De communicatieoorlog van Frits Bloemendaal
Recensie door Jef van Gool (30 november 2008)
Eén moment van onachtzaamheid tijdens de campagne voor de verkiezingen van 1994 leidde het grote verlies in dat het CDA daarbij zou lijden. Tegen de wens in van lijsttrekker Elco Brinkman hield partijvoorzitter Wim van Velzen een persbriefing over de financiële paragraaf van het verkiezingsprogramma. Hij deed dat samen met SER-kaderlid Ad Kolnaar, die daaraan had meegeschreven. Op de vraag van Maria Henneman, verslaggeefster van het NOS Journaal, of het CDA bij de uitkeringen ook op de AOW wilde bezuinigen, antwoordde deze bevestigend. Het leidde tot een nieuwsexplosie, volgens sommigen een van de eerste grote mediahypes. Die toonde aan hoe groot de macht van de televisie was geworden.

Regisseren
Het was niet de enige reden voor de duikeling die het CDA toen maakte. Er was ook de openlijke richtingenstrijd tussen partijleider Lubbers en kroonprins Brinkman en het feit dat de Westlandse tuinders, woedend om de razzia’s op zoek naar illegalen, massaal opschoven naar de VVD. Toch was het besef dat één uitglijder, één ongelukkige uitspraak fatale gevolgen kan hebben bij de verkiezingen of voor de reputatie van een gezagsvoerder, hard aangekomen bij de politici. Het zou een cruciaal moment blijken in het streven van politiek en overheid om informatie steeds meer te regisseren. In De communicatieoorlog. Hoe de politiek de pers in haar greep probeert te krijgen, een uitgave van Ambo, betoogt journalist Frits Bloemendaal dat dit regisseren steeds meer sturen en zelfs manipuleren van de pers is geworden.

Openbaarmaking
Daartoe plaatst hij eerst de relatie tussen overheid en pers in een historisch perspectief. Bewindvoerders in de jaren vijftig hoefden niet te vrezen voor een faux pas. Illustratief zijn de persconferenties van minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns. Na een uitvoerig exposé van zijn wedervaren op een zoveelste buitenlandse reis, waarbij het volstrekt not done was de Excellentie te onderbreken, gaf hij gelegenheid tot het stellen van enkele vragen. Was er een bij die hem niet beviel, dan liet hij een veelbetekenende stilte vallen vooraleer die met ‘Volgende vraag’ af te serveren. Het idee van een PR-adviseur zou hij hebben weggehoond. Luns was nog altijd minister toen in 1967 de onthullingen van een PR-adviseur, Ben Korsten, ‘de Raspoetin aan het Binnenhof’, over de invloed die hij had op politici leidden tot de instelling van de commissie-Biesheuvel. Die moest aanbevelingen formuleren over de grenzen van overheidsinformatie. Met haar advies dat het doel van die informatie, naast verklaring en toelichting, ook openbaarmaking moest zijn, legde zij het fundament voor de Wet Openbaarheid van Bestuur die overigens pas jaren later, in 1980, van kracht zou worden.

Bedreiging
Een volgende commissie, onder voorzitterschap van Hans van der Voet, vulde in 1983 het lijstje met functies van overheidsinformatie aan met PR. Niet toevallig begonnen ministeries in die jaren parlementaire journalisten aan te trekken als woordvoerders. Zij waren assertiever dan hun voorgangers en zetten fors in op de profilering van de minister, waarbij de regie strakker werd en steeds meer technieken werden gebruikt die uit Amerika waren komen overwaaien. De pers die de zorgvuldig uitgezette strategie kon doorprikken en niet naliet dat ook te doen, werd niet meer ervaren als een waakhond die voor het functioneren van een democratie onontbeerlijk is maar als een bedreiging daarvan.

Oorlogstaal
Een belangrijke mijlpaal in het streven naar regulering van de omgang tussen overheid en pers was de instelling in april 2000 van de Commissie Wallage, met daarin ook prominente vertegenwoordigers van de pers. In haar rapport pleitte de commissie enerzijds zelfs voor een ‘proactieve’ vorm van communicatie (openbaarheid moet zich ook uitstrekken tot de fase van verkenningen en schetsontwerpen), maar anderzijds maakte zij er zich sterk voor dat de informatie van de overheid ‘ongewijzigd’ bij de burger komt. Hier dreigde een beteugeling van de media die de informatie te veel zouden inkleuren en te veel de nadruk zouden leggen op incidenten en de negatieve kanten van het beleid. De in het rapport gebezigde terminologie als ‘de slag om het publieke vertrouwen’, oorlogstaal volgens Bloemendaal, inspireerde hem tot de titel van zijn boek.

Computervredebreuk
Communicatie is voor de overheid een politiek instrument geworden, dat al wordt ingezet vóórdat de standpunten van beleid zijn uitgedragen. In haar controledrang worden ongeoorloofde praktijken niet geschuwd. De directe aanleiding tot het boek is de inbraak in de computers van de Geassocieerde Pers Diensten (GPD), waar Bloemendaal chef van de redactie is. Twee voorlichters van het ministerie van Sociale Zaken, oud-medewerkers van de GPD, speurden gedurende anderhalf jaar honderden keren in dat computersysteem naar nog te publiceren bijdragen op het gebied van hun ministerie. Voor deze computervredebreuk zijn ze inmiddels (voorwaardelijk) veroordeeld tot werkstraffen. Hun minister, Piet Hein Donner, distantieerde zich overigens meteen van hun actie en schakelde voor verder onderzoek de Rijksrecherche in.

‘Regel het even’
Bloemendaal plaatst de manipulaties van de overheid in de ruimere context van maatschappelijke ontwikkelingen als ontzuiling, individualisering, internationalisering en migratie en van ontwikkelingen die zij zelf heeft bewerkstelligd als privatisering en marktwerking. De overtuiging dat ook vertrouwen, gezag en een goed imago te managen zijn, heeft steeds meer veld gewonnen. ‘Als bewindspersonen uit de Kamer terugkomen zijn ze vergeven van gif,’ verzucht een voorlichter tegen Bloemendaal. ‘Ze denken dat ze alles in de media kunnen krijgen, en zeggen tegen ons: “Regel het even.” Als een stukje op Teletekst of het ANP-net, of een column in de Volkskrant niet bevalt, zeggen ze: “Bel even.” Een politicus schrijft een stuk en zegt tegen ons: “Dit moet op de opiniepagina van de Volkskrant.” Godbetert, het lukt ook nog.’ En zolang de eigen campagnekranten, weblogs, nieuwssites en wat al niet slechts een beperkt effect sorteren, kan de politiek niet om de pers heen.

Waarschuwing
Bloemendaal schreef het boek om een discussie los te maken over de heersende bestuurscultuur die de media wil beteugelen en de Wet Openbaarheid van Bestuur steeds verder dreigt uit te hollen. Hij wil journalisten waarschuwen zich niet met primeurtjes of nietszeggende antwoorden te laten inpakken door voorlichters. In De Journalist werd hem verweten dat hij te eenzijdig te werk is gegaan, te veel gericht op de overheid en zonder een echt weerwoord van de journalistiek. Dat moge zo zijn, maar hij schreef het boek ook voor de burgers, ‘de uiteindelijke slachtoffers van de communicatieoorlog’. Als een van die burgers, gevangen in het mijnenveld tussen overheid en pers, kan ik wel zeggen dat zijn onthullende boek veel te overdenken biedt.