Taalunie Toneelschrijfprijs 1993

Winnaar

  • Tom Jansen - SCHADE/schade

    De Toneelschrijfprijs is in 1988 op initiatief van de Arnhemse Theaterwerkplaats InDependance ingesteld, en wordt sinds 1989 onder auspiciën van Het Theaterfestival uitgereikt. Eerdere laureaten waren: Frans Strijards (1988), Judith Herzberg (1989), Alex van Warmerdam en Arne Sierens (1990, ex aequo), Jan Decorte (1991) en Suzanne van Lohuizen (1992).

    Er is weer heel wat afgeschreven in het voorbije seizoen. Niet minder dan negentig teksten hebben we de afgelopen maanden tot ons genomen, van verantwoord vormgegeven staaltjes van boekdrukkunst tot regelrecht aan de printer ontfutselde ruwe versies waar de tipp-ex nog van af droop.

    Met blijdschap hebben wij kennisgenomen..., tenminste…, in het begin, toen onze harten nog vol verwachting klopten. Maar helaas maakte dit enthousiasme gaandeweg plaats voor een, en nu drukken we ons voorzichtig uit, wat gematigder houding, want net als in voorgaande jaren bleek er helaas ook nu weer weinig nieuws onder de zon. Gevestigde schrijvers, vaak ook theatermakers, werkten verder aan de opbouw van een oeuvre en aan de ontwikkeling van hun eigen taal. Onder de jonge schrijvers viel vooral de enorme produktiviteit op, en soms baarde oefening kunst. Regelmatig gloorde er iets in de duisternis, te vaak echter weerhielden we ons met moeite van een greep in de drank- of medicijnkast, overmeesterd door de gedachte aan al die liters verspilde inkt. En u zult begrijpen dat de wetenschap dat dit alles niet alleen aan het papier is toevertrouwd, maar zich ook nog een weg naar de planken gebaand heeft, ons niet op kon beuren.

    Wat ons het meeste zorgen baart is de bedroevende kwaliteit van de in opdracht van rijkelijk met subsidie overgoten Vlaamse gezelschappen geschreven teksten.Sommige van deze teksten zouden niet misstaan in een gemiddelde aflevering van het feuilleton The bold and the beautiful, andere zijn slappe aftreksels van beproefde sprookjes. Het moralisme dat van deze teksten afdruipt is vaak ronduit stuitend, en de gedachte dat hier een publiek van vooral kinderen en adolescenten aan blootgesteld is, vervult ons met medelijden en vrees voor de toekomst. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen, en we hebben goede hoop dat door de recente veranderingen in het Vlaamse subsidiebeleid die gezelschappen, die de afgelopen jaren bewezen hebben ernst te maken met het stimuleren van schrijvers, in staat gesteld worden op de ingeslagen weg door te gaan.

    Met name bij de 'jonge' garde onder de Nederlandse schrijvers lijkt het momenteel in zwang om leentjebuur te spelen bij illustere voorgangers in het vak. Schaamteloos en vaak zonder bronvermelding verbouwen sommige schrijvers teksten van door hun bewonderde figuren uit de toneelgeschiedenis tot een eigen product, dat het predikaat 'origineel' nauwelijks verdient. En als het nu maar bleef bij knip- en plakwerk, dan was dat nog tot daar aan toe, maar tot overmaat van ramp meten deze schrijvers zich ook nog eens de pretentie aan in de huid te kunnen kruipen van de door hun geplagieerde voorbeelden, en te weten wat de figuur in kwestie gevoeld en gedacht heeft. Deze 'highlights'-formuIe leidt zelden tot inspirerende resultaten, hooguit realiseer je je weer eens wat een prachtige toneelschrijvers en filosofen deze voorgangers geweest zijn.

    Vele jaren emancipatiebeleid ten spijt hebben we moeten constateren dat het beeld dat in de ingezonden theaterteksten geschetst wordt van mannen, vrouwen en hun onderlinge verhoudingen nog steeds zeer clichématig is. Opmerkelijk is overigens dat het niet alleen de schrijvende heren zijn die zich hier schuldig aan maken, ook de dames onder de toneelschrijvers (die dit jaar opvallend in de minderheid zijn, slechts tien van de negentig) dragen hier toe bij.

    Dan is nu het moment aangebroken om de laureaat bekend te maken. Het verheugt ons om de Nederlands-Vlaamse Toneelschrijfprijs 1993 toe te kennen aan Tom Jansen voor zijn tekst SCHADE/schade.

    Niets zou meer afdoen aan de kwaliteit van deze tekst dan proberen te duiden waar het over gaat. Tom Jansen toont op een zeer ontwapenende en suggestieve manier een caleidoscoop van gevoelens en werelden, die bij ieder van ons andere gedachten, prikkels en herinneringen oproepen. Liefde, reptielen, dood, kindertijd, eten, verlies zouden er enkele van kunnen zijn. Jansen hanteert hierbij een zeer eigen schrijfstijl, die getuigt van technische vaardigheid enerzijds en durf anderzijds; op associatieve wijze springt hij in staccato, zonder enige schroom, over van het persoonlijke naar het universele. Het is één gedachtenstroom waarin de schrijver alles meeneemt wat hij ruikt, voelt, ziet en denkt.

    De tekst is zeer ritmisch, en is ondanks zijn autobiografische context nergens eenduidig. Het is een labyrint waarin je met plezier verdwaalt om af en toe verwonderd jezelf tegen het lijf te lopen. Door zijn vorm opent deze tekst ook perspectieven naar andere theatrale vertolkingen. Het is een tekst die begin noch einde kent, een tekst die openingen biedt aan regisseurs en spelers om er op hun eigen manier een gevecht mee aan te gaan, een tekst die beantwoordt aan wat het theater vandaag nodig heeft: teksten die ademen, teksten die geschreven zijn op het ritme en de geest van deze tijd. Tot slot willen wij Tom Jansen op het hart drukken dat deze prijs een aanmoediging mag wezen om door te gaan met schrijven.

    De jury van de Taalunie Toneelschrijfprijs 1993 bestond uit:
    Annekee van Blokland
    Guy Cassiers
    Jolente de Keersmaeker


Genomineerd

  • Benno Barnard

    Rapport Benno Barnard:
    De minderwaardige plek die het fenomeen vertalen en bewerken krijgt toebedeeld lijkt ons ongegrond. We willen de nadruk vestigen op de originaliteit waarmee dit seizoen met klassiekers werd omgegaan. In een aantal van de door ons gelezen teksten werden door de 'hertalers' zeer verrassende paden bewandeld, overigens met alle respect voor het ideeëngoed van het oorspronkelijke werk. William Shakespeare inspireerde tot twee zeer uiteenlopende, verfrissend actuele 'herwerkingen'. De Trust leverde met Friedrichswald een tekst af, waarvan de kracht niet schuilt in haar vormelijke of ritmische kwaliteit. Het gebruik van verschillende talen doorelkaarheen parodieert het huidige Eurocentrisch denken, en in de waarschuwing die hierin schuilt ligt het belang van deze tekst. Benno Barnard slaagt er in met zijn poëtische, hedendaagse herdichting van John Drydens All for love de kracht van een klassieke tekst levend te houden. Barnard toont zich een schrijver die zonder zich in vormelijkheden te verliezen de schoon heid van onze taal bezingt.



  • Arnon Grunberg - Rattewit

    Rapport Arnon Grunberg:
    De grote verrassing onder de inzendingen was de theatertekst Rattewit van de jonge schrijver Arnon Grunberg. Twee mannen, Michael en Jacob, treffen elkaar in een gelegenheid. Het is ochtend, ze praten wat, ze drinken wodka. Uit hun gepraat blijkt hoe losgeslagen deze figuren eigenlijk zijn. In hun hoofden is het nabije en het verre verleden een onontwarbare kluwen. Ze zitten vol verhalen, en die verhalen moeten verteld. Heel knap verbergt Grunberg hun delirische gepraat achter de schijn van hun gesprek. Het lijkt alsof ze met elkaar praten. Dat wordt vooral schrijnend duidelijk als Hanna, de moeder van Michael, ten tonele verschijnt.

    De drie personages geraken in een draaikolk van woorden die niet te stuiten is, omdat de taal voor elk van hen het enige middel is om te overleven, verslaafd als ze zijn aan hun eigen woorden. Met veel gevoel voor situatie, karakter en taal laat Grunberg zijn personages praten en praten. Hij weet ze alleen niet meer te stoppen, en hierdoor dreigt het stuk te gaan kabbelen en boet het aan kracht in. Desalniettemin waren we zeer onder de indruk van deze prestatie.



  • Tom Lanoye

    Rapport Tom Lanoye:
    Hiertegenover staat Celibaat van Tom Lanoye. De kracht van deze bewerking naar het gelijknamige boek van Gerard Walschap is eerder tussen de woorden gelegen. Zonder ook maar één woord teveel te gebruiken slaagt Lanoye er in een suggestieve wereld te creëren vol onuitgesproken emoties. Nooit heb je het gevoel dat deze tekst op een roman gebaseerd is. De ene krachtige, samengebalde scène volgt de andere op. In Celibaat volgen we de levensweg van het hoofdpersonage André d'Hertenfeldt. Het feit dat André over zichzelf spreekt in de derde persoon benadrukt zijn onvermogen zich uit te drukken. Deze ingreep bewijst Lanoye's theatraal gevoel. Ten slotte moet nog gezegd worden dat deze tekst vanuit een sterke, Vlaamse herkenbaarheid zijn anekdotiek overstijgt.



Naar de overzichtspagina

Delen