De verkwanseling van een kroonjuweel van Hans van Hartevelt
Recensie door Ezra de Haan (30 oktober 2014)

Einde oefening

Overal in Nederland zijn inmiddels musea, instituten en bibliotheken verdwenen of wordt hun voortbestaan bedreigd. Ook ons cultureel erfgoed blijkt niet veilig voor de bezuinigingswoede en alle demonstraties en petities ten spijt zal het de komende jaren niet anders gaan. De machinaties achter dit alles gaan voorbij aan de gewone burger. Die komt er vaak pas achter als het een voldongen feit is en hij voor een instituut staat waarvan de deuren inmiddels gesloten zijn. En natuurlijk verschijnen er keer op keer woedende stukken in de krant of op het net waarin duidelijk wordt gemaakt dat hier sprake is van een verlies dat onverkoopbaar zal zijn aan de komende generaties. En dat investeringen van vorige generaties op schandalige verloren zijn gegaan. Zelden laat iemand die erbij betrokken was het achterste van zijn tong zien. Meestal zijn ze al ontslagen en likken ze thuis hun wonden…

In De verkwanseling van een kroonjuweel doet Hans van Hartevelt een boekje open over de wereld achter de subsidies en de mensen die daarover gaan. Hij beschrijft de ondergang van een vermaarde instelling die plotseling niet langer op overheidssteun kan rekenen. Zodra dit bekend wordt, komt de oppositie in actie, de media geeft er flinke aandacht aan en ook het publiek, dat het instituut op handen draagt, laat van zich horen. Maar het mag niet baten. Achter de schermen begint een schimmig spel waarin bestuurders en toezichthouders de situatie aftasten, proberen te veranderen en langzaam maar zeker voor een fait accompli komen te staan. Halverwege die strijd om een voortbestaan valt de regering. Even gloort er hoop aan de horizon. Zou het museum, het theater en de eeuwenoude bibliotheek dan toch aan de grijpgrage klauwen van de bezuinigers kunnen ontkomen? Maar ook de nieuwe regering heeft slechts één doel voor ogen: het begrotingstekort terugdringen. En cultuur blijkt wederom een vies woord voor iets dat veel geld kost. De vermaarde instelling blijkt op een faillissement af te stevenen.

Natuurlijk is dat het gevolg van het beëindigen van de subsidie, maar Jeroen van Helferen vraagt zich steeds vaker af wat de werkelijke oorzaak is van de ondergang van zijn bibliotheek. Wat verklaart het gedrag van de bewindslieden? Is er sprake van een oude rekening die vereffend moet worden? En terwijl hij erover peinst en naar oplossingen zoekt, ontstaan er ruzies tussen collega’s en toezichthouders. Steeds duidelijker wordt het voor hem dat men cultuur als een gezwel ziet, een gezwel dat uit de instelling moet worden weggesneden. Pas dan zal ‘zijn’ bibliotheek onafhankelijk worden van het Rijk. En omdat het personeel in dat sprookje wil geloven met de ijdele hoop op die wijze te kunnen overleven, gaan ze erop in. Saneren, het meest gevreesde woord in onze tijd, is de volgende stap. Een interim-bestuurder zal proberen zoveel mogelijk te redden. En de laatste hoop gaat daarmee verloren. Alleen verhuizen zal de bibliotheek voor de shredder behoeden. Maar waar laat je zoveel kilometers boeken, kaarten en ander uniek materiaal? Van Helferen zoekt eerst in zijn eigen land naar een oplossing en kiest vervolgens, in arren moede, voor het buitenland. Alles is beter dan mee te werken aan deze moderne versie van boekverbranding…

Tot zo ver de inhoud van de roman. Maar hoe zit het met de werkelijkheid? Hoe komt het dat de auteur zoveel over deze materie weet? Hans van Hartevelt is schrijver van een flink aantal boeken en voormalig directeur van de inmiddels opgeheven Tropenbibliotheek te Amsterdam. In die positie was hij getuige van de ondergang van de unieke en wereldvermaarde Tropenbibliotheek en de machtsstrijd die daarbij plaatsvond. Wie de ondergang van dit instituut heeft gevolgd, weet dat het personeel op een geven moment tot zwijgen werd gemaand. En ook dat alleen door ongelooflijke inspanningen van het bibliotheekpersoneel een groot deel van de bibliotheek werd gered. Zo’n 10 procent ging naar de Leidse Universiteitsbibliotheek, twintig andere instellingen namen delen van het erfgoed over en de Bibliotheca Alexandrina in Egypte nam ruim 60 procent van de verweesde bibliotheek over.

Hans van Hartevelt kon en mocht natuurlijk niet uit de school klappen. Zo gaat dat. Maar hij was te veel schrijver en te zeer verbonden aan zijn bibliotheek dat hij de waarheid voor zich kon houden. In de vorm van een sleutelroman schreef hij de ervaring van zich af. Het levert een thriller op die de lezer tot verbijstering brengt. Op zich is het niet moeilijk om tot de conclusie te komen dat het boek over het befaamde Tropeninstituut gaat. Hans van Hartevelt gaat in de roman door het leven als Jeroen van Helferen. Er klinkt iets van helpen in die naam door. En hij is dan ook degene die probeert te redden wat anderen zonder enig gevoel van gêne verkwanselen. Voor wie van puzzelen houdt, komen er echter meer bekende Nederlanders in dit boek voor, zij het onder andere namen. En ondanks de woede die deze roman, over de ondergang van het Nederlandse culturele erfgoed, bij mij oproept, vond ik met plezier de ware namen bij de karakters in deze roman. Types als Knapen, Bussemaker, Ploumen en van Ojik herken je snel genoeg. En ook Van der Laan in zijn rol van bemiddelaar.

De verkwanseling van een kroonjuweel is een boek dat met razende vaart geschreven lijkt te zijn. Vanaf de eerste regel word je meegesleept door de elementen die loskomen wanneer bekend wordt dat het instituut niet langer op subsidie kan rekenen. Wanhoop, woede en paniek. Het is alsof je er naast zit. Alsof een verborgen camera alles vastlegt. Kafkaiaanse toestanden, maar dan wel in Nederland, het land waarvan je dacht dat alles zo goed geregeld was…

Misschien kan ik de schrijver beter even aan het woord laten. Die was er immers bij.

‘Meer dan de helft moet gered worden, meer dan de helft. Dat zal en moet. Of wou jij straks in het nieuws verklaren dat je geen moeite hebt gedaan om onderdak te vinden voor zo’n 750.000 documenten? Dat jij verantwoordelijk gehouden mag worden voor vernietiging?’
Sergeant kijkt weg, slikt een boer in, krant op zijn buik en zegt dan op bedachtzame toon: ‘Dacht jij nu echt dat ik daar een minuut minder van zou slapen? Dat is all in the game.’


Hans van Hartevelt schreef met De verkwanseling van een kroonjuweel het verhaal waarin ieder gekort instituut in dit land zich herkennen zal. Het is een uit onmacht geschreven roman, een vlammend betoog tegen bezuinigingen, de gevolgen ervan en de mensen die ervoor verantwoordelijk zijn.