Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2010

Winnaar

  • Bert Natter - Begeerte heeft ons aangeraakt

    Advies van de commissie der schoone letteren

    Halverwege de wervelende roman Begeerte heeft ons aangeraakt schrijft auteur Bert Natter: 'Hoe hebben we voelen geleerd? Door aan te raken. Wie muziek wil maken, moet voelen vergeten en beginnen met de kunst van het aanraken. Je raakt de toetsen aan en maakt muziek. Er is niets aan te voelen, want elke toets is hetzelfde, het gaat alleen om aanraken.' Met deze waarneming geeft de auteur zijn poëtica prijs; een schrijver wil graag emoties overdragen, maar net als in de muziek dient hij wel op de juiste manier zijn woorden te kiezen om het juiste effect te sorteren. Ook woorden moeten 'aangeraakt' worden, en dat betekent bezieling krijgen. In dat laatste betoont Bert Natter zich een meester.

    Hoofdpersoon Lucas Hunthgburth is kenner van oude muziekinstrumenten. Hij is conservator van het Museum voor Oude Muziekinstrumenten, maar wordt daar ontslagen. Zijn liefde en kennis voor antieke klavecimbels speelt in de roman bijna op elke bladzijde een grote rol. Dat maakt Begeerte heeft ons aangeraakt tot een muzikaal boek. Bovendien is Lucas op zoek naar het raadsel van de inscriptie op een oud klavier. Dat voert de lezer naar de tijd van Huygens, die op het Haagse landgoed Hofwijck woonde.
    Deze historische lijn is slechts een van de vele lijnen die Natter in zijn boek weeft. Een andere lijn is die van de vuurwerkramp in Enschede, waar zijn ouders een buurtwinkel drijven. Hun huis wordt verwoest. En erger nog, Lucas' beste vriend, de kunstenaar Zwier, vindt de dood onder een brok rondvliegend beton. Het verlies van zijn vriend vormt een mooie mineurtoon in Natters debuut. Deze tragisch verbroken vriendschap ligt aan de basis van de roman, eerder suggestief dan uitgesproken. De expressieve Zwier staat aan het begin van een succesvolle carrière als schilder van borsten. Het is natuurlijk geen toeval dat ook Lucas een obsessie heeft voor vrouwenlichamen.

    In de roman spelen lust en seksualiteit een beslissende rol. Natter geeft sensualiteit in stijl weer, zoals in de volgende passage: 'Door te strelen ontdekte ik een onbekend en ijskoud meisjeslijf, omhuld door dun en glad satijn, dat tot net over haar billen reikte. Ik streelde de enkels en gleed over de kuiten naar boven, de gladde huid gaf mee onder mijn vingers. "Ik ben het." Het was jouw donkere stem.' Een ander motief dat sterk met de liefde is verbonden, is dat van Orpheus en Eurydice. De levende zanger Orpheus moet zijn geliefde achterlaten in het dodenrijk, al wil hij haar nog zo graag bij zich houden. Ook de liefde tussen Lucas en Dido is fataal.

    De beginzin van de roman is intrigerend: 'Als je ophoudt met zingen zal ik je alles vertellen.' Pas veel later, als het personage Dido zich aandient, krijgt deze zin zijn werkelijke, dramatische betekenis. Dido is de grote liefde van Lucas. Haar vader is overleden. Het begrafenisdiner is een welhaast surrealistische uitbeelding van gemankeerde toespraken, een regen van spruitjes, gedode, gebraden en vervolgens met sierveren opgesierde pauwen - de lievelingsdieren van de overleden vader - die voor veel commotie zorgen. Maar Dido is niet helemaal toerekeningsvatbaar, ze verblijft in een inrichting in Zuidlaren. Komt Dido eenmaal in het verhaal, dan wijzigt zich de toon. Natters stijl verandert van heftig en bewogen, ook humoristisch, in emotioneel en geladen. Het afscheid aan de Waddenzee is aangrijpend; Dido zwemt naar het eiland, daar waar ze de gelukkige tijd van haar leven doorbracht.

    Met dit slot plaatst Bert Natter het boek in een verrassend perspectief. De verteller richt zich rechtstreeks tot Dido, waardoor Begeerte heeft ons aangeraakt richting krijgt. Deze aanspreekvorm maakt de roman teder en indringend. Want, opnieuw halverwege, blijkt de hele roman met terugwerkende én vooruitziende kracht op dit moment te hebben gewacht. Lucas als de museumconservator dreigt een kleurloos bestaan te gaan leiden, is iemand die geobsedeerd is het verleden te behouden. Dat blijkt uit de fraaie en intrigerende verwijzingen naar de antieke klavecimbels, waardoor Lucas zo is geobsedeerd. De titel van de roman is ontleend aan de Internationale, het strijdlied van de arbeidersbeweging. Politiek geëngageerd zou de Commissie Begeerte heeft ons aangeraakt niet per se willen noemen, maar deze verwijzing tilt het boek wel op een maatschappelijk niveau.

    De Commissie voor schone letteren is ervan overtuigd dat Bert Natter met Begeerte heeft ons aangeraakt het begin markeert van een beloftevolle literaire toekomst. Natter heeft durf en moed; moeiteloos zwenkt hij heen en weer tussen verleden en heden, tussen humor en ernst. Bovendien is hij er uitstekend in geslaagd om een ingrijpende maatschappelijke gebeurtenis zoals de vuurwerkramp die Enschede trof, in de roman een cruciale plaats te laten innemen. Deze overwegingen in ogenschouw genomen stelt de Commissie met overtuiging en eensgezindheid voor de Lucy B en. C.W. Van der Hoogt-prijs 2010 toe te kennen aan Bert Natter op grond van zijn roman Begeerte heeft ons aangeraakt (De Bezige Bij / Thomas Rap, 2009).

    De Jury:

    Kester Freriks, voorzitter
    Elke Brems
    Micha Hamel
    Ingrid Hoogervorst
    Gerard Raat


    Dankwoord van Bert Natter uitgesproken na uitreiking van de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs op 29 mei 2010

    Dames en heren,
    Vroeger had ik op kantoor een collega die als er iets niet naar haar zin werkte, de computer was kapot bijvoorbeeld, uitriep: 'Zo kan ik toch niet werken!' en dan boos naar huis ging. Na het aanhoren van juryrapport denk ik hetzelfde: met zoveel lof kan ik toch niet werken aan mijn tweede roman!

    Sinds mijn debuut is verschenen zijn er allerlei reacties geweest. Positief, maar zeker ook negatief. Oppervlakkig of juist inhoudelijk. In alle mogelijke combinaties. Het mooist is het natuurlijk als inhoudelijk en positief samengaan, zoals in dit juryrapport, dat zelfs voor mij zaken onthulde die ik niet wist. U hoorde zojuist dat ik in een passage die over muziek gaat mijn poëtica prijsgeef en dat klopt, al had ik dat echt niet zo bedoeld.

    Tegen de secretaris van de Maatschappij merkte ik in dit verband al eens op: sommige mensen in mijn omgeving lijken meer onder de indruk van het juryrapport dan van mijn boek!

    Bij de presentatie van mijn boek heb ik allerlei mensen bedankt die er op de een of andere manier aan hebben meegewerkt: meelezers, familie, vrienden, de uitgever. Dat ga ik hier niet nog eens overdoen, maar één iemand wil ik wel graag bedanken. Met hem ontdekte ik op de middelbare school de literatuur. Ik dacht voor we elkaar ontmoetten dat ik de muziek in zou gaan, maar toen ik na een jaar gitaarles nog niet meer kon spelen dan Boer daar ligt een kip in het water leek daar voor mij geen toekomst in te zitten.

    Ronald Giphart, want over hem spreek ik, wilde destijds artiest worden, wat dat ook mocht zijn. Samen ontdekten we, mede aan de hand van onze leraren Nederlands, de literatuur en begonnen we te schrijven. We lazen de complete vaderlandse letterkunde en bestudeerden alles wat er over te weten was, zoals de literaire prijzen. Vandaar ook dat ik totaal geen moeite heb de naam van de prijs waarmee ik nu gelauwerd ben te onthouden, want die spelde ik al toen ik 15 was: De Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs.

    Ik vind het een enorme eer om nu voor een jaar het pantheon van eerdere winnaars aan te voeren, of moet ik zeggen: het peloton van ooit veelbelovende literatoren? Schrijvers wier werken ik samen met Ronald op school en daarna las, zoals: Slauerhoff, Marsman, Vestdijk, Nooteboom, Van Maanen, Ouwens, Rosenboom.

    Ik wil hier graag verklaren - Ronald en ik zeggen dit soort dingen nooit tegen elkaar - wij twee geloven niet in God, maar wel in het Lot, en als wij elkaar nooit hadden ontmoet, dan had ik hier vandaag niet gestaan.

    Dank u wel.

Naar de overzichtspagina

Delen