Libris Literatuur Prijs 1997

Ga direct naar

Details:

De Jury:
Wim Dik, voorzitter
Graa Boomsma
Dick van Halsema
Monika van Paemel
Hanneke Wijgh

Rapport:

Eigenlijk is het een klein wonder dat de bestuurders van de Stichting Literatuur Prijs er elke keer weer in slagen een groep enthousiastelingen bereid te vinden om zich door de kleine tweehonderd romans heen te lezen die de Nederlandstalige literaire fictieschrijvers elk jaar produceren. Er gaapt een grote kloof tussen het bovenste kwart heel goede boeken en het onderste kwart slechte boeken. Het is, gelet op de toch niet onaanzienlijke investering die ermee gemoeid is, bijna ongeloofelijk wat uitgevers af en toe aan de drukpers toevertrouwen. Die eerste vijftig als geheel moeten dat leesproject toch waardevol genoeg maken. Dat is ruimschoots gelukt. Het is dan ook regelrecht genoegen kennis te nemen van wat er aan prachtige romans wordt geschreven. Ook de schrijvers en schrijfsters die geregeld een waardevolle bijdrage aan de Nederlandstalige literatuur leveren hebben zich in 1996 niet onbetuigd gelaten. "Nederlandstalig" zeg ik terecht, want de bijdrage uit Vlaanderen is substantieel.

Er zal wel nooit een jury zijn die haar taak "gemakkelijk" noemt. Je weegt het met zorg geconcipieerde product van een toegewijd schepper, gehinderd door kennis van zaken, kennis van auteurs of juist gehinderd door afwezigheid van beide (de voorzitter). Je begint met een duidelijke driedeling van criteria (C = slecht, B = goed, A = nomineerbaar) en raakt snel in nuances van A-, AB, B+ etc. Gelukkig zijn daar het tijdschema en de scherpe afbakening: er zijn maar zes nominaties. Dan ziet elk jurylid soms met spijt een eigen favoriet in de discussie sneuvelen. Het is dan ook een prettige verrassing de eensgezindsheid aan het eind van de beraadslagingen te kunnen constateren. De jury vindt echter dat er ruimte moest zijn voor een toevoeging: één schrijfster en één schrijver haalde zó nipt de nominatie niet, dat ze een plaats in de inleiding verdienen.

Astrid Roemers roman Gewaagd leven is door alle leden van de jury ademloos uitgelezen. Een rijk boek met een hoog soortelijk gewicht per bladzij; de strijd in Suriname tussen een ontluikende zoon, wiens innerlijke conflicten zeer geloofwaardig zijn weergegeven, en een opportunistische vader, die zijn verantwoordelijkheid tegenover zijn gezin ontloopt. Een onthullende roman waar onze koloniale geschiedenis doorheen raast.

Op geheel andere wijze heeft ook Frans Thomése met zijn Haagse liefde & de vieze engel ons veroverd. Een boek met spanning, dat de lezer meesleept en tegelijkertijd voortdurend een glimlach oproept. De té gewone klerk die zijn uiteindelijke glorie behaalt door een dode vrouw een context te verschaffen. De plafondschilder die als kunstenaar tot grotere hoogten stijgt, om zich daarna geheel in de vernietiging te storten, een ware Icarus.

Evenwel, zoals gezegd: beide nét niet genomineerd. De boeken die wél zijn genomineerd paraderen hierna, een interessant palet qua sekse, nationaliteit, leeftijd, ervaring en stijl, zonder dat daar vooraf op gelet is. Behalve op stijl dan!


Winnaar

  • Hugo Claus - De geruchten

    "Het is hij", zegt Alma wanneer haar zoon René als een dief in de nacht het huis binnensluipt. Hij is gedeserteerd uit het leger, dat in Afrika een opstand moest neerslaan, en lijkt zijn geboortedorp met een vreemde kwaal te besmetten; de geruchtenmolen komt op gang terwijl de gebeurtenissen elkaar opvolgen in een fatale reeks van ziekte en dood. Als René ook nog de mooie Julia (!) afpakt van zijn gehandicapte broer Noël, doorboort de jongen zijn handpalmen in het café De Doofpot, waar de stamgasten als het koor in een Griekse tragedie commentaar leveren. De plot van het verhaal is eigenlijk bijkomstig, het onheil is geschied, niets is opgelost, de werkelijkheid - of de waarheid - blijft fragmentair en diffuus. Om de hoofdpersonage cirkelen een aantal bijpersonages die nagenoeg archetypen zijn: de pastoor die een wijnkenner is, en zijn beate meid, de wijsgerige dorpsonderwijzer enz. Men kan ze al opmerken in het werk van Cyriel Buysse en L.P. Boon en uiteraard ook in vroeger werk van Hugo Claus, bijvoorbeeld De Metsiers, De verwondering en Omtrent Deedee.

    De Geruchten laat zich op het eerste niveau lezen als een spannend, intrigerend verhaal, een grimmig sprookje, ofschoon tot in de details verwezen wordt naar een epoche en het, toeval of niet, ook een persiflage of een afspiegeling lijkt van recente gebeurtenissen. Het verdriet van België is Claus in de pen gegeven, als geen ander kan hij een mentaliteit blootleggen; het quasi-naïeve of domme, het geritsel en het opportunisme, de vooroordelen en de bekrompenheid, maar ook het zintuigelijke, het mystieke en het sensuele. La Flandre Profonde, waarmee de schrijver een waarachtige haat-liefdeverhouding heeft. Achter de banale geruchten en vermoedens gaat een zoektocht schuil naar "de ware betekenis". Het boek is met enige distantie en luchthartigheid geschreven, maar het is ook een vlijmscherpe satire, waarbij men met alle verwijzingen naar reële toestanden niet mag vergeten dat Claus net als Boon zijn eigen universum maakt. Het boek is ook een kluif voor professoren in de uitlegkunde, met zijn dubbele bodems, sleutelfiguren en verwijzingen naar de Griekse Mythologie.

    "Het is hij", denkt de lezer die De Geruchten openslaat; het boek is geschreven in het onvervalste Claus-idioom, een Nederlands met een Vlaamse tonaliteit, beeldend en precies. Zoals het verhaal en de thema's een samenvatting of een compilatie lijken van het oeuvre van Hugo Claus, is zijn taal tot een volmaakte eenvoud en een waarmerk van de auteur geworden.

Genomineerd

  • Abdelkader Benali - Bruiloft aan zee

    Rapport Abdelkader Benali:
    Als men Bruiloft aan zee wil terugbrengen tot een verhaal over een jongen op zoek naar zijn oom die zijn eigen huwelijk wil ontvluchten, doet men de debutant Abdelkader Benali onrecht aan. Natuurlijk, zijn vertelling gaat over de twintigjarige Lamarat Minar, die in een Mercedes-taxi van Chalid, de alwetende kluizenaar van het asfalt, over de Marokkaanse wegen rijdt om de naar een hoerenkast gevluchte oom Mosa op te sporen, zodat die kan trouwen met Rebekka, zijn nicht en Lamarats zus. Maar de manier waarop Benali deze vertelling opbouwt is verrassend, virtuoos en spannend. Alle familie- en dorpsverhalen uit verleden en heden komen in de taxi samen. Nederland en Marokko vervloeien als het ware. Sterker nog, Benali's zinnen versnellen en vertragen zich niet zoals Chalids taxi; zijn verhalen vertakken zich in ogenschijnlijke terzijdes en terugblikken, om daarna weer, via een paar haarspeldbochten en kronkelwegen, op de hoofdweg terug te keren. Uiteindelijk, na vruchtbare omwegen en veel omhaal van woorden, weet Lamarat zijn oom uit de hoerenkast te halen, waarna Mosa een zoete wraak in zee te wachten staat, te volvoeren door zijn bruid Rebekka.

    Benali's debuutroman Bruiloft aan zee is een zwarte komedie waarin twee culturen botsen en culturele grenzen verschuiven. De mentaliteit van "doe maar gewoon..." en mens-erger-je-niet legt het in deze roman af tegen de rijkelijk gevulde bron van dorpsroddel, familieverhalen en zogenaamd bijgeloof. Misschien is deze zin wel het kernthema van het boek: "Het gaat om gaan of blijven". Anders gezegd: Benali schrijft over doorgebeten navelstrengen, culturele verwarring, leven tussen twee vaderlanden. Het met veel vertellust geschreven verhaal schiet heen en weer tussen Marokko en Nederland, tussen heden en verleden. De jury vond Abdelkader Benali's roman Bruiloft aan zee het belangrijkste literaire debuut van 1996.

  • A.F.Th. van der Heijden - Het hof van barmhartigheid

    Rapport A.F.Th. van der Heijden:
    De lezer is al ruim duizend pagina's gevorderd in deel drie van A.F.Th. van der Heijdens romancyclus De tandeloze tijd, als bijfiguur Lotsapoppa Albert Egberts doorzaagt over vrije wil en taal: "Ik praat nu wel als Brugman (...) maar ik geef geen cent voor het hachje van de taal. Ja, in het bekkie van een kind kan het nog iets moois zijn, taal, daar gaat niks af. Maar op den duur legt ook zo'n goedgebekt kontkrummeltje het af tegen wat de volwassenen om 'm heen uitkramen. Hun taal is corrupt en vervuild (...)."
    En even later zegt Lotsapoppa dat verleden en toekomst niet bestaan, alleen het heden.

    Dat heden is de inzet van de taalexplosie die Het hof van barmhartigheid en Onder het plaveisel het moeras zijn. Albert Egberts, levens-, duivels-, en ontsnappingskunstenaar, beproeft andermaal zijn leven in de breedte, beseffend dat hij zit opgesloten in een leven tussen geboorte en dood als een rat in de val. Maar toch houdt hij vast aan de illusie van de vrije wil, aan de kracht van de taal die het heden tot onbegrensde breedte kan laten uitdijen, totdat de dood onschadelijk is gemaakt. Van der Heijden laat de lezer ook geloven in die illusie, in de verslaving aan alles wat maar een bres in de gewone werkelijkheid slaat: seksualiteit, alcohol en drugs (drank, dope en dames) maar ook de kunst die de oneindige beweging van de realiteit in een ruw en rauw afgietsel wil vangen. De taalkunstenaar A.F.Th. van der Heijden doet in zijn twee romans een bewonderenswaardige poging levensdrift en doodsdrift in elkaar te laten opgaan. Alles en iedereen, tot en met de stad Amsterdam, is materiaal voor de mythomane schrijver, die een vermenging van platvloers en paradijselijk niet schuwt. Het ernstige stemmenspel dat deel drie van De tandeloze tijd vormt is tevens een hongerig lonken naar de onsterfelijkheid. Van der Heijdens personages, zijn artistieke makers en brekers, willen dat eeuwig heden wel nastreven maar weten dat ze leven met de dood op hun hielen.

  • Margriet de Moor - Hertog van Egypte

    Rapport Margriet de Moor:
    Margriet de Moors Hertog van Egypte is een complexe roman, gecomponeerd rondom het gegeven van de liefde tussen de paardenfokkende boerendochter Lucie - honkvast ergens in het oosten van Nederland, in een plaats genaamd Benckelo - en de zigeuner Joseph. Dat de laatste, enkele jaren voor de Tweede Wereldoorlog, in Nederland is geboren, is om zo te zeggen maar toeval. Zijn eigenlijke land van herkomst is het Europa overspannende netwerk van verbindingen waarlangs de zwerfbewegingen van zijn volk zich voltrekken. Het huwelijk tussen Joseph en Lucie wordt elk jaar een zomer lang opgeschort. Als op een geheim signaal neemt Joseph dan plaats achter het stuur en gaat daarmee du moment over naar een andere wereld: hij vertrekt niet zozeer naar een andere plaats als wel naar een topografie met andere wetten, andere hartstochten en een andere logica. Zijn zomerse omzwervingen in deze tegenwereld worden bij zijn terugkeer in Benckelo, aan het begin van de herfst, getransformeerd in verhalen. Die verhalen vormen het geheime kapitaal van het huwelijk van Joseph en Lucie. Ze zijn ook het geheime kapitaal van deze roman: ze weven de verbinding tussen de beide werelden die in het boek worden opgeroepen. Zo wordt binnen de alledaagse werkelijkheid van Benckelo, met zijn dorpscafé en zijn Konmar, de werkzaamheid voelbaar van een heel andere empirie. Daarin vloeit op een ongedachte manier dooreen wat in tijd en ruimte niet ver uiteengelegen is; de geheime coördinaten van deze empirie omvatten niet alleen Europa, maar ook de eeuwen.

    Het is de verrassende en zeer verfijnde - daardoor ook kwetsbare - vertelstructuur van deze roman-van-verhalen die dit ambiteuze spel van wereld en tegenwereld mogelijk en aanvaardbaar maakt. De zwervende en soms letterlijk zwevende postitie van de ik-verteller - ergens vliegt hij vlak boven het personage, als een antieke daemon - brengt op een adembenemende manier tempo in deze roman van beweging, verplaatsing en metamorfose. De jury meent dat Margriet de Moor met deze compositie van exaltatics, lyrische bewegingen, feitenclusters, verplaatsingen, politieke verontwaardigingen en ogenschijnlijke clichés een bewonderswaardig gedurfde roman geschreven heeft.

  • Wanda Reisel - Baby storm

    Rapport Wanda Reisel:
    Wat het meeste opvalt bij het lezen van Baby Storm, de roman van Wanda Reisel, is de toon. Die is tot het einde toe monter, hoewel de feiten in het leven van de ik-figuur er geheel geen aanleiding toe geven. Integendeel, het leven van de ik-figuur - een vijfentwintigjarige vrouw - verloopt allesbehalve rooskleurig. Haar vader heeft zelfmoord gepleegd, haar moeder woont met haar vroegere vioolleraar, meneer Hekster, op Palma. Ze houdt zichzelf in leven met allerlei baantjes, van receptioniste in een hotel tot afwashulp in een Chinees restaurant, maar gelukkig is ze niet. Tegenover haar woont Arnold Finster, een oudere man, die in haar vuilniszakken snuffelt en haar post leest. Om van alle ellende af te zijn springt ze van de pont. Ze wordt gered door Willem, een nachtwaker in een cementfabriek. Met hem reist ze naar de Tonga-eilanden, maar ook daar vindt ze niet wat ze zoekt.

    Terug in Nederland vereenzelvigt ze haar lot met dat van Baby Storm, het kind van haar vriendin Kiki. (Hij heet Storm omdat hij in zijn moeders buik een zonnestorm heeft meegemaakt.) Op hem projecteert ze al haar fantastieën en wensdromen. Het verhaal eindigt in een nachtmerrie. Dat de roman desondanks niet in een melodrama verandert is de grote verdienste van Reisel. Hoe ongeloofwaardig sommige gebeurtenissen ook zijn, je blijft de hoofdpersoon volgen in haar pogingen om nog iets van haar leven te maken. Ondanks de bizarre dialogen en de hilarische situaties blijft de roman ook door de serieuze ondertoon, tot het einde toe ontroeren. Met groot genoegen nomineert de jury Baby Storm van Wanda Reisel voor de Libris Literatuur Prijs.

  • J.J. Voskuil - Vuile handen

    Rapport J.J. Voskuil:
    Wat maakt Vuile handen van J.J. Voskuil, het tweede deel van zijn omvangrijke romancyclus Het bureau, tot zo'n uitzonderlijke leeservaring? Op het eerste gezicht ontbeert Vuile handen een aantal eigenschappen die een literaire roman behoeft. Er is geen intrige, geen compositie - het boek bestaat, net als Meneer Beerta, het eerste deel van de cyclus, uit fragmenten en dagboekachtige notities, losjes bijeengehouden door de chronologie. De karakters maken geen psychologische ontwikkeling door, er is nauwelijks reflectie op eigen doen en laten. De romanfiguren gedragen zich daardoor nogal voorspelbaar, bijna als in een soap. Maarten Koning, hoofdpersoon in de roman en tegelijk het alter ego van Voskuil, blijft ook in het tweede deel tobben over de fouten in zijn karakter, de nutteloosheid van zijn werk, zijn moeilijke omgang met collega's en zijn overmogen om te communiceren op wetenschappelijke conferenties. Alleen de strenge morele code van zijn vrouw Nicolien houdt hem overeind.

    Toch is Vuile handen méér dan een vrij precieze beschrijving van de gebeurtenissen in de jaren 1965 tot 1973 op het Instituur voor Dialectologie, Volks- en Naamkunde in Amsterdam. Het belang overstijgt ook dat van de satire op het psueudo-wetenschappelijk bedrijf. Wat de roman zo bijzonder maakt is de uitvergroting van het menselijk tekort. Het Bureau is het universum in zakformaat, een allegorie op de samenleving in het algemeen. Dat er desondanks toch nog zoveel te lachen valt, vooral door de sublieme stijl en de vaak komische dialogen, maakt het menselijke lot nog enigszins draagbaar. Voor Voskuil gelden de woorden van Schopenhauer als voor geen ander: "Die boeken zijn het mooist waarin eigenlijk niets gebeurt." Vuile handen van Voskuil, de roman waarin de tijd stil lijkt te staan is de zesde nominatie voor de Libris Literatuur Prijs.

Naar de overzichtspagina

Delen