Letterenfonds Vertaalprijs 2013

Details:

De Letterenfonds Vertaalprijs 2013 is op vrijdag 13 december 2013 in Amsterdam uitgereikt. De jury van de Letterenfonds Vertaalprijs 2013:
Annelies van Hees, voorzitter
Jabik Veenbaas
Mariolein Sabarte Belacortu



Winnaar

  • Martin de Haan



    Laudatio voor Martin de Haan:

    ‘…vertalen is in de eerste plaats een “kunst van het langzaam lezen”, zoals Nietzsche de filologie noemde, niet lineair zoals de consumptieve lezer doet, maar in een spiraalbeweging, steeds dieper de ruimte van de tekst in. Alleen door in een spiraalbeweging te lezen kan de vertaler zijn eigen visie op die tekst ontwikkelen en tot een consistente en overtuigende interpretatie komen, zoals het in de muziek zo mooi heet.’ Deze woorden zijn afkomstig uit het artikel ‘Wit en rood: over Michons ‘La Grande Beune’, dat werd geschreven door vertaler Martin de Haan.

    Hier is een zelfbewuste man aan het woord, en een man die ervan houdt om over zijn vak te reflecteren. Maar ook een man die het vertalen ziet als een actief en kritisch toeeigeningsproces.

    In hetzelfde artikel typeert hij de vertaler niet voor niets als ‘uitvoerend kunstenaar’, dus als een soort interpreterende en concerterende musicus. Dat De Haan over reflectievermogen beschikte, was van meet af aan duidelijk. Na zijn studies Frans en algemene literatuurwetenschap werkte hij enkele jaren aan een proefschrift , over de poëzie van Raymond Queneau. Maar in 1995 nam hij afscheid van de wetenschap en begon hij zich als vertaler uit het Frans te manifesteren. Inmiddels bouwde hij een indrukwekkend oeuvre op, waarin heel wat grote namen vertegenwoordigd zijn. Hij vertaalde niet alleen werk van klassieke Franse auteurs als Diderot, Constant, Zola en Proust, als van hedendaagse iconen als Houellebecq, Kundera, Jauffret en Echenoz.

    De Haan is de vaste vertaler van Michel Houellebecq, wiens werk zich kenmerkt door een grote stilistische beweeglijkheid. In zijn romans treffen we van alles aan, van lyrische, poëtische passages en reclameteksten tot theoretische bespiegelingen. De Houellebecqvertaler moet dus beschikken over het vermogen om zich razendsnel aan te passen aan veranderende stijlwerelden. Dat De Haan over dit kameleontische vermogen beschikt, wordt je duidelijk wanneer je zijn vertaling leest van de fameuze roman Elementaire deeltjes, waarin Houellebecqs stijlwisselingen zeer overtuigend worden vertolkt. De Haan heeft overigens zelf uitgebreid gefilosofeerd over Houellebecqs stilistische grilligheid, onder meer in het nawoord bij De wereld als markt en strijd, zijn vertaling van Extension du domaine de la lutte.

    Steeds valt in De Haans romanvertalingen op dat hij grote soepelheid betracht zonder de oorspronkelijke tekst ook maar in het minst te beschadigen. Zo zijn zijn dialogen echt Nederlandse dialogen, waar de Franse herkomst op geen enkele manier doorheen schemert. Ter illustratie een voorbeeldje uit De kaart en het gebied. In hoofdstuk negen is hoofdpersoon Jed Martin in gesprek met zijn agent Franz. Franz dringt er bij hem op aan dat hij een aantal schilderijen verkoopt. Jed aarzelt. Er volgt in het Frans deze woordenwisseling ‘Alors? Demanda Franz au bout d’une minute. ‘Qu’est-ce que je fais? Je vends maintenant?’ ‘Comme tu veux.’ ‘Comment ça, comme je veux, merde! Tu te rends compte du fric que ça représente?’

    In de vertaling van de Haan lezen we: ‘Nou?’ vroeg Franz na een minuut. ‘Wat doe ik? Verkoop ik nu?’ ‘Wat je wilt?’ ‘Kolere man, hoezo nou wat ik wil! Snap je wel hoe veel geld dat is?’ Dergelijke zinnetjes tintelen gewoonweg van het taalgevoel.

    Ook het vertalen van het essay ligt De Haan zeer. In het licht van zijn academische achtergrond en zijn kritische talenten mag dat misschien ook geen verrassing heten. Een aardig voorbeeld halen we maar eens uit Kundera’s prachtige essay over de schilder Francis Bacon, ‘Het brute gebaar van de schilder’. We gaan naar de laatste paragraaf van dat essay, waarin Kundera zijn bevindingen nog eens krachtig samenvat, zo krachtig dat het bijna poëzie wordt:

    Qu’est-ce qui nous reste quand on est descendu jusque-là?
    Le visage;
    le visage qui recèle ‘ce trésor, cette pépite d’or, ce diamant caché’ qu’est le ‘moi’
    infiniment fragile, frissonnant dans un corps;
    le visage sur lequel je fixe mon regard afin d’y trouver une raison pour vivre cet
    ‘accident dénué de sens’ qu’est la vie.

    De Haan geeft die slotparagraaf zo weer:

    Wat rest ons nog als we zo diep zijn gedaald?
    Het gezicht;
    Het gezicht waarin ‘de schat, de goudklomp, de verborgen diamant’ verscholen ligt
    van het eindeloos broze ‘ik’ dat in een lichaam trilt;
    Het gezicht waarop ik mijn blik vestig in de hoop er een reden te vinden om door te
    gaan met het ‘van zin verstoken toeval’ dat leven is.

    Let op hoe behendig hier, in het zinsdeel na de eerste puntkomma, de actieve zin met ‘qui’ en het tegenwoordig deelwoord wordt omgewerkt om herhaling van een dubbele dat-constructie te vermijden. Let op de ragfijne woordkeus, met dat ‘eindeloos broze ik’ en dat ‘van zin verstoken toeval’, en luister hoe ritmisch de Nederlandse zinnen blijven lopen.

    Maar De Haan is meer dan alleen een voortreffelijk en veelzijdig vertaler. Hij zette zich ook in voor het ontsluiten van tot dusver onbekende teksten van grote Franse schrijvers voor de Nederlandse lezer, met name in de Perlouses-reeks, die onder redactie van het collectief De Haan, Van der Sterre en Hofstede uitgroeide tot 24 deeltjes. In die reeks liet hij ons bijvoorbeeld kennismaken met het werk Dit is geen grap van Denis Diderot, en met In de slee van Arthur Schopenhauer van Yasmina Reza.

    Bovendien stond hij op de bres voor de positie van de vertaler. Als bestuurslid van de Vereniging van Letterkundigen vertegenwoordigde hij van 2002 tot 2005 (plus een half jaartje extra in 2006) de belangen van de Nederlandse vertalers. Daarnaast was hij van 2009 tot 2013 voorzitter van de Europese vertalersraad, het CEATL – de Conseil Européen des Associations de Traducteurs Littéraires. Onder zijn voorzitterschap werd er intensief onderzoek gedaan naar de positie van de vertaler in de Europese landen en groeide op Europees niveau het besef dat vertalers belangrijk werk doen en voor dat werk behoorlijk dienen te worden beloond. Hij is trouwens nog altijd actief voor het CEATL, zij het tegenwoordig als vicevoorzitter. Verder schreef hij met Hofstede het manifest Overigens schitterend vertaald, in 2008 door de Nederlandse Taalunie, het Expertisecentrum Literair Vertalen en de Vlaamse en Nederlandse letterenfondsen gelanceerd, waarin hartstochtelijk wordt gepleit voor meer waardering voor en betere opleiding van de Nederlandse vertalers.

    De volledige benaming van de vertalersprijs van het Nederlands Letterfonds luidt: ‘Nederlands Letterfonds Prijs voor de vertaler als cultureel bemiddelaar’. De prijs is nadrukkelijk niet alleen bestemd voor vertalers die werk van hoog niveau afleveren, maar ook voor vertalers die ‘eigen initiatief’ tonen ‘bij het toegankelijk maken van (onbekende) teksten, alsmede op het ontdekkende en contextualiserende karakter ervan.’ En voorts voor hen die ‘stimulerende activiteiten’ ontplooien ‘op het terrein van het vertalen in het algemeen: activiteiten die hebben bijgedragen tot de professionalisering en het maatschappelijk aanzien van het vak van vertaler, zoals opleiding van literair vertalers of activiteiten om de sociaaleconomische positie van vertalers te verbeteren.’

    Welbeschouwd lijkt de loopbaan van Martin de Haan zo’n beetje voorbestemd om het profiel van deze prijs te vervullen. De jury van de Nederlands Letterenfonds Prijs kent hem de ‘Nederlands Letterenfonds Vertaalprijs’ dan ook met bijzonder veel genoegen toe.



Naar de overzichtspagina

Delen