Penselen 2005

Rapport:


De Penseeljury 2005, bestaande uit:
Margriet Chorus (voorzitter)
Hans Bockting
Remco Scheenjes
Ryu Tajiri
Wilma Verhoeven

heeft de volgende boeken voorgedragen ter bekroning met een Gouden of Zilveren Penseel. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek heeft deze voordracht overgenomen.

GOUDEN PENSEEL:
Annemarie van Haeringen - Beer is op Vlinder - Uitgeverij Leopold

ZILVEREN PENSELEN:
Kitty Crowther - Kleine Dood en het meisje - Em. Querido’s Uitgeverij

Thé Tjong-Khing - Waar is de taart? - Uitgeverij Lannoo

INLEIDING
In dit bijzondere jaar, waarin de uitreiking van de Penselen alle aandacht krijgt bij de opening van de expositie van kinderboekenillustraties in het Centraal Museum te Utrecht, heeft de Penseeljury drie prijzen en drie eervolle vermeldingen toegekend. Drie Penselen, waarvan één Gouden, en drie Vlag & Wimpels.

Als het aan de jury had gelegen, waren dat er meer geweest. Het jaar 2004 was een rijk jaar voor de beeldende kant van de in Nederland uitgegeven kinderboeken. Ruim honderdveertig lagen er bij de CPNB te wachten. Flinke stapels, kloeke boeken en hele kleintjes, uitgevoerd in allerlei materialen en technieken. Niet gemakkelijk te vergelijken, gezien de diversiteit van deze oogst. Bedachtzaam kijkend, discussiërend en vaak genietend gingen de juryleden te werk. De stapels werden kleiner, tot er één stapel overbleef. Uiteindelijk werd ook deze stapel kleiner, tot er tien boeken overbleven die zich in de ogen van de jury onderscheidden van de andere. Een shortlist, het puikje van de oogst van de kinderboekenillustraties uit 2004, te zien op de expositie in het Centraal Museum.

Drie Penselen en drie Vlag & Wimpels mocht de jury toekennen, in totaal zes titels. Een moeilijke opgave, want er was en is zo véél moois. Het niveau van illustraties en vormgeving is hoog, bij alle tien titels van de shortlist. Met spijt moest de jury dan ook besluiten er vier geen prijs toe te kennen.

Zo is er het humoristische en originele boekje Pomelo en zijn paardebloem. De vlotte, eigenzinnige tekeningen van Benjamin Chaud lijken haast ‘uit de losse pols’, maar blijken bij nader kijken goed doordacht, hoewel niet altijd even effectief en wat wisselend van niveau. Opvallend is het mooie kleurgebruik. Een lekker boekje met dat slappe kaftje, vond de jury.

Het prentenboek Mijn held van Ingrid en Dieter Schubert laat traditioneel illustratievakwerk zien. De makers zetten de heldendaden-in-gedachten van de verliefde muis om in prachtige platen en een aanstekelijk verhaal. Na Beer en Egel, en na veel andere dieren en figuren, weten zij op een originele manier een nieuw stel hoofdpersonen direct karakter te geven. Door de keuze van plaatsing van de tekst en door de reproductietechniek gaat er wel wat van de mooie tekeningen verloren, maar op het omslag en vooral op de fraaie schutbladen krijgen de illustraties alle aandacht.

Misschien, geïllustreerd door Tom Schamp, is niet ‘misschien’, maar ‘beslist’ een mooi kijkboek met een filosofisch tintje, waarin je steeds nieuwe onverwachte dingen ontdekt. Surrealistisch uitgevoerd, met vormassociaties op de bij elkaar horende linker en rechter pagina’s van de spreads; soms met een andere opzet, die minder sterk is dan de vormassociaties. Het is een boek dat je fantasie openzet. Je leert op andere manieren kijken en denken.

Het bekijken meer dan waard is ook Dubbel Doortje, geïllustreerd en geschreven door André Sollie, met simpele grote vormen. Mooi is de eenheid in vormgeving tussen linker en rechter pagina, met een contrast tussen de lijntekeningen en aflopende pagina’s met kleur. De samenhang tussen tekst en illustraties in deze wereld tussen droom en slaap is niet meteen duidelijk. Het is een ‘onvoorspelbaar’ boek, waartoe je je als lezer wel of niet aangetrokken kunt voelen. Fascinerend is het ook: het gaat over het lichaam, maar oogt niet als zodanig.




Gouden Penseel

  • Annemarie van Haeringen - Beer is op Vlinder

    Maar liefst zes titels van de shortlist zijn het werk van dubbeltalenten, kunstenaars die beeld en woord, of beeld met denkbeeldige woorden, zoals Thé Tjong-Khing, smeden tot de hechte compositie van een prentenboek.

    Het Gouden Penseel gaat dit jaar naar een boek van een dubbeltalent bij uitstek: Annemarie van Haeringen. Beer is op Vlinder vertelt in woord en beeld hoe de grote, donkere Beer met zijn logge en toch soepele lijf, probeert te zeggen hoeveel hij houdt van Vlinder, zo fragiel en licht dat ze zelfs geen schaduw nalaat. Het is een combinatie van een geraffineerde tekst met platen die de steeds wisselende stemmingen treffend weergeven. ‘Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt’ is Beer, en hij laat het merken ook. Zijn dartele geliefde straalt argeloze schuchterheid uit.

    Het boek laat een nieuwe kant van Annemarie van Haeringen zien. De prachtige platen zijn van een suggestieve breekbaarheid. Puur en eerlijk raken ze de lezer recht in het hart. Er is nergens sprake van onnodige mooimakerij. Van Haeringen gebruikt haar talent en techniek subtiel en doeltreffend, precies waar ze nodig zijn. De turkooizen ijlheid van Vlinders vleugels, het ‘uitgeknipte stukje hemel’, zweeft over de platen. De scherpe lijnen van alles wat Beer in zijn boosheid kapot slaat, worden benadrukt met woedende spatten. Zijn dieprode hoofd en het licht gebogen lijf in de kleur van pure chocola tonen in één gebaar zijn verlegenheid en zijn gestuntel met woorden. Ragfijn, maar intens van kleur zijn de klaproosblaadjes, die her en der in het boek neer dwarrelen. Het is poëzie in beeld, die de korte tekst veelzeggend omgeeft en verrijkt.

    Na Malmok in 1999 en De prinses met de lange haren in 2000 is er nu voor de derde maal een Gouden Penseel voor een boek van Annemarie van Haeringen. Beer is op Vlinder is een pareltje. Het aantrekkelijke, onopgesmukte omslag verleidt tot lezen en kijken en wie die uitnodiging aanneemt, wordt ervoor beloond met het genieten van een waar kunstwerk.



Zilveren Penseel

  • Kitty Crowther - Kleine Dood en het meisje

    Rapport Kitty Crowther:
    Het blijft voor alle mensen, groot en klein, een beangstigende vraag: hoe gaat het als je dood gaat? Waar ga je dan heen? Met wie? Hoe? Waar kom je terecht? Zelden is de overgang tussen leven en dood zo poëtisch uitgebeeld als Kitty Crowther doet in haar prentenboek Kleine Dood en het meisje. De Penseeljury bekroont het dan ook volmondig met een Zilveren Penseel.

    Het is een bijzonder boekje geworden, waarin Crowther de lezer als het ware meeneemt naar een knus theatertje. Haar platen, veelal in een kader, toveren een aandoenlijk schouwspel waarin Kleine Dood, eigenlijk een aardige jongen maar gevreesd door iedereen, in één van de mensen die hij op moet halen een bondgenoot vindt. Het is het meisje Lidewijde, die Kleine Dood in zijn paleis kunstjes leert en spelletjes, en hem na haar transformatie tot engel komt helpen bij zijn taak. Haar lieve glimlach zorgt er voor dat de mensen niet meer bang hoeven zijn.

    In kunst en literatuur wordt de ruimte tussen leven en dood vaak donker afgeschilderd, soms somber, onzeker en op zijn minst vaag en mistig. Er is sprake van een overgang, een ruimte waarin de zielen in het ongewisse terecht komen, voordat ze het dodenrijk binnengaan. Bij Crowther zien we veel van de symboliek rond leven en doodgaan terug. Zo zijn er de zeis, het water en de veerboot, de zwarte zwanen, de maskers, het verlepte blad, de uilen, en de slangen rond de zuilen in het dodenpaleis. Maar de woning van de Dood is ook huiselijk; zijn gebaren zijn voorkomend en vol begrip. Het kleurgebruik in het boek gaat daarin mee, met spaarzaam gekleurde platen op blanke pagina’s. Veel zwart, maar nergens diepzwart potlood. De schaduwen verlevendigen de prenten en geven ze diepte. Alles heel subtiel, maar juist daardoor ruimte scheppend voor emoties.

    Kleine Dood en het meisje is een boek dat je beschroomd ter hand neemt en na het lezen met een glimlach weer weglegt. Tot een volgende keer.



  • Thé Tjong-Khing - Waar is de taart?

    Rapport Thé Tjong-Khing:
    Kijken, zoeken, terugkijken, ontdekken. Een verhaal, twee verhalen, drie verhalen, nee, véél verhalen. Ieder kind, klein of groot, dat Waar is de taart? oppakt, zal het niet snel weer neerleggen. Een ongelooflijk leuk boek, nu al een klassieker, vindt de Penseeljury, en zij kent dit prentenboek met bijzonder veel genoegen een Zilveren Penseel toe.

    Thé Tjong-Khing zorgt met zijn aanstekelijke platen voor een groot kijk-, zoek- en leesavontuur dat de fantasie van ieder kind prikkelt. Zodra je het boek openslaat, ga je mee in een wonderlijke wereld waarin van alles gebeurt. De taart verdwijnt van het tafeltje, maar tegelijkertijd gaat je blik naar het vele andere dat je ziet, soms half, soms verhuld, maar steeds vol beloften voor iets dat op stapel staat. Af en toe moet je terugbladeren, omdat je iets gemist had.

    De vele figuurtjes die de pagina’s bevolken zijn net als altijd bij Thé aantrekkelijk herkenbaar en weer verrassend levendig. Ze vertellen elk hun eigen verhaal. Het verdriet en de frustratie van het koddige konijntje dat haar nijntje (sic!) kwijt is, zijn volmaakt invoelbaar. De hoffelijke liefde van de kameleon en zijn lange tocht naar zijn geliefde worden fraai uitgebeeld. En wie goed kijkt, ziet dat de langzame schildpad van de eerste bladzijde op de allerlaatste plaat eindelijk aankomt bij het taart eten, met een achtergebleven eendje op zijn rug.

    Het steeds veranderende landschap met ronde en gekante vormen die allerlei associaties oproepen, verbergt talrijke verrassingen. Zorgvuldig pakt de illustrator bij iedere nieuwe plaat een stukje van de vorige mee, zodat je de platen van het boek als een lang panorama uit zou kunnen leggen. Even zorgvuldig zorgt hij ervoor dat alle verhaallijnen-in-beeld kloppen, van begin tot eind.

    Puur plezier, dit boek.



Vlag en Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen