Libris Literatuur Prijs voor Connie Palmen

Gepubliceerd: 09-05-2016

In het Amstel Hotel in Amsterdam is zojuist de Libris Literatuur Prijs 2016, ter bekroning van de beste oorspronkelijk Nederlandstalige roman van het afgelopen jaar, uitgereikt aan Conny Palmen voor Jij zegt het, een uitgave van Prometheus. Met wat ‘haar beste roman tot nu toe’ is genoemd (door Arjen Fortuin in NRC Handelsblad), gold zij vooraf als een van de voornaamste favorieten. De andere genomineerden waren Alex Boogers met Alleen met de goden (Podium), Joke van Leeuwen met De onervarenen (Querido), Inge Schilperoord met Muidhond (Podium), P.F. Thomése met De onderwaterzwemmer (Atlas Contact) en Thomas Verbogt met Als de winter voorbij is (Nieuw Amsterdam).

Noodlottige afloop
In Jij zegt het vertelt Connie Palmen het verhaal van de liefde tussen twee dichters, de Brit Ted Hughes (1930-1998) en de Amerikaanse Sylvia Plath (1932-1963), het beroemdste liefdespaar in de moderne literatuur. Die bekendheid heeft alles te maken met de noodlottige afloop van hun huwelijk. Op 11 februari 1963 pleegde Plath zelfmoord. Omdat hij haar ontrouw was geweest en had verlaten, werd Hughes door velen aangewezen als de man die zijn vrouw de dood in had gedreven. Dat heeft zijn verdere leven bepaald en tot een hel gemaakt.

Brute verrader
‘Voor de meeste mensen bestaan wij alleen in een boek, mijn bruid en ik. De afgelopen vijfendertig jaar heb ik met een machteloos afgrijzen moeten aanzien hoe onze echte levens bedolven raakten onder een modderstroom van apocriefe verhalen, valse getuigenissen, roddels, verzinsels, mythen, hoe onze ware, complexe persoonlijkheden werden vervangen door clichématige personages, vernauwd tot simpele imago’s, op maat gesneden voor een sensatiebelust lezerspubliek. En dan was zij de broze heilige, ik de brute verrader. Ik heb gezwegen. Tot nu.’

Steeds dieper
Zo begint Palmen Jij zegt het, dat zij heeft geschreven vanuit het perspectief van Hughes. In een monoloog van meer dan 250 pagina’s geeft zij hem opnieuw een stem. Hij vertelt over hun liefde maar ook over de waanzin en de achterdocht die haar konden beheersen: ‘[Ik] was bijna opgelucht toen ze me op de achtste dag als een panter besprong, mijn gezicht openklauwde en bijna mijn oor afbeet. Ik wierp haar half lachend van me af. Blazend van woede dook ze opnieuw op me af, krijste als een wilde en leek te stikken in hysterie.’ De taal van Palmen in deze monoloog raakt bevangen door de taal van Hughes, aldus de jury. ‘Steeds dieper graaft zij zich zijn hart binnen. Haar taal wordt opgenomen in de muziek van zijn poëzie. Zij wordt hem.

Verhuller
Dat is een grotere prestatie dan wellicht lijkt aangezien Hughes, in tegenstelling tot zijn vrouw die schaamteloos autobiografisch schreef, zweeg over zichzelf. Hij was een verhuller, een mysterie. ‘Niet voor niets loopt de monoloog van Hughes, “de vijand van het onthullendste woord uit de taal”, uit op juist dat ene woord: “ik”.’ De monoloog is tegelijk een messcherpe reflectie op de biografie, op het beschrijven van andermans leven. In haar roman is Palmen erin geslaagd, aldus de jury, zich niet mee te laten sleuren door de modderstroom van roddels en clichés. ‘Integendeel: zij heeft het verhaal teruggebracht naar de oerbron: zij heeft de liefde tussen Hughes en Plath op weergaloze wijze wakker gekust.’

Cheque en bronzen legpenning
Naast een cheque van 50.000 euro ontving Connie Palmen een bronzen legpenning, die haar werd uitgereikt door Minister Jet Bussemaker. Eerder kreeg zij, net als de andere genomineerden een bedrag van 2.500 euro voor de nominatie. Het totale prijzengeld van de Libris Literatuur Prijs is 65.000 euro, ter beschikking gesteld door de Libris boekhandelaren. De vakjury bestond naast voorzitter Dick Benschop uit Onno Blom, Sebastiaan Kort, Hanca Leppink en Margot Vanderstraeten.

Tekst: Jef van Gool / Literatuurplein

Foto's: Chris van Houts