Dag in het teken van meesterverteller Paul Biegel

Gepubliceerd: 25-03-2015

Vandaag is het negentig jaar geleden dat Paul Biegel werd geboren. Sinds een jaar of zeven is zijn geboortedag uitgeroepen tot Paul Biegeldag. Maar om nou te zeggen dat het op scholen en in bibliotheken en boekhandels zindert van zijn verhalen… Nou, nee. Dat moet voor zo’n meesterverteller toch veel beter kunnen. Wel heeft Lemniscaat naar aanleiding van de Biegeldag van dit jaar een nieuwe bundeling van verhalen gepubliceerd. In De zoute goudvis worden zeven van zijn vertellingen, over onder meer een graskabouter die niet alleen dokter maar ook zuster is, mede tot leven gebracht door illustraties van Mies van Hout.

Credo
‘Als ik niet schrijf, voel ik me niet fijn. Het is een loeiende melkkoe, die fantasie van mij. Er moet elke dag wat uit... Ik wil gewoon graag een beetje vermaken, meer niet.' Dat zei Paul Biegel een jaar of tien geleden in een interview in de Volkskrant. Op de vraag van Pjotr van Lenteren waarom hij nooit wilde toegeven dat er diepere gedachten in zijn werk zaten, antwoordde hij dat hij die er niet bewust in had gestopt. Toen in 1965 Het sleutelkruid als Kinderboek van het Jaar werd bekroond, zei hij al dat hij het niet had geschreven om aan kinderen iets mee te geven. Hij was immers geen pedagoog. ‘Je moet de kinderen niet apart zetten en ze zoet benaderen.’ Zijn hele schrijversleven is hij dat credo trouw gebleven en betitelde hij zich als een ouderwetse sprookjesschrijver. ‘Mijn zinnen komen niet tot leven als ik over de werkelijkheid schrijf.’

Diepgang
De vraag hoeveel diepgang er in het ideale kinderboek zit, noemde Biegel ‘een essentiële vraag van ons vak’. Als voorbeeld noemde hij De kleine kapitein dat hij met erg veel plezier had geschreven. Omdat het eerst in de Donald Duck werd gepubliceerd, legde de redactie hem op zo vlot mogelijk te schrijven. Dat vond hij moeilijk. Toen hij later het boek opnieuw las voor de film, was hij aangenaam verrast. ‘Het gegeven van een groepje kinderen dat de wereldzeeën bevaart, is toch om je vingers bij af te likken?’ Je moet echter ook niet bang zijn om kinderen het niet al te makkelijk te maken. Dingen niet begrijpen kan net zozeer van grote waarde zijn.

Muziek
Paul Biegel (geboren op 25 maart 1925 in Bussum en overleden op 21 oktober 2006 in Haarlem) was de jongste in een gezin met negen kinderen. Na het gymnasium wilde hij naar het conservatorium om pianist te worden, maar zo'n toekomst bleek niet voor hem te zijn weggelegd. Iets van zijn grote passie voor muziek heeft hij veel later vormgegeven in Swing, zijn Kinderboekenweekgeschenk uit 2004, over een jongen die met zijn trompetspel bewondering oproept maar ook afgunst en hebzucht. Na de oorlog verbleef Biegel vijf maanden in de VS waar hij in een weekblad artikelen publiceerde. Teruggekeerd in Nederland, werd hij redacteur van de Avrobode. In Amsterdam begon hij een studie rechten.

Toonder Studio’s
Nadat hij tweemaal was gezakt voor het doctoraal examen rechten, zette hij een punt achter die studie. Hij ging bij de Toonder Studio's werken, waar hij naar eigen zeggen enorm veel heeft geleerd van Marten Toonder die er toen zelf leiding gaf. Biegel maakte onder meer ‘plotten’ voor Kappie. Zo'n plot is het geraamte van een verhaal, dat daarna in afleveringen wordt opgedeeld. ‘”Waarom zit die oom er in?” vroeg de heer Toonder bijvoorbeeld en als ik niet duidelijk kon aantonen wat hij erin deed, moest-ie eruit. Alleen zo krijg je een verhaal dat helder is opgebouwd.’ Als schrijver debuteerde hij in 1958 met twee verhalen in de bundel Een heel bont boek.

Verhalen vertellen
Het sleutelkruid was in 1964 het eerste ‘echte’ boek van Biegel. Terwijl een wonderdokter op zoek is naar het enige kruid dat het hart van een zieke koning kan genezen, zorgen de dieren dat diens hart blijft kloppen door hem verhalen te vertellen, vrolijke en droevige. De verkiezing ervan tot Kinderboek van het Jaar zou de eerste zijn in een lange reeks van bekroningen. Voor wat hij zelf altijd zijn mooiste boek vond, het sprookjesachtige en heel spannende De tuinen van Dorr (1969), geïllustreerd door Tonke Dragt, werd hij in 1970 bekroond met de prijs van de Amsterdamse Kinderjury. De compositie van dit sprookje is zeer doorwrocht.

Eigentijdse sprookjes
De boeken van Biegel werden in de kritiek vaak omschreven als eigentijdse sprookjes waarin avontuur met humor is gekruid en waarin fantasie en spanning om de voorrang strijden. Bijzonder zijn ze ook door de verzorgde en toch zeer vlotte stijl. ‘De taal is 90% van waar ik mee bezig ben. Woorden zijn bakstenen, verschrikkelijk om daar iets van te maken.’ Een later voorbeeld van zo'n fantasierijk, sprankelend en spannend verhaal is De Rode Prinses (1987), dat met een Zilveren Griffel werd bekroond. Een prinses die tot haar twaalfde in het paleis opgesloten zat, wordt ontvoerd door woeste rovers. Bang? Welnee, zij geniet van de avonturen…

Vintage Paul Biegel
Paul Biegel is een schrijver om te blijven lezen, herlezen en voor te lezen. Elke dag zou het minstens een beetje Paul Biegel Dag moeten zijn. Een van de vele mooie introducties tot zijn werk is Laatste verhalen van de eeuw (2000). De kabouter die in het eerste verhaal daarin de pop Beentjeweg op weg helpt naar een poppendokter, komt ook in ‘De laatste roos’ een meisje ter hulp. Zij wil graag de laatste roos die in de tuin nog in de knop staat, naast het bed van haar doodzieke vader zetten. Maar de tuinman weet dat die nooit zal bloeien. Daarvoor zijn de nachten al te koud. En al wordt in de herfst de ziel van de kabouter loodzwaar van wat hij zelf zijn melancholiekerigheid noemt, toch besluit hij het er niet bij te laten zitten. Hij beschermt 's nachts de tere rozenknop met zijn warmte en liefde. De volgende dag wacht hem een verrassing. Mooi? Prachtig! Vintage Paul Biegel.

Tekst: Jef van Gool / Literatuurplein