De mooie mond van Bobby Cespedes en andere verhalen van Ulises Segura
Recensie door Ezra de Haan (6 juni 2016)

Zelfs in tijden van rampspoed hebben we recht op vakantie!

De mooie mond van Bobby Cespedes en andere verhalen is het debuut van Ulises Segura (1973), het pseudoniem waarvoor een in Aalst geboren jurist en verhalenverteller koos. Zijn ouders hebben Franse en Spaanse roots en wellicht is dat mede de reden dat zijn proza allesbehalve Vlaams overkomt. Zijn favoriete schrijvers zijn Mishima, Boelgakov, Belcampo en Biesheuvel. Zelf dacht ik eerder aan Murakami en Hubert Lampo. Al moet ik bekennen dat deze keuze door details in de verhalen tot stand gekomen is. Want Ulises Segura is zo’n auteur die je eigenlijk niet in een hokje kunt plaatsen. Hij behoort tot de schrijvers die hun hokje zelf bedenken.

De mooie mond van Bobby Cespedes is het eerste deel van de Extaze-reeks, waarin schrijvers, van wie verhalen in het gelijknamige tijdschrift Extaze stonden, worden gepubliceerd. Los van de kenmerkende Z (van Extaze, zoals Couperus het ooit schreef) is veel aandacht aan de vormgeving besteed. Daarmee is de Extaze-reeks een hebzuchtig makend verlengstuk geworden van het sinds 2011 verschijnende en hoog kwalitatieve literaire tijdschrift.

De wereld die Segura je in zijn korte verhalen voorschotelt is uniek. Vaak weet je niet eens precies waar of wanneer het speelt. Zelfs als hij dat duidelijk aangeeft. Dat komt doordat hij graag meerdere verhalen in een kort verhaal stopt. Zo’n verhaal binnen het verhaal kan dan als metafoor gaan fungeren, zonder dat dit overigens wordt aangegeven. Het verhaal zelf bevat regelmatig elementen die de wenkbrauwen doen fronsen. Zo merkt iemand dat ze, wanneer ze honger heeft of weinig heeft geslapen, makkelijker verdwijnt. Op zich al bijzonder genoeg zou je zo denken. Maar Segura kan het niet laten om ook nog eens te beschrijven wat de gevolgen daarvan zijn.

De eerste maal dat ik verdween vond plaats toen ik thuis aan tafel zat. Het duurde maar heel even. Ik hield een kop warme melk vast. Voor ik het aan mijn lippen had gezet, was ik er al niet meer. Terstond tuimelde de kop op de vloer. Ik was net te laat om hem op te vangen.

Knap aan Segura’s schrijven is dat je het accepteert. Zijn verhalen zitten in elkaar als de cicade in het verhaal ‘Een machine als dier’. Ze zijn prachtig in elkaar gezet en wat belangrijker is ze kunnen je aardig vinden. Het zijn verhalen die iets van de lezer verwachten. Het gaat verder dan consumeren. Er wordt van je verwacht dat je begrijpt dat de poppenkastscene in het titelverhaal ‘De mooie mond van Bobby Cespedes’ niet over de pest gaat, maar indirect verwijst naar de aids van de jaren negentig. Met ferme streken worden momenten uit het leven van Bobby op het doek gesmeten. Degene die het vertelt maakte de documentaire Scorpio Boulevard over Bobby Cespedes. Hij filmt de restanten van een muurschilderij in de Lower East Side, heeft het over zijn bizarre strips, die autobiografisch en onmiskenbaar gay, maar niet vulgair, waren. Segura brengt de vervlogen wereld van Cespedes volledig tot leven.

Soms tekenden we vierentwintig uur aan een stuk. Tot Donald onder de tafel ineenzakte en ik het geld uit zijn zakken stal voor nog meer drank. Geef me koffie of scotch, inkt en een pen en ik teken de klok rond. Woede, blijheid, seksuele lust, dagelijkse ergernissen, het vloeide allemaal uit me weg zodra ik die penpunt op papier zette.

De documentaire blijkt een afscheid te zijn, een boodschap voor al zijn vrienden.

Het verhaal ‘Winter van ongenoegen’ sprak mij het meest aan. Het is een bijzonder verhaal over vriendschap, liefde wellicht en wat het verschil tussen die twee is. Het is een tweeluik. Het ene verhaalt over een man en een vrouw die graag oude panden en hun huisraad bekijken. Het andere is een raamvertelling: het verhaal dat de man aan de vrouw vertelt, een bizar verhaal over zijn jeugd en haar reactie daarop. Segura laat hier even zien wat schrijven is. Waar in het verhaal in het heden de relatie tussen de man en de vrouw wordt verkend, komt in het andere zijn jeugd in alle wreedheid naar voren. Wreed zoals kinderen dat kunnen zijn, maar het zelf niet doorhebben. Het is immers maar een spel. In dit verhaal struikel je over mooie zinnen en passages.

Ik vertelde haar meer over mijn vader, Michael Glogauer, die me soms klappen gaf als hij een pokkendag had, maar me daarna vaak zó intens omhelsde dat het leek of onze kleren tot een vredige, eeuwige jas versmolten.

Het verhaal over die winter van 1979 met Roy, Vince, Hank, Mélodie en de verteller in de hoofdrol doet je meteen afdalen naar je vroegste herinneringen. En angsten. Alle avonturen, de gesprekken over van alles en niets, het aftasten van elkaar, het komt allemaal weer boven. Kwalitatief is dit verhaal vergelijkbaar met de roman Lord of the Flies (Heer van de vliegen) van Golding. Zelden zie je kindertaal- en gedachten zo goed weergegeven.

Om te bepalen wie de zak (met de dode hond) moest dragen, deden we de five knuckle-shuffle. Dat ging als volgt: je duwde met je vuist tegen die van je tegenstander en probeerde dan om beurten zo hard mogelijk op diens knokkels te slaan. Terwijl het spel gaande was, mocht je niet naar elkaars vuist kijken, maar moest je je tegenstander in de ogen staren. Wie op tijd zijn vuist wegtrok, nam de beurt over. Wie de ander raakte , mocht nog eens. Als je tegenstander gilde of grienend zijn hand onder zijn oksel stopte, was dat een leuke bonus, maar iets extra’s leverde het niet op.

Heel verrassend is dat dit spannende verhaal een afloop krijgt die door Ivy, de vriendin van de verteller, bij elkaar wordt gefantaseerd. Eigenlijk is dat dus het derde verhaal. En dan heb ik het nog niet eens over de Uri-Gellertruc met de sleutel gehad die ook nog eens in dit verhaal een rol speelt.

Ulises Segura weet wat spannend schrijven is. Hoeveel zielige verhalen zijn er niet over stervende moeders geschreven? Laat Segura er een schrijven en je vergeet even dat verdriet. Hij wisselt het af met drie vrouwen die onderweg naar Mars zijn. De stervende vrouw volgt hen op televisie vanuit haar ziekbed. Een van de vrouwen komt uit Afrika. De vervreemdende wereld van vrouwen in de ruimte vormt een imponerende metafoor. Ook de patiënt voelt zich immers door alles en iedereen verlaten. Ondanks al het bezoek dat ze krijgt.

Sterven, verdwijnen, opgaan, je komt het bij Segura meermaals tegen. ‘De eindeloze zomer’, het verhaal waarmee hij de bundel besluit, gaat over twee mensen op de vlucht in een gestolen auto. Ze hopen via Spanje Marokko te bereiken. Maar Armando heeft bij zijn vriendin al de eerste kenmerken van haar naderend einde gezien: een grauwe rug, een transparante huid.

Wie besmet raakte, kreeg hoge koorts en legde zich spoedig te rusten, zoals een hond zich verbergt onder een struik. Het lichaam zou binnen de kortste tijd doorzichtig worden. En daarna loste het skelet op. Steeg op in sintels zonder een spoor achter te laten.

Weer moest ik aan een grote schrijver denken: Simon Vestdijk en zijn Het veer. Het lijkt erop zonder erop te lijken. Het heeft iets met sfeer en noodlot te maken. En het ontlopen ervan. Wie zo vaak een lezer op het puntje van zijn stoel krijgt, durf ik met recht een grote belofte te noemen. Ulises Segura zal ons vast in de toekomst nog vaak gaan verrassen. Zijn verhalen bieden ons de geestelijk vakantie waar we allemaal recht op hebben.