Penselen 2016

Ga direct naar

Details:

De Penseel- en Paletjury 2016:

Saskia de Bodt, voorzitter
Irma de Bruijne
Jaap Friso
Judith Hessels
Lia Reedijk



Rapport:

Juryrapport Paletjury:

Ook dit jaar passeerde weer een stroom aan prentenboeken en geïllustreerde boeken voor de jeugd de revue. De Penseeljury kreeg ruim 180 boeken ter beoordeling. Ze waren wisselend van stijl, wisselend van sfeer, wisselend van kwaliteit. Maar over het algemeen is het niveau van de in Nederland uitgegeven kinder- en jeugdboeken hoog. Hulde aan de uitgevers die onze jeugd zo verwennen. Er is immers niets zo vormend als een mooi boek!

Wat is ons dit jaar opgevallen? Laten we met de vormgeving beginnen. Je kunt nog zulke mooie illustraties maken, maar als ze in een rommelige vormgeving worden gepresenteerd, verdwijnt het hele effect. Aan de vormgeving van de boeken die wij beoordeelden, is over het algemeen veel zorg besteed. We hebben ons natuurlijk wel eens verbaasd over keiharde afsnijdingen van beeld tegen een witte achtergrond, iets wat flink kan afdoen aan het resultaat. Daarom de vraag: waarom houdt men zo vast aan het wit, ook als tekeningen juist een zachte of een geheimzinnige sfeer oproepen? Daar staat dan weer tegenover dat er ook uitgevers zijn die juist investeren in mooie materialen, in heldere kleuren – of juist zeer sobere, matte tinten. Het is gelukkig lang niet altijd meer zo dat felle kleuren en glimmende omslagen per definitie met kinderen geassocieerd worden. Het lijkt erop dat het boek van gebruiksvoorwerp weer meer en meer als een object wordt gezien, een esthetisch ding, met aandacht voor details. Dat blijkt uit de vele verzorgde en originele schutbladen bijvoorbeeld. We zagen ook mooi bewerkte ruggetjes en een leeslintje hier en daar. Prima entourage voor alle geweldige illustratoren oud en jong, die zich op dit moment manifesteren.

Als het om de tekst en de relatie tussen de tekst en de illustratie gaat – voor de Penseeljury natuurlijk een essentieel punt – dan valt het op dat ook boeken voor de wat oudere lezers, de leesboeken voor kinderen vanaf acht jaar en ouder, weer steeds vaker met illustraties verschijnen. Dat zijn dan graphic novels of ‘romans’, vaak series. Maar ook steeds meer los verschenen titels voor oudere kinderen krijgen zwart-wit en ook kleurrijke illustraties.

Een tamelijk nieuw verschijnsel is dat uitgevers deze boeken vaak zo goed gelukt vinden en van kwalitatief hoog niveau beschouwen dat ze ze ook insturen naar de Penseeljury. Verder verschijnen er ook steeds meer prachtig geïllustreerde non-fictie titels. Tot voor kort werden informatieve boeken vooral met foto’s of foto-achtige illustraties uitgegeven. De laatste jaren zien we dat deze boeken ook meer als echt kunstwerk worden beschouwd, zowel in literair als in kunstzinnig opzicht. Wat de prentenboeken betreft, zagen we de fraaiste voorbeelden van boeken waarin korte, suggestieve teksten de ruimte gaven voor de fantasie en de inleving van de illustrator. Dat moet heerlijk zijn voor de makers, zo te zien aan de mooie resultaten. Een genre dat dit jaar buitengewoon goed vertegenwoordigd was, is de categorie boeken in relatie tot kunst. Kunst met een grote K. In 2015 verscheen een record aantal boeken, gemaakt naar aanleiding van actuele tentoonstellingen. Het zijn vooral prentenboeken waarin illustratoren op hun persoonlijke wijze reageren op het werk van grote figuren uit de kunstgeschiedenis. Geen voorlichtingsboeken, maar eerder fantasierijke confrontaties met de wereld van de kunst. We hebben genoten van de visioenen in de stijl van Jeroen Bosch, van de perikelen van de Franse kunstenaar Henri Matisse, van de visies van de Haagse School schilders en nog veel meer. Het zijn niet zomaar gelegenheidsboeken, die kinderkunstboeken, onze beste illustratoren hebben het aangedurfd in de huid te kruipen van hun illustere voorgangers en met succes. Het zijn kunstboeken op niveau. Het is een genre ook, waarin onze Nederlandse illustratoren en uitgevers internationaal schitteren.

Deze aan kunst gerelateerde boeken zijn echter toch niet in de prijzen gevallen. De bekroningen dit jaar gaan naar fictie boeken, naar illustraties die vooral de fantasie prikkelen in relatie tot een literaire tekst. Boeken waarin beeld en tekst in evenwicht zijn.

De Penseel- en Paletjury 2016




Gouden Penseel

  • Harriët van Reek - Lettersoep

    Woord-beeld. Beeld-woord. Het is een oude strijd, kunstenaars en dichters in de renaissance maakten zich er al druk over. Wat kan het woord doen om het beeld te verklaren? En andersom? Beelden zijn directer, ze zeggen meer dan 1000 woorden, zoals men ons graag wil doen geloven. Het boek Lettersoep heeft daar lak aan, of liever: de illustrator ervan. Harriët van Reek heeft al eerder met veel fantasie letters tot leven gebracht, maar nooit in een zo intense verstrengeling als in Lettersoep. Waar eindigt het beeld en waar de letter? Ze reageren sterk op elkaar. Net als je denkt de boodschap te doorgronden, word je weer op het verkeerde been gezet.

    De hoofdpersoon, Letterel, een rare rode sladood met een piepklein pennetje, ziet overal letters. In bomen, in tuinen, in bossen en huizen. Hij is gek op letters schrijven, letters knippen, letters kijken, letters lezen en letters dromen. Hij woont in een letterhuis, samen met een letterpoes. Ze maken lettersoep met balletjes, maar hun leven bestaat eigenlijk vooral uit gedachtespinsels. Heerlijk. Oeverloos.

    In het begin van het boek lijkt het nog alsof het misschien vooral om de vormen van de letters gaat: de j is een haakje en met de mm-en en de nn-en kun je een mooi tuinhekje vormen. Maar al gauw krijgen die vormen meer betekenis: er zijn brave letters, treurige letters, keurige en verliefde. Het boek Lettersoep zit vol woordspelingen en associaties en heeft op die manier vele lagen. Het beginnende schrijvertje zal geïntrigeerd raken door de vormen van de letters en de woordjes die je met die rare letters kunt vormen. Maar zo’n kind zal al snel begrijpen dat dat niet alleen concrete zaken zijn zoals huis, kat of soep, maar dat je er ook betekenis aan kunt geven, dat je met fantasie de leukste woordspelingen kan maken. Zoals gezegd, oeverloos. De vormgeving van Barbara van Dongen Torman laat de persoonlijke stijl van Harriët van Reek ten volle tot zijn recht komen.

    Lettersoep is een uniek boek, het ontstijgt alle tradities. Wat een genot om je met soepele sprongen tussen concrete en abstracte begrippen heen en weer te kunnen begeven. Wie er in mee kan gaan, bekijkt het leven anders. Eigenlijk is het vooral een filosofisch boek.



Zilveren Penseel

  • Ingrid Godon - Mijn opa is een boom

    Rapport Ingrid Godon:
    Het grote prentenboek Mijn opa is een boom van de Belgische illustrator Ingrid Godon heeft een geelgroene uitstraling, vooral géél eigenlijk. Dat onderstreept dat het een positief boek is, al behandelt het een moeilijk thema. Op de royale pagina’s zie je een enorme opa steeds samen met zijn kleinzoon. Ze lijken op elkaar, al is opa’s ovale bol wat ingevallen en die van de kleine jongen lekker gaaf en onschuldig. In verhouding is opa groot en sterk en je kunt zien dat hij het idool is van het jongetje. Het kijkt naar hem op, hij houdt van hem en is onvoorwaardelijk trots op zijn opa. Dat verandert niet, wat er ook gebeurt. Dat is de rode draad in het boek. Ingrid Godon is een meester in het weergeven van gemoedstoestanden en ze doet dat met minieme middelen. Je ziet opa op elke bladzijde onbereikbaarder worden, meer in zichzelf keren; je ziet ook hoe het jongetje probeert zijn aandacht te trekken en probeert het proces te doorgronden.

    Met een minimum aan lijnen - door de vorm van een wenkbrauw, door de stand van de ogen - bereikt de illustrator een psychologische diepgang, ongekend voor de meeste prentenboeken. Als de zomer op zijn einde loopt en het geel en groen van de illustraties met bruine streken wordt opgevuld, zie je hoe het het jongetje begint te dagen. Zijn opa is een boom geworden! Bomen praten niet, maar je kunt ze wel knuffelen. Uit het hele boek straalt de sfeer van de, opnieuw in geel en groen getekende laatste pagina, waarop het jongetje zich een geluksvogel noemt, met zó’n opa!

    Ingrid Godon behoort tot de psychologen onder de illustratoren. Ze gaat niet op haar knieën, haar tekeningen voor kinderen zijn even sterk en krachtig als die voor volwassenen. Dat ze nog maar veel van zulke diepgravende boeken mag maken!


    Details:
    Omdat het hier een buitenlandse illustrator betreft ontvangt zij het zilveren palet.



  • Yvonne Jagtenberg - Hondje, de enige echte!

    Rapport Yvonne Jagtenberg:
    Hij grijnst je vrolijk en wat uitdagend toe vanaf het grijze omslag: Hondje. Hij is ‘de enige echte’, zoals de titel zegt. Twee ogen als schoteltjes, zijn oortjes alert en vier pootjes in het gelid. Zijn uitdrukking is vrolijk, hij is klaar om de wereld in te rennen. Helemaal zoals hij is, staat hij daar: tot en met het zwarte gaatje onder zijn wuivende pluimstaart. Dat gaatje zal het hele boek door nadrukkelijk aanwezig blijven! Dit boek, geschreven en getekend door Yvonne Jagtenberg, is bedoeld voor de jongste kinderen of de beginnende lezer. De zinnetjes zijn kort en to the point. Hetzelfde geldt voor de illustraties. Je ziet meteen wat er gebeurt. Hondje doet van alles wat des honds is en we bekijken dat allemaal vanuit zijn eigen optiek: hij wordt verleid met koekjes, hij volgt een spoor, hij plast in het rond. Het boek wordt gedragen door de stevige, expressieve illustraties in kloeke vormen en simpele kleuren. De beelden zijn op het primitieve af, maar daaraan ontlenen ze juist hun kracht.

    Wat Hondje ook uitspookt, zijn gezichtsuitdrukking en zijn lichaamstaal spreken boekdelen. De ogenschijnlijk naïeve stijl van Yvonne Jagtenberg is bedrieglijk. We kennen Jagtenberg van haar sterke, communicatieve omslagen. In Hondje, de enige echte staan alle illustraties precies op hun plaats, ze vullen het vlak op evenwichtige wijze, waarbij de neergepenseelde ‘vegen’ precies de juiste kleur en expressie hebben. De mooie vormgeving van het boek versterkt het geheel. Hondje, de enige echte vult het gat tussen prentenboeken en leesboeken. Een aanwinst dus en een genot om voor te lezen, zelfs aan kinderen die bang zijn voor honden. Of misschien juist voor hen.



  • Øyvind Torseter - Het gat

    Rapport Øyvind Torseter:
    Illustraties met twee (een enkele keer drie) steunkleuren, op mat, gebroken wit papier. Het omslag van grof grijs karton met een helder geel ruggetje en dito schutbladen. Het gat heet dit product van Scandinavische soberheid. Het is getekend door de Noor Øyvind Torseter, die er verder weinig woorden voor nodig heeft. Het boek bevat in het midden, door en door, een gat. Iets groter dan het gat van een perforator. De eerste bladzijden zijn aan de lege kant: we zien een wand met een deur en een stukje keuken. Alles in simpele dunne, ietwat bevende lijnen. Minimaal. En dan is daar natuurlijk het gat – of liever: het gaatje – dat in het begin weinig betekenis lijkt te hebben. Een dierachtig mannetje, met één afgezakte kous en slimme oogjes, sleept wat verhuisdozen naar binnen en bakt een eitje. Tot hij het gat ontdekt. Het gat dat zich, tot kennelijke frustratie van de hoofdpersoon, steeds verplaatst. Hij zoekt hulp. Professionele hulp, zo te zien. En dan ontspint zich een existentiële zoektocht naar de betekenis van het gat.

    Op een derde van het boek heeft het mannetje het gat gevangen in een bruine doos. Hij wandelt daarmee door de stad, maar ziet het gat overal elders weer verschijnen: als stoplicht, als oog, als neusgat van een klein meisje en als lamp. In een laboratorium wordt het gat uit de doos gehaald, aan nadere inspectie onderworpen en uiteindelijk moet het voor observatie blijven. De tobber gaat naar huis, kruipt in zijn slaapzak en valt in slaap, maar wij zien natuurlijk het gat nog steeds. Op de oude plaats. Er is dus eigenlijk helemaal niets gebeurd.

    Het gat is een grappig boek met een serieuze onderlaag. Het heeft filosofische kwaliteiten met een duidelijke knipoog naar therapieën als mindfulness. De tekenaar drukt zich bewust ietwat stoethaspelig uit, zijn lijnen zijn een beetje lullig bijna. Daarmee relativeert hij de absurditeit van een obsessie. Al met al een relativerend boek. Scandinavisch relativerend! Een prachtig, consequent geheel.



    Details:
    Øyvind Torseter ontvangt het Gulden palet, dit is de prijs voor het best geïllustreerde kinderboek van buitenlandse origine.


Vlag en Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen