Nobelprijs voor de Franse schrijver J.M.G. Le Clézio

Gepubliceerd: 09-10-2008

Om één uur vanmiddag heeft Horace Engdahl, de veelbesproken permanente secretaris van de Zweedse Academie, bekendgemaakt wie de winnaar is van de Nobelprijs van dit jaar. Niet geheel onverwacht is dat de Franse schrijver J.M.G. Le Clézio, die al jaren geldt als een van de grote kanshebbers. Gezien de thematiek en de actualiteit van zijn werk was hij dat nu meer dan ooit. De Zweedse Academie prijst hem als de auteur van nieuwe vergezichten, poëtisch avontuur en sensuele extase, die zoekt naar wat de mens tot mens maakt, voorbij de beschaving zoals we die kennen.

De Afrikaan
J.M.G. (Jean-Marie Gustave) Le Clézio is in 1940 geboren in Nice. Hij groeide op in een dorpje bij die stad. Zijn vader ontmoette hij pas toen hij acht was, toen hij met zijn moeder en zijn broer naar Nigeria reisde. Zijn vader, oorspronkelijk afkomstig uit Mauritius, was arts bij het Britse leger in Afrika toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Daardoor kon hij zich jarenlang niet bij zijn gezin voegen. Hij was een eenzame en verbitterde man geworden toen zijn zoon hem ontmoette. Die schetst zijn portret in het autobiografische L'Africain (2004), als De Afrikaan in 2005 bij De Geus in vertaling verschenen. Daarin noemt hij zijn jaar in Afrika de gelukkigste tijd van zijn leven. ‘Hier, in deze omgeving, heb ik de momenten van mijn wilde, vrije, haast gevaarlijke leven beleefd. Een vrijheid van beweging, gedachte en emotie die ik daarna nooit meer heb gekend.’

Het proces-verbaal
Behalve in Nice studeerde hij filosofie en literatuur aan de universiteiten van Bristol en Londen. In 1964 studeerde hij af in Aix-en-Provence. Een jaar eerder was zijn eerste roman verschenen: Le procès-verbal, die nog altijd een van zijn bekendste is. Hij werd bekroond met de Prix Renaudot en miste slechts op een haartje de prestigieuze Prix Goncourt. Door op geen enkele manier over te gaan tot handelen en zich ook niet te mengen in de levens van anderen, probeert een jongeman zich te isoleren. Zo wil hij de zinloosheid van het leven op het spoor komen. Uiteindelijk eindigt hij in een instituut voor zwakzinnigen. Niet toevallig doet de roman in sfeer danken aan existentialistische romans van Camus als L'étranger en van Sartre als La nausée. Het proces-verbaal, de vertaling door Thérèse Cornips, verscheen in 1964 bij De Bezige Bij.

Panamese jungle
De eerste romans en essays van Le Clézio, vanaf 1963 tot medio jaren '70, behoren tot het domein van de experimentele en vernieuwende Nouveau Roman. Hij verkende daarin thema's als de taal, de waanzin en het schrijven zelf. De ervaringen op zijn vele reizen gaven zijn werk daarna een andere kleur. Zijn schrijven werd meer persoonlijk en ook serener. In meerdere continenten is hij docent geweest, in Thailand, Mexico en ook aan meerdere universiteiten in de VS. Zijn hoofdpersonen zijn vaak eenzaten die tastend hun weg zoeken in het door de technologie beheerste stedelijke bestaan van vandaag. Eind jaren ‘60, begin jaren ‘70 leefde hij drie jaar bij een indianenstam in de Panamese jungle. Over deze periode die bepalend zou blijken voor zijn leven en denken, schreef hij het relaas Haï (1971), dat niet in het Nederlands is vertaald.

Keerzijde van de globalisering
Ook in zijn volgende werken komt hij op de rechten van indianen, nomaden en andere onderdrukten en van bedreigde diersoorten. Hij wijst op belang en noodzaak van de ontmoeting tussen culturen en waarschuwt daarbij voor de keerzijde van een globalisering die door het westen wordt gedomineerd. Het zijn met name die aspecten van zijn werk die deze kosmopoliet die zowel in Frankrijk, de VS als Zuid-Amerika woont, dit jaar tot een van de topfavorieten voor de Nobelprijs maakten. Treffende voorbeelden van zijn werk dat uit een dertigtal romans, novellen, verhalenbundels en essays bestaat, zijn de novellen Angoli Mala en In volle zee, beide in 2001 bij De Geus in vertaling verschenen, oorspronkelijk daterend van 1985 en 1999 en in 1999 in één boek gebundeld.

Harmonie met de natuur
In Angoli Mala keert een indiaanse jongen die als wees in de stad is opgegroeid, terug naar zijn volk in de jungle van Colombia. Hij maakt een moeilijke aanpassing door en trekt zich uiteindelijk in het hart van het oerwoud terug, waar hij in harmonie kan leven met de natuur tot hij tragisch aan zijn einde komt. In In volle zee ontvlucht een tienermeisje haar familie. Na een wereldreis op een zeilschip (waar ze door de kapitein als verstekeling wordt gedoogd) belandt ze in Frankrijk, waar ze rechten gaat studeren. Ze blijft contact houden met de kapitein en zal hem in zijn laatste dagen begeleiden.

Omwentelingen
De roman Gouden vis (Poisson d’or , 1997) is het verhaal van een vrouw die als zesjarig meisje in Zuid-Marokko werd ontvoerd en verkocht. Via Parijs (waar ze een dubbelleven leidt: overdag als filosofiestudente en in de nacht aan de zelfkant) en de VS komt ze uiteindelijk weer in Marokko terecht. In Omwentelingen (Révolutions, 2003), in 2004 bij De Geus verschenen, heeft de hoofdpersoon Jean Marro veel van het leven van de schrijver zelf meegekregen. In zijn familiegeschiedenis (met roots in Mauritius) weerspiegelen zich vele van de maatschappelijke spanningen en omwentelingen van de laatste twee eeuwen, vanaf de Franse revolutie tot mei ‘68.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein