Overzichtstentoonstelling Hugo Claus in Cobra Museum

Gepubliceerd: 24-09-2005

‘Als een vriendenkring, met alles wat dat inhoudt, ook aan kleinigheden.’ Dat antwoordde Hugo Claus op een vraag van Jeroen Wielaert in het Radio1 Journaal hoe hij zich Cobra herinnerde. In het Cobra Museum in Amstelveen is tot en met 13 november een overzichtstentoonstelling van zijn beeldend werk op papier te zien. Die werd gisteren geopend door de Belgische premier Guy Verhofstadt.

Met Belgische leden van Cobra (Copenhague-Bruxelles-Amsterdam), een internationale beweging die vernieuwing van de kunst nastreefde, kwam Claus in 1949 in contact. Dat gebeurde nadat Christian Dotremont, stichter-secretaris van de groep, zijn tekeningen had opgemerkt tijdens een tentoonstelling ervan in een boekhandel in Oostende. Claus nam sporadisch deel aan activiteiten van Cobra, onder meer aan een tentoonstelling in april 1950 in de Brusselse galerie Apollo ter gelegenheid van het verschijnen van het zesde nummer van het Cobratijdschrift. Nadat hij in april 1950 naar Parijs was vertrokken, had hij daar veel contact met schilders van de Cobrabeweging als Corneille, Karel Appel en Asger Jorn. In ‘Souvenir’, zoals de titel luidt van de expositie in het Cobra Museum, is werk te zien vanaf deze begintijd tot en met 2004. Het museum maakte de selectie van ruim honderd tekeningen, aquarellen, collages en gouaches in samenspraak met Claus zelf.

Het beeldend werk van Claus getuigt volgens het museum van zijn pertinente weigering een eenduidige stijl te ontwikkelen. Zijn experimenteerdrift en creatieve vrijheid en het teruggrijpen naar wezenlijke beelden deelt hij met de Cobra-beweging. De vriendschap met de leden daarvan gaf hem een belangrijke impuls tot het bevrijden van zijn taal en beeld. In het werk, waarin zijn bewondering voor Appel, Alechinksy en Asger Jorn, David Hockney, Roger Raveel en Marcel Broodthaers doorklinkt, zit toch een opmerkelijke eenheid. De drang om met snelle tekens het veelvormige en onstuimige leven vast te leggen is voelbaar aanwezig. Daarnaar verwijst ook de titel van de expositie.

Rudi Fuchs heeft bij de expositie een publicatie gemaakt. Hij schrijft onder maar dat het werk van Claus behoorlijk wispelturig is. ‘Landschappelijke motieven, vrouwengezichten en maskers, potsierlijke gedrochten. Veel vervorming en overdrijving, bij het karikaturale af. Het handschrift los en wisselvallig, op stukken papier van velerlei formaat.’