Peter Verhelst
Peter Verhelst (1962) debuteert in 1987 met de dichtbundel Obsidiaan, die meteen de Paul Snoekprijs en de Prijs voor Letterkunde van de provincie West-Vlaanderen wegkaapte. Hoewel Verhelst zich als dichter had doodverklaard in de bundel De boom N (1994), verschijnt er toch nog een achtste, lijvige bundel, Alaska (2003). In tegenstelling tot de doorgedreven vormexperimenten in vroegere bundels oogt Alaska traditioneler. Die lijn trekt Verhelst ook verder in de bundels Nieuwe sterrenbeelden (2008) en Zoo van het denken (2011), waarin de narratieve lijnen duidelijker tot uiting komen. Nieuwe sterrenbeelden wint de Jan Campertprijs en de Herman de Coninckprijs.

Gelauwerd
Peter Verhelst oogst niet alleen succes als dichter, maar ook als prozaschrijver en theatermaker. Dankzij zijn roman Tongkat (2000), die bekroond werd met de Gouden Uil, de jonge Gouden Uil en de Driejaarlijkse Vlaamse Cultuurprijs Literatuur, groeit de cultschrijver van toen uit een tot auteur voor een breed publiek. Verhelst maakt ook furore als toneelschrijver. Voor Aars! (2000) ontvangt hij de Toneelschrijfprijs van de Nederlandse Taalunie. In 2008 verschijnt bovendien zijn eerste boek voor jonge lezers met illustraties van Carll Cneut, Het geheim van de keel van de nachtegaal, waarvoor hij zowel de Gouden Uil voor Jeugdliteratuur als de Woutertje Pieterse Prijs ontvangt. Zijn werk kan ook rekenen op internationale belangstelling.

Ontsporende taal
Peter Verhelst heeft steeds bijzonder veel aandacht gehad voor de vormelijke en constructieve aspecten van afzonderlijke gedichten, cycli, bundels en zijn complete oeuvre. Motieven en beeldenreeksen hernemen zich voortdurend, grijpen in elkaar, trekken elkaar aan, stoten elkaar af en heffen elkaar tenslotte op. Verhelst wantrouwt begrippen als eenduidigheid, voltooiing en transparantie, en laat zich liever leiden door een ontsporende taal die alle kanten uit kan schieten.

Onderhuids
Zijn bundels werden geregeld weerbarstig en lichamelijk genoemd, en de vele verwijzingen naar literatuur, beeldende kunsten, dans, theater, muziek en klassieke mythologie deden vaak een beroep op de belezenheid en culturele kennis van de lezer. In Wij totale vlam zijn die verwijzingen onderhuids gebleven en vooral zichtbaar in de verantwoording. Een aantal gedichten is geschreven voor andere auteurs (Leonard Nolens en Ivo Michiels) en kunstenaars (Johan Tahon), naar aanleiding van een kunstproject of met het werk van Robert Devriendt in het achterhoofd of ontstond tijdens het werken aan theaterstukken in opdracht van Veenfabriek.

Liefde
Vanaf de bundel Alaska lijkt Verhelst een nieuwe weg in te slaan. De vormelijke preoccupatie blijft bestaan, maar wordt nu aangevuld met een gemakkelijker te herkennen – het onderwerp is immers steeds aanwezig geweest – liefdesthematiek. In Wij totale vlam brengt Verhelst een van zijn basisthema’s op een bijzonder heldere, vloeiende en fascinerende wijze onder woorden. De bundel beschrijft de aantrekking tussen en de verwijdering tussen twee geliefden. Van in het prille begin van zijn oeuvre is de onmogelijkheid van een totale versmelting tussen twee geliefden een grondgegeven. Een totale eenmaking leidt onafwendbaar naar vernietiging van het zelf.

Sensualiteit
Vandaar dat de gedichten voornamelijk flitsen van voor de duur van een seconde opduikende herinneringen beschrijven, het verlangen ruimte en tijd te overstijgen uitspreken en gewag maken van zichzelf uitwissende woorden. Verlies en afscheid zijn een wezenlijk onderdeel van een (liefdes)relatie. Dit alles wordt verwoord in vloeiende, snel op elkaar volgende versregels die niet zelden gebruik maken van de ellips om de snelheid van het denkproces van de verteller voelbaar te maken. De lezer geeft zich gemakkelijk over aan de sensualiteit van Verhelsts taal van Verhelst en laat zich graag meevoeren op die snelstromende taalwaterval.

Tekst: Patrick Peeters.
Foto: KLaas Koppe.

Wij totale vlam (Prometheus, 2014)



In Wij totale vlam keren mensen terug van de maan, kussen ze een parkiet en knijpen ze in een naaktkat, reizen ze een glinstering in de lucht achterna, ontmoeten ze het eiland Sandy, of zien ze hoe vogels in een meer duiken en woorden tegen de onderkant van het wateroppervlak schrijven. De woorden wissen zich uit, maar altijd komen er nieuwe tevoorschijn.

Ik weet niet of ik zal terugkeren, hoe of wanneer dat zal zijn, ik weet niet wie ik zal zijn geworden, wanneer ik op een ochtend weer thuiskom, en wat er van jou zal zijn geworden.
Zullen we elkaar na al die tijd nog herkennen?


Een gedicht uit Wij totale vlam

Weet je nog?


Weet je nog toen we op de toppen van onze tenen op de rand
Van een berg leek het wel, die keer dat we jubelend, een seconde,
Niet langer, enkele millimeters over de rand leken we, nooit eerder
Dan tijdens die onsterfelijke, die ene ongelofelijke trilling
Die er achteraf gezien misschien niet eens, die ene vlam,
Die uit ons opschoot, zeiden we, of die we hadden kunnen zijn, dachten we,
Buiten adem, die seconde die eeuwig leek, dat dansen, dat juichen,
En we de seconde erna al, hoe is het mogelijk dachten we, en dat we ons nooit
Eerder zo overvol, hoe we wisten dat we vanaf nu elke seconde verder, weet je nog
Hoe we, zeiden we soms, dat we wisten dat we nooit meer, dat we er altijd
Aan zouden denken hoe de lont vanaf nu verder, almaar verder, onherroepelijk
Elke millimeter een millimeter dichter bij die andere, die totale vlam
Die ons vanaf nu in een totaal andere vorm begon te likken.


Videos’













Naar de overzichtspagina

Delen