Een droom die ik heb van Nydia Ecury
Recensie door Ezra de Haan (6 december 2013)

Voor het denken roestig wordt

In tegenstelling tot op Curaçao is Nydia Ecury (1926- 2012) in Nederland vrijwel onbekend gebleven. Het is het gevolg van een oeuvre dat voornamelijk in het Papiaments en Engels werd geschreven. Ze debuteerde laat, in 1972, en was toen al 46. Haar vierde gedichtenbundel was tweetalig en bevatte poëzie in het Papiaments en Engels. En zoals gebruikelijk is op de Antillen en ook in Suriname verschenen de bundels in eigen beheer. De laatste bundel van Ecury kwam uit in 2003, het was de zesde… Een droom die ik heb is haar eerste bundel in het Nederlands. Hij bevat 23 gedichten die eerder in het Papiaments werden gepubliceerd.

Nydia Ecury werd op Aruba geboren uit een donkere vader en een blanke moeder. Op haar dertigste ging ze naar Curaçao en is daar de rest van haar leven gebleven. Lang was ze werkzaam in het onderwijs en gaf ze les in Papiaments en Engels. Ook werkte ze voor het Departement van Onderwijs. Maar velen kennen haar vooral als cabaretière door haar one woman show Lunda di papel (Papieren maan). Ze was een geboren comédienne en liet je zelfs lachen als je de taal niet sprak. Die humor komt naar voren in het gedicht ‘Aroll, mijn geliefde zoon’. Tegelijkertijd zet Ecury de Antilliaan een spiegel voor de neus en weet ze ook nog wat kritiek op de Hollander te spuien, zoals blijkt uit de volgende twee fragmenten.

Aroll, mijn geliefde zoon (2 fragmenten)

Van God los! Komen hier aan
Uit dat kouwe kikkerland, krijgen een huis
en een auto onder hun achterste
en vergeten hoe moeilijk het leven
van de landskinderen zelf is!

Dooie dienders! Komen hier aan
met oude honger, Paternoster,
en zodra ze voet aan wal hebben gezet
is het commanderen geblazen!

Wacht maar! Dit keer ga ik
die kaaskop, dat boterhoofd, mores leren.


Haaks staat dit, cabareteske gedicht op een gedicht als ‘Herinnering’ waarin Ecury terugdenkt aan haar dagen op Aruba. Die wereld krijgt meteen geur en kleur door de manier waarop ze het beschrijft. Het is vol melancholie maar geen moment larmoyant.

Herinnering (2 fragmenten)

Ik weet nog, de tijd van het jaar
dat het regent en wij niet naar school gaan.
Onder de goot dansen en trappelen wij.
Visserslui uit Rancho gaan op de vuist
en leggen het weer bij met een borrel
en brallen Spaanse liedjes met elkaar.

Ik weet nog de tijd van het jaar
dat geoogst wordt. De moeders
uit Tanki Lènder en Nort
binden hun ezels vast voor de winkel
van mijn oma. Ze bieden
bonen aan, en zwarte gierst
om platte broden van te bakken.


‘Herinnering’ was Ecurys lievelingsgedicht en dat verbaast mij niet. Het parlando tovert je een beeld voor dat lang op het netvlies blijft hangen. En voor wie het eiland kent zijn het in woorden gevangen herinneringen.

Interessant aan sommige gedichten is het zogenaamde gebruik van serial verbs, werkwoordsequenties, zoals in de gedichten ‘Een droom die ik heb’ en ‘Mijn liefde, een lint in de wind’. In het eerste gedicht tellen we zeventien werkwoorden in serie achter elkaar, in het tweede acht… Nydia Ecury had lessen in Papiaments van de grote dichter Pierre Lauffer gekregen en gezien de kwaliteit en originaliteit van de gedichten wist ze goed met die kennis om te gaan.

Een droom die ik heb (fragment)

Ik heb geen nagels meer.
Met blote handen
heb ik gegraven, vastgehouden,
gewacht,
geklommen,
gegraven,
ben ik uitgegleden, geschrokken,
teruggegleden,
boos geworden,
weer opgestaan,
heb ik gegraven, vastgehouden,
gebeden,
gezweet,
gehuild,
gebloed,
ben ik
op de muur
van mijn beperkingen
geklommen
heb ik mij uitgestrekt
en probeerde ik
tenminste
de voetzool
van voortreffelijkheid
aan te raken.


Om een indruk te geven van de versie in het Papiaments toon ik ook even de reeks werkwoorden in het origineel. Zo kort wordt het dan.

M’a koba tene
Wanta
Subi
Koba
Slep
Spanta
Sak
Rabia
bolbe lanta
koba tene
resa
soda
yora
sangra


Het mag duidelijk zijn, dit is een heel ander soort poëzie dan de Nederlandse. Ook als gevolg van de taal. Juist de tweetaligheid van deze bundel maakt het zo interessant. En de diversiteit van de gedichten. Van vrolijk speels tot pijnlijk helder want ook Ecury ontkomt niet aan de littekens die de slavernij op de Antillen heeft veroorzaakt. Het gedicht ‘Noodlot’ toont haar krachtige taal.

Noodlot (fragment)

In de jaren van bloemen
wachtte ik op je, trotse
zwarte man in wiens borst
de pijn van de slavernij
geen klauwen meer heeft,
niet meer krabt.


Een droom die ik heb is een heerlijke introductie op het oeuvre van Nydia Ecury. Het vormt het zoveelste mooie deel van Antilliaanse poëzie in vertaling bij uitgeverij In de Knipscheer. Het voorwoord van Sidney Joubert wijst ons op details waardoor we de gedichten nog meer kunnen waarderen en die anders zeker aan ons voorbij waren gegaan.