inderdaad, net als het weerbarstige werk van Olga Tocarczuk en de robuuste reisverhalen van Andrzej Stasiuk, is het duidelijk proza dat nu eens niet leunt op stereotiepe verwijzingen naar de oorlog, het communisme en de Sovjetdictatuur, dat Lesman onder de aandacht brengt. De boeken moeten als kunstwerken voor zichzelf spreken.

    Dat ze dat in zijn Nederlandse vertalingen ook doen, daar zijn critici en collega’s het wel over eens. Lesman is namelijk een vertaler die de scherpe kantjes er niet afhaalt, die niet gladstrijkt, die durft kortom, wat vooral bij de eigenzinnige Tokarczuk van belang is. ‘De eerste nacht droomde ik een onbeweeglijke droom. Ik droomde dat ik zuiver kijken was, louter oogopslag, en dat ik lichaam noch naam had.’ Dat zijn de eerste zinnen van Tokarczuks Huis voor de dag, huis voor de nacht – een gewaagde opening voor een roman. Lesman hangt niet de Amerikaanse vertaalopvatting aan die vooral a good read nastreeft, want als het origineel nu eens niet lekker wegleest, zegt hij terecht, dan moet je de Nederlandse lezer diezelfde ervaring gunnen. Misschien heeft die puurheid en precisie van zijn aanpak te maken met zijn poëzievertalingen, waaraan we hier bijna voorbij zouden gaan: de diverse anthologieën met daarin klinkende namen als Milosz en Herbert, maar ook de individuele bundels van Swirszczy´nska ´ , Ró˙zewicz en Szymborska – van de laatste verscheen zopas nog de nieuwste, getiteld Hier.

    Lesman hangt niet de Amerikaanse vertaalopvatting aan die vooral a good read nastreeft, want als het origineel nu eens niet lekker wegleest, zegt hij terecht, dan moet je de Nederlandse lezer diezelfde ervaring gunnen.

    Solitair als het vak van vertaler mag zijn, toch kruipt Lesman geregeld uit zijn schulp. Toen hij vorig jaar als eerste translatorin-residence op het NIAS de afzondering zocht om eens goed te werken, bleek juist de samenwerking met de aanwezige wetenschappers uiteindelijk een van zijn waardevolste ervaringen. Lesman is ook niet te beroerd om, zoals afgelopen zomer bij Poetry International, zijn vertalingen te delen met podiumdichter Tsead Bruinja, ze samen te herwerken en als komisch duo op de bühne te brengen. Dergelijke activiteiten vloeien ongetwijfeld naadloos voort uit zijn toewijding als docent voor het Expertisecentrum Literair Vertalen of als introducent van aankomende vertalers bij uitgeverijen. Zijn inzet bij het overbrengen van kennis en ervaring is wat dat betreft even onvermoeibaar als bij het ‘overbrengen’ van nieuwe Poolse literatuur. Hij schrijft er niet alleen over in kranten en tijdschriften, zoals dat voor Slavische Literatuur, waarvan hij redactielid is, maar desnoods tijgt hij zelf in Polen naar de winkel om het fysieke boek aan te schaffen en ten burele van de Nederlandse uitgever te brengen. – De vertaler als postbode, ja daar zit misschien toch wel meer in dan Lesman als student kon bevroeden.

    Vanwege zijn inzet, zijn initiatief en zijn durf als vertaler, krijgt Karol Lesman de Vertaalprijs 2009 van het Fonds voor de Letteren.

    De jury van de Fonds voor de Letteren Vertaalprijzen 2009:
    Gerard Cruys,
    Mark Leenhouts (voorzitter)
    en Barber van de Pol
  • Nelleke van Maaren

    Details:
    Het is vanwege haar uitzonderlijke verdienste, durf en betrokkenheid als vertaalster dat het Fonds voor de Letteren de Vertaalprijs 2009 toekent aan NELLEKE VAN MAAREN.

    De Fonds voor de Letteren Vertaalprijzen zijn in 2005 ingesteld door het bestuur van het Fonds voor de Letteren. Met de instelling van deze twee jaarlijkse prijzen wil het Fonds de belangrijke maar vaak onderbelichte bijdrage die vertalers leveren aan de ontsluiting van de wereldliteratuur meer voor het voetlicht brengen. De prijs wordt uitgereikt aan vertalers met bijzondere verdiensten voor de kwaliteit en diversiteit van de literatuur in Nederlandse vertaling, en die zich binnen hun taalgebied hebben onderscheiden door initiatief en creativiteit. Eén van de prijzen is bestemd voor een vertaler uit het Engels, Duits, Frans, Spaans of Italiaans; de andere prijs is voor een vertaler uit een van de ‘kleinere’ taalgebieden inclusief de klassieke talen. Aan beide bekroningen is een geldbedrag van 5.000 euro verbonden.

    Stel je voor, het is ondenkbaar, maar stél je voor dat Nelleke van Maaren er niet was geweest. Het Nederlandse vertaallandschap zou er heel anders hebben uitgezien. Het zou minder levendig en veelbelovend zijn. De vertalers zouden armer zijn, ge soleerder, misschien wel zonder nageslacht. Hoezo?

    Nelleke van Maaren is niet alleen bekronenswaardig als excellente vertaalster van in tijd, stijl en taal zo uiteenlopende schrijvers als Botho Strauss (7x), Leo Perutz (4x), Ernst Jünger, Heimito Von Doderer (2x), Mme De Staël en Sylvia Plath, non-fictie, vooral op kunsthistorisch terrein, en een hele rits Dick Francissen (persoonlijke hobby, we presume). Het moeten in totaal zestig, zeventig titels zijn, waaronder vele parels. Het schijnt dat zij tot in de kleine uurtjes vertaalt, met verslaafde inzet, terwijl de meesten van ons dan nog hooguit met een boek naar bed willen.

    Er zijn veel goede vertalers in dit vertalersland, maar zij hoort bij de top. En de kwaliteit neemt niet af, integendeel. Zie haar recente werk, haar Doderers, haar Plath, geweldig moeilijke projecten, met glans tot een einde gebracht. Ze kan ook heel goed beargumenteren waarom ze iets doet. Kijk maar naar haar reactie op een publieke vraag van Wil Rouleaux in zijn recensie van Monika Marons Animal triste (Vrij Nederland, 28-6-1997). ‘Rouleaux vraagt zich af waarom het Duitse woord hechtgrau – dat een aantal keren in het boek voorkomt als kwalificatie van de ogen van de minnaar van de ik-figuur – is vertaald met ‘staalgrijs’ in plaats van met ‘snoekgrijs’. De reden daarvoor is betrekkelijk eenvoudig: het (mooie) woord hechtgrau is in het Duits een ‘gangbaar’ woord dat in elk woordenboek te vinden is (vergelijk in het Nederlands zeegroen of roetzwart). Als je dat in het Nederlands met ‘snoekgrijs’ vertaalt, zou je de indruk wekken dat Maron een heel bijzonder ‘zelfgemaakt’ adjectief gebruikt. Hoe fraai beschrijvend het woord hier ook is, dat is dus niet het geval. Niettemin leek de woordenboekvertaling van hechtgrau – ‘blauwgrijs’ – me in dit verband te weinig uitgesproken. Ik wilde graag iets behouden van de grijsblauwige weerschijn die in hechtgrau zit, maar had toch een ‘bestaand adjectief’ nodig. Vandaar de keuze voor ‘staalgrijs’ waarin, in tegenstelling tot ‘loodgrijs’ en dergelijke, iets van een blauwig changeant in doorklinkt. Natuurlijk staat zo’n keuze altijd open voor discussie, maar dat een vertaling als ‘snoekgrijs’ hier te letterlijk is, staat voor mij buiten kijf.’ Was getekend Nelleke van Maaren. Een voortreffelijk lesje over het belang van het letten op het verschil in frequentie in verschillende talen, en ook een mooi inkijkje in Van Maarens weloverwogen vertaalwijze! Één zo’n min of meer uitgesponnen voorbeeld spreekt boekdelen en staat ongetwijfeld voor onnoemelijk veel andere.

    Dat was de ene hoofdreden. De andere is de manier waarop zij zich inzet voor de vertalerij in het algemeen. Eigenlijk moet u nu van uw stoel vallen, zo indrukwekkend is ook de rij activiteiten die hierbij hoort. Ook dat aspect bekroont het Fonds, en de twee versterken elkaar en maken deze bekroning tot een prijs in het kwadraat. Laten we stilstaan bij Nelleke van Maaren als activist en initiator. Vooral dankzij haar en Hugo Verdaasdonk (†2007) bestaat het Vertalershuis in Amsterdam, waar buitenlandse vertalers rustig kunnen werken om beroepshalve te profiteren van hun verblijf in Nederland.

    Ook stond zij mede aan de basis van het succesvolle Nederlands Literair Produktie- en Vertalingen Fonds. Ze was zeer actief in de Werkgroep Vertalers van de VvL, was jarenlang vicevoorzitter van de vereniging; bepleitte de Literaire Vertaaldagen en het vertalersmentoraat toen een jonge garde dreigde weg te blijven, en recentelijk de oprichting van de VertalersVakschool in Amsterdam. Denk ook aan haar in verband met de Elly Jaffé-prijs voor vertalingen uit het Frans. Steeds heeft ze bestuursfuncties vervuld en ze was ijverig commissie-lid, mentor, geschriftenopstelster.

    Prijzen zijn ‘een prima erkenning van of een broodnodig eerbewijs aan een bepaald genre, een uitzonderlijke prestatie, voor werk dat anders zelden of nooit in de openbare belangstelling komt’.

    Ze was boekbespreekster Frans voor NRC en Duits voor Trouw. Velen zullen zich haar herinneren als columniste van Filter, waar zij zorgvuldig en geestig facetten van het vertalerschap behandelde, en soms zag je dan zo’n activistenplannetje de kop opsteken.

    In Filter 7de jaargang nr 1 uit ze haar tevredenheid over de vertaaldagen die er inmiddels zijn, als opvolging van die van de VvL en NGV, waar ze al had genoten van de ‘oeverloze discussies’ die je verder nergens hebt, want elders maalt niemand erom, net zo min als wij malen om het gedram van een andere beroepsbeoefenaar. Maar die, zegt ze fijntjes, kan er op zijn werk al net zoveel over praten als hij wil. ‘Wij zitten op ons kamertje met ons eigen hoofd.’ Een jaar later gaat het over het zo gewenste mentoraat, en ze weet er alles van: hoe het elders al bestaat, bijvoorbeeld voor jonge beeldende kunstenaars.

    Het gaat ook een keer over prijzen, dat ze leuk en nuttig zijn, al kankert iedereen over de explosie of inflatie van literaire prijzen. Ze hekelt dat je hier soms een deel van het geld in een project moet stoppen, alsof men de winnaar wil behoeden voor z’n gat in de hand, voor z’n hang naar ‘drank, dellen en dromen’. Ze pleit voor meer vertaalprijzen.

    Heeft het Fonds voor de Letteren geluisterd? De Fonds-prijzen bestonden toen nog niet.

    Prijzen zijn ‘een prima erkenning van of een broodnodig eerbewijs aan een bepaald genre, een uitzonderlijke prestatie, voor werk dat anders zelden of nooit in de openbare belangstelling komt’.

    We hadden het niet beter kunnen zeggen.

    Het is vanwege haar uitzonderlijke verdienste, durf en betrokkenheid als vertaalster dat de jury de vertaalprijs 2009 voor grote talen toekent aan Nelleke van Maaren. We verzekeren haar dat het geld niet in een project hoeft te worden gestoken.

    De jury van de Fonds voor de Letteren Vertaalprijzen 2009:
    Gerard Cruys,
    Mark Leenhouts (voorzitter)
    en Barber van de Pol

Naar de overzichtspagina

Delen