Foto: Klaas Koppe
Foto: Klaas Koppe
J.M.A. Biesheuvel
Echte naam:
Maarten Biesheuvel
Volledige naam:
Jacobus Martinus Arend Biesheuvel
Geboren:
op 23 mei 1939, te Schiedam
Profiel
‘Verbaasd, verwonderd, verbijsterd ga ik door het leven,’ schrijft J.M.A. Biesheuvel in het titelverhaal van de bundel Reis door mijn kamer (1984). Die verbazing, verwondering, verbijstering (over de ‘massagraven in Cambodja’ maar ook over de ‘koekoeksklokken in Friesland’, over de verschrikkingen in de wereld maar ook over het leven zelf) vormt de voornaamste voedingsbron van zijn schrijverschap.Voor zijn gevoelige geest is de werkelijkheid zodanig ‘verpletterend’ dat ook de beschrijving van...
‘Verbaasd, verwonderd, verbijsterd ga ik door het leven,’ schrijft J.M.A. Biesheuvel in het titelverhaal van de bundel Reis door mijn kamer (1984). Die verbazing, verwondering, verbijstering (over de ‘massagraven in Cambodja’ maar ook over de ‘koekoeksklokken in Friesland’, over de verschrikkingen in de wereld maar ook over het leven zelf) vormt de voornaamste voedingsbron van zijn schrijverschap.

Voor zijn gevoelige geest is de werkelijkheid zodanig ‘verpletterend’ dat ook de beschrijving van een aantal eenvoudige voorwerpen in zijn kleine studeerkamer associatief tot angst, pijn en vervreemding kan leiden. Aan elk van de voorwerpen is een persoonlijke geschiedenis verbonden. Tezamen geven die los van elkaar staande fragmenten een aardig kijkje in leven en ideeën van de mens en schrijver Biesheuvel. Veel van zijn verhalen (afgezien van enkele gedichten is hij uitsluitend een schrijver van verhalen) worden geschraagd door autobiografische elementen. Zijn gereformeerde jeugd, zijn ervaringen als ketelbink op de wilde vaart en als bibliothecaris op wetenschappelijke instituten, zijn verblijven in psychiatrische inrichtingen en ook zijn dagelijkse bestaan als schrijver in het gezelschap van zijn vrouw en verder van een geit, een hond, katten, konijnen en egels, met dat alles was de Biesheuvel-lezer ooit zo vertrouwd als gold het zijn eigen leven.

Jacob Martinus Arend (roepnaam Maarten) Biesheuvel wordt op 23 mei 1939 te Schiedam geboren. Hij is op een na de jongste van vijf kinderen - twee broers: Cornelis en Arie, en twee zusjes: Ko en Ada - van Cornelis Biesheuvel, archivaris op de scheepswerf Wilton Feijenoord te Schiedam, en Huibertje Vreugdenhil. Hij groeit op in een gereformeerd milieu. Zijn moeder is een zus van Jacoba M. Vreugdenhil, in gereformeerde kring een schrijfster van naam. Na de lagere school gaat hij naar het Groen van Prinstererlyceum te Vlaardingen, waar hij in 1956 wegens ‘eigenzinnig gedrag’ wordt weggestuurd. Hij werkt een tijdlang in de haven en volgt op een avondschool het gymnasium. De zeereizen als ketelbink die hij in deze periode maakt, zullen later een rijke inspiratiebron voor zijn schrijverschap blijken te zijn. ‘In het diepst van mijn hart (ben ik) een schrijver van zeeverhalen,’ noteert hij in het voorwoord van Zeeverhalen (1985), waarin een aantal van die verhalen apart is gebundeld.

Nadat hij is gezakt voor het staatsexamen, voltooit hij de gymnasium alpha-opleiding aan het Stedelijk Gymnasium in Schiedam. Daar leert hij Eva Gütlich kennen, met wie hij, nadat ze jarenlang zijn levensgenote is geweest, op 24 augustus 1979 zal trouwen. Zijn dienstplicht volbrengt hij bij de afdeling zware luchtdoelafweer, eerst in een legerplaats in Brabant en later in Den Helder en Rotterdam (zie het verhaal ‘Het schot’ in Duizend vlinders (1981)). Na veertien maanden mag hij voortijdig de dienst verlaten om te gaan studeren. In 1960 arriveert hij in Leiden, waar hij een kamer betrekt aan het Rapenburg. Hij studeert rechten, met als bijvakken Russische taal en Russisch recht. In zijn studentenjaren laat hij zich leiden door een sterk maatschappelijk idealisme. Hij is lid van een progressieve studentenvereniging, loopt mee in protestmarsen en schrijft geëngageerde artikelen in het Leids Universiteits Blad. Omdat de taak die hij op zich heeft genomen om het onrecht in de wereld te bestrijden, te zwaar voor hem is, moet hij in februari 1966 een eerste maal voor een half jaar worden opgenomen in de psychiatrische inrichting Endegeest in Oegstgeest (zie onder meer het verhaal ‘Paviljoen E’ in Slechte mensen (1973) en De wereld moet beter worden (1984)).

In die periode verliest hij bovendien de zekerheden die het geloof hem nog biedt, zodat hij daarna geheel in een vacuüm belandt. ‘Ik ben door een geestelijke hel gegaan, twee jaar lang ben ik thuis achter elkaar depressief geweest door het piekeren over martelen, oorlog, de uitroeiing van de walvis en het laten zakken van de nucleaire en chemische afvalstoffen in onze heerlijke zeeën...’ Aldus een citaat uit het verhaal 'Bewogenheid en paradijs', oorspronkelijk verschenen in het maartnummer 1981 van Hollands Maandblad en later gebundeld in De bruid (1982). In 1970 wordt hij ‘information officer’ bij de Stichting Moeilijk Toegankelijke Wetenschappelijke Literatuur in Delft. Dit bibliotheek- en documentatiecentrum voor vertaling van wetenschappelijke documenten, oorspronkelijk verschenen in moeilijk toegankelijke talen, is een onderdeel van het European (momenteel: International) Translation Centre. In Amsterdam volgt hij daarna een postdoctorale cursus bibliotheekwetenschap en tot 1 oktober 1973 is hij werkzaam als hoofd van de leeszaal van de bibliotheek van het Vredespaleis in Den Haag.

In oktober 1972 verschijnt zijn eerste verhalenbundel, In de bovenkooi, een selectie uit de talloze verhalen die hij in de tien jaar daarvóór geschreven heeft. De bundel bevat veel autobiografische verhalen, vooral over zijn gereformeerde jeugd en zijn ervaringen op zee en in de haven. In die autobiografische realiteit breekt echter voordurend het onmogelijke, het absurde door. Een sprekend voorbeeld is het bekende verhaal ‘Brommer op zee’, waarin de alleen door de verteller waargenomen verschijning van een bromfietser op volle zee een allegorische verbeelding is van het gevoel na het afleggen van het geloof uit de kinderjaren een buitenstaander, een vreemdeling te zijn.

Door zijn geheel eigen humor en de grilligheid van zijn fantasie verwerft Biesheuvel zich als schrijver meteen een plaats aan het literaire firmament. Evenzeer kenmerkend voor zijn werk, zeker in de beginfase, zijn de vaak ongeremd lange zinnen en de vele uitweidingen en afdwalingen die hij door zijn verhalen weeft. Afgezien van J.F. Vogelaar in De Groene Amsterdammer, reageert de kritiek unaniem met loftuitingen. ‘Een overrompelend debuut,’ bloklettert J. Huisman boven zijn recensie in Trouw. Gerrit Komrij prijst in Vrij Nederland Biesheuvels ideeënrijkdom en noemt hem ‘een meester in absurd cynisme, in surreële logica’. Enkele weken na verschijnen wordt In de bovenkooi bekroond met de Alice van Nahuysprijs voor het beste literaire debuut uit de productie van de afgelopen twee jaar. De jury prijst Biesheuvels ‘beheerst barokke stijl’ en ‘fascinerend temperament’ en stelt onder meer: ‘De exuberante stijl, de artistiek volstrekt verantwoorde overdrijvingen, de weergave van gedachtevluchten en dromen maken ook de autobiografische verhalen tot verbeelding.’

Ook voor Slechte mensen (1973) heeft Biesheuvel geput uit de grote oogst aan verhalen uit de voorgaande jaren. Zo bevat de bundel onder meer ‘Het lieveheersbeest’, het verhaal waarmee hij in het februarinummer 1964 van Hollands Maandblad had gedebuteerd. Een nieuw element vormen de pastiches op bekende schrijvers als Tolstoj (‘Kreutzer sonate’) en Hoffmann (‘Oudejaarsavond’), een procédé dat men in latere bundels vaker zal aantreffen. Door de kritiek wordt ook deze bundel over het algemeen met veel waardering ontvangen, al opperen enkele critici die wat te veel parallellen met In de bovenkooi menen waar te nemen, dat een derde bundel anders zal (moeten) worden. Zo constateert P.H. Dubois in Het Vaderland: ‘Met dit gelukkige slot van een tragische geschiedenis [‘Paviljoen E’, het laatste verhaal van de bundel], wordt, zou men zeggen, een streep gezet onder de materie die aan Biesheuvel de stof heeft geleverd voor zijn bundel In de bovenkooi als voor Slechte mensen.

Na het verschijnen van Slechte mensen zegt Biesheuvel zijn baan op om zich geheel aan het schrijven te kunnen wijden. ‘Maar dat lukte niet. Ik was toen erg depressief en raar en moeilijk aanspreekbaar. Ik leefde helemaal in een eigen wereldje,’ (interview in Lezerskrant, september 1981). In die tijd ontstaat de bundel Het nut van de wereld (1975), die elf verhalen bevat, beduidend minder dan de twee voorgaande bundels. Dat de gemoedsgesteldheid waarin deze verhalen tot stand gekomen zijn, er duidelijk voelbaar in is, illustreert onder meer de volgende bedenking van de criticus van De Waarheid: ‘De gekweldheid over de oorlog, vervolgingen en andere verschrikkingen die zo’n belangrijk element vormde in het eerste boek, wordt nu naar binnengekeerd en door Biesheuvel vooral op zichzelf betrokken: zie eens hoe ik met deze zaken behept ben.’ Later zal Biesheuvel zelf ook afstand nemen van de bundel ‘omdat het allemaal zo verward en chaotisch is. Verhalen zonder structuur zijn het voor mij.’ (Lezerskrant, o.c.).

In 1984 verschijnt onder de titel De wereld moet beter worden een gecombineerde editie van Slechte mensen en Het nut van de wereld, die daarna niet meer in de oorspronkelijke vorm herdrukt zullen worden. Van Het nut van de wereld zijn vijf van de elf verhalen behouden, van Slechte mensen 24 van de 28. De verhalen zijn bovendien opnieuw bewerkt, wat geresulteerd heeft in enerzijds kleine veranderingen in zinsbouw en grammatica, maar anderzijds ook in ingrepen in opbouw, stijl en zelfs - in één geval - titel.

In 1975 werkt Biesheuvel een klein jaar bij de Haagsche Courant en vanaf 1976 halve dagen in het Academisch Ziekenhuis in Leiden, waar hij zich bezighoudt met medisch recht. Na Het nut van de wereld brengt hij, aanvankelijk om het jaar en daarna jaarlijks, een nieuwe bundel uit, een selectie uit de verhalen die in de betreffende periode zijn verschenen in (vele) verschillende tijdschriften en kranten. Achtereenvolgens zijn dat De weg naar het licht (1977), De verpletterende werkelijkheid (1979), Duizend vlinders (1981), De bruid (1982), De steen der wijzen (1983), Reis door mijn kamer (1984), Godencirkel (1986), De angstkunstenaar (1987) en Carpe diem (1989). Hiermee tekent Biesheuvel de verdere contouren van zijn uit vorige bundels al bekende en voor de lezer vertrouwde universum, bouwt hij verder aan wat K.L. Poll in NRC Handelsblad zijn ‘eenmanswereld’ noemde. Zonder dat zijn humor en (vaak) gezonde relativeringsvermogen er bij inboeten, blijft de chaotische werkelijkheid hem met een zelden aflatende intensiteit in haar greep houden.

Duizend vlinders is in dat opzicht een bundel die opvalt door de relatieve kortheid van de opgenomen verhalen (in totaal 37), alsmede door hun rechtlijnige verteltrant. Het feit dat veel van die verhalen oorspronkelijk geschreven werden voor het VPRO-radioprogramma ‘De Suite’ en dus gebonden waren aan een maximumlengte, is daar mede debet aan. Een nieuw element dat Biesheuvel in deze bundel introduceert, is het vertellen van verhalen die hij van andere mensen heeft gehoord heeft en die hem hebben aangegrepen. Aangezien hij ook in die verhalen steeds op zoek blijft naar het gegeven van het absurde, krijgen ze een onmiskenbaar eigen stempel mee. ‘Een verhaal moet altijd op de een of andere manier krankzinnig zijn, anders spreekt het me niet aan. Het is een beetje de atmosfeer van dat je voor een raam staat en dat je denkt: verdomme, wat is alles toch leeg en hol en vervelend en stom en grauw en eentonig en afmattend en dat je wacht op een zwevende triangel, die voorbij je huis komt. Iets wat nooit gebeurt, maar dat gevoel zit er heel erg in.’ (Lezerskrant, o.c.).

Het centrale thema in Biesheuvels werk is het thema van het - tot mislukking gedoemde - streven van de mens om (opnieuw) toegang te krijgen tot het Paradijs, aldus Anton Korteweg in Kritisch Literatuur Lexicon. Het verlies van het geloof van zijn kinderjaren en ook de frustratie van zijn maatschappelijk idealisme hebben bij Biesheuvel een sterke nood aan geborgenheid doen ontstaan en een beeld van de werkelijkheid als pijnlijk en chaotisch. In zijn werk wemelt het van de ‘martelaren’, personages die de wereld willen veranderen, beter willen maken, maar die juist het tegendeel zien gebeuren, wat hen vervult met angst of - nog erger - gek maakt. Toch zijn er ook in die verpletterende werkelijkheid rustpunten, vluchtheuvels. Zo is er de geborgenheid die hij vindt bij zijn vrouw Eva, zijn ‘beschermengel en toeverlaat’, en de rust die hun fijne huis hem biedt (sinds 1981 wonen ze in een houten huis uit de jaren twintig, in een rustige wijk dicht bij het centrum van Leiden). Steun biedt natuurlijk ook de literatuur, met name de auteurs en de boeken die hij bewondert en in zijn hart gesloten heeft.

In het al eerder genoemde verhaal ‘Bewogenheid en Paradijs’ waarmee de bundel De bruid besluit, heeft hij zelf deze problematiek van het verloren Paradijs verdiept. Aan de hand van twee plaatjes die hij al twintig jaar in zijn bezit heeft en die ook in zijn nieuwe huis weer naast zijn bureau hangen, verklaart hij wat de begrippen bewogenheid, engagement en Paradijs voor hem betekenen. Het ene plaatje stelt een indiaan voor die net met een pijl en boog een vis heeft gevangen en het andere plaatje toont een locomotief in Warschau, in 1944, in een groot sneeuwveld met op de achtergrond ruïnes. Het laatste plaatje ademt de sfeer van angst en ellende, het herinnert aan de joden in het getto van Warschau en aan de partizanen die daar in de riolen zaten. Het eerste plaatje symboliseert het Paradijs. De indiaan heeft geen weet van cultuur en van al het onrecht dat uit kwaadaardigheid of domheid in de wereld geschiedt. ‘Hij leeft in zijn eigen wereldje en is volmaakt tevreden. Dat is wat ik, geloof ik, ook zelf om me heen aan het maken ben. Een rustige omgeving, niet te veel piekeren, geen krant lezen, geen televisie kijken. Eigenlijk zou ik zelf ook tegen onrecht moeten schrijven en tegen oorlog en tegen martelen en wat er allemaal niet is. Maar als ik me daar lang mee bezig houd, dan kom ik gegarandeerd weer in het gekkenhuis, dus doe ik het niet. Dat is de kwintessens van dat verhaal en daarom heet het Bewogenheid, het plaatje van de locomotief, en Paradijs, het plaatje van de indiaan. Ik heb gekozen voor het Paradijs.’ (Lezerskrant, o.c.).

Een blijk van erkenning van de grote populariteit die het werk van Biesheuvel geniet, is het feit dat hem gevraagd is het Boekenweekgeschenk 1988 te schrijven. Het verschijnt onder de titel Een overtollig mens en bevat vijf verhalen. Ter gelegenheid daarvan brengt Meulenhoff een boek uit met foto's, documenten en tekeningen betreffende zijn leven en zijn werk, samengesteld door zijn vrouw en Tilly Hermans. Dit ‘Album J.M.A. Biesheuvel’ (verschenen onder de titel Biesboek) bevat verder bijdragen van Maarten en Hanneke 't Hart, Karel van het Reve en Anton Korteweg.

Tekst en copyright: Jef van Gool (bron: tentoonstellingsfolder NBLC, februari 1988)
Toon meer
Titels
Brieven aan Karel van het Reve (Auteur)

ISBN 978-90-282-9001-3, 2019

Een Schiedamse jongen (Auteur)

Scriptum, ISBN 978-94-6319-163-0, 2019

Verhalen uit het gekkenhuis (Auteur)

Uitgeverij Brooklyn, ISBN 978-94-92754-14-1, 2019, ... meer edities

Onrust (Auteur)

Boer, Den / De Ruiter, ISBN 978-90-79875-74-0, 2016

Brief aan Vader (Auteur)

G. A. van Oorschot, ISBN 978-90-282-6086-3, 2015

Brief aan Vader. Een keuze uit eigen werk (Auteur)

G. A. van Oorschot, ISBN 978-90-282-4215-9, 2015

In de bovenkooi (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 978-90-290-9096-4, 2015

Zeeverhalen (Auteur)

G. A. van Oorschot, ISBN 978-90-282-6097-9, 2013, ... meer edities

Verzameld werk (Auteur)

G. A. van Oorschot, ISBN 978-90-282-4090-2, 2008

Hoe de dieren in de hemel kwamen (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-7483-3, 2004

Eva's keus (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-7216-4, 2003

In de bovenkooi (Auteur)

Pockethuis, ISBN 90-290-7348-9, 2003

In de bovenkooi (Auteur)

Maarten Muntinga, ISBN 90-417-1119-8, 2001

Zes novellen (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-7099-4, 2001

Godencirkel (Auteur)

Stichting Uitgeverij XL, ISBN 90-5542-315-7, 1997

Het wonder (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-4397-0, 1995

Het wonder (Auteur)

Grote Letter Bibliotheek, ISBN 90-364-0097-X, 1995

In de bovenkooi (Auteur)

Stichting Uitgeverij XL, ISBN 90-5542-073-5, 1995

Moderne sprookjes (Secundaire auteur)

Kwadraat, ISBN 90-6481-229-2, 1995

Zwoel zomerboek (Secundaire auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-5258-9, 1995

Reis door mijn kamer (Auteur)

Stichting Uitgeverij XL, ISBN 90-5542-002-6, 1994

De beste verhalen van J.M.A. Biesheuvel (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-4170-6, 1993

De wereld moet beter worden (Auteur)

Maarten Muntinga, ISBN 90-6766-141-4, 1993

De angstkunstenaar en andere verhalen (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-2968-4, 1991, ... meer edities

Een dag uit het leven van David Windvaantje (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-2521-2, 1991

Zeeverhalen (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-1560-8, 1991

Een overtollig mens en andere verhalen (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-4892-1, 1990, ... meer edities

Carpe diem (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-3708-3, 1989, ... meer edities

Kreet uit een kelderwoning (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-2945-5, 1989

Vijftig verhalen van J.M.A. Biesheuvel (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-3662-1, 1989

15 gevleugelde verhalen (Secundaire auteur)

Uniepers, ISBN 90-6825-057-4, 1988

Biesboek (Foto's)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-3733-4, 1988

De steen der wijzen (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-1723-6, 1988, ... meer edities

De verpletterende werkelijkheid en andere verhalen (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-1161-0, 1988

Duizend vlinders (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-1126-2, 1988

In de bovenkooi (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-0275-1, 1988

Konijn (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-3667-2, 1988

Godencirkel en andere verhalen (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-2274-4, 1987, ... meer edities

In de bovenkooi (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-2463-1, 1987

Zeeverhalen (Auteur)

Grote Letter Bibliotheek, ISBN 90-364-0693-5, 1987

De bruid (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-2001-6, 1986

Door het oog van de schrijver (Secundaire auteur)

Atrium, ISBN 90-6113-222-3, 1986

Ingebrande scène en andere verhalen (Inleiding)

Scriptum, ISBN 90-71542-02-5, 1986

De klacht van de dorpsschoolmeester (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-2223-X, 1985

De weg naar het licht en andere verhalen (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-0664-1, 1985, ... meer edities

Eert uw vader en uw moeder (Auteur)

De Lantaarn, ISBN 90-6889-013-1, 1985

J. M. A. Biesheuvel, een bibliografie (Secundaire auteur)

De Lantaarn, ISBN 90-6889-014-X, 1985

Verhalen van eigen(tijdse) auteurs (Secundaire auteur)

Het Spectrum, ISBN 90-274-1483-1, 1985

De wereld moet beter worden (Auteur)

De Harmonie, ISBN 90-6169-234-2, 1984

In de bovenkooi (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-1457-1, 1984

Literatuur en recht (Secundaire auteur)

Ars Aequi, ISBN 90-70094-84-3, 1984

Reis door mijn kamer (Auteur)

Meulenhoff Boekerij, ISBN 90-290-1967-0, 1984, ... meer edities

De verpletterende werkelijkheid (Auteur)

Zeeuws kunstenaarscentrum, ISBN 90-6354-001-9, 1983

De angstkunstenaar (Auteur)

ISBN 978-90-8516-101-1

De merel en andere verhalen (Auteur)

ISBN 978-90-70370-01-5

Een gelukkige oude dag (Auteur)

ISBN 978-90-70370-04-6

Toon meer
Literaire adressenbank
Organisatie
LiTTerair
Nieuws
Literaire Prijzen
Literaire excursies
Relevante links
Algemeen
Delen