Autoriteit van Paul Verhaeghe
Recensie door H.A. Hofman (9 oktober 2015)
Paul Verhaeghe, Belg, werkzaam aan de universiteit te Gent als klinisch psycholoog en psychoanalyticus, is de auteur van een aantal succesvolle boeken. Zo verscheen in 2012 Identiteit, waarvan tienduizenden exemplaren zijn verkocht. Dit boek is voor Literatuurplein al eerder besproken. En nu, in 2015, verschijnt een boek met een al even korte titel: Autoriteit.

In dit boek onderzoekt Verhaeghe de teloorgang van traditionele vormen van gezag, door hem autoriteit genoemd, en gaat hij na hoe autoriteit een nieuwe invulling kan krijgen, gelet op maatschappelijke en culturele veranderingen.

Het kenmerk van autoriteit is dat mensen zich er vrijwillig aan onderwerpen. Het verschil met macht is dat macht met geweld en dwang is verbonden.

Er is een crisis ontstaan ten aanzien van autoriteit. De christelijke moraal is verdampt, de neoliberale normen en waarden bezitten weinig moreel gezag. We zwalken nu tussen tegenstrijdige, elkaar uitsluitende opvattingen heen en weer. Psychische stoornissen zijn te wijten aan autoritaire vaders… Nee, psychische stoornissen hebben juist te maken met het wegvallen van de vaderlijke autoriteit. Er is een serieuze gezagscrisis ontstaan in gezinnen, in het onderwijs en in de politiek.

De oplossing ligt volgens Verhaeghe niet in de terugkeer naar oude structuren. Hij wil aansluiten bij netwerken. Het opvoeden van kinderen is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van ouders, familie en onderwijzend personeel. Voor de politiek gaat zijn voorkeur uit naar een horizontaal georganiseerde autoriteit, gegrond op kennis en op angst voor sociale controle. In het bedrijfsleven zou horizontaal management ingevoerd moeten worden. De autoriteit moet berusten bij ‘commons’ (blz. 188), samengesteld uit belanghebbenden van het bedrijf. Het collectief voedt op, bestuurt en geeft leiding.

Anders dan in zijn voorgaande boek Identiteit vind ik Verhaeghe in dit boek wel eens te gemakkelijk in zijn constateringen en zijn aanbevelingen.

Het collectief in opvoeding en bestuur is uitgeprobeerd in de Israëlische kibboets en de Stalinistische commune. Beide experimenten zijn op een mislukking uitgelopen.

Binnen het christendom krijgt Eva niet ‘de zwarte piet toegeschoven’ vanwege de zondeval (blz. 133). Adam wordt als hoofdverantwoordelijke door zijn Schepper ter verantwoording geroepen, niet Eva.

De Leidse hoogleraar Manon van der Heijden heeft in Misdadige vrouwen aangetoond dat vrouwen in het zogenaamde patriarchale tijdvak (1600-1800) veel meer zelfstandigheid en autonomie bezaten dan Verhaeghe aanneemt. Zij maakt dat op uit de vele vrouwen die een eigen onderneming bezaten en uit het gegeven dat meer vrouwen dan mannen een echtscheiding aanvroegen. Dat wijst op vrijheid voor vrouwen. Verhaeghe noemt deze eeuwen een ramp voor vrouwen. Op een andere plek in zijn boek vertelt hij de lezer dat vrouwen in die periode stelselmatig onderdrukt en gediscrimineerd werden. Het is een vertekening van het verleden. Ik vraag me eerder af of de enorme dwang van de liberale ideologie om tot gelijkheid te komen niet een vorm van paternalisme is. De overheid hanteert het fiscale instrument om vrouwen de arbeidsmarkt op te drijven, of ze nu willen of niet. Waar is dan de befaamde keuzevrijheid gebleven?

Theodore Dalrymple, zijn Britse evenknie, signaleert het tegengestelde van Verhaeghe. De vrouw is juist slachtoffer van de seksuele revolutie geworden omdat beschermende kaders zijn weg gevallen.

Emancipatie van de vrouw heeft alles te maken met anti-conceptiemiddelen (blz. 134). Zeker, maar wijst dat ook niet op een gelijkheid tussen man en vrouw die kunstmatig is?

Seks is vrij geworden. Elke combinatie kan en elke vorm (van langdurige relatie tot onenightstand) komt voor (blz. 134-143). Zeker. Maar wat heeft het ons te zeggen dat geslachtsziekten niet voorkomen in een monogame relatie? En hoe zit het met meervoudig ouderschap en het gegeven dat elk kind één vader en één moeder heeft?

Verhaeghe signaleert een groeiende groep onhandelbare kinderen als het probleem van onze tijd (blz. 151). Een crisis in de opvoeding is een symptoom van een maatschappij in crisis (blz. 153). Kan dat te maken hebben met de afwezigheid van de ouder en de aanwezigheid van de surrogaat-ouder?

Realistisch is Verhaeghe als hij opmerkt dat een maatschappij met vrouwen aan de top geen zachtaardige samenleving oplevert. ‘Vrouwen kunnen ook agressief uit de hoek komen’ (blz. 131).

Dit gezegd zijnde is het een genoegen om opnieuw rake observaties te lezen. Opvoeden gaat niet zonder grenzen te stellen en eisen te formuleren. De ‘politieke correctheid’ kenmerkt Verhaeghe als verstikkend. De moderne vader ontpopt zich als een soort extra moeder. ‘Wat geen goed idee is, één moeder volstaat’ (blz. 69). De participatiemaatschappij betekent dat de overheid verantwoordelijkheden doorschuift naar de burger zonder beslissingsrecht en zonder passende financiële middelen. Cijfermateriaal van de overheid kun je beter niet geloven zolang je de berekeningsmethode niet kent. Economische groei is niet langer de oplossing maar het probleem.

Het is dit soort opmerkingen, met regelmaat uitgestrooid over het boek, die het lezen van Autoriteit weer tot zo'n boeiende aangelegenheid maakt.

Verhaeghe is er opnieuw in geslaagd een behartigenswaardig boek te schrijven dat de lezer aanspoort tot verder nadenken over de verwarrende en tegelijk fascinerende maatschappij waarin hij leeft.

Delen
Koppelingen
Boeken