Uitreiking P.C. Hooft-prijs aan A.F.Th. van der Heijden

Gepubliceerd: 30-05-2013

‘Zijn werken, inmiddels bijna dertig boektitels, zijn één werk. Uit het een groeit het ander, en soms is een nieuw boek nodig om een vorig boek te begrijpen.’ Aldus de jury van de P.C. Hooft-prijs 2013 voor verhalend proza, onder voorzitterschap van Rudi Wester, over A.F.Th. van der Heijden, wiens werk zij heeft voorgedragen voor deze belangrijkste Nederlandse literaire oeuvreprijs. Die wordt vanmiddag in het Letterkundig Museum onder overweldigende belangstelling aan de schrijver uitgereikt.

Zichzelf opnieuw uitvinden
Zijn boeken mogen dan één bouwwerk vormen, de reden waarom Annemiek Neefjes zijn werk bewondert, is dat hij bij ieder boek zichzelf opnieuw uitvindt. ‘Met geen boek herhaalt hij zichzelf.’ Bij het lezen van de romans uit de cyclus De tandeloze tijd was zij ervan overtuigd dat de schrijver nooit iemand anders zou kunnen zijn dan Albert Egberts. Maar in de eerste delen van de cyclus Homo Duplex stond een hele andere A.F.Th. op. De rake beelden, de ambitie, het grote en grootse denken waren gebleven, maar deze nieuwe cyclus was barokker, afstandelijker, intellectueler…. Het requiemboek Tonio en ook Asbestemming zijn eveneens onmiskenbaar A.F.Th. maar toch anders dan de cycli. De blik is in deze requiems volledig gericht op één punt: het kind, de vader, de moeder…

Kunst van het herinneren
Een constante in zijn werk is het koesteren, het vormgeven van het geheugen. Zijn oeuvre is een strijd tussen herinneren en vergetelheid en de bekroning ervan met de P.C. Hooft-prijs is een kroon op de kunst van het herinneren. Naar aanleiding van de uitreiking van de prijs wordt op Literatuurplein de column van Annemiek Neefjes herhaald.

Nieuwe roman
Bij de uitreiking presenteert Van der Heijden een nieuwe roman, De helleveeg, die op 6 juni bij De Bezige Bij verschijnt. Hij keert daarin terug naar het decor en de personages van De tandeloze tijd. Voor Albert Egberts is zijn tante Tiny, behept met smetvrees en een dwangmatig scherpe tong, even afschrikwekkend als intrigerend. Eenmaal zelf vader geworden, stuurt hij aan op een confrontatie, waarbij eindelijk alle familiegeheimen aan het licht komen.

In College tour antwoordde hij op de vraag van een studente dat hij werkt aan een boek over het mogelijke verdere verloop van Tonio’s leven als die zou zijn blijven leven. Verwijzend naar de mythe van Orpheus construeert hij het als een ‘metroroman’. Hij loopt door de tunnels van de Noord-Zuidlijn, waarbij Tonio achter hem aan fietst. Ze hebben een gesprek, waarbij hij net als Orheus niet mag omkijken.

Tekst: Jef van Gool (mede op basis van de column van Annemiek Neejes)