VSB Poëzieprijs 2014

Rapport:

Juryrapport bij de nominaties:

Er is dit jaar niet bezuinigd in de poëzie: met 115 bundels was het aantal inzendingen voor de VSB Poëzieprijs 2014 verrassend hoog, en de jury vindt het te prijzen dat uitgeverijen nog altijd hun nek uitsteken voor poëzie. Opvallend is dat er evenmin is bespaard op de vormgeving; enkele keren werd zelfs een samenwerking opgezet tussen dichters en illustratoren. In sommige gevallen kon een krachtig omslag de voorspelbaarheid van de poëzie in de bundel niet verhelpen, in andere gevallen strookte een slordige lay-out niet met de waarde van de gedichten, maar opvallend vaak was er sprake van een goed evenwicht.

De jury zag een groot aantal mooie bundels voorbij komen, maar vindt het desondanks opmerkelijk dat de gedichten die ze voorgelegd kreeg een sterke onderlinge gelijkenis in poëticale vorm en sensibiliteit vertonen. De indruk ontstaat dat de Nederlandstalige poëzie niet kan ontsnappen uit een spanningsveld dat inmiddels bijna anderhalve eeuw oud is: dat tussen de ‘allerindividueelste expressie’ (Kloos) en de ‘kopieerlust des dagelijksen levens’ (Potgieter). Ondanks alle vrijheid van vorm en individuele heftigheid dreigt dat algemeen-ingesleten dilemma beperkend te worden. Het gros van de dichters lijkt zich erdoor van de wereld af te keren en zich te verschansen in de cocon van eigen emoties, ervaringen, herinneringen.

Nostalgie lijkt een algemene voorkeur te genieten. Met beschrijvingen van foto’s, van vertraagde momenten in de verleden tijd, met fragmenten van correspondenties en dagboeken, met in memoriams lijken de dichters gezamenlijk een zekere weemoed op te willen wekken. Dit is geen generatiekwestie: waar nostalgie voor oudere dichters misschien nog begrijpelijk is, krijgt ook bij jongere dichters het stadse leven van nu algauw de verstilling van het verleden (waarbij opvalt dat de lichting jonge dichters vaker kiest voor samples, voor weinig samenhangende metaforiek, en minder gebruik maakt van andere dichterlijke stijlmogelijkheden). Dat nostalgische effectbejag is een symptoom van een meer algemene vermoeidheid in de dichterlijke cultuur.

Des te meer bewondering heeft de jury op kunnen brengen voor het engagement, het onderzoek in de poëzie. De moed om radicaal voor taal en niets dan taal te kiezen. En de moed om het werk zo te laten rijpen dat het individuele uitgroeit tot het universele. De moed, kortom, om taal taal te laten zijn en toch aan de wereld te appelleren.

De jury van de VSB Poëzieprijs 2014:
Ahmed Aboutaleb
Saskia de Jong
Hilde Keteleer
Joep Leerssen
Jan Rock



Winnaar

  • Antoine de Kom - Ritmisch zonder string

    Uit het nominatierapport:

    Antoine de Kom maakt vele vreemde werelden welhaast tastbaar, door zintuiglijkheid en krachtige beeldtaal te verenigen met slang en folklore. In die werelden explodeert zijn taal, die nu eens als een golf overspoelt, dan van schots naar schots springt of abrupt een stop forceert. Tegelijk laat De Kom een diep verankerd engagement zien. Het doet hem verwijzen naar harde realiteiten en gelukkig de spot drijven met de rol van de dichter. Inderdaad, zijn poëzie is napraten over wat nog te gebeuren staat.

    Uit het juryrapport:

    Door een zintuiglijke en krachtige beeldtaal, vermengd met slang en folklore, worden in Ritmisch zonder string vele werelden welhaast tastbaar. Vreemde werelden, extravert, voluptueus, voelend, maar: ‘onze weefsels zijn nog jong en als de maan wast worden wij dezelfde soortelijke massa wat wil zeggen dat het vreemde aan ons inboet’. Dat is wat De Kom doet, het vreemde zijn kracht ontnemen, zonder hang naar exotisme of oriëntalisme; hij staat midden in de wereld van nu.

    Knap weet De Kom uit het korset van de dichtregel te breken. Zijn voortdurende gevecht met de syntaxis geeft zijn taal spanning, vaart en energie. Soms klinkt die bijna als rap, als bedoeld om naar te luisteren.

    Voorbij de beeldtaal en het spel van de dichter gaat een echte realiteit schuil, een realiteit die soms hard is. De Kom toont een diep verankerd engagement, waarin – gelukkig – ook de spot gedreven wordt met de rol van de dichter.

    De jury was unaniem in het aanwijzen van Antoine de Kom als winnaar van de VSB Poëzieprijs 2014. In zijn bundel klinkt een nieuw geluid, waar wel nood aan is. Dit is poëzie die erbij gebaat is zichtbaar te zijn in de wereld en veel wereld binnen brengt, deze poëzie verdient een wereldse beloning.

    Dankwoord Antoine de Kom:

    Mijnheer de Burgemeester, dames en heren,

    Dank aan mijn uitgever Querido, aan mijn redacteuren Mirjam van Hengel en Jan Kuijper, aan de kunstenaars Julie Dassaud en Wilgo Vijfhoven.

    Mijn poëzie is er niet om te begrijpen maar om te ondergaan.
    Poëzie is een mysterie.
    Poëzie is napraten over wat nog te gebeuren staat.
    Mijn poëzie wil de gruwelen in de wereld een stap voor zijn.

    Misschien kan de schoonheid van de taal er toe bijdragen het kwaad in rook te laten opgaan.
    Vandaag is dat voor mij een talige werkelijkheid geworden.
    Over mijn tropische poëzie kan ik veel zeggen. Ik noem het belangrijkste.
    Tropische poëzie is van alles maar vooral wulps en dartel.

    Met mijn bundel wil ik de Nederlandse dichtkunst heter en vooral bevredigender helpen maken.
    Vanuit den vreemde gezien is de Nederlandse poëzie nauwelijks buitendijks te noemen.
    Een poëzie die zich niet laat voeden door den vreemde wordt anemisch en impotent.

    Vanuit de kritiek zal dan worden geroepen om het verleden. Poëzie vergaat steeds
    en moet zich vernieuwen om te blijven. Geen poëzie is autarkisch. In de dichtkunst
    gaat het om een innerlijke reis, een innerlijk oneigenlijk zijn. De vreemde worden
    om zich te ontvreemden en dan weer te ontdekken.

    Ik heb gezegd.



Genomineerd

  • Maria Barnas - Jaja de oerknal

    Rapport Maria Barnas:
    Uit het nominatierapport:

    Jaja de oerknal is een introspectieve bundel over gevoelens en gewaarwordingen (angst, herinneringen, de creatieve vonk) die niettemin een schat aan beschrijvende observaties en waarnemingen biedt. Het taalgebruik is trefzeker, beheerst en soepel en volgt elegant de grenzen tussen wat gezegd en benoemd wordt, en wat verzwegen of impliciet blijft. De afzonderlijke gedichten bestrijken een groot scala aan vormregisters maar vormen samen een thematische en stilistische eenheid. De beelden zijn krachtig, suggestief maar nooit obligaat-symbolisch.

    Uit het juryrapport:

    Jaja de oerknal is meditatief van opzet. De thema's draaien om gevoelens en gewaarwordingen, angst en herinneringen, de creatieve vonk; de gedichten verkennen de grenzen tussen wat beschreven wordt en wat verzwegen of impliciet blijft, tussen omgeving en beleving. Die spanning wordt fraai in stand gehouden dankzij het subtiel uitgebalanceerde taalgebruik: in klare, goed gedoseerde formuleringen biedt Barnas vignetten die de lezer raken door hun mimetische trefzekerheid, hun metaforische suggestiviteit en hun zuivere verwoording.

    Barnas is een beheerst en integer dichter. Dat frappeert de lezer allereerst op stilistisch niveau: de vrije versvorm (de bundel hanteert er een rijke schakering van) wordt nooit een vrijbrief voor vormeloosheid. Zinsbouw, versregel en strofeopbouw bewegen soepel om elkaar heen; de enjambementen geven steeds een ritmische of emotionele meerwaarde en wisselen op verrassende momenten af met krachtige regels die door hun syntactische eenheid een grote zeggingskracht krijgen.

    Ook inhoudelijk maakt Jaja de oerknal indruk door zijn evenwicht en integriteit. Barnas kan lyrisch schrijven zonder ooit in effectbejag te vervallen en thematiseert de eigen zielenroerselen zonder een zweem van ijdelheid. Het is een bundel die tot herlezen uitnodigt, steeds weer imponeert door Barnas voortreffelijke omgang met het medium taal en telkens nieuwe bekoorlijkheden aanreikt.



  • F. van Dixhoorn - De zon in de pan

    Rapport F. van Dixhoorn:
    Uit het nominatierapport:

    F. van Dixhoorn leverde een bundel aan van hooguit twee gedichten. Hij is pretentieloos: hier is uitzonderlijk géén dichter aan het werk die de taal gebruikt om zichzelf te presenteren. De poëzie gaat voor de man. Ze doet ook geen conventionele handreikingen over haar betekenis. Een met lef volgehouden minimalisme brengt enkel een ritme over; de lezer moet dat in het omslaan van de bladzijden volgen en neemt zo deel aan een cyclisch gebeuren. Deze bundel is een poëtisch ritueel.

    Uit het juryrapport:

    F. van Dixhoorn leverde een bundel aan van hooguit twee gedichten. Het kan ook minder zijn, want De zon in de pan is met durf volgehouden soberheid, buitenissig en bewonderenswaardig. Van Dixhoorn lijkt pretentieloos: hier is geen dichter aan het werk die zichzelf wil presenteren. De poëzie gaat voor de man. Zij is bovendien eigenzinnig en doet geen handreiking aangaande haar betekenis, ze legt zichzelf niet uit. Er zijn nauwelijks concessies aan het conventionele te vinden. Dit is bij uitstek poëzie om de poëzie. Ze stelt de lezer de vraag wat die woorden op dat blad doen. Het papier zelf is er bovendien niet enkel om de tekst te dragen, het dwingt in het omslaan van de bladen het ritme van het gedicht te volgen. De lezer ervaart zo een cyclisch gebeuren dat tegelijk in de klanken en de inhoud van de taal plaatsvindt. Overigens biedt de bundel geen eenduidige instructies over samenstelling of leesvolgorde – lof in dezen komt ook De Bezige Bij toe. Dichter, taal, uitgever, papier en lezer nemen hier samen deel aan een poëtisch ritueel.

    De jury besteedde aan het werk nu al haast evenveel woorden als de dichter. De zon in de pan neigt naar nietsigheid, toch is de uitgave een dichterlijke daad en levert ze de (her)lezer groeiende rijkdom op. Om kort te gaan: Van Dixhoorn toont de Nederlandse poëzie de kunst van het minimalisme.



  • Micha Hamel - Bewegend doel

    Rapport Micha Hamel:
    Uit het juryrapport:

    Micha Hamel heeft goud gevonden; als gevonden, zo evident is zijn rijk en muzikaal taaluniversum. Aan de haren sleept hij zichzelf en de lezer langs afgronden van het moderne bestaan. Elke vorm wordt ter discussie gesteld, is een bewegend doel. Hamel bespeelt virtuoos vele registers; ook dat doet hij telkens met een grote vanzelfsprekendheid, tot zijn slechtgezindheid en cultuurpessimisme over het heden aan toe. Die thematiseert hij nooit op een opvallende of opzichtige manier; zijn bundel biedt levende poëzie.

    Uit het juryrapport:

    Bewegend doel lijkt met zo'n gemak geschreven, zo evident is Hamels rijk en muzikaal taaluniversum, dat het grenst aan machtsvertoon. Hier geen oerknal, maar donkere materie; meer als uitgangspunt dan als metafoor: waar staan we nu eigenlijk? De bundel is een plaatsbepaling. Waar staat de dichter? Waar de moderne mens? De dichter als én versus de moderne mens. Aan de haren sleept hij zichzelf en de lezer langs afgronden van het moderne bestaan. Vorm, vormpje en het vormelijke worden ter discussie gesteld.

    Het perspectief is breed: elk miezerig moment of detail blijkt, haarfijn gefileerd, wezenlijk; Micha Hamel maakt poëzie van de klei die het leven tot in alle hoeken en gaten vult (deze jongen doet wat met zijn algemene ontwikkeling). Met uiterste precisie en gedetailleerdheid dicht hij daarbij van zijn gedichten alle hoeken en gaten. Er is een ziekte, een leven en doodsdrift. Enig sentiment poogt Hamel middels vaart, humor en vaardigheid te ontwijken; hij dendert maar door, deze meester van de vermaakindustrie.

    Hamel bespeelt virtuoos vele registers; ook dat doet hij telkens met een grote vanzelfsprekendheid, tot zijn slechtgezindheid en cultuurpessimisme over het heden aan toe. Die thematiseert hij nooit op een opvallende of opzichtige manier; zijn bundel biedt levende poëzie.



  • Miriam Van hee - Ook daar valt het licht

    Rapport Miriam Van hee:
    Uit het nominatierapport:

    Van hee vindt een evenwicht tussen betrokkenheid op de wereld en individueel verlies, tussen oog voor de grote geschiedenis en intimistische waarneming. Met veel precisie en nuance roept ze zowel de gruwelen in Oost-Europa als de landschappen en mensen uit haar eigen jeugd op. Ze vraagt zich telkens op een subtiele manier af hoe zich daartegenover te verhouden. Deze dichteres is een vuurpijl: ze verlicht niets maar herinnert ons eraan dat het licht bestaat.

    Uit het juryrapport:

    Miriam Van hee beheerst haar vak dusdanig dat vorm en inhoud perfect samenvallen. In een vrij eenvoudige stijl maakt ze in deze bundel optimaal gebruik van beelden, ritme en enjambementen om de lezer mee te doen kijken naar een wereld waarin mensen maar schaduwen zijn, mensen die veel onheil kunnen aanrichten maar toch ons mededogen verdienen. Het vaak door haar gehanteerde vogelperspectief zorgt voor afstand, het dwingende ritme voor betrokkenheid. Door het ritme te veranderen zorgt ze voor dramatiek in deze op het oog zo ‘sur place’ geschreven gedichten. Verandering is dan ook een van de thema’s van deze bundel. De dichteres wil iets vasthouden voor het kantelt. Ze vindt een evenwicht tussen betrokkenheid op de wereld en individueel verlies, tussen oog voor de grote geschiedenis en intimistische waarneming. Met veel precisie en nuance roept ze zowel de gruwelen in Oost-Europa als de landschappen en mensen uit haar eigen jeugd op. Ze vraagt zich telkens op een subtiele manier af wat haar eigen beweegredenen zijn en die van anderen, en hoe zich daartegenover te verhouden. De slotregel van een gedicht uit de cyclus ‘Nulpunt’ luidt: ik zocht een sleutel / tot beschrijving, niet van alles wat verdwenen was / maar van een kleine poolse stad die overal kon zijn. Die sleutel heeft de dichteres gevonden. Van hee is een vuurpijl: ze verlicht niets maar herinnert ons eraan dat het licht bestaat.

Naar de overzichtspagina

Delen