Libris Literatuur Prijs 2001

Ga direct naar

Rapport:

Verantwoording van de jury betreffende de nominaties voor de Libris Literatuurprijs 2001:

De jury heeft in totaal 148 boeken gelezen. Een rijke oogst in het jaar 2000. Daarvan behaalden 22 de eerste selectie. Op weg naar deze longlist heeft een opvallend groot aantal debuten meegespeeld. Weliswaar loopt de kwaliteit ervan uiteraard uiteen en bereiken ze nog geen hoge graad van perfectie, maar sommigen zijn veelbelovend. Bovendien waren er enkele in het oog springende boeken van schrijvers die al een aantal titels op hun naam hebben staan, maar nog niet tot de ‘bekende auteurs’ behoren.

Waarover werd zoal geschreven door de Nederlandstalige auteurs?
Boeken die alleen over geluk en voorspoed gaan zijn literair gezien vaak minder interessant; die over ‘modern leed’- in de inzendingen van afgelopen jaar een veelvuldig toegepast onderwerp – verschaffen in elk geval veel materiaal, al is dit op zich nog geen garantie voor een hoog literair gehalte.

Er waren verhoudingsgewijs veel historische romans, waarvan nogal wat research ten grondslag moet hebben gelegen, en in dat genre ook boeken waarin de schrijver duidelijk zijn kennis over een bepaald onderwerp kwijt kon. De oogst van het afgelopen jaar bood ook veel boeken over: drugsproblemen, relaties, families, incest en misdaad, soms in de vorm van een thriller.

Opmerkelijk vond de jury dat veel boeken als het waren tijdloos waren: ze konden ook twintig jaar geleden geschreven zijn. Het politiek engagement is eigenlijk geen onderwerp meer, behalve voor schrijvers van niet-Nederlandse origine, zoals de jury achteraf constateerde, toen de hele oogst nog eens aan een beschouwing werd onderworpen.

Natuurlijk is niet gekeken of de auteurs tot een minderheidsgroep behoren, noch naar hun afkomst, nationaliteit, geslacht of seksuele geaardheid. Evenmin is er gelet bij welke uitgever ze horen. De jury heeft, zoals dat een literaire jury betaamt, de boeken op inhoudelijke kwaliteit beoordeeld en op niets anders.

De samenstelling van de eerste selectie was geen groot probleem en de jury kon alle boeken die op de lijst staan van harte aanbevelen. Veel moeilijker was het die lijst terug te brengen tot de zes titels die maximaal voor nominatie in aanmerking kunnen komen. De lijst die vandaag bekend wordt gemaakt is het resultaat van een intensieve discussie, waarbij de jury alle argumenten voor en tegen zorgvuldig heeft afgewogen.
Het resultaat: werken van vijf mannen en een vrouw, van een Vlaming en ook van enkele nog niet zo bekende auteurs; boeken met een heel verschillend karakter.


Winnaar

  • Tomas Lieske - Franklin

    Juryrapport Libris Literatuur Prijs 2001

    De trein die in Tomas Lieskes roman Franklin door de Russische toendra’s en ijsvelden stormt, is een enorme, noodzakelijke en gevaarlijke kracht. Hij raast door de levens van de mijnwerkers bijna zonder dat zij hem opmerken. De beschrijving van dat ijzeren gevaarte, van het gillende metaal van de wielen op de rails, van de giftige dampen en de ver-nietigen-de vaart is overweldigend. Die trein vertegenwoordigt iets angstaanjagends in een wereld, de wereld van de nikkelmijnen in Siberië, die van zichzelf al een ijskoude hel is.

    Met het verpletterende beeld van die trein opent Lieske zijn roman, en dat beeld is niet al-leen maar een adembenemend begin. Het is ook een waarschuwing, een voorafschaduwing van wat we in deze roman allemaal mee te maken zullen krijgen. Want al verplaatst de handeling zich later naar Den Haag, naar villa’s met dikke mensen, naar restaurants en kostscholen, iets van die ijskoude hel van het noorden blijft het boek doortrekken, net zoals die trein, bijna onopgemerkt maar verwoestend gevaarlijk, aldoor maar door de levens raast van de mensen die we in deze roman leren kennen.

    Op die trein worden twee wezens vervoerd die er niet thuis horen: een baby en een varken in een rode trui. Zachte wezens. Verbonden aan de verschrikking van staal. Het varken zal gered worden van de slacht door de groot geworden baby, maar die redding betekent ook de ondergang van het varken. Het dier, dat met zijn warme lichaam het leven van de baby heeft beschermd, zien we in een enkele zin zijn ondergang tegemoet gaan als het in zijn rode trui neergezet wordt op de ijskoude velden. "De rode vlek die in groeiende wanhoop kriskras door de sneeuw trok, moet vanuit de lucht weken zichtbaar zijn geweest.”

    De baby wordt een man in wie de trein blijft razen. Hij wordt, in zekere zin, zelf zo’n door niets tegen te houden trein die door de levens van anderen heen dendert. Soms bijna onzichtbaar. Maar iedereen in dit boek krijgt met die trein te maken.

    Het is een verbluffend universum dat Lieske hier schept, met als middelpunt de jongen Franklin, in wie zowel de levende zachtheid als de ijzeren hardheid ruim vertegenwoordigd zijn. Franklin is een onbestaanbare jongen, zoals Niels, de man die ooit de treinbaby was, een onbestaanbare figuur is. Ze bestaan uitsluitend omdat Lieske ze schrijft, en hij schrijft ze met weergaloze vaart, sterkte en humor. Zijn taal is rijk en veerkrachtig, zijn boek heeft zo’n hoog tempo dat de meegesleurde lezer in eerste instantie niet meteen in de gaten heeft hoe stevig het eigenlijk in elkaar zit. De vele extra verhalen die ingelast worden, onderhouden onnadrukkelijke verbanden met het geheel, ze zijn spiegelingen, verdraaiingen, zangen in een andere toonaard  ze tonen wat verhalen kunnen: een werkelijkheid oproepen die fantastisch en waarachtig tegelijk is. Daarbij wordt de groteske overdrijving niet geschuwd, en het treffende detail niet verwaarloosd.

    De wereld van dit boek is niet aangenaam, het is er een waarin overleven niet vanzelf spreekt maar bevochten moet worden. Er zijn krachten in aan de gang die we liever niet zouden willen kennen, het noodlot neemt nogal eens een menselijke gedaante aan en laat zich dan van zijn meest wrede kant zien. Alleen de liefde, de nabijheid van het varken in de rode trui, biedt soms enig soulaas. Er is de onwankelbare trouw van de vreemde Siberische Niels aan zijn redder, de dikke, rijke oom van Franklin. Er zijn de liefdes van Franklin zelf  al maakt het menselijk noodlot daar ook meer dan eens een einde aan. Het is de liefde die in dit boek aanleiding geeft tot hartbrekend tedere passages, die toch volstrekt onsentimenteel blijven. De tederheid is het wonder van deze roman, dat ze overleeft in deze verbale krachtpatserij, in het Siberië van taal dat Lieske ons hier presenteert.

    De jury was bijzonder onder de indruk van de literaire durf van Lieske, van zijn stilistische brille en zijn brutale geestigheid. Maar niet alleen als talig kunststuk is deze roman indrukwekkend, ook als de verbeelding van een visie op de wereld die niets geruststellends heeft. De lezer krijgt iets te zien waar hij liever de ogen vanaf zou wenden. Als hij kon. Als hij niet in de ijzeren greep van de schrijver zat, een greep waaraan hij niet ontsnappen kan en ook eigenlijk niet wil.

    Een meerderheid in de jury was zodanig overdonderd door Franklin van Tomas Lieske dat dit boek de Libris Literatuur Prijs 2001 moest krijgen.

    De jury:
    Winnie Sorgdrager, voorzitter
    Aukje Holtrop
    Willem van Toorn
    Marjoleine de Vos
    Georges Wildemeersch


Genomineerd

  • Bernlef - Boy

    Rapport Bernlef:
    Amerika, begin van deze eeuw.

    Elektriciteit begint langzamerhand de gas- en olielampen te vervangen. De fotografie krijgt concurrentie van de film. Maar hoog staat de cinematografie dan nog niet aangeschreven. De acteurs hebben nog de status van variete-artiest.

    Toch verwerven sommigen van hen al zoiets als stardom. Wanneer Norma, Polly Todd, wordt vermoord, is dat voorpaginanieuws.

    William Stevens, ambitieus reporter van een lokale krant, is nieuwsgierig naar de toedracht van de moord. De politie heeft de vermoedelijke dader al onmiddellijk op het oog, want toen Norma dood, naakt op bed, werd gevonden, bleek er zich een doofstomme jongen in een kast van haar slaapkamer te bevinden. Waar hij vandaan kwam, wat zijn motief was, bleef in nevelen gehuld, het enige wat men achterhaalde was dat hij Boy werd genoemd. De jury vond in zijn aanwezigheid op de plek des onheils voldoende reden hem als dader te veroordelen.

    Door zijn hardnekkige speurtocht ontdekt de verslaggever stukje bij beetje de ware achtergronden, komt hij erachter wie Boy in werkelijkheid was en brengt zijn onderzoek hem uiteindelijk in Montauk, waar hij op een verrassend gegeven stuit.

    Meer nog dan een zeer onderhoudend verhaal van een moordmysterie is Boy een roman over de intensiteit van de waarneming, van het zintuiglijk bestaan. Een intensiteit, die verhoogd wordt wanneer een van de zintuigen uitvalt en de toegang tot de werkelijkheid door andere moet worden overgenomen.

  • Erwin Mortier - Mijn tweede huid

    Rapport Erwin Mortier:
    Met Mijn tweede huid heeft Erwin Mortier een boeiende, fragmentarisch opgebouwde ontwikkelingsroman geschreven. Het verhaal bestaat uit drie ongelijke, chronologisch geordende delen. In geen van die ontwikkelingsfasen echter is er voor de hoofdpersoon een andere rol weggelegd dan die van schuchter en passief, zij het vaak scherp waarnemend toeschouwer, aan wie het leven dreigt voorbij te gaan.

    Het eerste deel is, net als Mortiers debuutroman Marcel, geschreven vanuit het perspectief van de jonge, onervaren, naïeve hoofdpersoon. Van meet af aan zitten er barsten in de paradijselijke ervaring van huiselijke geborgenheid die de jeugd van de kleine Anton kenmerkt. De geliefde oom Michel overlijdt plotseling, het pesterige neefje Roland terroriseert zijn omgeving, en zo meer.

    Het tweede deel, het uitvoerigste, beslaat zowat de helft van het boek. Het schetst de ontwikkeling van Anton grosso modo van zijn twaalfde tot zijn veertiende jaar. De bescherming die de beslotenheid van het ouderhuis bood, wordt vervangen door de gevangenschap van de school. De uitstekende relatie van Anton met zijn vader komt onder zware druk te staan. De bewonderende genegenheid voor de oudere neef blijft onbeantwoord en wordt gaandeweg vervangen door de liefde voor klasgenoot Willem.

    Het derde en laatste deel speelt zich weer enkele jaren later af, wanneer Anton op zijn negentiende naar de universiteit trekt. Het ouderlijk huis op het platteland wordt verlaten en Willem laat het leven in een verkeersongeval, waarna de vader weer vol genegenheid en begrip ten tonele verschijnt.

    Mijn tweede huid behandelt het verschijnsel van de groeipijnen die met de volwassenwording gepaard gaan. Het doet dat op een bijzonder suggestieve wijze en in een trefzekere taal, die een poëtische toon uitmuntend weet te verbinden met een uiterste economie van de middelen. Met de familieproblematiek, gesymboliseerd in het ouderhuis, wordt de ambivalente positie van de hoofdpersoon - tussen individu en gemeenschap, binnen- en buitenwereld, eigen en vreemd, stad en platteland, natuur en cultuur...- treffend in beeld gebracht.

  • Frank Noë - Het gemaal

    Rapport Frank Noë:
    Arm, fel en vol energie, dat is de negentienjarige Willie Hoppe. Samen met zijn oudere broer Steven meldt hij zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aan om in de polder greppels te graven. Tegen de oer-Hollandse achtergrond van troebel water en zuigende klei tekent Willie zijn leven: de poging een paard te redden uit de modder, zijn optreden verkleed als vrouw, een stille romance in het wrak van een Amerikaanse bommenwerper, wilde vrijages met Tor, en het verplegen van de zieke Steven. Tenslotte blijft hij alleen achter in een verlaten appelboomgaard. Wanneer de buitenwereld zich aan hem opdringt, neemt zijn leven een fatale wending.



  • Wanda Reisel - Een man een man

    Rapport Wanda Reisel:
    Eden Pendraat, drieëndertig jaar oud en vertegenwoordiger in handgemaakte Engelse schoenen, doolt een dag lang door Amsterdam in de veronderstelling dat hij zijn beste vriend Duco 'Duuk' Hellenberg gedood heeft. Door één messteek is hij van een gewoon burger in een dader veranderd. Hij bevindt zich vanaf dat moment in een onderwereld waar hij zich schuil moet houden. Maar hij is geen koelbloedige moordenaar, zijn daad moest het enige en laatste antwoord zijn op een onmogelijke vriendschap.

    Tegen de schijnbaar beschaafde achtergrond van Amsterdam-Zuid en Buitenveldert, in een milieu van kunsthandel en kunstvervalsing, speelt zich onderhuids een strijd af als die tussen Kaïn en Abel. Het is een strijd tussen twee zo tegengestelde karakters, dat zij elkaar zouden willen zijn. Een gepassioneerde worsteling die alleen maar kan eindigen in pijn en verraad.

    Een man een man gaat niet over de inmiddels wat versleten tegenstelling tussen goed en kwaad, maar over het laatste Taboe: jaloezie en afgunst als de beslissende krachten tussen twee mannen, die hen tot uitersten drijven, zowel tot het hoogst bereikbare als tot de laagste daad.

  • Toon Tellegen - De trein naar Pavlovsk en Oostvoorne

    Rapport Toon Tellegen:
    Gelukkig heeft Toon Tellegen de verhalen die zijn grootvader hem vertelde of had kunnen vertellen, opgeschreven. Het is alsof hij een schat voor ons heeft opgegraven: een doos vol zachtmoedige her-inneringen aan tijden en plaatsen waar wij weinig van weten. Een verhaal bijvoorbeeld over die wonderlijke goochelaar aan het hof van de tsaar, die niet ver van Sint-Petersburg gevangen werd gehouden omdat hij één bijzondere goocheltruc kon uitvoeren: een muis in een olifant veranderen en terug. De grootvader vertelde zijn kleinzoon het sprookje van de kleine heks die op haar bezem-steel de gedachtewereld van een kleine jongen bin-nen vloog en al zijn wensen vervulde, totdat…

    Op een ander moment voerde de grootvader zijn gehoor weer mee naar het circus Dvizjenie of liet hij het kennismaken met de merkwaardige mijnheer Stechler, die nieuwe godsdiensten ontwierp, en met koorddansers die zich het ongenoegen van de tsaar op de hals haalden.

    De grootvader vertelde over zijn familie, over ei-genaardige gebruiken, over levenswijsheden - het zijn tot weemoed stemmende verhalen, soms grappig, soms laconiek of bizar, vaak somber wanneer de grootvader niet naar de bodem van zijn herin-neringen wilde reiken, alsof iets hem tegenhield.

    In dit boek laat Toon Tellegen ons iets proeven van de intimiteit die het vertellen eigen is, van de bijzondere ontmoetingen tussen een grootvader en zijn kleinkind.

Longlist

Naar de overzichtspagina

Delen