Bernini’s waanzin van Margreet Hofland
Recensie door Ezra de Haan (15 juli 2014)

De icoon van zijn tijd

Met drie romans die zich vooral in het zeventiende-eeuwse Italië afspelen, kunnen we Margreet Hofland met recht de chroniqueur van het barokke Rome noemen. Ze debuteerde in 2003 met Het genie van Rome, een kloeke roman over de beroemde Italiaanse schilder Caravaggio. Haar tweede roman, Duizend levens, kwam in 2006 uit. Deze keer speelden kardinaal Emilio Sfondrati en de engelachtige Beatrice Cenci de hoofdrol en, niet te vergeten, ook de schilders Guido Reni en Annibale Carracci. Typerend voor Hoflands schrijven, tot nu toe, was de link van gebeurtenissen ten tijde van de Barok met personages en opvallende momenten in het huidige tijdsgewricht. Bernini’s waanzin kent dat jongleren met tijd niet en dat doet het intrigerende verhaal goed. Niet dat de vorige romans tegenvielen, integendeel. En toch kreeg ik het gevoel dat in Hoflands laatste boek werkelijk alles op zijn plek viel. Eindelijk zien we haar erudiete kennis, passie en schrijfplezier tot volle bloei komen.

Dat Bernini’s waanzin een roman is geworden die je niet weg kunt leggen, komt mede door het ongelooflijke levensverhaal van de hoofdpersonen. Beiden hebben geleefd en hoe. Gianlorenzo Bernini was een succesvol genie, een magistraal beeldhouwer en beroemd architect. Francesco Borromini was zeker zo goed als architect maar had minder allure dan zijn concurrent. En juist met hém moest hij samenwerken aan een groots project waarvan hij dacht de uitvoerder te worden, tot de paus besloot het aan Bernini te geven. Voeg daarbij de aantrekkelijke Costanza Bonarelli, het model van Bernini en het ontstaan van een driehoeksverhouding, en je hebt alle ingrediënten voor een heerlijke historische roman. Maar die moet dan wel nog even geschreven worden. Margreet Hofland heeft zich alle feiten eigen gemaakt en gebruikt al die kennis om het Rome van die dagen met al zijn intriges tot leven te wekken. Zodra je haar proza leest vertoef je in die woelige tijden toen de Sint Pieter nog in de steigers stond.

‘Duizenden timmerlieden, metselaars, steenhouwers en bronsgieters waren aan het werk in de gebouwen die om de Sint Pieter heen stonden. Overal klonk geklop en getik van werktuigen in een onafgebroken stroom van geluiden. Af en toe werd het ritme van de een door de ander overgenomen, dan weer vervlochten de klanken zich tot een muzikale compositie van korte en lange tikken in verschillende toonhoogtes. Stof vloog op en dwarrelde neer. De hoofden van de mannen waren met een groezelige laag bedekt.

De kerk was nog niet af, maar de definitieve vorm was al zichtbaar. Hier en daar rees een steiger langs de muur op of waren touwen gespannen, zodat het leek alsof men het enorme bouwsel aan de aarde vast had willen pinnen. De koepel stak ongenaakbaar af tegen een helderblauwe hemel, niet halfrond zoals het dak van het Pantheon, maar ovaal als de koepel van Brunelleschi in Florence. Alleen was de Sint-Pieter nog hoger. De kerk van Rome moest alle andere overtreffen om het dichtst bij God te kunnen zijn.


U heeft het waarschijnlijk al gemerkt, dit is proza dat taferelen voor het geestesoog doet ontstaan waar je normaal een hele Hollywood-studio voor nodig hebt. En, zoals gezegd, de geschiedenis heeft voor personages gezorgd met wie iedere schrijver likkebaardend aan de slag zou willen gaan. Vind maar eens twee mensen die zozeer elkaars tegenpolen zijn. Dat lukt je gewoonweg niet. En dat juist die twee samen moesten werken is een hels scenario dat zijn weerga niet kent. Vooral omdat Borromini, ondanks alle woede en jaloezie, moet erkennen dat Bernini een genie is. Ze moeten elkaar aanvullen. Borromini heeft alle technische kennis en zijn ideeën zijn niet slecht. Maar met mensen kan hij niet omgaan.

Bernini heeft dat wat Borromini mist in overvloed, zijn overtuigingskracht is enorm. Ook wanneer hij die kwaliteit gebruikt om projecten door te drukken die architectonisch niet verantwoord zijn. Hij is immers van oorsprong beeldhouwer. En ondanks dat plannen voor de bouw van paleizen en kerken voortdurend bij hem opkomen weet hij dat de technische uitvoering ervan zijn zwakke punt is. De opdracht die hij op een gegeven moment krijgt, het bouwen van de klokkentorens van de Sint-Pieter, is dan ook vragen om moeilijkheden. Bernini’s ambitie kent geen grenzen, weer moet het groot, groter, grootst. En Borromini, die natuurlijk ziet dat de last die de aarde moet dragen te groot is, zwijgt. Daar heeft hij inmiddels redenen genoeg toe.

‘Het welzijn van de grootste kerk van God maakt ons allen bedroefd en bezorgt ons slapeloze nachten. De Sint-Pieter voelt zich als een zieke man en heeft verzorging nodig. Zijn toestand is zorgwekkend, dat is duidelijk te zien aan de beschadigingen die als diepe littekens in de huid zijn verschenen.’

‘Op dit moment zijn er twee scheuren in de façade. Een begint boven aan de tweede ingang en draait naar het zuiden waar hij over het plafond van de benedictijnse loggia loopt, op weg om het beroemde mozaïek van de Navicella te vernielen. De grootste beschadiging bevindt zich boven de vijfde en zuidelijkste deur van de façade, deze barst dringt diep in de fundamenten en komt helemaal tot in de architraaf om het gesteente daar verder stuk te trekken.’


Bernini’s waanzin is Margreets Hoflands beste boek. Dat staat buiten kijf. Door zich te beperken tot weinig personages, die stuk voor stuk karakters genoemd mogen worden, komt het drama dat een gevolg is van hun persoonlijkheid volledig tot zijn recht. Bernini’s waanzin leest als een trein, staat bol van de informatie over Rome ten tijde van de Barok zonder dat het storend wordt en is het zomerboek bij uitstek. Zeker als je naar Rome gaat.