Alfred Schaffer
Als je eerste dichtbundel meteen in de prijzen valt, en als vrijwel alles wat je daarna schrijft vervolgens lovend onthaald wordt, dan ben je een groot dichter. En inderdaad, Alfred Schaffer bewees met zijn laatste bundel Mens dier ding (2014) opnieuw aan een eigenzinnig oeuvre te bouwen . Een ‘gebeurtenis’ werd de bundel in NRC Handelsblad zelfs genoemd.

Verschoppeling en held
Mens dier ding is geïnspireerd op het met mythes omgeven levensverhaal van Koning Sjaka, een wrede heerser, die begin negentiende eeuw het Zuid-Afrikaanse Zoeloerijk stichtte en een nieuwe vorm van oorlog voeren introduceerde, met kortere speren.

Schaffer trekt voor zijn poëtische epos alle vertelregisters open. Uit moppen, rechtbankverslagen met tweets, lyriek, dagdromen en een quiz laat hij een verhaal van alle tijden ontstaan. Het leven van Sjaka, verschoppeling en held, opgebouwd uit stukken en fragmenten. Of zoals ergens te lezen is: ‘Op van alles en nog wat ben ik gebaseerd/ niet op de waarheid’.

Geboorte en dood
Het verhaal vertelt over Sjaka’s geboorte als ‘buitenechtelijke vogelverschrikker’, over zijn jonge jaren waarin hij werd gepest, over zijn opkomst als koning en zijn waanzinnige gewelddadigheid:

Met een smakelijke grijns trekt hij zijn wapen
uit de keel van een tegenstander, spoelt het filmpje
terug en trekt het wapen uit de keel


En uiteindelijk gaat het ook over Sjaka’s eigen dood. Maar nooit is helemaal uit te maken wat echt is en wat niet; steeds wordt het kunstmatige van de poëzie benadrukt. Zo volgt na een spectaculair moment met Sjaka in de hoofdrol doodleuk als commentaar: ‘het is een peperdure scène, vol megalomane special effects.’

Teder en bedachtzaam
De in Zuid-Afrika woonachtige Schaffer schrijft met humor, met schwung, teder en bedachtzaam; zijn beelden brengen de dagelijkse gewelddadigheden in Afrika, het Midden-Oosten en elders in de wereld in gedachten – zijn poëzie laat zien tot wat voor dierlijks een mens in staat is en hoe weinig een mensenleven soms waard is. Dat maakt diepe indruk.

Tekst: Janita Monna

Mens dier ding (De Bezige Bij, 2014)


Wat weten we weinig van de roemruchte Sjaka, zijn leven hangt aan elkaar van roddel en achterklap. Hij is een machthebber, een held, een verschrikking, uitvinder van de korte steekspeer. Maar ook een asielzoeker, een dichter, een weeskind, een oude man die zit te verpieteren in een verpleeghuis. Hij dooft een vuur met zijn blote voet, zijn hobby’s zijn schaken, vissen en met de auto eropuit trekken. Is hij ook de man die op de snelweg gaat liggen en uiteindelijk vermist raakt?

In de bundel Mens dier ding, Schaffers eerste sinds Kooi (2008), maakt de lezer kennis met de overblijfselen van een mythe, aan de hand van korte dagboekfragmenten, monologen, herinneringen, brieven en meer. Het verhaal van een leven dat nooit het onze is geweest maar zich toch zo schrikbarend dichtbij moet hebben afgespeeld. Uiteindelijk is hij een doodnormaal verzinsel, net als iedereen.

Een gedicht uit Mens dier ding

Sjaka die slaapt met zijn speer.
Staand.
Vogels, vlinders, alles wat beweegt sterft door zijn blik.
Bij vrije verkiezingen zou hij grandioos verliezen.
Wie hem liefheeft stuurt hij op een hopeloze missie.
Om te creperen onderweg
of om terug te keren, uitgemergeld.
En dan die vragen en die opdrachten.
Breng die berg daar naar mijn huis.
Breng mij een edelweiss. Wie zou oorspronkelijk de mannelijke hoofdrol spelen
In Gone with the wind.
Waar denk ik aan op dit moment.

Niemand die een antwoord heeft
of aan de opdracht kan voldoen, behalve twee of drie –
ook die vinden de dood.

De perszaal blijft leeg.
Het hoofdkwartier verlaten.
Geen mens die Sjaka’s daden nog bezingt
het vuur is bezig te doven.
Blazen beste onderdanen, blazen!


Video’s












Alfred Schaffer in jaartallen


Bron: Koninklijke Bibliotheek

1973 Geboren in Leidschendam(16 september)
1985 Veurs college Leidschendam
1992 Studeert Moderne Nederlandse Literatuur en Film en Theaterwetenschappen in Leiden
1996 Verhuist naar Zuid Afrika
1996 Publiceert gedichten in literaire tijdschriften in Zuid-Afrika: Die Penseel en Die Vlugskrif
1996 Publiceert in Nederland in Vrijstaat Austerlitz en Bunkerhill
1999 Met gedichten vertegenwoordigd in de bloemlezing van 'de laatste generatie dichters van de twintigste eeuw' (Sprong naar de sterren)
2000 Publiceert debuutbundel (Zijn opkomst in de voorstad)
2001 Genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie (voor Zijn opkomst in de voorstad)
2001 Optreden bij Poetry International
2001 Schrijft over Nederlandse poëzie in de Afrikaanse kranten Beeld en Die Burger
2001 Medewerker van het internettijdschrift Litnet
2002 Ontvangt de eerste Jo Peters-Poëzieprijs (voor Zijn opkomst in de voorstad)
2002 Promoveert aan de Universiteit van Kaapstad (op het proefschrift De geschiedenis van een jonge god: mythe, primordialiteit en de representatie van de archetypische adolescent en jonge man in werken uit de moderne Afrikaanse literatuur en de wereldliteratuur)
2002 Als Fellow verbonden aan de Universiteit van Kaapstad
2002 Docent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Kaapstad
2003 Genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs (voor Dwaalgasten)
2005 Genomineerd voor VSB-Poëzieprijs (voor Geen hand voor ogen)
2005 Remigratie naar Nederland
2006 Schuim Poëzieclub-keuze van het najaar
2006 Ontvangt Hugues C. Pernathprijs (voor Schuim)
2007 Fondsredacteur bij De Bezige Bij (tot 2010)
2009 Ontvangt Jan Campertprijs (voor Kooi)
2009 Genomineerd voor VSB Poëzieprijs (voor Kooi)
2009 Genomineerd voor Guido Gezelleprijs (voor Kooi)
2010 Ontvangt Ida Gerhardtprijs (voor Kooi)
2011 Terugkeer naar Zuid-Afrika. Verbonden als docent aan de Universiteit van Stellenbosch
2014 Genomineerd voor VSB Poëzieprijs (voor Mens dier ding)

Literaire prijzen


Jo Peters Poëzieprijs 2002 voor Zijn opkomst in de voorstad
In totaal zijn voor 1e Jo Peter PoëziePrijs zevenendertig dichtbundels ingezonden van dichters die in 2000 of 2001 òf debuteerden òf een tweede bundel lieten verschijnen. Acht van die bundels zijn geschreven door een vrouw. Onder die zevenendertig bevinden zich overweldigende bundels, die bij herlezing leeg lopen. Net zo goed zijn er op het eerste gezicht onopvallende bundels bij, die bij elke lezing sterker worden.

Een vijftal bundels sprong er voor de jury duidelijk uit. Voor elk van die bundels heeft zij de argumenten verzameld die voor een bekroning spreken. Die argumenten zijn naast elkaar gelegd. Vervolgens zijn bij alle bundels de argumenten tegen bekroning gewogen. Met pijn in het hart en met grote complimenten aan de betreffende dichters heeft de jury vier namen doorgestreept. De naam van de ene die overbleef zal ik u zo noemen.

Met zijn poëzie, ja het is een jongetje geworden, maakt de bekroonde dichter geheimen zichtbaar zonder ze aan te tasten. Van de gewone, dagelijkse wereld toont hij de verontrustende onbegrijpelijkheid. Hij registreert de ons bekende wereld als een vreemdeling die scherp waarneemt, maar die niet weet wat alle details die hij ziet betekenen; aan welke wetten zij gehoorzamen en in welke hiërarchische ordening ze hun plaats hebben. De gedichten krijgen daardoor een absurd karakter. Die absurditeit pakt ons des te meer omdat zij met eenvoudige middelen in de beelden van de dagelijkse wereld wordt bereikt. De filmische vertelwijze is quasi-nonchalant. De gedichten zijn kundig maar ongekunsteld uit de hand gefilmd.

Bij de meestal volle beheersing van de taal door de dichter, wordt diezelfde taal voor de lezers onbetrouwbaar. Na lezing van deze bundel dienen zij zich opnieuw te oriënteren. De dingen zijn minder bereikbaar geworden, hebben soms een andere kleur gekregen of klinken anders. De jury is getroffen door prachtige eindzinnen van deze helder complexe poëzie. De jury verlangt nog meer van deze dichter te lezen. Daarom roemt en bekroont zij de bundel Zijn opkomst in de voorstad’van Alfred Schaffer.

De jury:
Frans Budé, Hans Groenewegen, Joke van Leeuwen


Jan Campert-prijs 2009 voor Kooi
De gedichten uit Kooi zijn opgebouwd uit simpele alledaagse zinnetjes. Vaak klinkt er op de achtergrond een staande uit- drukking in mee. Op het eerste gezicht is daarom alles vertrouwd en enigszins statisch. Maar al snel blijkt dat Schaffer deze meest vertrouwde en geruststellende delen van de taal op zo’n manier behandelt, dat er een niet eerder gehoorde dreiging in ontstaat.

Hij gebruikt de taal zoals een vreemdeling doet voor wie een staande uitdrukking of afgesleten formulering nieuw is en nog veel betekenend. Het statische karakter van de alledaagsheid daardoor gaat geheel verloren. Het getuigt van een groot meesterschap om de vertrouwdheid van de taal zo soepel en vanzelfsprekend in haar vreemdheid te laten functioneren.

Alfred Schaffer maakt binnen zijn gedichten grote sprongen. Er klinken vele verschillende stemmen in door. Het is vaak niet uit te maken of de kakofonie alleen maar in het hoofd van de verteller klinkt, of dat er stemmen van buiten worden geregistreerd en als eigen ervaren. De vloeiende identiteiten die zo ontstaan worden in de sonnetten bijeengehouden door de vorm, in de prozagedichten door de meer verhalende opzet. De afwisseling van beide vormen geeft de bundel als geheel een schitterend ritme. Daarbij beheerst Schaffer de montagetechnieken die tegenwoordig en vogue zijn, en waarmee disparate elementen worden verbonden, als weinig anderen. Het vreemdste en meest verontrustende, dat identiteiten niet verankerd zijn, lijkt daardoor moeiteloos tot stand gekomen.

Met grote bewondering en vreugde bekroont de jury daarom de bundel Kooi van Alfred Schaffer met de Jan Campert- prijs 2009.

De jury:
Aad Meinderts (voorzitter), Yra van Dijk, Hans Groenewegen, Koen Hilberdink, Aukje Holtrop, Ena Jansen, Jos Joosten, Annemie Leysen, Lut Missinne


Ida Gerhardt Poëzieprijs 2010 voor Kooi
Why do I tell you these things? You are not even here'. Met dat aan John Ashbery ontleende motto begint Alfred Schaffer zijn zesde bundel, Kooi. In Kooi is een dichter aan het woord die niet wegloopt voor confronterende vragen over zijn stiel; een dichter die zich durft af te vragen waarom je dat eigenlijk zou doen, dichten. Het motto geeft geen antwoord. In tegendeel: het klinkt een beetje moedeloos. Waarom vertel ik je dit allemaal? Je bent er niet eens. Ik kan er net zo goed mee ophouden. In het licht van deze twijfel oogt de titel van het eerste gedicht van Kooi omineus: ‘Een meer dan waardig afscheid'. En ook de beginzin van het slotgedicht doet ons even voor het ergste vrezen: ‘Het is wel mooi geweest'.

You are not even here.

Ook de mensen die in Schaffers gedichten worden aangesproken, zijn niet aanwezig. Wel worden ze toegesproken, door een ik die gedicht voor gedicht hetzelfde probeert: contact tot stand brengen met de ander. De gedichten beginnen vaak met een vermaning, of met een verwijt. Onmiddellijk wordt de zaak op scherp gezet: hier staat iets op het spel. De dichter neemt geen genoegen met het schijncontact tussen twee mensen die zichzelf en elkaar wijsmaken dat ze niet verschillend zijn. Kun je de ander zien zoals hij werkelijk is, of verhouden we ons slechts tot projecties van onszelf? Dat is de vraag die aan de orde is in deze gedichten, waarin nooit uit te maken is of we de ander inderdaad horen spreken, of dat zijn of haar woorden slechts aan de fantasie van de ik zijn ontsproten.

Twijfel aan de mogelijkheid van echt contact loopt als een ontroerende rode draad door deze bundel heen en de zeldzame momenten waarop het contact daadwerkelijk tot stand lijkt te komen zijn van een verpletterende schoonheid. Ze worden bevochten op een voortdurend dreigend, maar met succes bevochten pessimisme.

Schaffer behoort al een 10 jaar tot de sterkste Nederlandse dichters. Zijn overrompelende directheid neemt nog altijd toe en zijn poëtische durf blijft ongeëvenaard. De gave verzen en ijzersterke prozagedichten in Kooi zijn nieuwe hoogtepunten in een hopelijk nog lang niet afgerond oeuvre.

Dames en heren, de jury van de Ida Gerhardt Poëzieprijs 2010 heeft uit een indrukwekkend aantal goede poëzieboeken van de afgelopen twee jaar slechts drie bundels mogen kiezen. Alle drie zouden ze deze mooie prijs volgens de jury dubbel en dwars verdienen. Maar u wilt dat we de knoop doorhakken. En dat hebben we gedaan. De zesde Ida Gerhardt Poëzieprijs gaat naar Kooi van Alfred Schaffer.

De jury:
Ester Naomi Perquin, Thomas Vaessens


Nominatie VSB Poëzieprijs 2015 voor Mens dier ding
Middels een uitgekiende collage van zeer diverse tekstsoorten – een brief, een live rechtbankverslag, een introductievideo, een tv-show, een quiz, het relaas van een bezoek aan de huisarts, een interview met een voetsoldaat, een reeks dagdroomfragmenten – brengt Schaffer de oude Zoeloekrijger Sjaka Zoeloe tot leven. De lezer krijgt allerlei puzzelstukken aangereikt en ontdekt gaandeweg wie Sjaka is en hoe hij zijn tragische lot tegemoet snelt.

De verrassende, vaak humoristische en soms erg cynische prozafragmenten – ‘Ik wil me niet verdedigen, natuurlijk valt er / nu en dan een dode, dat komt omdat het oorlog is!’ – worden afgewisseld met ontroerende lyrische passages die een inkijk bieden in de complexe psyche van Sjaka.

Deze bundel onderzoekt op indringende wijze fenomenen als ‘macht’, ‘geweld’, ‘roes’ en ‘mythe’. Schaffer toont aan dat de schotten tussen Zoeloekoning en asielzoeker, tussen mens, dier en ding, maar ook die tussen literaire genres, vaak flinterdun zijn. Ritmische, klankrijke verzen en duizelingwekkende beelden zorgen daarbij op elke bladzijde voor taalvuurwerk: ‘Drie hyena’s jagen hard als een alarm achter hem aan / onder hun poten spatten lichtfonteintjes op.’

De jury van de VSB Poëzieprijs 2015:
Peter Vandermeersch, voorzitter, Yra van Dijk, Ruth Joos, Antoine de Kom, Peter Theunynck

Alfred Schaffer op de website van de Koninklijke Bibliotheek


Bibliografisch dossier

Schaffer en de kritiek

1. Zoveel wegwijzers naar andere mensen

2. Alles ademt zwaarder

3. Je ziet de laatste tijd de gekste dingen

4. ‘Geen wijsheid die je kraakt’

5. Mens dier ding

Naar de overzichtspagina

Delen