Presentatie van Suezkade, de nieuwe roman van Jan Siebelink

Gepubliceerd: 24-09-2008

In de Zuilenzaal van Felix Meritis in Amsterdam presenteert De Bezige Bij vanmiddag Suezkade, de nieuwe roman van Jan Siebelink. Diederik van Vleuten houdt er de feestrede, Derek de Lint leest een fragment voor uit de roman. Vanaf vrijdag ligt het boek in de boekhandel. Het is Siebelinks eerste nieuwe werk na de megaseller Knielen op een bed violen, waarvan inmiddels meer dan een half miljoen exemplaren zijn verkocht.

Welzijn en verwachting
‘Boven de Laan van Meerdervoort werd de lucht donker en de wind rook naar de regen, die begon te vallen. Marc Cordesius voelde een welzijn en verwachting die hij in lang niet gekend had.’ In de eerste twee zinnen van Suezkade worden zowel de plaats van handeling, Den Haag, als de hoofdpersoon geïntroduceerd. De verwachting die de 26-jarige Marc Cordesius voelt, heeft te maken met de nieuwe werkkring waarheen hij op weg is. Al heeft hij geen enkele onderwijsbevoegdheid en ook geen onderwijservaring, toch is hij aangenomen als docent Frans op het prestigieuze Descartes Gymnasium. Twee dagen voor het begin van de lessen wordt hij er verwacht voor een plenaire vergadering van alle docenten.

Zielsverwante
Al snel blijkt dat die verwachting ook te maken heeft met iets dat hij niet had kunnen voorzien: de ontmoeting met een meisje dat ook op weg is naar het Descartes. Zij heeft de verkeerde boeken gekregen en gaat die ruilen. ‘Op de binnenplaats pakte ze hem opnieuw bij de arm, trok hem opzij, leidde de jonge leraar om een diepe plas heen, draaide haar eigenwijze, nat glimmende gezicht naar hem toe.’ Een doortastend meisje, deze Najoua Azahaf, die het op de eerste lesdag moeiteloos klaarspeelt in zijn klas te worden geplaatst. De aantrekkingskracht is wederzijds. Hij herkent in haar zijn zielsverwante en maakt daarvan geen geheim. ‘Geen haar op zijn hoofd dacht eraan haar meer op afstand te houden. Ze was zijn favoriete leerlinge. Zijn zusje.’

Huis aan de Suezkade
‘Jij bent een type dat het gaat redden,’ heeft een van zijn collega’s bij hun eerste ontmoeting tegen hem gezegd. Dat is aanvankelijk ook zo. Hij houdt van het lesgeven en krijgt na enige tijd een eigen lokaal, dat hij ervaart als een bijna paradijselijke enclave, waar nog plaats is voor de literatuur. Financieel heeft hij het lesgeven niet nodig, maar hij brengt juist zoveel mogelijk tijd op school door, op den duur zelfs 's nachts, beducht als hij is voor de stilte in de hoge kamers van zijn huis aan de Suezkade, een stilte die hij steeds weer verjaagt met de klanken van Prélude à l'après-midi d'un faune van Debussy.

‘Hij was één met zijn collega’s, én stond erbuiten. Hij gaf zich volledig aan de school over en onthechtte zich.’ Niet al zijn collega’s kunnen die onthechting waarderen, evenmin als zijn eigenzinnige aanpak die ze als subversief ervaren. Gevoegd bij de afkeer van zijn dandyeske voorkomen (hij koopt zijn kostuums in Parijs) en zijn liefde voor Najoua zal het uiteindelijk tot zijn val leiden. ‘

Den Haag
Het verhaal van Marc en Najoua had nergens anders dan in Den Haag kunnen spelen, zegt Siebelink in een interview op video dat Iris en Klaas Koppe voor Literatuurplein met hem hebben gemaakt. Staande voor het standbeeld van Spinoza en voor het huis aan de Suezkade dat hem de inspiratie gaf voor zijn roman, vertelt hij over zijn liefde voor de stad (om het languissante, het kwijnende) en hoe hij steeds vaker, op elk denkbaar ogenblik, tegenover het huis postvatte om de contouren van zijn verhaal verder uit te denken. Voor het Gymnasium Descartes heeft het Gymnasium Haganum model gestaan. In de roman heeft hij verder ook ervaringen verwerkt uit de jaren dat hij zelf in Ede als leraar Frans voor de klas stond.

Wandeling
Wie straks met de roman in de hand een wandeling door Den Haag wil maken, vindt daarvoor op Siebelinks website een door hemzelf getekende overzichtskaart met de voornaamste locaties.

Tekst en copyright: Jef van Gool / Literatuurplein