Chris Hinze. Een biografie van Kees Ruys
Recensie door Ezra de Haan (7 december 2015)

Het leven overkomt je

Het is haast vanzelfsprekend dat juist Kees Ruys zich aan het schrijven van de biografie van Chris Hinze waagde. Ooit debuteerde hij met Een afgedragen huid (1986) en na deze roman bleef hij maar boeken over Indonesië schrijven. Zo werkt hij al lang aan de voltooiing van zijn vijfdelige cyclus De randgebieden, reisboeken over Indonesië en verscheen in 1992 Javaanse brieven.

Zijn eerste biografie verscheen in 2013: Alles is voor even, waarin het veelbewogen leven van de in Indonesië opgroeiende Aya Zikken en haar vaak op die periode terugblikkende, literaire oeuvre werd beschreven. Alles is voor even telde maar liefst 848 pagina’s en de omvang van het boek en ook het verwerken van onvoorstelbaar veel informatie moet Ruys de zekerheid hebben gegeven dat hij ook een soortgelijk leven, namelijk dat van Chris Hinze, kon boekstaven. Ook Hinze is immers iemand die meerdere levens lijkt te hebben geleefd. Overal op de wereld klonk het unieke geluid van zijn dwarsfluit en als een kameleon koos hij steeds weer voor nieuwe uitdagingen.

Kees Ruys begint zijn biografie met de ouders van Hinze, een uniek stel, van wie Ursula, de moeder, opgroeide in het Silezische stadje Lauban, in het tegenwoordige Polen, als enig kind van adellijke Pruisische ouders, en de vader de legendarische Fritz Hinze was, een te Batavia geboren dirigent. Ook de ouders van Fritz hadden een grote passie voor muziek en zorgden ervoor dat hun zoon een muzikale opleiding in Nederland kreeg. Wellicht ligt hier wel het begin van het grote talent dat zijn zoon Chris later keer op keer en wereldwijd bewees. Net zoals je zijn reislust terug zou kunnen voeren op die van zijn moeder.

De muzikale carrière van Chris Hinze begon met pianospelen in een jazzband. En hij formeerde, en dat is typerend voor de rest van zijn leven, de band The Shoe Shine Stompers zelf. Alles heeft Chris voor het spelen over, de bijbaantjes wisselen elkaar in snel tempo af, net zoals de bands die hij zijn leven lang zal samenstellen. Los van zijn muzikale talent blijkt hij ook een meester in het organiseren. Onstuimig is, denk ik, het beste woord om zijn leven in die beginjaren te beschrijven. Zowel in de liefde als in de muziek is er succes. Hij reist de ene (nacht)club na de andere af, leert het jazzwereldje in Duitsland en Frankrijk kennen en, wat nog belangrijker is, maakt de overstap van piano naar fluit. Het is het gevolg van het beluisteren van Opus De Jazz van het Milt Jackson Quintet en de fluitimpressies van Frank Wess.

Hinze koopt voor tachtig gulden zijn eerste C-fluit, een Grassi en formeert een nieuwe band: The Chris Hinze Band. Op zijn vierentwintigste besluit hij, ondanks zijn lucratieve engagement bij de King Boys, muziek te gaan studeren. Iedereen raadt hem de saxofoon aan. Chris kiest voor de fluit. Er volgen zware jaren waarin hij naast zijn studie ook in clubs moet spelen. Hij is voor de tweede keer getrouwd en wil niet van zijn schoonouders afhankelijk zijn. En wie als muzikant in een Alfa rond wil rijden moet iedere gig aanpakken… De ruimte in deze recensie is te beperkt voor alle bands die volgden. Al wil ik wel het spelen met Boy Edgar in Boy’s Big Band vermelden. In 1969 studeert Hinze af op de Berklee School of Music.

Na mijn studietijd in Boston heb ik op piano of op fluit nooit meer een noot van een jazz standard gespeeld. Door die dwarse houding leerde ik mijzelf een eigen stijl aan. Daar zitten ook nadelen aan, want bijna alles moet dan uit je zelf komen.

Vanaf dat moment komt er een stroomversnelling in zijn carrière. IJkmomenten zijn het optreden van The Chris Hinze Combination op het prestigieuze Montreux jazz festival in 1970, maar ook de ‘barokplaten’ Vivat Vivaldi, Telemann My Way en Stoned Flute. De arrangementen van Chris sloegen in als een bom en Hilversum zorgde voor eclatante verkopen. Hinze voelde zich eerder jazzmusicus en wilde zich liever niet op dit soort muziek vastleggen. Toch maakte het hem tot een bekende Nederlander, mede door het ontvangen van een Edison in Willem Duys’ Voor de vuist weg. En ondanks dat Chris op de bühne alleen jazz en fusion speelde, belangrijke prijzen won en in de pers geregeld werd bejubeld, werd hij vanwege zijn baroksucces in progressieve Nederlandse jazzkringen niet langer voor vol aangezien. Gelukkig heeft dat hem nooit ervan weerhouden te blijven spelen. Integendeel, Hinze zocht en zoekt altijd naar vernieuwing. Er volgen experimenten waarbij verschillende culturen samenkomen. Hij speelde in Japan met musici van het koninklijk hof, in Bombay met Raghunath Seth, in Jamaica met Robbie Shakespeare, Sly Dunbar en Peter Tosh. Maar ook met artiesten als Toots Thielemans, The Brecker Brothers, Louis van Dijk, Junkie XL, Sigi Schwab en vele anderen.

In 1991 komt het moment van bezinning in het tot dan toe waanzinnig drukke en turbulente leven van Hinze.

Mijn leven bestond alleen nog maar uit werken. Dagen van achttien uur waren normaal. Ik had schoon genoeg van het bestaan zoals ik dat leidde en overwoog zelfs met muziek te stoppen. Het werd tijd voor iets volkomens anders: een leven zonder agenda, zonder uitgewerkte plannen, aanvankelijk zelfs zonder fluit of opnameapparatuur. Leven op het ritme van mijn natuur, van dag tot dag en van plaats naar plaats, waarbij de toevallige omstandigheden van het ogenblik mijn doen en laten zouden bepalen.

Hij is tweeënvijftig, fysiek en mentaal topfit en vertrekt voor een reis die hem anderhalf jaar door Rusland, Mongolië, China, Japan, Hong Kong, Thailand, India, Sri Lanka, Pakistan, Nepal, Tibet en Indonesië zal voeren. Veel van de muziek die later tot stand komt kun je op die reis terugvoeren. De geluiden en beelden klinken steeds weer door. Spiritueel is Hinze gegroeid en het is ontroerend te lezen over zijn ontmoetingen met de Dalai Lama. De fluitist voegt een nieuw hoofdstuk toe aan zijn toch al zo avontuurlijke leven.

Als ik in mijn leven één ding heb gedaan, is het muziek maken zoals ik dat heb willen doen, met mensen die ik goed en prettig vond. Hoe die muziek genoemd wordt interesseert me niet. Jazz, fusion, barok, wereldmuziek… give it a name. Het gaat er uiteindelijk om hoe het klinkt, en hoe intens het is, wat het teweegbrengt bij de mensen die het horen.

De vele katernen met illustraties zorgen ervoor dat de anekdotes die Ruys met enthousiasme heeft opgeschreven, nog meer tot leven komen. Je ziet de tijd passeren en word je bewust van de duizelingwekkende hoeveelheid optredens, stijlen en bands die Hinze in zijn leven heeft meegemaakt. Zijn energie en passie zorgen ervoor, ook nu Hinze op leeftijd is, dat het maken van muziek en reizen onverminderd doorgaat. De verhalen die hij aan Kees Ruys vertelde tekenen een wereldburger en muzikant van unieke klasse. Door aan dit kloeke boek ook nog een speciale compilatie-cd toe te voegen, ontbreekt ook zijn muziek niet. Kill Your Darlings is een keuze uit zijn immense oeuvre die Chris Hinze zelf samenstelde.