Dünya van Tomas Lieske
Recensie door Guus Bauer (18 september 2007)

Zorgvuldige toevalligheden

Na de debuutroman Nachtkwartier situeert gevierd auteur Tomas Lieske (1943) zijn nieuwe roman Dünya wederom in Turkije. In de roerige tijden van de Eerste Wereldoorlog worden twee Hollanders, Simon Krisztián, een leidekker, en Otto Beers, zoon van een jeneverstoker, min of meer tegen hun wil meegezogen in de geschiedenis. Zij melden zich in Engeland als vrijwilliger aan. De keuringsarts weet niet goed wat hij aan moet met de ‘neutrale’ Hollanders. Hij zendt ze naar een marinebasis, Michiel de Ruyter in zijn achterhoofd.

Daar worden ze aangesteld als kolenscheppers op een mijnenveger die naar de Turkse kust wordt gezonden. Hier is de dichter Lieske op z’n best. Een wonderschone beschrijving van de gruwelijke werkomstandigheden, de beklemmende ruimte en van de voor de stokers onbekende buitenwereld. De sterke observaties rijgen de personages in deze roman aangenaam aan elkaar (bijvoorbeeld in de vergelijking tussen een kind en de fragiele constructie van een zeppelin).

Door een explosie, niemand kan hen meer vertellen hoe die is veroorzaakt, belanden Simon en Otto in Turkse krijgsgevangenschap. Na enige tijd weten ze de Duitse bondgenoten van de Turken te overtuigen van hun neutraliteit. Ze worden in vrijheid gesteld. Hoewel je in het wetteloze land eerder van vogelvrij verklaard zou kunnen spreken. Ondertussen is in de welgestelde wijk Beyoðlu de mondaine en corpulente Dünya Þuman betrapt op diefstal. Zij krijgt een niet te weigeren voorstel. Ze moet twee buitenlanders verzorgen en over hen rapporteren aan de militaire overheid.

Tijdens de barre tocht van Otto en Simon door het onherbergzame Turkije van het Interbellum komen ze in een dorp dat in vuur en vlam staat. Een jonge vrouw deponeert een in lappen gewikkeld kind voor de neus van de dorpsoudste. Wanneer ze uit het gehucht vluchten, grist Simon het bundeltje mee. Ze noemen haar Julia, verzinnen voor het ongeveer zes maanden jonge kant-en-klare kind een eigen geschiedenis: ze is de dochter van Hollandse Simon en van de jonggestorven Fatima, een Turkse met ravenzwart haar, een blauw en een groen oog.

Na omzwervingen waarbij het kind duidelijk zorgt voor de legitimatie van het bestaan, worden ze opnieuw gevangengenomen en tewerkgesteld bij de bouw van het eerste Turkse luchtschip. Simon kent als voormalig leidekker geen enkele hoogtevrees en weet met zijn capriolen een zekere mate van respect af te dwingen. In de vervallen villa die ze toebedeeld hebben gekregen wordt Dünya hun verzorgster. Haar band met Julia wordt na verloop van tijd steeds sterker. De mannen zijn bang dat Julia ‘verturkst’. Op een dag, nadat hij Dünya ruw tot de zijne had gemaakt, vertelt Otto haar de ware toedracht.

Dünya neigt om deze wetenschap te gebruiken voor haar eerherstel. Ze verkoopt wat gekoesterde sieraden en stelt aan projectleider dr. Grunwald voor om een feestelijke dis te organiseren bij de proefvlucht van het luchtschip. De president van de republiek zal aanwezig zijn.
In de veronderstelling dat Otto in zijn dronkenschap het geheim aan Julia zal verraden, snoert Dünya hem tijdens de receptie hardhandig de mond. Daarbij zet ze zichzelf met al haar imposante rondingen voor de hoogwaardigheidsbekleders en gniffelende burgerij letterlijk in het hemd. Nooit zal zij meer terug kunnen keren naar haar oude leventje. Het deert haar niet, ze is verknocht geraakt aan Julia.

Simon en Otto worstelen ook tussen twee werelden. Het Nederland van hun jeugd en het Turkije waartoe ze veroordeeld zijn. Onbereikbaarheid en opoffering, een thema dat ook al doorschemerde in Nachtkwartier. Als de proefvaart op 7 mei 1937 met het luchtschip bijna rampzalig afloopt en in New York tegelijkertijd de Duitse Zeppelin Von Hindenburg in vlammen opgaat, wordt het project afgeblazen. Simon, Otto en Dünya verdwijnen naar een uithoek. Julia mag blijven, maar besluit toch te volgen.

Lieske is een meester in het componeren, de gebeurtenissen lopen vloeiend in elkaar over. Je bent als lezer overtuigd dat het zo gegaan kan zijn. De pijlers van het verhaal zitten duidelijk in de werkelijkheid. Hij staat erom bekend dat hij langdurig onderzoek verricht. Toch hoeft men niet te vrezen dat de roman een encyclopedisch geschiedkundig werk is geworden.

Dünya is een geslaagde roman over opoffering en ontheemding, een mooie beschrijving van ongewone verhoudingen: tussen vader en vermeende dochter, tussen twee mannen en een verzorgster die een moederrol krijgt toebedeeld. Knap geconstrueerd, uiterst zorgvuldig gedocumenteerd. Bij een beschrijving van Otto in het boek, lijkt Lieske zelf even op te duiken. ‘Otto was gek op boeken, vooral boeken met plaatjes; hij was geïnteresseerd in boeken over feiten. Hij wilde weten hoe de wereld in elkaar stak, wat de evolutietheorieën precies inhielden, hoe dieren reageerden. Liepen we langs een boekwinkel of een antiquariaat, dan aarzelde Otto, snuffelde snel in de bakken en mompelde dat hij een ogenblik binnen wilde kijken.’
Je ziet Lieske bij de kassa staan twijfelen met een dik boekwerk over zeppelins in de hand.

Copyright: Guus Bauer

Auteurspagina Guus Bauer op Literatuurplein