Sybren Polet overleden

Gepubliceerd: 28-07-2015

De op 91-jarige leeftijd overleden Sybren Polet werd in 1924 als als Sybe Minnema in Kampen geboren. Als kind las hij dankzij de openbare bibliotheek zoveel dat hij zich op zijn negende voornam om ‘verhaaltjesschrijver’ te worden. Van het gereformeerde geloof van zijn jeugd nam hij al snel afstand. Na de oorlog, waarin hij aan deportatie wist te ontkomen, studeerde hij enige tijd MO-Nederlands en gaf hij korte tijd les. Als Sybren Polet debuteerde hij in 1949 in het tijdschrift Podium. In 1953 verscheen de bundel Demiurgasmen, die vooral verzen uit de periode 1947-1950 bevatte. Een jaar eerder was hij redacteur geworden van Podium. Hij zou dat dertien jaar blijven.

Vijftiger
Als dichter behoorde Polet tot de generatie van de Vijftigers, maar vanaf het begin onderscheidde hij zich door een eigen stijl en thematiek. Hij noemde zich niet experimenteel, al deelde hij de liefde voor het experiment. ‘Het was een poëzie die dreef op vrije associatie, klankwerking, beeldstapeling en ze was voor mijn gevoel toendertijd te eenzijdig emotief bepaald, abstraheerde sterk en kwam op mij over als overwegend woord-poëzie,’ zei hij in 1977 tegen Willem M. Roggeman. Ook het anti-intellectualisme deelde hij niet. In zijn eigen poëzie maakte hij gebruik ‘van nieuwe wereld-beelden en niet van oude symbolen en binnen-beelden’.

Stadspoëzie
De poëzie van de onder meer met de Jan Campert-prijs 1959, de Herman Gorter-prijs 1972, de Busken Huet-prijs 1973 en de Constantijn Huygens-prijs 2003 bekroonde Polet is omschreven als stadspoëzie. Het leven in de stad, dynamisch en anoniem, wordt erin verbeeld. Daarbij ondergaan de figuren voortdurend gedaanteverwisselingen. In latere bundels krijgt de actualiteit, zoals die in het leven van het individu binnendringt, steeds meer nadruk. In Polets gedichten, aldus de kenner van zijn werk Graa Boomsma, ‘wordt het “ik” elke dag opnieuw geboren. Door dat “ik” spreken steeds verschillende stemmen.’ De ‘X-mens’ van Polet heeft geen vast lichaam, alleen ‘een taallichaam zonder eigenschappen’. De oneindige tijd speelt daarbij een centrale rol.

Ontvouwing
‘Realisme is een werkelijkheids- en een waarheidsspel,’ zegt een personage in de verhalenbundel Het gepijnigde haar (1994). Dat vat de kern van Polets werk, als een permanent gevecht met de werkelijkheid, treffend samen. Zijn gedichten werden in 2002 samengebracht in de 610 bladzijden van Gedichten 1998-1948. De eerdere bundels waren daarbij overigens aan een stevige revisie onderworpen. Door ze, anders dan gebruikelijk, niet in de chronologische volgorde te presenteren, ontstaat niet een beeld van een ontwikkeling maar van een ‘ontvouwing’. In de verzamelbundel was ook een nieuwe bundel opgenomen, Ruisvenster.

Tijddrenkeling
Identiteit en tijd zijn ook de centrale thema's in het proza van Polet. Zo vormen Breekwater (1961), Verboden tijd (1964) en Mannekino (1968) met elkaar een romantrilogie rond de schrijver en vertaler en (in Mannekino) copywriter Lokien waarin werkelijkheid en fictie steeds door elkaar lopen. In Literatuur als werkelijkheid. Maar welke? (1972) noemt Polet deze Lokien een variabele, transformationele figuur, vergelijkbaar met de Iks-mens en Mr X in zijn poëzie. Ook in latere romans als De geboorte van een geest (1974), De andere stad (1994), Stadsgasten (1997) en De dag na de vorige dag (2004) – deze laatste drie vormen eveneens een drieluik - is Lokien van de partij. Van deze ‘tijddrenkeling’ waart nog een alter ego, Perdox, rond.

Geschiedboek
Vanaf de jaren tachtig had Polet gewerkt aan De hoge hoed der historie : een geschiedboek dat in 1999 verscheen. Veel thema's en figuren uit zijn werk heeft hij daarin samengebracht. De geschiedenis is als een hoge hoed, waaruit een bonte verzameling verhalen tevoorschijn kan worden gehaald. In het boek gaan die van het oude Rome in de tijd van Nero tot de nabije en de verre toekomst. Plaats en tijd variëren maar het netwerk van menselijke verhoudingen blijft hetzelfde. De verhalenbundel Veldwerk (2001) bevat uitlopers van deze roman, met verhalen die in het verleden en de toekomst zijn gesitueerd.

Geschreven leven
Polets driedelige autobiografie Een geschreven leven werd in 2005 bekroond met de Dirk Martens-prijs, de literaire prijs van de stad Aalst die dat jaar was bestemd voor een non-fictiewerk. ‘Hij heeft op een fijnzinnige en boeiende manier een beeld geschetst van cultureel, literair en maatschappelijk Nederland in de 20ste eeuw,’ aldus de jury. Daarnaast gaf de autobiografie ‘een uniek beeld van een schrijverschap dat meer dan een halve eeuw beslaat en dat hij heeft geïllustreerd met fragmenten uit zijn oeuvre, dat een heel aparte plaats inneemt in de Nederlandse letteren.’

Verbonaut
In 2009 werd het gedicht ‘Verdedigingsgrijs’ uit de bundel Binnenstebuitenwereld bekroond met een van de drie Gedichtendagprijzen. Andere recente uitgaven zijn de dichtbundel Donorwoorden (2010), de verhalenbundel De gouden tweehoek (2011), de bundel met ‘achtergelaten gedichten’ Het aaahh & ooohh van de verbonaut (2014) en de essaybundel De noodzaak van het overbodige (2014).

Tekst: Jef van Gool / Literatuurplein