De bushsoldaat van Edith Tulp
Recensie door Ezra de Haan (12 juli 2016)

Ik heb een missie

Edith Tulp (1960) schreef als journaliste artikelen voor HP/De Tijd en Trouw en columns voor de Volkskrant en Vluchtelingenwerk Nederland. Vanaf 1989 reisde ze met grote regelmaat naar landen als Ghana, Ivoorkust, Zimbabwe, Namibië, Zuid-Afrika, Congo, Kenia en Oeganda. Haar stukken over het Verzetsleger van de Heer in Oeganda, die tussen 2001 en 2005 verschenen, trokken de nodige aandacht. In 2008 richt ze de FairPen Foundation in Oeganda op, een ngo waarvan zij tot 2013 als directeur werkzaam was. Dat haar debuutroman De bushsoldaat zich in Oeganda afspeelt, mag dus geen verrassing zijn. Wat ze erover te vertellen heeft wel…

Zowel in Afrika als in de rest van de wereld is de kijk op ontwikkelingshulp en alle andere vormen van liefdadigheid gewijzigd. Er zijn de nodige kritische boeken over geschreven en vooral de vraag hoe je het continent dan wél bij kunt staan, kwam daarbij regelmatig aan de orde. Ik denk dat Edith Tulp met al haar ervaring daar moeiteloos het zoveelste epistel aan toe had kunnen voegen. Gelukkig koos ze voor een heel andere aanpak, die van de roman. Overduidelijk maakt ze, en ook dat komen we de afgelopen jaren vaak tegen, gebruik van de feiten en anekdotes die ze in haar ‘Afrikaanse’ jaren opdeed. Het resultaat is een roman die het verbijsterende verhaal dat in alle eerlijkheid opbiecht wat er echt met ‘goede doelen geld’ gebeurt. En dat is slechts een deel van het verhaal.

Het begint allemaal met de goedmoedige Thomas van Bakel. Hij leert zijn Oegandese vrouw Josi in Nederland kennen, trouwt met haar en wil, eenmaal in haar geboorteland geweest, een positieve draai aan zijn leven geven door ‘goed te gaan doen’. Josi probeert hem nog voor deze naïeve daad te behoeden. Ze kent haar land vol sloppenwijken, verkeerschaos, schaamteloze corruptie en open riolen. Maar Thomas zet door. De ontmoeting in Deventer met Mozes Owech, een voormalig kindsoldaat, geeft hem net dat zetje dat hij nodig heeft.

In Oeganda groeit er een vriendschap tussen Thomas en Mozes. Ze besluiten hun talenten te bundelen en al snel blijken ze de ideale ‘match’. Mozes, door de wol geverfd als hij is, doorziet iedere vorm van corruptie en bedrog. Thomas speelt welwillend zijn chauffeur als ze weeshuizen, scholen, klinieken en dorpsgemeenschappen gaan controleren die dankzij geld van goede doelen zijn opgericht. Of niet…

Zodra ze in de buurt van een project kwamen, ging Mozes achterin zitten. Hij zette een snelle zonnebril op, knoopte een stropdas om en las de krant. Daar kijkt hij pas van op wanneer zijn baas de Bluecruiser op het erf van een project parkeerde. Dan vouwde hij zorgvuldig de krant op en wachtte hij totdat Thomas het portier voor hem opende.
Amper uitgestapt zag hij al de verbaasde uitdrukking op de gezichten van het welkomstcomité. De projectleiders leken allen met de situatie verlegen. Wiens hand moesten ze nu eerst schudden? Die van de muzungu, die achter deze Acholi liep? Ze probeerden het antwoord bij Thomas te vinden door hem nadrukkelijk aan te kijken. Die hield zich echter op de achtergrond, terwijl Mozes zich als gesprekspartner opstelde.


Al snel blijkt het rumoer zich te verspreiden dat met deze inspecteurs niet te sollen valt. Iedere steen komt boven (en dat blijken er vele) en ze blijken ook nog eens onomkoopbaar te zijn. Iedere keer dat ze weer misbruik van gesubsidieerde doelen blootleggen, grimlacht de lezer. Het tweetal doet aan Don Quichot en Sancho Panza denken, al is het wel de vraag wie van de twee molens voor reuzen aanziet.

Thomas heeft in ieder geval geen idee van wat er in het hoofd van Mozes gebeurt, welke nachtmerries zich daar nog afspelen. Hij mag dan de gruwelen van zijn ontvoering en gedwongen dienst in het leger overleefd hebben, de angst, het misbruik en de ellende spelen zich keer op keer in zijn geest af. En niet alleen heeft dat gevolgen voor zijn seksleven, het maakt hem ook tot iemand die alles, letterlijk alles, ervoor over heeft om nooit meer in zo’n situatie te komen. Thomas werkt dus samen met een tijdbom. En die gaat later in het boek af. Voor het zover is, hebben we Mozes’ ervaringen gelezen, maar ook het misbruik daarvan door een religieuze sekte in Amerika die geld middels de ellende van kindsoldaten bij de parochie lospraat.

We leren hoe lastig het is in Afrika als je een positie in de maatschappij hebt weten te verwerven. Iedereen van de familie wil daarvan immers meegenieten. En zo moet Mozes, die zich via de carrière die hij dankzij Thomas heeft opgebouwd en die nu deel uitmaakt van de regering, zijn vader bevoordelen als die met problemen zit. Dat Mozes onderdeel van de regering wordt, heeft hij vooral te danken aan zijn houding jegens homoseksualiteit, ‘een zieke ideologie’ volgens de Amerikaanse evangelisten, die hij nu, net als zij, te vuur en te zwaard wil bestrijden. Dat het zijn vriendschap met Thomas kost, dringt niets eens tot hem door. Mozes is met overleven bezig, zoals hij zijn hele leven al doet. Hij heeft daarvoor gedood, en zal het weer doen, dus wat kan vriendschap dan betekenen? De krankzinnige houding naar homoseksuelen in Oeganda heeft Tulp niet gefantaseerd. Helaas is het een van de vele feiten waarop deze zeer leesbare roman is gebaseerd.

‘Waarom moet er een antihomo-wet komen?’
‘Omdat we Oeganda moeten beschermen tegen het kwaad. Kinderen in het hele land lopen gevaar te worden gerekruteerd door kinderverkrachters en homoseksuelen. Daar zijn wij niet van gediend in Afrika.’
De omstanders knikten goedkeurend.
‘Kunt u ons al iets vertellen over de wet die u door het parlement wil loodsen?’
‘Reken maar op de doodstraf voor iedereen die actief kinderen verleidt en regelmatig seks heeft met iemand van hetzelfde geslacht.’


Edith Tulp heeft een mooie, bij vlagen hilarische, roman geschreven over topzware onderwerpen. Oorlogstrauma’s, kindermisbruik, corruptie, homofobie, de naïeve kijk en gulheid van het westen, evangelisten die ‘big business’ van andermans ellende hebben gemaakt en toch gaat het boek ook over vriendschap en liefde, wellicht westerse luxeproducten… u mag het zeggen.

Een ding is zeker, nooit zal je meer geld overmaken zonder aan deze roman te denken. Daarmee bereikt Tulp met haar wellicht ietwat cynische boek meer dan al die doorwrochte werken vol staatjes en grafieken. Laten we hopen dat Edith Tulp snel weer van zich laat horen. Haar scherpe pen en tong zijn uiterst geschikt voor dit soort verhalen van over de grens.