Penselen 2018

Ga direct naar

Details:

Op woensdag 20 juni zijn de Zilveren Penselen en Vlag en wimpels 2018 uitgereikt.
Op 19 september 2018 wordt in het Rijksmuseum in Amsterdam het Gouden Penseel uitgereikt.

De Penseeljury: Marlies Visser (voorzitter), Jaap Friso, Irma de Bruijne, Judith Hessels en Jessica Jongkind.

Uitreikingsrapport:

Allereerst wil de Penseeljury opmerken heel blij te zijn met de aanpassing van het reglement en Stichting CPNB daarvoor hartelijk dank zeggen. Het is in de ogen van de jury een terechte beslissing om de Penselen zo goed als gelijk te trekken met de Griffels. Het is een vorm van waardering die illustratoren van kinderboeken meer dan recht doet. Illustraties zijn van ongekend belang in het gros van de kinderboeken, zeker voor de jongste kinderen. Door tekeningen raken ze vertrouwd met boeken en het is peuters eigen om heel vaak hetzelfde boek te willen lezen. “Nog een keer, nog een keer.” Dat lees- en kijkplezier van de allerkleinsten is hopelijk een basis voor de liefde voor het boek op latere leeftijd. Uit de laatste rapporten over leesbevordering doemt namelijk een somber beeld op, met name waar het gaat om leesplezier. Het leesplezier van Nederlandse kinderen neemt drastisch af en dat is eigenlijk onbegrijpelijk voor wie in ogenschouw neemt hoeveel mooie kinderboeken er in ons land verschijnen. Boeken waarvan je zegt: “Nog een keer, nog een keer.”

De Penseeljury mocht dit keer ruim 130 ingestuurde boeken beoordelen en maar liefst 20 prijzen uitdelen in vier verschillende categorieën. Dat is gelukt: acht Penselen en elf Vlag en Wimpels. “Hé, dat zijn er maar 19!” Dat is juist. De jury kent in de categorie peuterboeken, voor nul tot en met drie jaar, een Vlag en Wimpel minder toe. Dit omdat het aantal ingezonden peuterboeken minimaal was en we een signaal willen afgeven: veronachtzaam deze leeftijdscategorie niet. Voor peuters mogen er meer spannende en origineel geïllustreerde boeken worden gemaakt.

Voor de rest heeft de Penseeljury niks te klagen en in de andere categorieën gaan we dan ook voor de volle glorie. Dat zijn naast de peuterboeken: de kleuterboeken voor drie tot en met zes jaar, de kinderboeken voor zes tot en met twaalf jaar en de informatieve boeken. Acht Penselen en elf Vlag en Wimpels; wat een weelde!

De jury is onder de indruk van het niveau van de inzendingen. Boeken lijken steeds beter te worden verzorgd en met liefde en aandacht te worden gemaakt. Dat is vaak al te zien aan de details, aan het omslag en de schutbladen bijvoorbeeld. Maar ook aan het kleurgebruik, waarvoor vaak meerdere drukgangen nodig zijn. Dat kost geld en het zijn de uitgevers die daarvoor de complimenten in ontvangst mogen nemen. Wie durft te investeren, mag trots zijn op het resultaat.

Het Nederlandse prentenboek mag worden gezien. De jury heeft zes Nederlandse en twee buitenlandse inzendingen voor een Zilveren Penseel voorgedragen. Alle acht Zilveren Penselen gaan naar verschillende uitgeverijen. Dat is toeval maar het geeft wel aan hoe er in de breedte kwalitatief goede boeken worden uitgegeven.

De informatieve boeken verdienen een bijzondere vermelding. Een zeer sterke categorie: uiteenlopende onderwerpen werden op een aantrekkelijke manier gepresenteerd, in een verscheidenheid aan stijlen. Er is meer lef, durf en originaliteit te zien en dat heeft de jury dan ook meegenomen in de beoordeling. Over het algemeen lijken de illustraties minder braaf. Alle lof voor makers die, vaak letterlijk, buiten de lijntjes durven te kleuren, nieuwe vormen uitproberen en experimenteren met andere manieren van illustreren. Illustratie leeft! Er is een grote aanwas aan nieuwe illustratoren. Ook op de kunstacademies groeit het aantal studenten dat voor de richting illustratie kiest gestaag.

Bijzonder ingenomen is de jury met het relatief grote aantal inzendingen van jonge illustratoren. Zij ontwikkelden met veel enthousiasme hun eigen stijl en zochten hun publiek online. Zij presenteerden en verkochten hun werk in gelimiteerde oplages en krijgen nu ook de kans om in prentenboeken hun werk te tonen en verder uit te bouwen. Een mooie mix van oud en nieuw.

Het over het algemeen hoge niveau maakte het werk van de jury niet gemakkelijk. Daarentegen was het een genoegen om kennis te nemen van al die boeken waarin niet alleen heel veel creativiteit van de makers is geïnvesteerd, maar waarin ook de creativiteit en de verbeelding van de lezers wordt gestimuleerd. Het tekenplezier spat van het papier.

Gouden Penseel

  • Ludwig Volbeda - Fabeldieren

    Dit boek nam direct al een bijzondere plek in op de jurytafel. Het grote formaat met de grote kop op de voorzijde maakt meteen nieuwsgierig. Over draken, eenhoorns, griffioenen en nog veel meer. Laat maar zien dan! De landkaart voor in het boek zet de toon. Zoals gezegd was de informatieve categorie heel sterk dit jaar en dit boek laat heel overtuigend zien dat dit genre heel verhalend en meeslepend kan zijn. Het is een encyclopedie van fabeldieren en de keuze om fictie-auteur Floortje Zwigman en tekenaar Ludwig Volbeda samen te laten werken is een heel goede geweest. Ludwig weet van ieder dier een geloofwaardig wezen te maken. De ongelofelijke detaillering is nooit te veel. In veel monsters zitten weer even zoveel kleine monsters en wezentjes verstopt. Alleen al op de coverdraak telden we 14 andere wezens. Als je goed kijkt is zelfs president Trump tussen de trollen terecht gekomen. Ook de paginagrote illustraties hebben een kracht en diepte in kleur die je zelden ziet. De subtiele aardetinten krijgen een accent in helder wit. Of het nu de dondervogel of de trolkat is, je gelooft meteen dat ze er zo uitzien. Het illustratiegenre van de fantasy krijgt door de verbeeldingskracht van Volbeda een heel nieuwe dimensie. De zorgvuldigheid van de sjablonen, patronen en kaders zijn de kers op de taart in dit in alle opzichten geweldige en grootse boek.

Zilveren Penseel

  • David Barrow - Heb jij misschien Olifant gezien?

    Rapport David Barrow:
    Een origineel en geestig boek dat erom roept luid en duidelijk te worden voorgelezen. De olifant in de kamer is op een heel geloofwaardige manier verstopt in grappige situaties. Een eenvoudig gegeven is hier humoristisch uitgewerkt. De olifant staat achter de schemerlamp en verbergt zich onder een laken. Het jongetje ziet hem niet en dat leidt tot hilarische taferelen. Hij blijft maar zoeken en heeft niks in de gaten terwijl iedere lezer zal schreeuwen: “Kijk dan, kijk dan goed!” Het spreekt ongetwijfeld tot de verbeelding van peuters en kleuters die dol zijn op verstopspelletjes en nog bezig zijn te ontdekken wat het betekent om wel en niet gezien te worden. Het is in dit boek grappig, subtiel en vriendelijk uitgewerkt en het slot is verrassend en origineel.
    David Barrow maakt sfeervolle afbeeldingen door een geraffineerd gebruik van licht en donker waarbij schaduwen een grote rol spelen. Hij speelt daarbij op een ingenieuze manier met de (on)zichtbaarheid van de olifant en maakt daarbij optimaal gebruik van wat je met illustreren kan doen. Het is een vol en zwierig boek waarbij de focus toch scherp blijft. De tekeningen zijn zelfs zo sterk dat de tekst weggelaten zou kunnen worden. De schutbladen zijn fantastisch en vormen een mooie voorbereiding op de situaties die worden geschetst in het boek.

  • Brian Elstak - Tori

    Rapport Brian Elstak:
    Dit is niet de eerste keer dat een vader een boek schrijft voor zijn eigen kinderen. Het bijzondere van dit boek is echter dat het zich op allerlei manieren onderscheidt van wat mainstream is. Een boek als dit kenden we nog niet, het trekt ons in een andere wereld. Brian Elstak is beeldend kunstenaar en hij incorporeert ook de games in zijn prentenboek. Eigentijds is in die zin een understament. Het geheel is een ode aan de kunst en de verbeelding, waarin een zwaard een potlood wordt en een krachtig wapen. Drie kinderen met een reuzenschildpad als vader. Een verhaal over het vertellen van verhalen dat zich ontwikkelt tot een stoer en dwaas avontuur dat van de pagina’s afspat. Over jaloezie, broederschap en geloof in eigen kunnen. De uitvoering, de papierkeuze, de bijna dagboekachtige aantekeningen, de vlakverdeling en de typografie stralen stoerheid uit. Rauwer dan dit krijgt de Penseeljury het niet vaak voorgeschoteld. Dan weer duister, angstaanjagend en bedreigend, met draken en monsters. Dan weer die energieke broers die vol overgave de strijd aangaan. Het bekoort, door de oorspronkelijkheid en gedurfdheid. Elstak is niet de man van terughoudendheid en gestileerdheid maar laat zijn penselen en potloden het werk doen, alsof hij tegen ze zegt: “Ga je gang.” Het levert een krachtig en bijzonder boek op.

  • William Grill - De wolven van Currumpaw

    Rapport William Grill:
    William Grill heeft in potlood een overtuigend verhaal verteld. Trefzeker neemt hij je mee naar het jaar 1893 op wolvenjacht over de weidse vlakte van de prairie. Je reist mee met de wolvenjager, natuurkenner en tekenaar Ernest Thompson. Hij raakte geïnteresseerd in de jacht omdat hij daarbij de dieren levensecht kon tekenen. Hij gaat op jacht naar Lobo, de enige wolf die alle jagers te slim af is en niet te vangen is. Hij wordt ook wel de koning van Currumpaw genoemd. Grill tekent de weidse vlakten maar zoomt ook in op de details van het verhaal, in een schetsmatige en heldere stijl. Het verhaal ontroert: de jager vangt de wolf maar schaamt zich als deze sterft. De jager komt tot inkeer en ziet in dat wilde dieren in een land een kostbare erfenis zijn die bescherming nodig hebben. Het is meeslepend gebracht maar blijft ook informatief en heeft zelfs een getekende woordenlijst achterin. Het omslag is prachtig en sluit perfect aan bij het binnenwerk. De jury is verrukt van de manier waarop het potlood hier wordt gehanteerd, dat zou veel vaker mogen gebeuren. In een krasserige, kleurrijke stijl die sober en doeltreffend genoemd kan worden. Niet vaak wordt non-fictie op zo’n meeslepende manier in beeld gebracht. Het verhaal leest als een spannende strip en onderwijl wordt de lezer geïnformeerd over een geschiedenis waar hij nog veel meer over wil weten. De wolf is terug, in Nederland maar ook in het prentenboek. En hoe!

  • Annemarie van Haeringen - En toen, Sheherazade, en toen?

    Rapport Annemarie van Haeringen:
    Alles wat zo bijzonder is aan het werk van Annemarie van Haeringen komt samen in En toen, Sheherezade, en toen? Het voelt aan als een catalogus van haar werk, samengebracht in een kleurrijke en aansprekende band. Imme Dros nam de beroemde verhalen nog eens onder de loep en dat resulteert in een gedragen samenwerking. Tekst en illustratie vullen elkaar voortdurend aan en zo ontstaat een interessante symbiose. Van Haeringen jongleert met haar perspectieven. Soms zit je met je neus op de voorstelling en kun je je verliezen in de bijzondere detaillering. Op andere momenten creëert ze afstand door het gebruik van grote kleurvlakken en bijna Werkman-achtige vormen. Ze weet gemene aapjes liefdevol weer te geven en de pas geboren Roc-vogel kan op deze manier alleen maar door Van Haeringen zijn gemaakt. Ze werkt in uiteenlopende stijlen maar weet altijd trefzeker de tekst een extra dimensie te geven. Hier gebeurt nooit iets zonder reden, er is over nagedacht en gedelibereerd. Daardoor is de lezer steeds weer nieuwsgierig naar de volgende illustratie en de verwachting wordt telkens opnieuw waargemaakt. Iedere illustratie is een verhaal op zich en geeft de geschreven tekst nog meer lading. Van Haeringen illustreert op een constant hoog niveau dat steeds opnieuw uitnodigt tot lezen en voorlezen, en zeker ook tot kijken. Dit boek mag dan een catalogus van het werk van Van Haeringen lijken, de jury spreekt de wens uit dat het nog lang geen definitief overzicht is.

  • Sanne te Loo - Dit is voor jou

    Rapport Sanne te Loo:
    Veel inzendingen gingen dit jaar over creativiteit. De jury zag in Dit is voor jou een ode aan de fantasie en de verbeelding: leren tekenen en vooral ook leren kijken. In rijke, soms melancholische, prenten worden nieuwe werelden geschapen. De wereld van de verbeelding is een oase in de stad. Een jongetje zit met krijt op straat te tekenen omdat het papier te klein is, maar de mensen lopen gewoon over zijn tekeningen heen. Hij zoekt de ruimte en komt uiteindelijk uit bij een kunstenaar in een oude villa. Als het maar even kan, is hij daar. Een symbool van de continuïteit in de kunstgeschiedenis, van de overdracht van oud naar jong. Er ontstaat een open venster naar een wereld die je zelf door tekenen en schilderen kunt creëren en terughalen. Tekenen als remedie tegen de vergankelijkheid. Vooral het binnenwerk heeft, met al zijn details, die kracht. Er zit wel enige ruimte tussen de sfeer van het omslag en het binnenwerk, maar het geheel staat als een huis. Te Loo varieert met sobere kleurstellingen tegenover uitbundigheid met frisse en felle kleuren. Je krijgt zin om zelf te gaan tekenen en schilderen en laten we eerlijk zijn: een ode aan de kracht van illustreren, dat kan niet anders dan een Zilveren Penseel krijgen.

  • Dieter Schubert - Konijnentango

    Rapport Dieter Schubert:
    De jury had niet eerder een boek in handen dat je minstens drie keer moet omkeren om alle details te zien. Konijnentango is een krachtige, zinsbegoochelende leeservaring zonder woorden. Het beeld draagt het verhaal. Een prentenboek pur sang. Het is een spiegeling, maar eigenlijk ook weer niet. Het heftige van de tango, het aantrekken en afstoten en de gepassioneerde bewegingen, maakt dit boek tot een feest voor ouder en kind. Waarbij iedereen zelf het verhaal kan verzinnen. Een zwierige dans van twee geliefden die elkaar bereiken maar er af en toe ook even naast zitten. Wat willen ze elkaar graag zien, wat doen ze een moeite om tot elkaar te komen. Op heel veel niveaus zijn we getuige van dit schouwspel van toenadering en ontmoeting. En dan bekijk je het nog een keer en maak je het opnieuw mee en ontdek je weer andere dingen. Lief, vrolijk, grappig, ontroerend, gek, teder – noem maar op. Iedere keer opnieuw is Konijnentango een ervaring. Dit tegelijkertijd verrassende, enigszins verwarrende en schattige verhaal komt door de gloedvolle illustraties sprankelend tot leven. Het is ingekaderd en tegelijkertijd onstuimig. Het laat zien hoe een geïllustreerd werk zowel binnen als buiten de lijntjes tot volle wasdom kan komen. Elk jurylid dook erop en was even stil.

  • Ingrid Schubert - Konijnentango

    Rapport Ingrid Schubert:
    De jury had niet eerder een boek in handen dat je minstens drie keer moet omkeren om alle details te zien. Konijnentango is een krachtige, zinsbegoochelende leeservaring zonder woorden. Het beeld draagt het verhaal. Een prentenboek pur sang. Het is een spiegeling, maar eigenlijk ook weer niet. Het heftige van de tango, het aantrekken en afstoten en de gepassioneerde bewegingen, maakt dit boek tot een feest voor ouder en kind. Waarbij iedereen zelf het verhaal kan verzinnen. Een zwierige dans van twee geliefden die elkaar bereiken maar er af en toe ook even naast zitten. Wat willen ze elkaar graag zien, wat doen ze een moeite om tot elkaar te komen. Op heel veel niveaus zijn we getuige van dit schouwspel van toenadering en ontmoeting. En dan bekijk je het nog een keer en maak je het opnieuw mee en ontdek je weer andere dingen. Lief, vrolijk, grappig, ontroerend, gek, teder – noem maar op. Iedere keer opnieuw is Konijnentango een ervaring. Dit tegelijkertijd verrassende, enigszins verwarrende en schattige verhaal komt door de gloedvolle illustraties sprankelend tot leven. Het is ingekaderd en tegelijkertijd onstuimig. Het laat zien hoe een geïllustreerd werk zowel binnen als buiten de lijntjes tot volle wasdom kan komen. Elk jurylid dook erop en was even stil.

  • Fleur van der Weel - Pippeloentje

    Rapport Fleur van der Weel:
    Beertje Pippeloentje is een echte Annie M.G. Schmidt-klassieker; een bekend verhaal met beelden die bij velen in het geheugen staan gegrift. Dus ga er maar aan staan om daar een nieuwe versie van te maken. Fleur van der Weel is daar zeer goed in geslaagd met een zeer aantrekkelijke en zeer verzorgde uitgave. Wie moderne fratsen of een 21e eeuwse versie verwacht, komt bedrogen uit. Het is old skool Pippeloentje en toch een volstrekt nieuw boek. In de aandoenlijke illustraties wordt een veilig gevoel overgebracht door kleur, textuur en ritme in het beeld. De herhaling van de beeldelementen – de jury is gaan houden van het rode mutsje van Pippeloentje – geeft de nodige rust. Het is een slimme vondst om pas laat te beginnen met de tekst; niet eerder dan na 12 pagina’s lezen we het eerste vers van Annie. Daarvoor vertelt het verhaal zichzelf middels de tekeningen waarin we vertrouwd raken met Pippeloentje. Op de bladzijden met meerdere tekeningen op één pagina komt hij letterlijk tot leven. Hij wordt geboren en gebakerd, gewiegd, gevoed en verschoond en dat is allemaal in een sfeer van intense vredigheid en liefde. Het is gedurfd om voor een bijna behoudende en enigszins ouderwets aandoende stijl te kiezen die heel consequent wordt gehanteerd, en daarmee meteen vertrouwd aanvoelt. Vertrouwd is misschien wel het kernwoord: het voelt alsof dit boek er altijd al is geweest. Beertje Pippeloentje komt opnieuw tot leven, weer in een andere gedaante, en hij mag er zijn. Dat is de verdienste van Van der Weel.

Vlag en Wimpel

Naar de overzichtspagina

Delen