Geen weg terug van Iraida van Dijk- Ooft
Recensie door Ezra de Haan (8 december 2015)

De vaart waarmee het water steeg

Iraida van Dijk-Ooft (1974) studeerde in 2014 af aan de Schrijversvakschool te Paramaribo. Die opleiding heeft inmiddels een mooie reeks auteurs opgeleverd: Ruth San A Jong, de oprichter van de vakschool, Sakoentela Hoebba, Karin Lachmising en Iraida van Dijk-Ooft. Twee Surinaamse schrijfsters van korte verhalen, een dichter en een romanschrijver. Met haar debuutroman Geen weg terug toont Iraida van Dijk-Ooft aan dat de Surinaamse literatuur zich inmiddels kan meten met de wereldliteratuur. Zelden las ik een op historische feiten gebaseerde roman die zo authentiek overkwam. Waar Cynthia McLeod het bij de ontsluiting van de Surinaamse geschiedenis voor een groot publiek hield, gaat Van Dijk-Ooft verder. Bij haar gaat het eerst om de taal, om het schrijven, pas daarna komt het ongelooflijke verhaal van de Afobakadam en het Brokopondostuwmeer, en wat dat allemaal teweeg bracht, aan bod.

Precies 50 jaar nadat de Afobakadam in 1964 gesloten werd en het Brokopondostuwmeer een feit, zoekt Alex naar goud op de plek waar zijn moeder Bé ooit werd geboren. Daar waar de oude kankantri (wilde kapokboom) in het dorp Dembeston stond. Het gebied dat inmiddels voorgoed onder water staat, is zo groot als de provincie Utrecht. Vijfduizend marrons zijn van hun grond en uit hun huizen gedreven. Dat het water van hun Surinamerivier zo hoog zou kunnen stijgen en nooit meer ging dalen ging het bevattingsvermogen van de meeste marrons te boven. Heilige plekken en begraafplaatsen bleven niet gespaard van ‘verdrinking’. De aan een plaats gebonden goden en de graven van dierbaren moesten met spoed, zelfs zonder laatste eerbetoon, worden achtergelaten.

De hogerop gelegen huizen staan al heel snel ook onder water. Het zijn haastig opgetrokken huizen, sommige niet eens afgebouwd, ze worden verlaten, of staan leeg. Zowel kerken als posu verdragen zwijgzaam en triest de last van het water. De hele dag door is er ergens in het dorp wel gehuil te horen. Geweeklaag. Mensen roepen om hulp, ze roepen om God, ze roepen om alle winti en ook om de geesten van hun gedoopte voorouders, de kabra. Niemand kan hen horen, niemand kan hen helpen. Niemand wil.

Sinds Alex in het meer naar goud zoekt heeft hij al zijn naasten verloren. Batu, oma Suze, opa John, Iwan, ze zijn allemaal dood. Eist de mma fu doti, de geest van de grond onder dit water, een terugbetaling? Het begon allemaal op de vooravond van de dood van zijn moeder Béate. ‘Alex, ga. Ga zoeken. Weet waar we vandaan komen.’ Het duurt negentien jaar voordat hij aan haar woorden gevolg geeft. Hij leert zijn verleden kennen en dat van vele anderen in zijn omgeving. Dembeston, eerst een woord, later een vergeten plaats, blijkt het sleutelwoord dat via een droom tot hem komt. Niets van zijn jeugd blijkt te zijn zoals Alex dacht. Het samenwonen, met zijn moeder, bij Opa John en oma Suze, het is allemaal gebaseerd op leugens en verzwijgen.

Geen weg terug gaat dus niet alleen over de geschiedenis van de stuwdam, het is ook het verhaal van Alex en zijn moeder Bé. Daarmee krijgt de titel meteen een dubbele lading. Niet alleen de marrons van het district Brokopondo kunnen nooit meer terug, ook Bé en Alex worden gedwongen tot het leven dat ze hebben. Het gaat in deze roman namelijk ook over incest en de gevolgen ervan die soms generaties voortduren. Iraida van Dijk-Ooft confronteert ons met scènes die we wellicht liever zouden overslaan maar die buitengewoon belangrijk zijn voor het verhaal. Vooral omdat ook de zwijgcultuur, die hieraan nauw verbonden is, wellicht net zo pijnlijk is voor de slachtoffers. De oma van Alex probeert het onrecht dat plaatsvond op haar manier goed te maken door Alex alle liefde te geven die ze in zich heeft. Dat de zesentwintigjarige jongeman daar op een bepaald moment letterlijk te oud voor is geworden, maakt de auteur in een onvergetelijke scène aan de lezer duidelijk. Even voel je je net zo beschaamd en ongemakkelijk als het hoofdpersonage.

Oma loopt zacht slepend verder de kamer binnen, om het volgestapelde bureau heen, eerst naar het raam. … Ze draait zich om en blijft pal voor hem staan. Ze vermijdt de andere kant van het bed. Alex kijkt naar haar. Met een slap handje wuift ze, geeft hem te kennen dat hij een stukje op moet schuiven. Door die beweging en vanwege de dunne, crèmekleurige nylon duster die ze aan heeft, zijn Suzes rimpelige tepels in detail te zien. … Een onderrok belet gelukkig het zicht op de rest van haar lichaam. … Morrend schuift hij toch naar de andere kant van het bed en keert haar de rug toe. In een wolk van babypoeder en een zweem van urine komt ze naast hem liggen. Haar buikwarmte tegen zijn rug, een benige arm over zijn zij. Een hand quasi-losjes op zijn buik. Ooit was er niets leukers dan dat oma bij hem in bed kwam liggen. Ze joeg de boze dromen weg. … Oma’s puntige beenderen steken onaangenaam in zijn vlees. Haar elleboog in zijn zij, haar pols op zijn maag. Magere knieën tegen zijn gespierde dijen. Hij krijgt geen lucht meer, wil gaan slapen zonder al dit gedoe.

Regelmatig moest ik aan de schrijver William Faulkner denken toen ik Geen weg terug las. Ook bij hem wordt er als lezer iets van je gevraagd. Je krijgt geen hapklare brokken. Er zijn meerdere stemmen die het verhaal vertellen. Het verhaal wordt niet chronologisch verteld. Het duurt dan ook even voor je precies weet wat er speelt. De geesten, die via dromen tot Alex spreken, neem je, op dat punt aangekomen, voor lief. Het gaat je immers om het noodlot van de vrouwen, vaak nog kinderen, in het boek. Je wilt het verhaal achter die vervloekte dam en de makers ervan leren kennen. Je wilt begrijpen hoe het kwam dat de marrons niet in opstand kwamen.

Iraida van Dijk-Ooft heeft de roman dusdanig vernuftig in elkaar gezet dat ieder puzzelstukje pas tevoorschijn komt als het verhaal het echt nodig heeft. Juist door heen en weer in de tijd te springen, zie je hoe Suriname in de periode van 1962 tot 2012 veranderde. Daarmee heeft ze een deel van de Surinaamse geschiedenis een stem gegeven. Geen weg terug is een meesterlijke roman. Een roman die qua verhaal en schrijven alles biedt wat je mag hopen van een boek. Het is soms best ontluisterend en regelmatig keihard wat je leest, maar het is wél een boek over echte mensen. Met dit debuut wekt de auteur grote verwachtingen, vooral voor een land als Suriname, waar het wemelt van nog ongeschreven verhalen. Tories waar Iraida van Dijk-Ooft vast wel weg mee weet!