Extaze - Literair tijdschrift
Recensie door Ezra de Haan (4 juli 2011)

Haagsche klasse!

Met ingang van 2012 wordt de subsidie op literaire tijdschriften stopgezet. Onze staatssecretaris Zijlstra ziet meer in ‘vertaalbeleid en digitale innovatie.’ Het literaire tijdschrift zou een te gering publieksbereik hebben.

Maar er is hoop. En die hoop komt uit Den Haag. Niet dankzij de huidige regering, maar door Extaze is er sprake van een frisse wind rond de hofvijver. Wars van al het negatieve gepraat over cultuur en de clichématige praat rond subsidiegraaiende kunstenaars is er een literair tijdschrift opgericht. Het nulnummer kwam dan ook tot stand zonder subsidie.

De tweekoppige redactie, bestaande uit Cor Gout en Els Kort, wist een kwalitatief hoogstaand, Haagsch tijdschrift samen te stellen waarin zowel Couperus als Captain Beefheart passen. Met ‘Haagsch’ doel ik op de klassieke belettering en de naamgeving die naar de roman Extaze van Couperus verwijst. Extaze is een uitstekende naam voor dit tijdschrift. Het roept enthousiasme op, zowel voor vergeten schrijvers als voor debutanten. Het geeft geluk door het duidelijke plezier waarmee het tijdschrift is samengesteld, waarmee gedichten vol energie, zoals die van Didi de Paris, zijn geschreven. Extaze laat zien waar een literair tijdschrift toe in staat is.

Eigenlijk is ‘Maan van extase’, het stuk dat Schrijvertje schreef in de stijl van Nescio, een statement. Hij citeert Ploeger die de hedendaagse Nederlandse literatuur vaak te schreeuwerig vindt, te boordevol bravoure. Schrijvertje peinst: ‘Er moet toch ook iets mooi-kleins en –langzaams te vinden zijn.’ En mooie, fijne, kleine, soms al vergeten stukken werden teruggevonden, geschreven en beschreven. Goethes Faust komt erin voor, maar ook de Haagse schilder-dichter Willem Hussem. Het artikel van Kees Schuyt over deze meester van het poëtische miniatuur is met aanstekelijk enthousiasme geschreven. Je bent meteen geneigd naar het antiquariaat te hollen om die bundels van Hussem te gaan kopen.

al dat hout
bij de haard
voor één vuur

warmte vergt
jaren groei


Extaze laat zien dat de poëzie van Hussem er nog steeds toe doet. Dat je dit gedicht kunt gebruiken als een metafoor wanneer je het effect van de kaalslag op de culturele sector wilt uitleggen. Literatuur heeft literaire tijdschriften als springplank nodig. Daar krijgen debutanten een kans, daar worden bijzondere en toch vergeten schrijvers als Willem Bijsterbosch weer tot leven gebracht.

Alleen al voor het verhaal ‘Goupil’ van F. van den Bosch zou je Extaze moeten kopen. Kees Ruys vond dit tot nu toe ongepubliceerde verhaal en schreef een integer en tot lezen uitnodigend stuk over de schrijver die een groot deel van zijn jeugd in Nederlands- Indië doorbracht. Van den Bosch heeft een klein, maar prachtig oeuvre op zijn naam. Waarschijnlijk is Het regenhuis zijn grootste succes geweest. ‘Goupil’ is een verhaal van zeldzame schoonheid. Hier is de taal aan het woord. Wellicht op een manier waar men toen nog niet aan toe was.

‘Goupil kende ik al heel lang. Niet van school maar van de straat. Ik was een jaar of acht toen ik herrie kreeg met een klein venijnig Indisch jongetje dat Boeli heette. Ik weet niet meer waarom. Misschien had ik hem wel “kepala boetak” genoemd om zijn gemillimeterde kop. Maar nooit heb ik de verschrikkelijke bedreiging vergeten die hij mij toevoegde: “Awas loe! Als jij kom door mijn straat, ik schiet jou met de revolver van mij pa!”’

De link tussen Nederlands-Indië en Den Haag levert meer moois op. Zo vond Wim Willems, biograaf van Tjalie Robinson en samensteller van de bloemlezing Schrijven met je vuisten, twee nog ongepubliceerde brieven van Tjalie Robinson aan Maria Dermout. Tjalie Robinson (Jan Boon) schreef met een ongelooflijke passie. Passie en extase gaan hand in hand.

‘Ik rust uit door uitputting, maar het duurt verduiveld lang voor ik uitgeput ben. Als mijn lichaam niet verder kan, dan blijven mijn hersens doorwerken en spin ik een nieuwe short story uit. Tot ik er zó geagiteerd door raak, dat ik opspring om te werken. Maar dan lijkt het soms of mijn hoofd ontploft. Verschrikkelijke pijnen in hoofd en nek en schouders. Ik kan niet. Op de dagen dat ik ’s avonds het uitgeputst naar bed ga, word ik midden in de nacht wakker om nieuwe aantekeningen te maken, om eindeloos te ijsberen. Ik droom tegelijkertijd van mijn werk hier en van paardrijden op Soembawa. En beide wil ik met hartstocht doen. Denken is niet genoeg.’

Dezelfde hartstocht klinkt door in het Extaze van Cor Gout. Het tijdschrift is geen bijeengeraapt zootje, het is een verzameling literatuur die verwantschap laat zien. De gedichten van Gilles Boeuf passen bij die van Willem Hussem. De tekeningen van Marcel van Eeden hebben een sfeer die bij veel van de verhalen en gedichten in dit tijdschrift aansluit. Echte kunst schuurt echter en ook daaraan hebben Gout en Kort gedacht. In de vorm van een essay over Captain Beefheart door Rob H. Dekker en met de explosieve poëzie van Didi de Paris klinkt ook de avant-garde door in Extaze.

Extaze gaat vier keer per jaar verschijnen. Dat wordt vier keer per jaar genieten.
Delen
Koppelingen
Boeken