Ted van Lieshout
Dichter, illustrator, vormgever, conservator van drie papieren musea, activist in de (kinder)boekenwereld, geanimeerd verteller en tegendraads vernieuwer: Ted van Lieshout (1955) is het allemaal. Dat hij in geen enkel hokje past en niet vastzit aan één vorm en één doelgroep bewijst hij iedere keer weer. Na de Gerrit Rietveld Academie werkte hij voor de kinderkrant van Vrij Nederland. In 1986 debuteerde hij met de dichtbundel Van verdriet kun je grappige hoedjes vouwen. De teller staat nu op ruim zestig kinderboeken en twee boeken voor volwassenen. Van Lieshouts prijzenkast puilt inmiddels uit. Dit voorjaar werd hij nog genomineerd voor de Hans Christian Andersen Award, de ‘kleine Nobelprijs’.

Eigenzinnige kunstenaarschap
‘Poëzie is veel spannender dan proza.’ Zo luidt een karakteristieke stelling van Ted van Lieshout. Hij poneerde deze in Het Parool toen hij in 2009 de Theo Thijssen-prijs voor zijn oeuvre ontving, een gebeurtenis die toevallig samenviel met de verschijning van het boek Hou van mij, waarin vijfentwintig jaar dichtkunst is samengebracht en waarmee Van Lieshouts veelzijdige, eigenzinnige kunstenaarschap fraai wordt geïllustreerd.

Liefst Hardop
Nu – vijf jaar later – is er Het Rijmt, ‘het jongere broertje van Hou van mij’, zoals Van Lieshout de tweede jubileumbundel zelf typeert, waarmee hij wil zeggen dat deze nieuwe verzameling wervelende versjes en liedjes van de afgelopen dertig jaar vooral bedoeld is voor kinderen tot een jaar of tien.

Dat betekent overigens niet dat dit unieke, door Van Lieshout zelf schitterend vormgegeven en geïllustreerde boek niet geschikt is voor oudere lezers. Stuk voor stuk zijn de liedjes, waarvan een groot aantal sinds 1984 in Sesamstraat is opgevoerd, maar nooit eerder is gepubliceerd, een genot om te lezen. Liefst hardop, zodat het uitstekend lopende rijm en ritme niet verloren gaat.

Lichtvoetig en ernstig
Soms is Van Lieshout aangenaam kolderiek en tegendraads. Zoals in de Annie M.G. Schmidt-achtige versjes over de ‘drie nonnetjes/ zonder japonnetjes’ en de ‘negen golfjes’ waarvan er eentje ‘dwars’ was: ‘dat wou niet naar het strand,/ dat ging ertegenin en stroomde naar de óverkant’. Soms is de toon eerder melancholiek, zoals in het korte, maar in zijn eenvoud veelzeggende, verontrustende gedichtje over de eenzame Nico, of het langere, ontregelende gedicht over Jan, die opbiecht dat er een meisje in hem zit dat eruit wil, waarna zijn vader hem negeert en Jan piekerend de nacht tegemoet treedt. En soms is hij scherpzinnig, zoals in het met de Willem Wilminkprijs (2010) bekroonde, dubbelzinnige ‘Onberispelijk’, waarin Van Lieshout terecht opmerkt dat ‘heel gewóón’ ook bijzonder is.

Ongekunstelde taalspel
Behalve dat die soepele afwisseling van lichtvoetig en ernstig rijm Van Lieshout kenschetst, bevestigt het ook zijn gelijk. Van Lieshouts ongekunstelde taalspel – de basis van goede poëzie – creëert bewegingsvrijheid. Het rijmt verrast door variaties in vorm, beeld en thematiek. Inderdaad: poëzie is spannender dan proza.

Tekst: Mirjam Noorduijn.
Foto: Klaas Koppe.

Het rijmt (Leopold, 2014)


In dit boek is een keuze uit de versjes en liedjes van Ted van Lieshout samengebracht. Van de tijd dat hij voor Sesamstraat begon te schrijven (1984) tot de muziekproducties van nu voor theaterorkest MaxTak. Veel van die teksten werden niet eerder gepubliceerd.

Ted van Lieshout kreeg meer dan twintig prijzen voor zijn werk, waaronder de Willem Wilmink-prijs voor het beste kinderlied en de Theo Thijssen-prijs voor zijn hele oeuvre.

Drie mannetjes met hoedjes op die zaten in het bad – Ik ben een onberispelijk kind van onbesproken gedrag – op tafel stond een trommel met het dekseltje gesloten – ‘Dit kuiken piept,’ riep mama kip. ‘ze is haar tokje kwijt!’ – Kaatje koe – Er was een klein groen koffertje dat bij de halte wachtte – En nog veel meer…

Een gedicht uit Het rijmt

Herfst

Er waren duizend blaadjes
uit een beukenboom gevallen.
Ze waren zomaar los gewaaid
en dansten met zijn allen
tot in de sloot en dreven
met de stroming mee.
Waarheen? Naar zee.

Er was een vierkant blaadje bij
en daarop stond geschreven.
Ik mis je!, kon ik lezen.
Maar de andere letters dreven.

Ik weet niet wie wie mist,
maar het komt goed, hoor, want,
achter elke zee is land.
Er wacht altijd, altijd
iemand aan de overkant.

Video’s











Naar de overzichtspagina

Delen