Gouden Uilen voor Frank Westerman en Guus Kuijer

Gepubliceerd: 19-03-2005

‘Een boek dat de lezer op vele manieren meevoert, dat schittert omdat het zo subtiel is, dat op een eerlijke manier illusies ontmaskert, dat kritisch is, mild en moedig, erudiet en nooit belerend.’ Met (onder meer) deze woorden prees de jury van de Gouden Uil (voorzitter Anna Luyten en de leden Annelies Beck, Rosan Hollak, Dirk Leyman en Kristoff Tilkin) het boek dat zij unaniem de prijs had toegekend: El Negro en ik van Frank Westerman, een uitgave van Atlas. Hij kreeg de prijs vanavond in de Handelsbeurs in Gent.

Als negentienjarige student stond Westerman in een Spaans museum oog in oog met een opgezette Afrikaan, El Negro. In zijn boek volgt hij El Negro op diens omzwerving van wat nu Botswana is via Parijs (1831) en Barcelona (1888) naar de Pyreneeën, waar hij tot 1997 tentoongesteld werd. In zijn speurtocht confronteert hij de lezer met de uitwassen van het westerse kolonialisme en superioriteitsgevoel en van het vage moraliteitsbesef van de 19de-eeuwse wetenschappers. Hij plaatst ook zichzelf in het vizier door zijn persoonlijke ervaringen als ontwikkelingshelper op te tekenen en lardeert zijn verhaal met rake observaties van hedendaags racisme. De jury noemt het boek ‘een meeslepend en nadenkend geschreven reisreportage door Afrika, de 19de eeuw, en het kolonialisme’ en ‘een schitterend gecomponeerde, literaire documentaire’.

Westerman prees op zijn beurt in zijn dankwoord de jury omdat die het aangedurfd had een literaire prijs toe te kennen aan een non-fictieboek. Zij had daarmee bijgedragen aan de emancipatie van het genre. In zijn visie zou het beter zijn om die strikte scheiding tussen verhalen die verzonnen zijn en verhalen die waargebeurd zijn, maar helemaal op te heffen. De jury die in totaal 377 boeken had gelezen (een stapel van 8,484 meter, zo werd in de live uitzending op Canvas niet zonder enige trots meegedeeld) verkoos zijn boek boven de vier genomineerde romans: De joodse messias van Arnon Grunberg, Het grote baggerboek van Ilja Leonard Pfeijffer, Omega minor van Paul Verhaeghen en Het onverwachte antwoord van Patricia de Martelaere.

Die laatste roman won wel de Prijs van de Lezer die voor de zesde keer werd toegekend. De Martelaere kreeg de prijs (een originele tekening van Ever Meulen) uit handen van Vlaanderens cultuurminister Bert Anciaux. In haar dankwoord toonde zij zich niet weinig verrast. Het was wel de laatste prijs die ze had verwacht. De Prijs van de Jonge Lezer (voor de tweede keer toegekend) was eerder op de avond op Ketnet uitgereikt aan Paul Verrept voor Het meisje de jongen de rivier, een prentenboek voor jongeren waarin tekst en beelden subtiel zijn verweven tot ‘een wonderlijk en bevreemdend geheel’.

De jury van de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs (voorzitter Kathy Lindekens en de leden Sander Pleij, Jelle van Riet, Jan Staes en Bart Vanegeren) bekroonde een boek dat volgens haar ver boven alle andere uitstak, Het boek van alle dingen van Guus Kuijer. De negenjarige Thomas Klopper groeit in de jaren vijftig op in een streng calvinistisch gezin. In naam van God straft zijn vader hem en zijn moeder met harde hand. Thomas heeft zijn eigen manier van geloven en houdt hele gesprekken met Jezus. En schrijft alles op in zijn schrift, zijn boek van alle dingen. Gelukkig zijn er ook mensen die Thomas en zijn moeder willen helpen. Kuijer noemde in zijn dankwoord het boek zijn mooiste maar ook zijn meest pijnlijke. Daarom was hij extra verguld met de prijs. De andere voor de Gouden Uil Jeugdliteratuurprijs genomineerde boeken waren De Peperdans van Panzibas van Harm de Jonge, De IJzeren Hemel van Martha Heesen, Waarom een buitenboordmotor eenzaam is van Joke van Leeuwen en het al genoemde Het meisje de jongen de rivier van Paul Verrept.