Libris Literatuur Prijs 1995

Ga direct naar

Uitreikingsrapport:

Zijn er in Nederland te veel literaire prijzen? Wie er een krijgt, wil graag het gevoel hebben de eerste onder gelijken te zijn en niet de laatste in een onafzienbaar lange rij. Al tellend kwam Sarah Verroen in een artikel in Ons Erfdeel tot zes staatsprijzen, zestien gemeentelijke prijzen en maar liefst veertig particulieren prijzen. Er gaat zo gemiddeld geen week voorbij zonder literaire prijsuitreiking, en het kan niet lang duren voordat de provincies, de waterschappen en de stadsregio's zich realiseren dat zij een fraaie profileringskans hebben laten lopen. Wie actief is in de wetenschap of wel eens een veelbelovende studentenscriptie begeleidt, maakt zich zo ook wel eens zorgen over tekenen van prijsinflatie.

Een prijs is, volgens Van Dale, onder meer een "stoffelijke beloning" voor een prestatie bij sport, spel of strijd. In die omschrijving had het woord "uitzonderlijk" best een- of tweemaal mogen voorkomen. Zo geformuleerd drijft het woord al aardig weg in de richting van het economische prijsbegrip: een bedrag dat betaald wordt in ruil voor een prestatie. Stoffelijker kan het niet. Alle waar heeft zijn prijs, maar heeft alle leeswaar inmiddels zijn literaire prijs?

Zover is het in Nederland zeker nog niet. Opmerkelijk is bijvoorbeeld dat het brede terrein van de niet-literaire non-fictie nog geheel prijsvrij is. Vergelijking met andere landen bevestigt al evenzeer dat er in Nederland nog wel degelijk ruimte is voor gezonde groei. Dat is maar goed ook. Het zou immers bijzonder jammer zijn als het fenomeen van de literaire prijs ruim honderd jaar na ontstaan slachtoffer zou worden van eigen succes. Laat het nooit zover komen dat, als gevolg van verregaande proliferatie, de literaire prijs meer de verdelende rechtvaardigheid binnen de grachtengordel gaat dienen dan een rechtvaardige verdeling in talentrijken en talentarmen. Na egalitaire leuzen als "geen gezeur - iedereen directeur" en "hoezo fraude? Iedereen cum laude" zoud dan de tweeslag "half capabel - nominabel" aan de beurt zijn. Noch prijsgevers, noch prijsontvangers hebben reden zich op zo'n perspectief te verheugen.

Als zich ooit een beeld van vervlakking zou nestelen, dan leidt dat altijd tot een reactie. Toen in de Verenigde Staten alle directeuren vice presidents heetten, ontstond al gauw de categorie senior vice president, en het summa cum laude zal wellicht ooit het cum laude doen verbleken. Maar als het onder literaire prijzen ooit tot een vergelijkbare opschoning komt, dan zal de dan te vormen categorie van "superprijzen" zich hoe dan ook wel kenmerken door een breed toekenningsterrein, door een jurering die primair leunt op literaire deskundigheid met ruimte voor de frisse inbreng van een leesgierige buitenstaander, door een royaal prijsbedrag en door een uitreikingsritueel mét eet- en zonder cijferbordjes. Deze jury van de Libris Literatuur Prijs ziet de toekomst dan ook met vertrouwen tegemoet, inclusief de spoedige instelling van een prijs voor de beste literaire prijs.

Dat vertrouwen in de toekomst is mede gebaseerd op een zonnig perspectief op de Nederlandstalige literatuur. Als literair oogstjaar beoordeeld was 1994 zowel kwantitatief als kwalitatief een bevredigend jaar. De beoordeling van de 188 ingediende boeken - waarvoor zoals dat hoort, ruim de tijd kon worden genomen - leverde een eerste selectie van 28 kandidaten op, qua omvang bijna reikend tot het reglementair toegestane maximum van 30. Uit de "long list" worden de nu volgende zes boeken genomineerd als kandidaat voor de Libris Literatuur Prijs 1995.

De Jury:
dr. A.H.G. Rinooy Kan, voorzitter
Jacques Kruithof
Philippe Noble
Rob Schouten
Paul de Wispelaerer>


Winnaar

  • Thomas Rosenboom - Gewassen vlees

    Gewassen vlees van Thomas Rosenboom is een omvangrijke historische roman en tegelijkertijd een product van opperste verbeelding. Als historische roman trekt het verhaal de aandacht door de detaillering, de authentieke decoratie en het rijke vocabulaire, waaraan niet anders dan immens bronnenonderzoek ten grondslag kan hebben gelegen. Als werk van de verbeelding sleept het de lezer mee door ongebruikelijke en ongebreidelde literaire uitzichten. Beide elementen zijn hier onverbrekelijk met elkaar verbonden.

    In brede passages, die door hun plastische kracht de lezer intens bijblijven, schildert Rosenboom de geestelijke en lichamelijke neergang van Willem Augustijn van Donck, een jonge partriciër uit de pruikentijd, die na een veelbelovende maatschappelijke start steeds verder wegzinkt in psychische aberraties. Voorbestemd om in erfelijk gebaande voetsporen te treden eindigt hij ten slotte in de goot en nog dieper, en dat is wat de lezer meemaakt, van binnen en van buiten, en soms alsof men tegen wil en dank zelf meegezogen wordt. Wat ook de oorzaken mogen zijn van dit verval, een moederloze jeugd, een overheersende vader of de mislukte relatie met de plaatselijke schone, op de achtergrond van dit opmerkelijke achtien-eeuwse drama glimlacht onmiskenbaar Freud fijntjes mee. Gewassen vlees is een roman over een ziek en pathologisch man in een door hypocrisie geregeerde maatschappij, waar psychisch lijden en misdaad nog niet van elkaar onderscheiden worden en waar de Verlichting nog lang niet aanstaande lijkt, laat staan de seksuele bevrijding.

    Met een even grootse als vaste greep beschrijft Rosenboom aan de hand van een kleine coterie een hele wereld van maatschappelijke en geestelijke ontwikkelingen, op een wijze zoals er in onze literatuur niet eerder over regententijd werd geschreven. Maar van achter het soms subversieve rococomasker in Gewassen vlees wijst dit verhaal ook onmiskenbaar naar onze twintigste eeuw, houdt de lezer een spiegel voor en wrikt aan vooroordelen rond geestesziekte.

    Dit is geen vertelling waarbij de lezer altijd schone handen houdt. De ruime en soms hilarische belangstelling voor het onderlichaam en voor sadomasochistische deviaties draagt zeker bij tot het controversiële karakter van het boek, maar Rosenboom slaagt er tegelijkertijd in het literaire gehalte volstrekt hoog te houden en de lezer op geheel eigen wijze door een epoche te gidsen, die juist in zijn verval boeiender is dan de officiële geschiedschrijving ons wil doen geloven.

    Gewassen vlees is geschreven door een schrijver bij wie vakmanschap, literaire bevlogenheid en virtuositeit hand in hand gaan, iemand die in de traditie van Vestdijk staat. Het is een roman die op aanstekelijke en tegendraadse wijze over moraal gaat zonder ook maar in de verste verte te moraliseren. Juist om zijn in alle opzichten opvallende en gedurfde karakter nomineert de jury Gewassen vlees.

    Juryrapport Winnaar Libris Literatuur Prijs 1995

    Onmiskenbaar is de roman Gewassen vlees van Thomas Rosenboom een van de opmerkelijkste producten van de naoorlogse literatuur; het boek is dat vanwege zijn omvang, thematiek en verbeeldingskracht. Een historische roman, geschreven in de traditie van Simon Vestdijk, maar veel gewaagder en controversiëler dan het werk en zijn voorbeeld.

    Net als in zijn vorige boek, Vriend van verdienste (in feite ook een historische roman, zij het aangaande een veel recenter verleden), koos Rosenboom de stof voor zijn verhaal uit de betere kringen en uit de wereld van de pathologische aandoeningen.

    Door een verhaal samen te vatten dat zich juist onderscheidt door de complexiteit en de meeslepende plastische beschrijvingen, doet men Gewassen vlees natuurlijk onrecht. Toch een poging: Willem Augustijn van Donck, zoon van Workums regentengeslacht, gaat naar Hulst om daar zijn baljuwschap uit te oefenen. Een korte verliefdheid op Catharina Saffraan is afgebroken, de relatie niet geconsumeerd. Willem Augustijn heeft uit de nalatenschap van een bevriende geleerde het procédé verkregen om suiker wit te maken en probeert nu een suikerfabrikant annex armenkolonie op poten te zetten. Via deze onderneming, die de sluimerende conflicten met zijn vader aan het licht brengt, komt hij in hernieuwd contact met de intrigerende figuur uit zijn jeugd, de buitenissige familievijand Bergsma, die meer van hem weet dan hij kan vermoeden. Maar Willem Augustijn maatschappelijke bezigheden en bewegingen kunnen niet verhullen dat hij het slachtoffer is van in hevigheid toenemende pathologische aandoeningen. Op weg naar het Zuiden zinkt hij steeds dieper en fataler weg in zijn wanen, tot een pistoolschot een einde aan zijn lijden maakt.

    Gewassen vlees is een historische roman over een geesteszieke, die men misschien ook in onze tijd zou kunnen aantreffen. Toch overheerst aanvankelijk het historisch decor. De toewijding waarmee Rosenboom zich in de achttiende eeuw heeft verdiept, is verbluffend. Niet alleen gebruikt hij de taal van de achttiende-eeuwers(door woorden als kokstrijntjes, bonnet, comptoir) maar ook beschrijft hij gedetailleerd hun leefomgeving en denkwereld, heen en weer geslingerd tussen gezapig conservatisme en ontluikende Verlichting en romantiek. Die historiserende precisie en het sterk beeldende van zijn schrijven zorgen ervoor dat vele scènes in het geheugen van de lezer gegrift blijven. Het tafereel waarin de hoofdpersoon aan de stadhouder en zijn coterie wordt voorgesteld, of het hoofdstuk waarin een snikhete achttiende-eeuwse zomermiddag wordt beschreven, behoort tot de hoogtepunten van Nederlandse beschrijvingskunst.

    Gaandeweg wordt ook duidelijk dat Gewassen vlees niet zo maar een historische roman wil zijn. De aanvankelijk vrolijke aandacht voor het scrabeuze, die men nog als typisch achttiende-eeuws verschijnsel van de galanterie kan zien, slaat bij Willem Augustijn van Donck langzaam om in ziekelijke geobsedeerdheid door het onderlichaam en zijn belangstelling voor seksuele, anale en sadomasochistische aangelegenheden krijgt steeds meer de overhand in zijn maatschappelijk leven. Het is deze gang van beschaafde staat tot verval, van parfum tot riool, die in Gewassen vlees breed wordt uitgemeten.

    De waandenkbeelden die Van Donck koestert over seksualiteit en religie, leiden geregeld tot scènes die tot de gewaagdste van onze literatuur behoren. Schaamteloosheid en hypocrisie komen samen als Van Donck met wellust een vrijend paar bespiedt en nadien sadistisch zijn macht misbruikt. Het liefje van zijn huisknecht Park, Judith Bloem, wordt, nadat hij zich aan haar verlustigd heeft, het huis uitgezet. Ook zijn sadomasochistische trekjes krijgen steeds meer de overhand: een jongetje dat hem aanvankelijk biologeert wordt wreed mentaal gestraft> Zelf kruipt Willem Augustijn in een bordeel voo reen overheersende weduwe diep in het stof.

    Het zijn scènes die de onvoorbereide lezer misschien zullen schokken (en zeker hieraan de neiging van de auteur tot "épater le bourgeois" niet vreemd) maar die door de loop van het verhaal verklaard worden.

    Ook de doperse gezindte moet het in Willem Augustijn ziekelijke verbeelding steeds sterker ontgelden. Hij ergert zich aan het dorpse idee dat men door nederigheid zaligheid kan verwerven. De beschrijving van een blasfemische doop met uitwerpselen, die hij zelf aan een van de doopsgezinden voltrekt, behoort tot de merkwaardigste momenten in het boek.

    Hoe contrversieel en extreem dit alles ook moge zijn, Rosenboom houdt in zijn vergaande beschrijvingen de literaire teugels steeds strak. Zijn scènes zijn kruidig en gewaagd, maar ze biologeren ook.

    Het lijkt of het zwaartepunt van Gewassen vlees ligt bij de morbide neergang van de hoofdpersoon. Maar er is nog wel wat meer aan de hand. Behalve van Rosenbooms spel met stijlregisters, van precieus tot scabreus, valt te genieten van een levendige structuur, met inlassingen van nu eens briefpassages, dan weer flashbacks, dan weer intermezzi waarin de lezer historisch wordt bijgespijkerd.

    Zo is dit opvallende boek tegelijkertijd een historische roman en het product van opperste verbeelding. Naast het schrijfplezier van de schrijver dat tot leesplezier van de lezer wordt, merkt men dat deze auteur gefascineerd is door uitersten, door de mengeling van burgerlijke pudeur en preromantiek. De politieke tegenstellingen tussen oranjeklanten en regentenkaste, de religeuze geschillen tussen menisten en de rest, de ideeën van verlichting en achterlijkheid., sociale wantoestanden op het land en wetenschappelijke vooruitgang - je kunt het zo gek niet bedenken of de auteur van Gewassen vlees laat zijn licht erop schijnen. In dat opzicht is het een ongewoon prismatsich meesterwerk, dat voor de schrijver zelf een fascinerend spel met de stof moet zijn geweest.

    Door zijn literaire rijkdom, veelzijdigheid en spanning is Gewassen vlees een hoogtepunt in de Nederlandse letterkunde van de laatste jaren en een boek dat de jury graag en zonder enig voorbehoud de Libris Literatuur Prijs 1995 toekent.

Genomineerd

  • Adriaan van Dis - Indische duinen

    Rapport Adriaan van Dis:
    "Hoe groter de chaos om mij heen, hoe meer ik aan heelte hecht", schrijft de hoofdpersoon van Adriaan van Dis' Indische duinen. De titel geeft meteen de ambivalentie aan waarvan deze roman doortrokken is: het leven "tussen twee vaderlanden", Nederland en het voormalige Nederlands-Indië in de naoorlogse jaren, de ik-figuur die zich al schrijvend naar vermogen te weer stelt tegen een vader die hij bemint of haat, dat weet hij zelf niet eens precies, die misschien een tiran was of een mislukkeling, of allebei, een verteller die aarzelend en ongaarne positie kiest ten opzichte van familieleden die hem in meerderheid gestolen kunnen worden, maar die hij zijns ondanks in het hart sluit, een familiegeschiedenis met veel drama dat soms ook melodrama genoemd kan worden, overspel, jappenkamp, zelfmoord en wat niet al, maar waar je, als je een keer begint terug te kijken, niet omheen kunt. Veel van dit verleden is in Indische Duinen lang verzwegen gebleven, opgegaan in bedriegelijke familieverhalen of omgezet in herinneringen waarvan de waarachtigheid al evenmin onomstotelijk vaststaat.

    Deze roman van Van Dis is een zoektocht in het verleden om er de eigen geschiedenis, het geheugen van de verteller, aan te ijken: om "heelte" te vinden in de tweespalt die hem van jongs af aan parten speelt. Ironie is hem daarbij niet vreemd, dit "wapen van de menselijke geest" volgens Dürrenmatt, niet vrijblijvend maar om in leven te blijven, een een traditionele "Vatersuche" blijkt onvermijdelijk, maar het vertellen zelf lijkt, althans voorlopig, helend en heilzaam te zijn.

    Van Dis zet zijn verhaal kracht bij met een sierlijke, fijzinnige stijl, die zowel recht doet aan de ambivalente onderneming zijn alter ego, als aan de personages die dit onderzoek over hun kant moeten laten gaan. Niemand wordt te kort gedaan, bij alle twijfel en kritiek wordt iedereen "heel" gelaten, niet het minst in de taal die de auteur hier naar zijn hand zet.

    De jury, van oordeel dat Indische Duinen een belangwekkend boek is, dat bovendien een belangrijke plaats inneemt in het oeuvre van Adriaan van Dis, acht een nominatie alleszins verdiend.

  • Renate Dorrestein - Een sterke man

    Rapport Renate Dorrestein:
    Met Een sterke man heeft Renate Dorrestein een rijk en intrigerend boek geschreven. Zij heeft daarin een spannende plot, een knappe vertelconstructie, een onderhoudende, vaak satirische toon en een diep menselijke thematiek met elkaar weten te combineren. Het boek ontleent motieven aan de klassieke misdaadroman (een willekeurig gezelschap vertoeft in een min of meer van de buitenwereld afgesloten, kasteelachtig huis), er wordt zelfs expliciet verwezen naar Agatha Christie en er valt waarachtig een dode, maar het antwoord op de vrag: "Wie heeft het gedaan?" wordt de lezer onthouden. Ook waart er een spook rond zoals in een echte gothic novel, zonder dat de schrijfster zich veel moeite getroost om ons daarmee schrik aan te jagen. Toch parodieert het boek deze genres ook niet; er is meer sprake van het recyclen van overbekende elementen ten dienste van iets anders, dat zich moeilijk laat definiëren en in categorieën vatten: een satire, een psychologische roman, een aanklacht?

    Op het eerste gezicht biedt de roman een geslaagde satire van bepaalde aspecten van de kunstwereld én van de menselijke gedragingen in groepsverband. Het psychologisch inzicht, de bijtende humor en het talent voor schrijven van dialogen - alle eigenschappen die Renate Dorrestein in hoge mate bezit - zorgen voor bijzonder veel leesplezier. Dit stempelt he boek allerminst tot amusementslectuur: lichtvoetigheid sluit diepgang en ernstige bedoelingen hier geenszins uit.
    ,br> Via de vier vertelsters die achtereenvolgens aan het woord komen - en de lezer maar mondjesmaat deelgenoot maken van de ware toedracht van de gebeurtenissen - dringt men echter dichter tot de kern van het boek door. Ook hier heeft de lezer de keuze tussen verschillende niveaus. In de eerste plaats gaat het om de manipulaties van de "sterke man" Stephen O'Shaugenessy, die zich via een ingewikkeld ( en boeiend uitgewerkt) stelsel van menselijke reacties uiteindelijk tegen hem keren en tot een fatale afloop leiden. Belangrijk is in onze ogen dat Renate Dorrestein de oplossing van het "misdaadverhaal" niet expliciet geeft.

    Hoe dan ook: met dit bewust onuitgewerkte gegeven leidt de schrijfster onze aandacht af naar de "menselijke lading" die de vier monologen bevatten en die voor ons het meest interessante - en ontroerende - onderdeel van het boek vormt. Alle vier de vertelsters zijn eenzaam, geïsoleerd hetzij door ziekte, door verschrikkelijke trauma's of de tragische liefde voor een ongeneeslijk ziek kind. Ook nevenfiguren hebben vaak te kampen met nauwelijks verwerkte menselijke drama's, wat de roman een bijzonder sombere kleur verleent. En zelfs de onsympathieke Stephen blijkt in zijn vermogen om de ziekte van zijn zoon te accepteren een zwak en lijdend figuur.

    De jury vindt dat de combinatie van vlijmscherp pessimisme en onmiskenbare compassie, ingebed in een knap geconstrueerd en met vaart verteld verhaal, van deze roman een boek maakt van internationale allure: een nominatie meer dan waard.

  • Stefan Hertmans - Naar Merelbeke

    Rapport Stefan Hertmans:
    Naar Merelbeke van Stefan Hertmans is in verscheidene opzichten een verrassende, intrigerende en raadselachtige roman. Het boek is opgebouwd uit 38 taferelen die fantasierijke en soms wonderbaarlijke gebeurtenissen vertellen uit het leven van een merkwaardig en ontwapenend elfjarig jongetje dat ergens in de Vlaamse polder woont. Daar spelen zijn avonturen zich in de eerste periode af, en nadien ook in Tournai en Rouen, waar hij op bezoek gaat bij de fantastische figuur van oom Doresta. De roman laat zich lezen op verscheidene niveaus, wat een belangrijk aspect van zijn literaire rijkdom is, maar in de eerste plaats op het niveau van het verhaal wordt de lezer bladzij na bladzij verrukt door de levendige, sprankelende stijl vol originele beelden en beschrijvingen. Het overrompelende begintafereel geeft de, het hele boek kenmerkende, sfeer meteen al aan, waarin ongebreidelde fantasie en werkelijkheid probleemloos in elkaar overvloeien.

    Dagdromend in de berm van een oude vaart wordt de jongen bezocht door God in de gedaante van een geel insekt dat een achterpoot mist, en daarop sterft een van zijn eigen benen af, zodat hij als een getekende hinkend en met krukken de verdere gebeurtenissen tegemoetgaat. Dit teken werkt in meer dan één opzicht symbolisch, maar in algemene zin duidt het aan dat de jongen niet als een saaie volwassene met beide benen op de grond staat, maar in het vrije rijk van de verbeelding vertoeft. Deze prachtige vondst bepaalt uiteraard het vertellerstandpunt van de roman, dat voor het grootste deel door de jonge fantast zelf wordt ingenomen. en dat heeft dan weer consequenties voor een ander niveau van de roman, waarop de regisserende auteur Hertmans een geraffineerd spel bedrijft met het genre van de autobiografie, waartoe het boek op een fictieve manier behoort. Het hoeft immers geen betoog dat de jonge verteller vanuit zijn oververhitte verbeelding "leugens" opdist, maar hoe staat het, zo wordt gesuggereerd, met de gepretendeerde waarheid in de "echte" autobiografie? En bovendien verwijst een aantal passages bij monde van de auteur-verteller onder andere rechtstreeks naar de bekende roman Elias of het gevecht met de nachtegalen van de Vlaamse auteur M. Gilliams, waardoor expliciet het "intertekstuele", zo men wil postmodernische karakter van het boek wordt beklemtoond.

    In de laatste taferelen van de roman van de roman verschuift het gezichtspunt en kijkt de oudergeworden verteller met vertedering maar helaas ook met kennis van de volwassene op zijn verleden terug. Daarbij verklaart hij een en ander, zoals hoe het verloren been na het kwijtraken van het geloof in God weer teruggegroeid, en hoe het eigenlijk zat met de mysterieuze familiegeschiedenis rond oom Doresta.

    De jury besloot op grond van de originaliteit, de volgehouden taal- en verbeeldingskracht en de compositorische vindingrijkheid waarvan de auteur Stefan Hertmans getuigt, een nominatie toe te kennen aan zijn werk Naar Merelbeke.

  • Nicolaas Matsier - Gesloten huis

    Rapport Nicolaas Matsier:
    Gesloten huis van Nicolaas Matsier is het weloverwogen opgebouwde, uiterst doordachte en fraai geschreven verslag van een dubbel, complementair onderzoek dat de verteller instelt: naar zijn eigen geschiedenis en naar die van het gezin waarin hij opgroeide. Het overlijden van de moeder, en lang tevoren dat van de vader, een broer en een zus, maakt de roman deels tot een particuliere dodenherdenking, met een gevoeligheid waarin feiloos ieder vals pathos ontweken wordt. Matsier bedient zich bij voorkeur van concreta - een bos sleutels, sigarettemerken, een stofdoekenmandje, die hem bij de "huiszoeking" in de verlaten ouderlijke woning in handen vallen - om het zich onverbiddelijke verwijderende verleden op te roepen: dat maakt de roman deels tot een particulier "vergeetwoordenboek".

    Dat verleden is een gereformeerd gezin in de jaren vijftig, een besloten (Haagse) wereld die in de toenmalige vorm amper meer bestaat. In dit "inderhaast ingerichte laboratorium van de herinnering" - dat de verteller nodig heeft om "het ouderloos tijdperk" te bezweren en zichzelf intact te houden - krijgt deze wereld een tweede leven toebedeeld: een verhaal tegen het vergeten en verdwijnen in. Onvermijdelijk voert de confrontatie tot een "grote schoonmaak" in eigen huis en innerlijk, die het vertellen van zo'n verhaal metaforisch altijd is, een persoonlijke crisis, een ordeverstoring, die de aanloop tot het schrijven vormt.

    Niet zelden brengt Matsier het zoeken en vinden ("even dichtbij als veraf") waar het in Gesloten huis om gaat, trefzeker en poëtisch onder woorden die zich buiten hun context moeilijk laten citeren, maar door hun precisie en ingetogen humor de lezer ervan overtuigen dat wol (van oude, uitgehaalde truien) ene sterk geheugen heeft, dat een vadsige jongen in de klas nog het meest weg heeft van een dobber, of dat de verteller in zijn eerste lange broek "een verschijning uit de eigen toekomst" is. In zulke formuleringen met de allure van een onmiskenbare waarheid is Matsier op zijn best.

    De jury meent dat deze kwaliteiten, die zowel op stijl als stof, op vakmanschap als noodzaak tot vertellen betrekking hebben, een nominatie ruimschoots rechtvaardigen.

  • Willem van Toorn - Het verhaal van een middag

    Rapport Willem van Toorn:
    Het verhaal van een middag van Willem van Toorn is een kleine, subtiele roman over een schrijver die geconfronteerd wordt met de waarheid achter het verhaal dat hij ooit geschreven heeft. Tweemaal raakt het leven van de hoofdpersoon Henry Vettore dat van Sylvana Bauer. De eerste maal als ze beiden klein zijn, heeft hij geen weet van haar bestaan, dat toch heel nabij is, de tweede maal als ze beiden volwassen zijn geworden, leidt het tot een herschrijving van zijn persoonlijke geschiedenis.

    De geschiedenis van de tot Engelsman genaturaliseerde Italiaan Vettore op een merkwaardig moment in de Italiaanse oorlogsgeschiedenis, gezien door de ogen van een opgroeiend jongetje, wordt gecontrapunteerd door de geschiedenis van het joodse meisje Bauer, die zich op hetzelfde , beslissende moment aan de andere kant van de rivier bevindt. Wat in het ene verhaal een geheimzinnige rookkolom is, is in het andere verhaal een gruwelijke liquidatie.

    Van Toorn slaagt er op bijzondere wijze in, bij zoveel dramatiek toch in een authentieke en ingetogen stijl te laten zien hoe de ultieme waarheid van de geschiedenis ten slotte onkenbaar moet blijven. Diezelfde onoplosbaarheid van het verleden blijft ook in het heden tussen de hoofdpersonen hangen. Op kalme en juist daardoor schrijnende wijze laat Van Toorn zien hoe het leven een kwestie is van persoonlijke ervaringen, die pas in elkaar grijpen als het te laat is.

    Het verhaal van een middag is ook het verhaal van twee in feite vaderlandloze mensen in een bitterzoet Toscaans decor, die niet bij elkaar horen en ook niet bij elkaar terechtkomen, maar wiens levens toch een even onontkoombaar met elkaar verstrengeld raken. Zonder psychologisch bombardement maar uiterst genuanceerd en met veel gevoel voor het menselijke tekort zet Van Toorn hun karakters neer.

    Maar achter de treffende anekdote gaat meer schuil. Dit is vooral ook een roman over de fricties tussen literatuur en werkelijkheid. Ergens in het boek valt te lezen: "Je schrijft omdat de werkelijkheid niet deugt,' zei de schrijver. 'Omdat die een andere vorm moet krijgen om aanvaardbaar te zijn. Vervolgens komt iemand je vertellen dat het toch doodgewoon de werkelijkheid is. Dat heeft iets obsceens."

    Een van de aantrekkelijke kanten van Het verhaal van een middag is de literaire beheersing, het ontbreken van zwaarwichtig vertoon, waarmee Van Toorn de lezer langs zo'n complex literair thema meeneemt. De jury nomineert dit boek dan ook vooral vanwege de even simpele als treffende verbeelding van een thema met zoveel diepgang: de fundamentele ontoereikendheid van menselijke communicatie.

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen