ABC van de literaire uitgeverij van Joost Nijsen
Recensie door Guus Bauer (24 april 2012)

Uitgever Joost Nijsen, gebruikt het vijftienjarig bestaan van zijn zelfstandige uitgeverij Podium als een ‘frivole aanleiding’ om van zijn hand een lexicon te laten verschijnen: ABC van de literaire uitgeverij. Een poging om in de tijd dat het traditionele boekenvak op de helling staat voor diverse partijen het vaak met mysterie omgeven vak inzichtelijk te maken.

Al in de inleiding dekt Nijsen zich in. De veranderingen in boekenland voltrekken zich in een dermate razend tempo dat dit werk waarschijnlijk al na een paar jaar zal moeten worden herzien. Toch is dit abc-tje voor doorgewinterde boekenvakkers, de nieuwe lichting uitgevers, boekenliefhebbers én de aspirant-schrijver een must. Vooral deze laatste groep, naar het schijnt meer dan ’n miljoen mensen groot, kan baat hebben bij dit kijkje in de keuken.

Gelijk met het eerste lemma ‘Aanbieding’ kaart Nijsen een heikel punt aan: ‘de twijfeltitel’. Een boek dat niet alleen commercieel weinig potentie heeft, maar dat ook nog eens inhoudelijk maar matig is. Eigenlijk moeten dergelijke boeken niet worden uitgegeven, maar berekenende uitgevers voegen een dergelijke titel toch toe om in de folder beweging te krijgen in de titels waarin men wel gelooft. ‘Het is te hopen dat een auteur nooit te weten komt dat zijn boek in die cynische categorie valt.’

Nijsen vertelt op onderhoudende toon over de acquisitie, over de berg goedbedoelde manuscripten, pers en publiciteit, literaire agenten, de transferhandel, in Nederland lang not done, over prijzen, de ijdelheid van schrijvers, alcohol, tabak en de moeilijke materie van het auteursinkomen. Bij een lemma als ‘bestsellers’ schuwt hij de zelfspot niet.

Wat gebeurt er op de grootste boekenbeurs in Frankfurt, hoe gaat het er daadwerkelijk aan toe bij het Boekenbal, en wie betaalt eigenlijk het gelag? Interessante weetjes en bevestigingen van vermoedens wisselen elkaar af met eigen ervaringen van uitgever Nijsen. Her en der neemt het boek een voorschot op een ooit te verschijnen memoir.

Maar dit fraai uitgevoerde naslagwerk is meer dan een momentopname. Nijsen probeert namelijk ook zijn (toekomst)visie onder worden te brengen. Tussen de lemma’s door poneert hij apart omkaderde stellingen. Bijvoorbeeld: schrijvers en uitgevers hebben elkaar lang genoeg ‘bevochten’, ze moeten weer bloedbroeders worden. Boekhandelaren kunnen meer invloed uitoefenen als ze meer zouden lezen. In de media moet meer aandacht worden besteed aan het boek dan aan de auteur. Heb ook eens medelijden met de uitgever bij een mislukt boek. Et cetera.

Uit dit boek blijkt maar weer eens dat ‘de ideale uitgever’ regelmatig een spagaat moet maken. Uitgeven moet ook een beetje avontuur zijn, niet alleen zuiver management. Want, concludeert Nijsen aan het einde van zijn inleiding terecht, de honger van mensen naar goede verhalen zal altijd blijven bestaan. Ondanks nieuwe media en de mogelijkheden van Printing on Demand is de uitgever met zijn redactie de filter die noodzakelijk blijft.