Dat was dat van Anneke Claus
Recensie door Ezra de Haan (13 januari 2009)

De stem van Claus

Sommige auteurs hebben een uniek stemgeluid. Iemand die ooit Lucebert, Buddingh’ of Campert heeft horen voordragen, kan nooit meer hun gedichten lezen zonder aan die markante stem of voordracht te denken. Klemtoon en ritme worden voor de eeuwigheid vastgelegd. Anneke Claus is een dichter die dat ook heeft. Heb je haar gehoord dan blijft die stem doorklinken.

Tijdens de presentatie van Tsead Bruinja’s bundel Angel las ze in Perdu uit eigen werk voor. Iemand uit het publiek raakte onwel en Anneke verloor voor een moment haar concentratie. Voor de tweede keer begon ze aan het, al eerder die avond voorgelezen, gedicht ‘Koelkast zei je’. Ze stopte alras. Van mij had ze door mogen gaan. De manier waarop ze haar teksten voorleest is blijvend interessant. Er is sprake van ironie, afstand en toch blijft er ruimte voor humor.

Anneke Claus heeft met de gedichten in Dat was dat een grote stap vooruit gezet. Het zaad dat al in haar debuutbundel Bonzai! aanwezig was, is ontkiemd. Het goede bleef behouden maar de taal is krachtiger en de gedichten zijn meer coherent. In ‘Pleinvrees (binnenrotte)’, een gedicht in Bonzai! zie je Claus zich als het ware ontwikkelen. Eigenlijk schrijft ze twee keer hetzelfde. Eerst in haar ‘vroege’ taal met binnenrijm, vervolgens in een meer kale, strak gedirigeerde woordenstroom die door minder te schrijven meer zegt.

Hier spreekt een dichter die haar taal gevonden heeft. Daar waar je zou kunnen zeggen dat haar gedichten iets vrouwelijks vertonen is het zelden wollig, integendeel, Claus schrijft scherper dan veel van de manlijke dichters van haar generatie. Slechts het onderwerp of de ervaringen verraden soms haar sekse.

Dat was dat bestaat uit drie afdelingen: ‘Mijn andere familie’,’ Correspondentie’ en ‘Meisjes zoals ik’. De bijbehorende motto’s zijn van Herman de Coninck, Samuel Beckett en Yasmina Reza. Het citaat van de laatste ‘Je zou vrouwen moeten hebben die je uit kon zetten’ komt nog het meest overeen met het beeld dat de auteur van zichzelf schetst. Dit is geen kat zonder nagels. Claus draait er niet omheen. Soms krijg je zelfs de indruk dat ze de confrontatie opzoekt. In een gedicht als ‘Koelkast zei je’ staat:

al die mensen zouden ze preventief
een spuitje moeten geven

ik ben voor het leven in het algemeen
en tegen de doodstraf in het bijzonder

ijskoud zoals men zegt.


Ook als ze dit gedicht voordraagt, blijf je als toehoorder in verwarring achter. Speelt ze met ironie? Is het cynisme? Toont ze ons de wereld van vandaag in domweg vastgelegde opmerkingen? Het is een spel dat Anneke Claus met ons speelt. Haar vrouwelijkheid wordt daarbij op optimale wijze gebruikt. Botheid combineert ze met dubbelzinnigheid, zelfspot met cynisme. En dat allemaal binnen een gedicht. Neem ‘Proms’, met regels als:

het is niet veel, het is zelfs maar de vraag
of zoiets nog met recht decolleté mag heten.

mijn billen lijken niet te groot
dankzij het bloemetjesmotief

maar ook, iets verder in het gedicht

ik vind echt dat we een stukje vooruitgang
hebben gebewerkstelligd

hij is goed uitgerust, de sportleraar
hij is natuurlijk niets voor mij

zou hij ook shownieuws kijken
en hoe wil hij zijn biefstuk


Parlando komt regelmatig voor in deze bundel. Soms tot op de rand van het proza, zoals in het gedicht ‘The man in me’. Fragmenten uit brieven, flarden van gesprekken, weerberichten, dromen, alles komt haar van pas om die sfeer van heldere, niets verhullende poëzie te creëren. De vraag is echter of ze werkelijk alles met de lezer deelt. Die indruk wekt ze immers. Laatste regels van gedichten wijzen in een andere richting. ‘Daar zijn wij het niet mee eens’, ‘en dan nog iets – niets’, ‘iets van die godvergeten strekking’, ‘dan zal het weer kunst’. Het zijn de regels waarmee ze het tafelkleed onder haar vorige strofen wegtrekt.

Anneke Claus is een meester in ontregeling. Taal en toon hanteert ze met zoveel gemak dat je er haast overheen leest. Haar voordracht zorgt ervoor dat die toon wordt gezet. Het is wachten op haar volgende bundel, hopelijk voorzien van cd. Als die een soortgelijke progressie als die van Dat was dat vertoont, zal Claus de nodige dichters van hun troon gaan stoten. Tot dat moment zullen we het met haar optredens en met het herlezen van Dat was dat moeten doen.