Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 2003 voor Geert Buelens

Gepubliceerd: 19-03-2003

J. Slauerhoff, S. Vestdijk, M. Vasalis, Ida Gerhardt, Leo Vroman, Cees Nooteboom, J. Bernlef, Eva Gerlach, Thomas Rosenboom, Margriet de Moor, Piet Gerbrandy, Erwin Mortier en vele anderen: zij wonnen allen aan het begin van hun carrière de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs. Deze aanmoedigingsprijs werd in 1925 door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde ingesteld als voortzetting van de Haagsche Post-prijs. Hij wordt afwisselend toegekend voor proza en poëzie. Op 19 maart heeft de Maatschappij bekendgemaakt dat de Vlaamse dichter Geert Buelens de opvolger wordt van zijn landgenoot Josse de Pauw, die vorig jaar werd bekroond voor zijn verzamelbundel Werk. Buelens krijgt de prijs, ter waarde van 6.000 euro, voor zijn bundel Wat is, die eerder was genomineerd voor de Buddingh’-prijs en die door de jury wordt geprezen als ‘autonome poëzie’.

Op 24 mei, tijdens de jaarvergadering van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, worden nog twee prijzen uitgereikt. De driejaarlijkse Dr. Wijnaendts Francken-prijs, die is bestemd voor werk op het gebied van het essay en de literaire kritiek en die is gedoteerd met 2.500 euro, gaat naar Frank Westerman voor zijn boek Ingenieurs van de ziel, dat vorig jaar was genomineerd voor de AKO-Literatuurprijs en momenteel kans maakt op de zaterdag 22 maart uit te reiken Gouden Uil. Ook is het opgenomen op de longlist van de Eureka! Prijs, die op 14 mei wordt uitgereikt. Jarenlang was Frank Westerman voor NRC Handelsblad correspondent in Rusland. Dit boek is min of meer zijn afscheid van het land. Reizend in heden en verleden, ontrafelt hij de tragische levens van Konstantin Paustovski en diens tijdgenoten. In hun aanvankelijke euforie over de Revolutie bezongen zij in hun werk de bouw van stuwdammen en kanalen. Maar ook nadat Stalins waterbouwwerken megalomane trekken hadden gekregen en veel offers vroegen, bleven zij de lof ervan zingen.

De driejaarlijkse Kruyskamp-prijs, eveneens 2.500 euro groot en bestemd voor werken op het gebied van de Nederlandse lexicografie en lexicologie of de editie en annotatie van oude Nederlandse teksten, gaat naar Marc de Coster voor Woordenboek van eufemismen en politiek correct taalgebruik. Door ‘in allerlei krochten en spelonken naar “mildspraak” te zoeken en de resultaten van die zoektocht in al hun charme voor ons uit te stallen’ heeft De Coster volgens de commissie die zijn werk heeft voorgedragen, een enorme dienst bewezen aan beroepslexicografen.