De rode appel van Giselle Ecury
Recensie door Ezra de Haan (27 februari 2014)

Dingen gebeuren nu eenmaal

De rode appel is alweer het vijfde boek van Giselle Ecury. Ze debuteerde met de gedichtenbundel Terug die tijd (2005). In 2006 verscheen haar eerste roman Erfdeel en drie jaar later Glas in lood. Haar tweede gedichtenbundel, Vogelvlucht, volgde in 2010. Een thema dat Ecury bezighoudt en dat in veel van haar werk voorkomt zijn de twee culturen die zij in zich draagt. Ze werd in 1953 geboren op het eiland Aruba. Begin 1960 vertrok het gezin naar Nederland waar haar moeder vandaan kwam. Ondanks haar Hollandse opvoeding ontkwam ze niet aan de Antilliaanse invloeden van haar Arubaanse vader en aan die van haar achtergrond.

Mooi geschreven en zeer waarschijnlijk op Ecury’s persoonlijke ervaring gebaseerd is in De rode appel de beschrijving van Nico’s beleving van de aankomst in Nederland. Voor iemand die Curaçao gewend is, komt Nederland over als ‘een immens groot akkerland met af en toe een plaats, waar je doorheen moest sukkelen.’ De afstanden die ze moet afleggen zijn groot. ‘Dat was ik op Curaçao niet gewend. Daar was alleen de tocht naar Westpunt tijdrovend.’ Zelf wordt hij bekeken als een vreemde, zelfs door familie. ‘Echt iemand van daar hè. Je bent donkerder dan wij hier zijn.’ Zelfs zijn taal wordt gekeurd. ‘Jullie Nederlands is… hoe zal ik het zeggen? Scherper, hè Jan, vind je niet? En melodieuzer, ’wendde ze zich tot mijn oom.’

Wanneer je deze passage naast die van een andere aankomst zet, die van Joke, de geliefde van Nico, op Curaçao, merk je meteen hoe goed het inlevingsvermogen van Ecury is. Wat voor Nico Dushi Kòrsu is, een eiland vol prachtige, kleurrijke gebouwen, in een azuurblauwe zee, is voor Joke een naar kerosine stinkend eiland. En die houding van haar verandert niet, integendeel.

‘Steeds vaker at ik alleen en zodra ik de porch betrad, mopperde Joke op de warmte, de beperkte infrastructuur van het eiland, de wind. Ze miste haar familie, of wilde net als haar vriendinnen in Holland weer eens uitgebreid winkelen in een grote stad, of lekker naar de kermis.’

Giselle Ecury speelt de verschillen tussen mensen op voorbeeldige wijze uit. Je ziet conflicten ontstaan en ook, en dat is misschien wel het meest interessante, hoe mensen ze vervolgens oplossen. Desnoods alleen voor zichzelf. Het gaat in deze kloeke roman om Nick en Elisabeth. Beiden woonachtig in Nederland en met een gedeeld verleden dat zich op Curaçao heeft afgespeeld. Hun vriendschap en intieme gesprekken zorgen voor de ontwikkelingen in dit boek. Nick voelt zich benadeeld door zijn ouders. Nooit kreeg hij, voor zijn gevoel, de warmte en aandacht die zijn broers en zus wel kregen. Jaren loopt hij ermee rond en pas als zijn ouders 50 jaar getrouwd zijn, komt de waarheid boven tafel.

Natuurlijk moet hij die onthutsende kennis kwijt aan Elisabeth. Het telefoongesprek maakt echter gevoelens bij haar los die Nick nooit kon bevroeden. Ook zij heeft een verleden en voelt dat ze daar niet langer mee rond kan blijven lopen zonder er iets mee te doen. Haar au-pairtijd in Zuid-Frankrijk was een wilde periode in haar leven. Ze was een typisch kind van de jaren zestig en zeventig dat met een hoofd vol van feministische idealen en dromen over een seksuele revolutie domweg deed wat ze wilde.

‘Ik moest aan Marie-Cécile denken, kon dit niet maken, al had ik maling aan haar. Met het losmaken van mijn jurk had hij mij geopenbaard. Gevoelens waarvan ik het bestaan niet had kunnen vermoeden. Overspel! Van het woord huiverde ik. Ik wilde alles weer dichtritsen. Overspel. Wie dat woord ooit had verzonnen, wist niet waar hij het over had. Hier zat niets speels in, het was ondraaglijk. Overmacht. Overdaad.
En tóch dacht ik telkens. Ik wíl het. Als het dan mag gebeuren, dan met hem. Nu.’


Ook Elisabeth gaat terug naar haar verleden om te zien wat de gevolgen zijn van de daden van toen. Daarmee komt ook deze roman op Frans grondgebied, iets wat wel vaker in de romans van Ecury gebeurt. De auteur voelt zich merkbaar op haar gemak wanneer ze over Frankrijk of Curaçao schrijft. Hierdoor kan ze alle aandacht geven aan haar personages en hun queeste naar hun verleden. Die tijd weet ze verassend goed tot leven te brengen. Zo plaatst ze de voorlichting van haar moeder naast de literatuur van die dagen. ‘Je doet “het” alleen als je erg van een jongen houdt en alleen als je al getrouwd bent.’ Elisabeth had daar niet uit begrepen hóé je zou moeten vrijen, alleen dat je het zou moeten- of mogen.’ … ‘Maar in Turks Fruit van Jan Wolkers, dat ze jaren later gelezen had voor haar eindexamen, verliep alles volledig anders.’

Door verschillende periodes in het leven van Elisabeth met elkaar te laten kruisen vormt zich ook een beeld van hoe ze haar leven later als een vijftiger bekijkt. Juist dat scharnieren van tijdsgewrichten is een van de factoren waardoor dit verhaal boven zichzelf uit wordt getild. Er is zoveel veranderd in vijftig jaar dat zelfs mensen die het hebben meegemaakt er vol verbazing op terugblikken.

‘Zo was het vroeger. Hoe wisten meisjes zoals ik, wat er te koop was in de wereld? Een kind van tien begrijpt tegenwoordig veel meer dan ik toen.’

Los van het geslaagde tijdsbeeld en de zeer goed getypeerde locaties in deze roman gaat het, zoals eerder gezegd, om de levens van Nick en Elisabeth. In hoeverre wordt hun leven bepaald door hun ouders en maakt het vervolgens eigenlijk uit of het je ouders wel zijn? Is de opvoeding niet belangrijker dan bloedverwantschap?

Giselle Ecury heeft met De rode appel een roman geschreven die tot nadenken dwingt. Het schijnbaar gemak waarmee ze haar boeken schrijft, geeft de lezer daar alle ruimte toe. Het enige puntje van kritiek zou de kleinere rol van Nick in dit boek kunnen zijn. Blijkbaar voelde de auteur zich toch meer thuis in de rol van een vrouw of zag ze meer kansen in de zeer gedetailleerde beschrijvingen van Elisabeths liefdesleven. Natuurlijk kan het ook zo zijn dat ik zozeer genoot van de passages over de treurige jeugd van Nick op Curaçao dat ik er niet genoeg van kreeg… Duidelijk is wel dat Giselle Ecury zo langzamerhand een eigen plek binnen de Nederlandse literatuur, en die van Curaçao, aan het veroveren is.