Letterenfonds Vertaalprijs 2016

Ga direct naar

Details:

Harm Damsma (1946) en Niek Miedema (1955) vormen sinds 1994 een vast vertaalduo. Hun enthousiasme voor het vak is in al hun bezigheden voelbaar, of ze nu vertalen, doceren, recenseren, of een lezing geven. Aan de basis van al dat plezier staat een zeer serieuze en ambitieuze vertaalhouding en een kritische samenwerking. Op vrijdag 9 december 2016 werden Harm Damsma en Niek Miedema bekroond met de Letterenfonds Vertaalprijs 2016.
De Nederlandse literatuur in Polen kent een lange traditie, niet in de laatste plaats dankzij wegbereiders als vertalers Zofia Klimaszewska, overleden in 2007, en Jerzy Koch, die zich nog altijd inzet voor de Nederlandstalige literatuur in Polen maar tegenwoordig iets minder actief is als vertaler. De Nederlands-Poolse fakkel is met verve overgenomen door Alicja Oczko, die zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld tot de belangrijkste en productiefste vertaler van Nederlandstalige literatuur in het Pools. Ook zij is op vrijdag 9 december 2016 bekroond met de Letterenfonds Vertaalprijs.

De jury van de Letterenfonds Vertaalprijs voor een literair vertaler in het Nederlands bestond uit voorzitter Suze van der Poll (Scandinavist, lid Raad van advies Letterenfonds, en redactielid Armada), Vincent Hunink (classicus, vertaler en winnaar van de Vertaalprijs 2011) en Aai Prins (literair vertaler Russisch). De jury voor de Letterenfonds Vertaalprijs voor een literair vertaler uit het Nederlands bestond uit de afdeling buitenland van het Nederlands Letterenfonds.


Winnaar

  • Harm Damsma

    Details:
    Dames en Heren, In zijn Poëtica stelde Aristoteles dat waar dichters zich van geschiedschrijvers onderscheiden doordat zij spreken van gebeurtenissen “de geschiedschrijver spreekt van gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden, [] de dichter [spreekt] van zodanige als zouden kunnen gebeuren” (IX, 51a36). Dat die constatering hoewel betwistbaar, niet zuiver hypothetisch was, daarvan getuige de literatuurgeschiedenis. Dichters, en een enkele geschiedschrijver, hebben in de loop der eeuwen een veelheid aan bestaande en mogelijke werelden beschreven. Wanneer we ons voor het gemak beperken tot het Engelse taalgebied en de laat 20e en vroege 21e eeuw en twee willekeurige vertalers wordt de impact van die ideeënrijkdom duidelijk. In 1992 publiceerde Adam Thorpe Ulverton. In die roman, inmiddels bestempeld als Vintage Classic, beschrijft Thorpe de geschiedenis van Ulverton, een fictief dorpje in het Engelse graafschap Wessex. Hij concentreert zich op de jaren tussen 1650 en 1988, waarbij hij steeds weer een andere verteller, met een eigen register het woord laat voeren. Zo presenteert hij in 1689 een verongelijkte dominee die een donderpreek houdt, vergast hij zijn lezer op de monologue interieur van een eenvoudige, laat-negentiende eeuwse landarbeider en voert hij in 1988 een projectontwikkelaar op. Thorpe presenteerde de geschiedenis evenwel in een vorm die de lezer, en daarmee ook de vertalers zwaar op de proef stelde. Het Engels in het hoofdstuk over die negentiende eeuwse landarbeider was onbegrijpelijk, oordeelde menig Engels lezer. Nu is begrijpen wat er staat één ding, hoe zo’n tekst te vertalen met behoud van stijl is een tweede.

    In een al even caleidoscopische roman als die van Thorpe verhaalt Mitchell in De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet over de contacten tussen de bewoners van het eilandje Deshima voor de kust van Japan waar zich rond 1800 een Hollandse handelspost bevond.

    Deze romans werden vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema, die onlangs Michel Fabers Het boek van wonderlijke nieuwe dingen toevoegden aan hun palmares. Ditmaal geen historische roman. Het boek van wonderlijke nieuwe dingen begint als een redelijk conventionele realistische roman maar wordt al gauw tot een soort Science Fiction, wanneer de hoofdpersoon, de diepgelovige Peter, zich als vrijwilliger aanmeldt bij de organisatie USIC – het blijft raden waar de afkorting voor staat. Hij heeft zich aangemeld voor een speciale missie die als doel heeft het christelijk geloof op de planeet Oasië te verspreiden. Dat communicatie met buitenaardse wezens andere eisen aan de taal stelt zal niemand verbazen.

    Het moge duidelijk zijn: bij de vertaling van dergelijk werk komt meer kijken dan een woordenboek en gedegen kennis van de Engelse taal. Nog afgezien van de woordspelletjes, de associaties, de historische en sociale kleuring van het Engels zijn er varianten als het Iers-Engels, het Iers-Amerikaans, EngelsAmerikaans, en dan nog al die regionale verschillen: het New Yorks, een dialect uit Wessex, Cajun, Southern Drawl, Black American. Het moge duidelijk zijn, een vertaler is naast iemand met een grote kennis van een of meer vreemde talen een onderzoeker, een avonturier, een schepper en als we Harm Damsma en Niek Miedema mogen geloven ook een zeer gelukkig mens.

    Dat laatste bleek tijdens hun vertalersgeluktournee in 2011. Damsma en Miedema, sinds 1994 opererend als vertaalduo, lichtten tijdens die tournee hun vertalersdoopceel. Ze bleken niet alleen consciëntieuze, maar ook zeer kritische vertalers. En daarvoor mogen niet alleen Nederlandse lezers hun dankbaar zijn. Er wordt wel eens geklaagd over de snelheid waarmee er met name vanuit het Engels vertaald moet worden, maar dat er ook voordelen aan kleven bewezen Damsma en Miedema meerdere keren. Dat zij moesten werken met de drukproeven van David Mitchells The Thousand Autumns of Jacob de Zoet heeft Mitchell behoed voor meerdere onvolkomenheden, onwaarschijnlijkheden en regelrechte missers.

    Het geluk voor vertalers als Damsma en Miedema, zo bleek, bestaat niet alleen uit het mogen vertalen van een breed spectrum aan romans, die hun vertalers zowel stilistisch als inhoudelijk hoofdbrekens bezorgen. Hun vertaalgeluk of vertalersgeluk bestaat ook uit het vergaren van kennis, door deskundigen te raadplegen op zeer uiteenlopende gebieden, nu eens een Go-expert, dan weer een Vlaamse auteur en natuurlijk de auteurs wier werk ze vertalen.

    Naast het vertalen van historische romans van gevestigde auteurs als Thorpe, O’Connor en Mitchell, wat kennis vereist over zeer uiteenlopende perioden en culturen, zorgden Damsma en Miedema er tevens voor dat werk van debutanten als Reif Larsen en Tod Wodicka de weg naar de Nederlandse lezer vond. Daarnaast waagden ze zich aan cult-klassiekers als William Goldings Heer van de vliegen en Anthony Burgess’ A Clockwork Orange, dat onder die zelfde titel in 2012 in vertaling verscheen. A Clockwork Orange opent met de woorden ‘Nou, wat gaat het worden?’ Tot zover niets vreemds, maar dan begint het verhaal pas echt:

    Wij, dat wil zeggen ik, Alex, en mijn drie droeken, dat wil zeggen Pete, Georgie en Dom, die zijn naam alle eer aandeed, want erg snugger was ie niet, zaten met zijn vieren in melksalon Korowa te doematten wat we die avond zouden gaan doen. Het was een flippe, donkere, kouwe klotewinteravond, al was het wel droog. Melksalon Korowa was een melkplus-palatka, en wellicht dat gij, o mijn broeders, vergeten zijt wat voor palatka’s dat waren, want alles verandert zo skorrig tegenwoordig en iedereen vergeet zo snel, en wie leest er tegenwoordig nog een krant? Afijn wat ze daar schonken was melk met wat erin. Ze hadden geen drankvergunning, maar er bestond nog geen enkele vergunning tegen het prodden van die nieuwe wesjes die ze door de moloko deden, dus je kon het pieten met sicodet, met synthemesc, of met drencom, of met een of twee van de andere wesjes die ze dus in de moloko deden en die je een lekker relaxt, horrorshow kwartiertje bezorgden […]

    Als u zich nu afvraagt wat hier staat, ligt dat niet aan u. De mengeling van bargoens, boeventaal, Shakespeariaans Engels en jongerentaal, doorspekt met leenwoorden uit het Russisch verbaasde de Engelse lezer anno 1962 niet minder. Burgess’ zelfbedachte taaltje en invloeden van het 17e eeuwse Engels maakten dat de lezer zich gedwongen zag zich te verplaatsen in het taalgebruik van de jeugdige delinquent die centraal staat in A Clockwork Orange. Dat de Nederlandse vertaling even bevreemdend werkt is een weloverwogen en prijzenswaardige keuze.

    Damsma en Miedema zijn er de afgelopen twee decennia keer op keer in geslaagd vertalingen van hoge kwaliteit af te leveren. Zij hebben dankzij hun wel als heroïsch bestempelde vertaalinspanningen, belangwekkende en vaak ook zeer omvangrijke romans voor een Nederlands lezerspubliek ontsloten en worden hier in recensies ook veelvuldig om geroemd.

    Hierbij komt nog dat deze ervaren vertalers als docenten aan de Vertalers Vakschool in Amsterdam al sinds geruime tijd hun kennis delen met beginnende vertalers, en stimulerende activiteiten ontplooien op het terrein van het vertalen in het algemeen, activiteiten die in de ogen van het Letterenfonds bijdragen tot ‘de professionalisering en het maatschappelijk aanzien van het vak van vertaler’. Het is dan ook met veel genoegen dat de jury de Nederlands Letterenfonds Vertaalprijs 2016 toekent aan Harm Damsma en Niek Miedema.

Naar de overzichtspagina

Delen