Miriam Van hee
Miriam Van hee (1952) is dichter en slaviste. Ze debuteerde in 1978 met de bundel Het karige maal, die meteen bekroond werd met de Oost-Vlaamse prijs voor Letterkunde. Voor de bundel Winterhard (1988) kreeg ze de Jan Campert-prijs en met Achter de bergen (1996) won ze de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie. De bundel Buitenland werd maar liefst vijf keer herdrukt en onderscheiden met de Herman de Coninck-prijs in 2008. Ook daar valt het licht werd in 2014 als enige bundel van een dichter uit Vlaanderen genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Internationale erkenning leverden vertalingen van haar gedichten in het Engels, Duits, Frans, Spaans, Russisch, Pools, Zweeds, Litouws en Zuid-Afrikaans.

Scherp oog
Haar poëzie wordt al sinds haar debuut door bijzonder veel lezers hogelijk gewaardeerd vanwege de uiterst doordachte compositie en de virtuoze beheersing van de taal. In sober ogend, vrij direct taalgebruik toont deze dichter dat ze beschikt over een scherp oog voor de kleinste veranderingen in haar waarnemingen van de alledaagse werkelijkheid. De manier waarop ze met woorden tastend en met omtrekkende bewegingen haar onderwerp weet te vatten, spiegelt de wijze waarop ze, haast fluisterend, haar gedichten op het podium overtuigend en met een onevenaarbare intensiteit voorleest.

Zelfreflectie en positiebepaling
In Ook daar valt het licht behandelt Miriam Van hee de vertrouwde thema’s reizen, familie, natuur, land en stad en het verstrijken van de tijd op de voor haar gedichten kenmerkende bedachtzame, licht melancholische toon. De waarnemingen blijven echter niet beperkt tot loutere uiterlijkheid, maar leiden steevast tot zelfreflectie en positiebepaling.

Bovendien lijkt de dichter ook een nieuwe ontwikkeling in haar werk te introduceren. De gedichten in deze bundel lijken minder compact dan die in haar vroegste werk en hebben vaak oog voor de transities in de waargenomen plekken, gevoelens en seizoenen. De metafoor voor die veranderingen, al sinds het debuut in de meest diverse gedaanten opvallend aanwezig in de poëzie van Miriam Van hee, is sneeuw. Sneeuw legt een verhullende, verstillende en alles bedekkende laag over de wereld, maar verdwijnt ook weer.

Vuurpijl
De jury van de VSB Poëzieprijs karakteriseerde de bundel treffend: ‘Van hee vindt een evenwicht tussen betrokkenheid op de wereld en individueel verlies, tussen oog voor de grote geschiedenis en intimistische waarneming. Met veel precisie en nuance roept ze zowel de gruwelen in Oost-Europa als de landschappen en mensen uit haar eigen jeugd op. Ze vraagt zich telkens op een subtiele manier af hoe zich daartegenover te verhouden. Deze dichteres is een vuurpijl: ze verlicht niets maar herinnert ons eraan dat het licht bestaat.’ (Het juryrapport over de nominatie is hieronder opgenomen.)

Tekst: Patrick Peeters
Foto: Klaas Koppe

De bundel Ook daar valt het licht (De Bezige Bij, 2013)


Op de haar kenmerkende trefzekere en peinzende toon behandelt de dichteres in deze nieuwe bundel de oude thema s reizen, familie, de natuur, het land en de stad, maar het gaat in deze gedichten vooral over het waarnemen van de verandering, in de gevoelens, in het landschap, in de seizoenen.

De reizen zijn niet zozeer beschrijvingen van vreemde plekken, als wel manieren om de eigen beweegredenen te onderzoeken. In de details, bijna achteloos gegeven, zit een tragiek die teder opgeroepen wordt. Ogenschijnlijk gebeurt er weinig, maar bij nader inzien veel meer dan je denkt.

Een gedicht uit Ook daar valt het licht

stadsmuseum


wij volgen onwennig een glazen parcours
wij buigen ons over een stadsplattegrond
we brengen er plekken in thuis, die ons

’s nachts als daglicht voor ogen staan
daar is het, tussen het postkantoor en het
gehavende parkje, daar stond die wilg

die moest omgehakt worden, daar is
de speeltuin, het zwembad, verlangen
bevangt ons, en huiver, zoals wij hier nu
in ons tijdelijk schoeisel van plastic
de donkere kant van de straten aftasten,
een huis aan de spoorweg waarin wij

niet ziek zijn geworden maar ouder,
het zweven gestopt is, het zoeken
naar een verband, en daar op de hoek,

voor de boekhandelaar, daar wachtten
wij vaak op de tram, en in dat wachten
het sneeuwen begon, over alles en ons


Video’s




Optreden Miriam Van hee van 31:15 tot 42:38.



Juryrapport VSB Poëzieprijs 2014: nominatie Ook daar valt het licht


Miriam Van hee beheerst haar vak dusdanig dat vorm en inhoud perfect samenvallen. In een vrij eenvoudige stijl maakt ze in deze bundel optimaal gebruik van beelden, ritme en enjambementen om de lezer mee te doen kijken naar een wereld waarin mensen maar schaduwen zijn, mensen die veel onheil kunnen aanrichten maar toch ons mededogen verdienen. Het vaak door haar gehanteerde vogelperspectief zorgt voor afstand, het dwingende ritme voor betrokkenheid. Door het ritme te veranderen zorgt ze voor dramatiek.

in deze op het oog zo ‘sur place’ geschreven gedichten. Verandering is dan ook een van de thema’s van deze bundel. De dichteres wil iets vasthouden voor het kantelt. Ze vindt een evenwicht tussen betrokkenheid op de wereld en individueel verlies, tussen oog voor de grote geschiedenis en intimistische waarneming. Met veel precisie en nuance roept ze zowel de gruwelen in Oost-Europa als de landschappen en mensen uit haar eigen jeugd op.

Ze vraagt zich telkens op een subtiele manier af wat haar eigen beweegredenen zijn en die van anderen, en hoe zich daartegenover te verhouden. De slotregel van een gedicht uit de cyclus ‘Nulpunt’ luidt: ik zocht een sleutel / tot beschrijving, niet van alles wat verdwenen was / maar van een kleine poolse stad die overal kon zijn. Die sleutel heeft de dichteres gevonden. Van hee is een vuurpijl: ze verlicht niets maar herinnert ons eraan dat het licht bestaat.

De jury van de VSB Poëzieprijs 2014:
Ahmed Aboutaleb
Saskia de Jong
Hilde Keteleer
Joep Leerssen
Jan Rock

Naar de overzichtspagina

Delen