De misdaad en het zwijgen van Anna Bikont
Recensie door H.A. Hofman (22 september 2016)
Op 10 juli 1941 dreven Poolse inwoners van het plaatsje Jedwabne hun Joodse buren een schuur in en staken deze in brand. Honderden Joden kwamen om in de vlammen. Kinderen, vrouwen, baby’s, bejaarden - op twee overlevenden na ontkwam niemand aan de razernij van deze pogrom.

In 2001 schreef de Amerikaans-Joodse historicus Jan Gross een boek over deze tragedie onder de naam “De Buren”. Hoe kon het dat mensen hun buren de dood indreven? Dit boek bracht een schok teweeg in Polen. Het land zag zich als slachtoffer van een brute bezetting door de nazi’s en nu zouden Polen ineens medeverantwoordelijk zijn aan de vervolging van Joden? Dat wilde er niet in.

In 1939 sloten Hitler en Stalin een pact over de verdeling van Polen. Jedwabne kwam in het Russische deel te liggen. Toen in juni 1941 de Duitsers de Sovjet-Unie binnen vielen, werd Jedwabne Duits gebied. Een paar weken later kwam het tot de afschuwelijke moord op de Joodse bevolking in het plaatsje.

Anna Bikont onderzoekt in De misdaad en het zijgen de toedracht van de gebeurtenissen. Zij doet dat door getuigen te interviewen en haar dagboeknotities over haar onderzoek te publiceren. Het resultaat is een boek met deerniswekkende conclusies. Van mededogen met het gruwelijke lot van onschuldige mensen is weinig te merken. Over de misdaad werd gezwegen. Als de overheid een onderzoek instelt, krijgen de Duitsers de schuld. Maar er waren die dag geen Duitsers in Jedwabne aanwezig. Veel Polen blijken onversneden antisemieten te zijn. En helaas speelt de kerk daarin een toonaangevende rol.

Kardinaal Jósef Glemp (1929-2013) trad onverschrokken op tegen het communisme, maar ten aanzien van Joden was hij een onverbeterlijke antisemiet. Hij vond dat Joden zelf schuldig waren aan de haat die hen ten deel viel. Het gif van valse beschuldigingen en verwijten had zijn werk gedaan. Joden hadden Christus vermoord. Joden vergiftigden waterputten. Joden waren speculanten. Joden hadden gecollaboreerd met de Russische bezetter in 1940. “Zuiver Polen van de Joden, Heer”, werd er in de kerken gebeden. Een Joodse vrouw die haar wasgoed te dicht bij een kruisbeeld had opgehangen kreeg een gevangenisstraf van zes maanden wegens “het profaneren van het kruis.”

Het verhaal van het verbranden van honderden Joodse ingezetenen is aangrijpend. En het is schokkend te lezen hoe Polen zich wierpen op de Joodse bezittingen, terwijl de schuur nog smeulde. Het onderzoek van Anna Bikont wijst uit dat Polen het initiatief namen tot deze misdaad en dat Polen het werk uitvoerden. Polen in de dubbelrol van slachtoffer en dader.

Dit boek bevat vreselijke verhalen. En het schokkende is dat de slachtoffers opgroeiden met de daders, op dezelfde school zaten, bij elkaar in de winkel kwamen, buren waren, en toch kon dit gebeuren.

Uitgeverij Nieuw-Amsterdam heeft dit boek zoals gebruikelijk op voorname wijze uitgegeven. Er staan veel afbeeldingen in dit boek en ook een serie kaarten die inzichtelijk maken wie waar woonden in het plaatsje. Ik vind alleen dat Anna Bikont haar verhaal wat overzichtelijker had kunnen presenteren. Ze heeft het nu omslachtig opgeschreven en als lezer verdrink je in de gegevens. Desondanks is dit boek een aanrader.

Het boek laat zien hoe de daders weg kwamen met hun misdrijf, hoe toeschouwers bleven zwijgen over hetgeen ze hadden gezien. Het is moeilijk om de waarheid over het eigen verleden onder ogen te zien. In 2001 bood de Poolse president aan de Joodse gemeenschap zijn excuses aan. Het overgrote deel van de bevolking van Jedwabne liet verstek gaan bij deze plechtigheid. Ook de pastoor bleef weg. Over zoveel botheid kun je je alleen maar verbazen.