Gentleman in slavernij van Janny de Heer
Recensie door Ezra de Haan (6 januari 2014)

Zoon en slaaf

Janny de Heer debuteerde in 1999 met Landskinderen van Curaçao. In 2008 kwam Hey Buddy - de andere voet is voor jezelf, haar biografie over Huib Wijnants, uit. Voor Vrouw tegen vrouw ontving ze in 2000 de Pipistrellus Proza prijs. Gentleman in slavernij is haar eerste, deels op feiten gebaseerde, roman. Uitgebreid historisch onderzoek, onder meer in Suriname, ging dan ook het schrijven vooraf.

De titel Gentleman in slavernij zal bij sommige lezers wellicht als provocerend overkomen. Het is immers een contradictie. Gentleman, een heer dus, een nette kerel in combinatie met het woord slavernij wringt. De afschuw die het woord slavernij oproept, is vanzelfsprekend. Iedere uitleg daarvan is overbodig. Maar hoe valt die slavernij dan te rijmen met het woord gentleman?

Allereerst moeten we op de hoogte zijn van het tijdgewricht waarin het boek zich afspeelt. Johann Dieterich Horst is een Duitser die in Suriname terecht komt. Hij komt uit een welgestelde familie, zijn leven is van de wieg tot het graf uitgestippeld en toch kiest hij in 1827 voor het ongewisse. Met Horst belanden we in een maatschappij waar de slavernij een gegeven is. Hij vormt een onderdeel van die samenleving en klimt op van ‘blankofficier’, directeur tot administrateur op diverse plantages. Wanneer hij zeker is dat hij in Suriname wil blijven, koopt hij wat plantages.

Nu heeft deze Horst, door zijn afkomst en opvoeding, een andere kijk op de omgang met personeel dan in die dagen usance was. Zeker wat betreft de houding naar slaven. Horst voelt zich begaan met deze mensen en zijn gevoelens gaan zelfs verder dan dat, hij voelt zich aangetrokken tot de slavin Candasie. Die levenshouding zorgt voor een spagaat wanneer Candasie zwanger van Horst blijkt te zijn en hij haar tegelijkertijd schuldig acht aan het helpen vluchten van een slavin.

Natuurlijk pleit het bovenstaande Horst niet vrij van medeplichtigheid aan een zwarte bladzijde van onze geschiedenis. En dat was juist de bedoeling van Janny de Heer. Het verhaal laat zien dat zelfs mensen die begrepen dat het niet deugde en wisten dat het einde van de slavernij in zicht was, niet ontkwamen aan vuile handen. Dat deze Horst deed wat hij kon binnen de mores van zijn tijd, blijkt uit het vrijkopen van zijn eigen zoon en het feit dat hij hem zijn achternaam gaf. En daarmee dus erkende. Maar daarmee was hij er nog niet. De moeder van het kind was immers nog slavin en ook haar andere kinderen droegen dat lot… De auteur laat zien dat de slavernij ervoor zorgde dat ieder zinnig mens eronder leed. En dat dit in Suriname alleen maar erger werd naarmate andere landen die vervloekte slavernij afschaften…

Doordat Horst als administrateur diverse plantages bezoekt, kan de lezer, met zijn ogen, het Suriname van toen leren kennen. We maken het reizen op de rivier mee, het ‘leven’ op de plantages, de slavenopstanden en de repressie daarvan.

Janny de Heer gebruikt in haar roman een truc die we in negentiende-eeuwse romans ook tegenkomen. De schrijver vertelt, voorafgaand aan ieder nieuw hoofdstuk, hoe het met het land en de slavernij is gesteld. Hoe het verzet tegen die slavernij zowel in Nederland als in Suriname begint te groeien. Deze, vrij zakelijke, informatie kan, zelfs in deze vorm nog afschuw wekken. Neem de volgende regels:

‘Na een aantal mislukte voorstellen werd in 1851 een wet aangenomen waarin betere behandeling van de slaven werd vastgelegd. Het gebruik van de zweep bleef toegestaan.’

Ieder hoofdstuk brengt ons dus verder in de tijd, maakt ons het verloop van de geschiedenis duidelijk en toont ons een Horst die het beste met de mensen voorheeft maar daar, zeker naar de normen van onze tijd, niet altijd naar handelt. Duidelijk is echter wel dat hij in zijn tijd een buitenbeentje geweest moet zijn. Het kwam zelden tot nooit voor dat blanken de kinderen die ze bij de slavinnen verwekten als hun kind erkenden en hun naam gaven.

Wat mij erg aan deze roman beviel was het feit dat ik veel meer over de geschiedenis van Suriname te weten kwam. Want wat weten we eigenlijk over die tijd? Beschamend weinig. En dat gaat niet alleen op voor het hoofdstuk van de slavernij.

Zo brengt Janny de Heer ons, via Horst, naar een rampzalig project van die dagen: de Surinaamse nederzetting Groningen. Op het moment dat de Duitser aankomt, is alles al in het honderd gelopen als gevolg van woningnood, onvruchtbare grond, geïsoleerde ligging, vervoersproblemen en een dodelijke tyfus. Argeloze boeren uit Nederland weten amper de akkers tot bloei te krijgen en krijgen de weinige producten die ze verbouwen niet op tijd naar de stad. Ook Horst brengt het tot wanhoop en zijn weergave van de situatie geeft precies weer hoe men er in die tijd over dacht.

‘Hij vertelde dat het broeide op de plantage onder de negers. Ze worden te mondig, leren lezen, worden christen, verbouwen hun eigen voedsel op de kostgronden. Daar houden ze pluimvee en vangen hun eigen vis uit de rivier. Ze verkopen en handelen, zoals het hun betaamt. Het geld mogen ze houden. Allemaal prachtig maar naarmate de magen gevulder raken, neemt de drang om vrij te zijn toe. Ze hebben hun eigen handeltje, ze verdienen goed geld en bezitten soms meer dan hun basya. Het geeft scheve gezichten onderling, ze maken veel ruzie in de slavenkwartieren. Daarnaast klagen ze over de arbeid, vinden de taken te zwaar, de dagen te lang. Als het erop aan komt zijn zij met veel meer dan wij. Mocht het tot een opstand komen, vraag ik mij af hoe ik mijn gezin kan beschermen.’

Zonder ook maar iets te verdoezelen heeft Janny de Heer een ontluisterende roman over de Surinaamse geschiedenis en de slavernij geschreven. Eens te meer blijkt dat ieder boek dat over dit onderwerp wordt geschreven uiterst belangrijk is. De gekozen vorm, die van de roman, is zeer juist geweest. Droge historische feiten komen pas tot leven als we leren wat het voor de betrokkenen heeft betekend en hun gedachten en gevoelens beschreven worden. Janny de Heer heeft in het personage Johan Dieterich Horst het juiste voorbeeld gevonden van iemand die voortdurend in twee werelden leefde. Het gaat in dit boek dan ook om meer dan de begrippen goed en kwaad. Het gaat om het waarom en hoe. Gentleman in slavernij is daarmee een boek dat door het onderwerp afstoot en aantrekt. Maar alleen door de confrontatie aan te gaan zullen we geschiedenis leren te begrijpen. Hoe gruwelijk die ook is.